Text Size

Syrië, volksrevolutie of sectarisch conflict?

De dreiging van een directe imperialistische interventie in Syrië is naar de achtergrond verdwenen, maar het conflict gaat onverminderd verder. Het is belangrijk om het proces van ontwikkelingen te begrijpen om een duidelijk standpunt met de linkerzijde in te nemen over dit conflict waarin al 100.000 doden vielen en twee miljoen mensen op de vlucht sloegen.

Achtergrondartikel door Goncalo Romeiro, Socialismo Revolucionario (CWI in Portugal)

illustratie Syrië

 

 De ‘Arabische lente’ en de strijd tegen Bashar al-Assad

In maart 2011 ontstond in Syrië onder invloed van de revolutionaire strijd in Tunesië en Egypte een strijd tegen de dictatuur die al een halve eeuw de plak zwaaide. De opstand werd net als elders verbonden aan sociale en economische thema’s, zoals de oplopende werkloosheidsgraad van 20%, met onder jongeren nog meer werkloosheid (terwijl de helft van de bevolking jonger is dan 25 jaar), naast aanvallen op de lonen in de publieke sector, terwijl die sector voorheen net voor een stabiele en veilige job zorgde voor meer dan de helft van de bevolking.

 Het duurde even voor de golf van opstanden tot in Syrië raakte. Dat kwam deels omdat het regime van Assad had geleerd van de ervaringen in Tunesië en Egypte. Begin 2011 begon het regime op massale schaal activisten op te pakken en zelfs de kleinste protestacties van familieleden die hun vrijlating eisten werden brutaal aangepakt. Deze strategie kon alleen helpen om de beweging enkele weken uit te stellen, maar de massa’s kwamen uiteindelijk op het toneel.

 Er waren protestacties en confrontaties met het repressieve staatsapparaat in Damascus en andere steden zoals Deraa, dat in de eerste weken het epicentrum van de opstand werd. Bij deze eerste protestacties deserteerden enkele militaire toplui als reactie op de enorm repressieve en gewelddadige strategie. Ze begonnen betogingen te vervoegen en agenten weigerden om te schieten.

 Maar er waren geen echte massaprotesten in de twee belangrijkste steden: Damascus en Aleppo. Hiermee leek de beweging op wat in Libië gebeurde, ook daar begon het protest in kleinere steden. Het regime behield een sociale steun, ook al was het vaak op basis van angst onder de Alawieten en de Sjiitische minderheden (Assad is zelf een Alawiet) voor de gevolgen van een val van het regime.

 Een aantal oppositiegroepen riepen op 26 maart 2011 een algemene staking uit. Dit zou beslissend zijn, het kon een keerpunt vormen zoals in Tunesië en Egypte waar de arbeidersbeweging op het toneel verscheen met massale stakingsacties. De vakbondsleiding slaagde er niet in om op het protest te reageren en de arbeiders in strijd te organiseren, maar ze haalde ook uit naar de “buitenlandse krachten achter het protest” waarbij de arbeiders werden gevraagd om thuis te blijven en op de leiding te vertrouwen.

 Het gevaar van sectaire conflicten en de verdeel-en-heerspolitiek van Assad

Sinds het begin van het proces viel Assad de betogers aan als “sectairen, criminelen en islamisten”. Hij deed dit ondanks het feit dat de aanvankelijke eisen duidelijk politiek, economisch en sociaal van inslag waren. Er werd een betere levenskwaliteit geëist, democratische rechten, het einde van de dictatuur en van Assad zelf. Maar Syrië is een samenleving van veel verschillende etnische en religieuze gemeenschappen: 80% bestaat uit Arabieren naast belangrijke minderheden als Koerden, Assyriërs, Armeniërs en anderen. Bijna twee derden van de bevolking bestaat uit soennieten, 16% behoort tot andere stromingen van de islam (zoals de Alawieten) en 10% zijn christenen. Een meerderheid van de bevolking (56%) leeft in steden, maar een significant aantal mensen leeft op het platteland waar dit soort verdeeldheid een beslissende rol kan spelen.

 “Verdeel-en-heers” is geen nieuwe tactiek voor Assad. Hij maakte er in het verleden al gebruik van om gemeenschappen tegen elkaar op te zetten. Nu gebruikte het regime dit vooral om de angst voor een islamistisch regime uit te spelen. De betogers in Deraa werden er uit gepikt om gebrandmerkt te worden als soennitische fundamentalisten om ze zo te isoleren van de rest van de bevolking.

 Het gewapend conflict escaleert

Gedurende acht maanden bleef het protest aanhouden. Het ging voornamelijk om vreedzaam protest dat wanhopig probeerde een einde te maken aan de dictatuur van Bashar al-Assad. Het regime reageerde steeds brutaler. Tegen eind 2011 was het aantal burgerslachtoffers opgelopen tot 3.500 (volgens de VN) terwijl andere bronnen stelden dat er in Homs, de derde grootste stad, alleen al meer dan 5.000 doden waren gevallen.

De tot hiertoe vreedzame opstand ging geleidelijk aan over in een gewapend conflict. In november deserteerde een groot aantal militairen (gewone soldaten en het tussenkader). Velen van hen zouden mee aan de basis van het ‘Vrije Syrische Leger’ liggen. Er kwamen steeds meer wapens in het land, vooral via Irak en Libanon. De deserteurs zagen hun rangen groeien.

Ondanks de brutale repressie door het leger van Assad en de politie, bleven de betogers een enorme moed tonen. Het protest tegen de regering ging door, vooral in de volkswijken van Homs. De aanhoudende repressie en de afwezigheid van een duidelijke leiding bij de oppositiebeweging, gebaseerd op de arbeidersbeweging en bewapend met een socialistisch en klassenantwoord op het conflict, leidde tot steeds meer elementen van verdeeldheid onder de bevolking, vooral op basis van etnie en religie.

Groeiende invloed van regionale en internationale machten

De Arabische Liga vreesde een verdere regionale ontwikkeling van de ‘Arabische Lente’ en veroordeelde het Syrische regime. Syrië werd uit de Liga gezet en er werden sancties opgelegd. Uiteraard waren de dictaturen van de liga en de semi-feodale monarchieën niet bekommerd om het humanitaire aspect. Hun eigen palmares op dat vlak omvat onder meer de repressie tegen de massabewegingen in Bahrein. Maar ze waren bang van een revolte van de eigen bevolking die met sympathie naar deze bewegingen keek. Bovendien hadden ze elk hun eigen geopolitieke belang in de regio. De nauwe banden tussen het regime van Assad en Iran waren al langer een doorn in het oog van onder meer Saoedi-Arabië.

De VS en de EU begonnen ook economische sancties op te leggen, in het bijzonder in de oliesector. Dat had een grote impact, in 2010 was de VS de belangrijkste economische partner van Syrië en goed voor 22,5% van de handel. Ook het toerisme was een belangrijke sector, maar deze werd uiteraard hard geraakt. De werkloosheid en armoede namen toe, soms werden lonen gewoon niet meer betaald. De tactiek van economische embargo’s heeft het potentieel van sectaire tegenstellingen vergroot. Het isoleert het deel van de bevolking dat het regime nog ondersteunde of dat onbeslist was. Het kan ook de anti-Westerse gevoelens versterken, waar extremistische islamistische krachten gebruik van maakten bij afwezigheid van een verenigd alternatief van de arbeidersklasse.

Op dit ogenblik verwierpen de imperialistische machten iedere vorm van militaire interventie, vooral omdat de Syrische situatie nog complexer was dan die in Libië. Maar geleidelijk aan begonnen ze wel tussen te komen in het conflict, maar dan op een min of meer indirecte manier. Zoals in Libië benaderden ze de zogenaamde leiders van de oppositiebeweging. “We hebben al enkele maanden regelmatig contact met een aantal figuren van de Syrische oppositie. We voeren de intensiviteit van die contacten op”, verklaarde een woordvoerder van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken. De Britse minister William Hague organiseerde een bijeenkomst met de leiders van de ‘Syrische Nationale Raad’, de pro-Westerse oppositiebeweging, in Londen op 21 november.

Van gewapend conflict naar burgeroorlog

Begin 2012 kwam er een niet-bindende resolutie van de Verenigde Naties. De resolutie steunde de oproep van de Arabische Liga om het ontslag van Assad te eisen. De resolutie was gebaseerd op een andere die op het veto van Rusland en China in de Veiligheidsraad botste. De resolutie toonde de groeiende druk van Westerse machten op het regime in Damascus. Assad antwoordde dat hij “iedere poging om van buitenaf chaos in Syrië te creëren de kop zou indrukken”. Hij dreef het militaire antwoord tegen de gewapende oppositiegroepen op, ook met zwaar militair materieel. Bij de oppositiegroepen was er een toenemend aantal voormalige soldaten van het Syrische leger. Het regime bombardeerde volledige steden en dorpen, er vielen dagelijks dodelijke slachtoffers onder de betogers. Activisten werden opgepakt en er werden sancties opgelegd aan volledige dorpen die geen toegang meer genoten tot gas, elektriciteit, communicatie en in sommige gevallen ook voedsel. Er waren ook verslagen dat overheidstroepen aanvallen uitvoerden op ziekenhuizen en scholen.

Het gewapende verzet werd sterker en ontwikkelde zich steeds meer langs sectarische lijnen. Er waren dagelijks beelden van wreedheden, zowel door de overheidstroepen of door ‘rebellen’, in de media of op het internet. Bepaalde oorlogszones waren al verdeeld langs religieuze en sectaire lijnen, dat was het geval in onder meer Homs. De lokale coördinatiecomités riepen op tot wekelijkse betogingen op vrijdag. Om deze vreedzaam te houden, werd gewaarschuwd tegen het groeiende geweld in de oppositiebeweging in bepaalde delen van het land. In 2012 kwamen de regionale en internationale krachten steeds meer tussen in Syrië waardoor het sectaire en religieuze karakter van het conflict sterker op de voorgrond trad. Saoedi-Arabië, Qatar en Turkije gaven financiële steun en wapens aan oppositiebewegingen die pro-Westers en Islamistisch waren. Deze kregen ook bedekte steun van de VS. Tegelijk verklaarde een hoog geplaatste commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde dat er Iraanse troepen in Syrië waren om Assad te steunen.

Het conflict escaleerde met meer dan 100.000 doden en twee miljoen vluchtelingen. Hezbollah vervoegde het conflict om Assad te steunen. De Al-Qaeda gezinde milities veroverden terrein en het sectair geweld stond centraal. Van beide kanten kwamen er verschrikkelijke aanvallen op de burgerbevolking.

De situatie in Libië heeft veel gemeen met Libië waar de Westerse imperialistische interventie er mee voor zorgde dat een volksbeweging ontaardde in een sectair conflict. Het westen legde een regering op in de vorm van de Nationale Overgangsraad die het door oorlog verwoeste land probeert te controleren met een eigen militie. Honderden andere milities controleren elk hun eigen lap grondgebied en bestrijden elkaar, wat de miserie en het lijden van de werkende bevolking en de armen enkel versterkt.

De druk voor een directe interventie door het Westerse imperialisme nam toe. Het kwam echter niet zo ver, vooral door de brede oppositie in eigen land tegen een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten. Na het falen in Irak en Afghanistan was dat niet evident. Maar het akkoord met Rusland is fragiel en een interventie in de nabije toekomst blijft mogelijk. Zo’n interventie zou, net als dit bij vorige interventies het geval was, vooral leiden tot meer doden en meer lijden voor de werkenden en armen in Syrië. Het zou geen problemen oplossen, integendeel, het zou de problemen enkel groter maken.

De Syrische oppositie

De Syrische oppositie bestaat een groot aantal verschillende groepen. Ze kunnen in twee grote blokken opgedeeld worden. Het eerste is de NCRFSO (National Coalition of Revolutionary Forces and Syrian Opposition), een niet-verkozen alliantie opgezet in Doha, Qatar, met als belangrijkste onderdelen het Vrije Syrische Leger en de Nationale Syrische Raad, dat bestaat uit de Moslim Broederschap en de lokale coördinatiecomités. Het tweede blok bevat het Al-Nusra front dat tot Al Qaeda behoort en andere gewapende islamistische krachten.

Het eerste blok wordt geleid door de Nationale Syrische Raad, een organisatie die in 2011 in Istanbul werd opgezet. Het gaat om een pro-kapitalistische kracht die de steun van het Westen geniet alsook van de regionale tegenstanders van Assad. De belangrijkste actoren in het Vrije Syrische Leger zijn deserteurs van het Syrische leger, maar er zijn ook andere brigades. Het belang van de lokale comités is moeilijk in te schatten, het is een netwerk van lokale groepen die aanvankelijk tegen de gewapende strijd en tegen imperialistische interventie gekant waren, maar die niet in staat waren om deze te voorkomen en nu deel uitmaken van een pro-Westerse oppositiegroep die imperialistische interventie genegen is.

Het tweede blok speelt een steeds grotere rol in het proces en is verantwoordelijk voor enorme gruweldaden tegen de Syrische bevolking. Het verzet zich tegen Assad, maar de aanvallen zijn bepaald op etnische en religieuze basis. Niet enkel de troepen van Assad worden aangepakt, maar ook anderen. Het leidt tot een nieuwe burgeroorlog. Hier vinden we bijzonder reactionaire krachten die van de oorlog gebruik willen maken om een jihadistisch regime in Syrië te vestigen.

Links in Syrië

Binnen links was er heel wat debat over het karakter van het conflict en de houding die we moeten innemen. De linkse krachten die traditioneel verbonden zijn met de communistische partijen, waaronder de Portugese Communistische Partij, steunen de versie van Assad. Zij stellen dat het conflict van bij het begin een imperialistische aanval tegen het regime was omwille van de alliantie met Iran en dat het regime ‘anti-imperialistische’ zou zijn. Deze steun heeft een historische basis. Bij de vorming van het huidige regime, onder leiding van de vader van Bashar al-Assad, was dit deel van een reeks van Arabisch nationalistische regimes die in de jaren 1960 en 1970 in de hele regio aan de macht kwamen. De Syrische Communistische Partij maakt deel uit van de Syrische regeringscoalitie.

Al deze regimes schoven snel naar rechts op en zouden in de daaropvolgende decennia uiteindelijk het neoliberalisme omarmen en dat in samenwerking met de imperialistische landen. De belangrijkste handelspartner van Syrië voor 2011 was de VS. Tijdens de eerste Golfoorlog tegen Irak in 1990 steunde het Syrische regime de imperialisten. Politiek is het een brutale dictatuur die democratische rechten de kop indrukt, iedere vorm van oppositie tegenhoudt en de ontwikkeling van onafhankelijke arbeidersorganisaties verhindert.

Het kwam deels door het karakter van deze regimes dat er een ‘Arabische lente’ kwam, een golf van opstanden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Syrië was daar geen uitzondering op. Het bewind van Assad kan geen oplossingen bieden of een perspectief van een beter leven voor de werkenden en armen in het land.

Langs de andere kant is er een deel van links, waaronder de ‘Morenistische’ LIT (Internationale Arbeidersliga), die de situatie karakteriseert als een volksrevolutie, de meest vooruitgeschoven revolutie ter wereld. We denken dat dit een wel erg mechanische analyse is, waarbij meteen wordt voorbijgegaan aan het echte karakter van het conflict en van de krachten die eraan deelnemen.

De vraag is wat de achtergrond is van de gebeurtenissen in Syrië. Is het een volksrevolutie die tot een gewapend conflict is uitgegroeid? Of is de volksbeweging tegen de dictatuur ontaard, doorheen de directe en indirecte interventies van het imperialisme en haar regionale bondgenoten, in een sectair conflict dat zich doorheen de volledige regio dreigt te verspreiden?

Er was aanvankelijk een volksopstand, maar tegen eind 2011 was dit omgevormd tot een gewapend conflict langs sectaire lijnen. De LIT is voorstander van een ‘onvoorwaardelijke steun aan de rebellen’. Maar over welke rebellen hebben ze het dan? De kapitalistische oppositie die vanuit Istanbul en Qatar is opgezet of de islamistische milities?

Hoewel de LIT tegen een ‘imperialistische interventie’ is, roept het de regeringen wel op om wapens te sturen naar de ‘Syrische rebellen’. Dat is nochtans wat veel regeringen in het Westen en de Golfstaten vandaag al doen! Ze sturen de wapens naar de krachten die het beste hun belangen verdedigen. Is dat al geen indirecte imperialistische interventie? Zorgt dit niet voor illusies in de rol die imperialistische krachten spelen?

Door de ‘Syrische rebellen’ onvoorwaardelijk te steunen, neemt de LIT een standpunt in dat paradoxaal genoeg de tegenhanger is van de onkritische pro-Assad standpunten die anderen ter linkerzijde innemen. Het is een variant op het verhaal van het Volksfront waarbij iedere klassenanalyse aan de kant wordt geschoven om de kapitalistische en islamistische oppositie te steunen terwijl die de werkenden en armen in Syrië niets aan te bieden hebben. Integendeel zelfs.

Er werd zelfs een gelijkenis met de Spaanse Burgeroorlog gemaakt. Dat is een fout, in Spanje was er een revolutie met miljoenen arbeiders die actief op het toneel stonden in de strijd voor verandering. In Spanje was er duidelijk een progressieve kant die recht tegenover een reactionaire kant stond. Wat is de houding van de werkende bevolking in Syrië tegenover de escalatie in een burgeroorlog? Er is geen betrokkenheid van de werkende massa’s. Velen leven in angst ‘achter de linies’ of zijn op de vlucht gegaan naar andere delen van het land of naar het buitenland. De meerderheid van de bevolking ondergaat het sectaire conflict en de verschrikkingen die worden aangericht door zowel het regime van Assad als de ‘rebellen’.

Als ons gevraagd wordt aan welke kant we staan, is het antwoord eenvoudig: aan de kant van de arbeidersklasse en de arme massa’s. Het is de taak van marxisten om steun te geven aan de creatie van onafhankelijke organisaties van de arbeiders en armen, voor hun zelfcontrole en verdediging, voor strijd tegen de dictatuur van Assad maar zonder enige illusies in de burgerlijke en imperialistische troepen of de jihadisten die de bevolking enkel meer dood en miserie aanbieden.

 Onze mening:

  • Neen tegen imperialistische interventie! Terugtrekking van alle buitenlandse troepen uit Syrië en de regio!
  • Tegen iedere vorm van onderdrukking, de mensen moeten democratisch over hun eigen lot beslissen!
  • Voor de opbouw van verenigde verdedigingscomités die de werkenden en armen verdedigen tegen sectaire aanvallen van beide kanten!
  • Voor een revolutionaire grondwetgevende vergadering in Syrië!
  • Democratische en nationale rechten voor iedereen, erkenning van het recht op zelfbeschikking van de Koerdische bevolking!
  • Voor onafhankelijke vakbonden!
  • Voor een arbeiderspartij met een programma dat opkomt voor een herverdeling van het land en een socialistisch programma van publiek bezit en arbeiderscontrole op de sleutelsectoren van de economie!
  • Voor een democratische en socialistische confederatie van het Midden-Oosten en Noord-Afrika
    Naar boven