Text Size

Verkiezingen 2017: kolossale nederlaag voor bezuinigingskampioenen VVD en PvdA

Het belangrijkste feit van de landelijke verkiezingen van 15 maart 2017 is de kolossale nederlaag voor de bezuinigingspolitiek van VVD en PvdA. De PvdA verloor 29 zetels en de VVD 8, een enorm totaal van 37 zetels. Meer dan de helft van het aantal zetels kwijt dat nodig is om een regering te vormen: niets minder dan een scherpe afrekening met het afbraakbeleid van de afgelopen periode. De VVD en de media zullen de 33 zetels voor de VVD presenteren als een overwinning. De VVD heeft echter bij deze verkiezingen 8 zetels verloren en de gehoopte 50 zetels bij lange na niet gehaald. Van de PvdA is weinig meer over dan een romppartijtje. Het neoliberalisme van VVD en PvdA is massaal weggestemd. Dat is één.


De verliezers van de verkiezingen 2017: de grondleggers van het huidige kabinet

Artikel door Pieter Brans, Amsterdam

Een tweede belangrijk feit is dat de PVV niet verder is gekomen dan een magere 20 zetels. Zelfs met de wind van de asielzoekerscrisis van vorig jaar, de Brexit en de overwinning van Trump vol in de zeilen bleef de PVV een mopperpartij. Meer zetels dan in 2012, toen het gedoogkabinet nog aan Wilders kleefde, maar in vergelijking met het hoogtepunt in de peilingen (36 zetels in januari 2016) toch een tegenvaller.

Het meest opvallende resultaat van Wilders in de Nederlandse politiek is een eindeloze serie haatdragende en racistische tweets en opmerkingen. Zijn schandalige “minder Marokkanen” uitspraak deed hij op een kleine politieke bijeenkomst in een café. Het ene PVV lid Wilders mag de Djengis Khan zijn van Twitter maar zelfs tot het houden van een massabijeenkomst kreeg hij nooit voor elkaar. Zijn campagne bestond uit tweets en wat foldergelegenheden waar meer beveiligers en pers dan PVV’ers aanwezig waren. De bluf van Wilders lag even op straat toen Mark Rutte in een lijsttrekkersdebat duidelijk kreeg dat er helemaal geen Koranpolitie zou komen.

De rechtse lente is een leeglopende heteluchtballon gebleken. Behalve Wilders behaalden andere kleine rechtse partijen slechts marginale resultaten. Het gebrek aan succes voor Wilders nu betekent trouwens zeker niet dat het gevaar van extreem rechts geweken is. Andere partijen hebben veel items van de PVV overgenomen. Een ‘gewoon’ rechtse partij als de VVD en een uiterst rechtse partij zijn de twee grootste in Nederland. De dreiging die daarvan uitgaat, blijft.

Dat Wilders onder andere door zijn fletse campagne op 20 zetels is blijven steken, zegt ook weinig over het verloop van de verkiezingen in Frankrijk en Duitsland later dit jaar. Laat men zich in Europa niet rijk rekenen met de Nederlandse uitslag.

Natuurlijk zijn er partijen die profiteren van de leegloop van de PvdA en de VVD. Dat zijn Groen Links, het CDA en D66. Liberaal links met een groen randje, GL is daarvan het meest gegroeid. Behalve dat GL in het verleden het kabinet regelmatig aan een meerderheid heeft geholpen (de Kunduz-coalitie, weet u nog) belooft GL het e.e.a. op het gebied van vergroening en duurzaamheid, zeker in vergelijking met andere burgerlijke partijen. Sluiting van de kolencentrales, aanpakken van belastingontwijking, geen versoepeling van het ontslagrecht, meer geld naar hoger onderwijs zijn allemaal punten die veel jongeren hebben aangesproken.

Met de richting die GL inslaat is niet zoveel verkeerd. Maar GL heeft het socialisme niet als doel. GL mikt op hoogopgeleide bewoners van de Randstad, jonge professionals en intellectuelen. Arbeiders zullen zich niet snel aangesproken voelen door GL. Dat komt ook omdat GL al jaren lang deel uitmaakt van het “Haagse spel”. Het belangrijke deel van de Nederlands arbeiders dat alleen maar de nadelen van het neoliberalisme en de globalisering over zich heen heeft gehad, voelt zich ongemakkelijk bij het burgerlijk vooruitgangsgeloof van GL. De angst is groot dat ook na de kosten van de bankencrisis nu de kosten van de verduurzaming bij de arbeiders worden neergelegd.

Het CDA van nu kan niet in de schaduw staan van de machtige regerings- en bestuurderspartij van vroeger. Partijleider Buma speelt de rechthoekige politicus. Maar zijn pleidooien voor het staand zingen van het Wilhelmus op school, het afpakken van Maxima’s paspoort en de duizend jaar van traditie op het gebied van sekse gelijkheid (de vrouw geëmancipeerd in 1017?) hebben niet veel indruk gemaakt. Als “noorderling” mist hij een kiezersbasis in het Zuiden. D66 is de meest prominente pro EU partij van het hele stel en wil zelfs meer bezuinigen op de zorg dan de VVD. Het feit dat Groen Links, CDA en D66 meer stemmen hebben gekregen, kan alleen worden toegeschreven aan de instorting van VVD en PvdA.

De SP is helaas teruggevallen. In plaats van te kiezen voor een fundamentele oppositierol, voor een echte socialistische partij, heeft de SP-leiding opnieuw gekozen voor een rol als ‘gewone’ partij. De kiezers zien de SP dan ook als niet meer of beter dan één van de vele oppositiepartijen. En als gewone oppositiepartij is de SP in 2010 en 2012 al niet aantrekkelijk gebleken. Het potentieel van de partij bleek bij de verkiezingen van 2006 (25 zetels) en bij de peilingen van augustus 2012 (37 zetels). Dat potentieel is wel degelijk nog steeds aanwezig, maar dan moet de partij kiezen voor een andere koers dan de huidige. Een socialistische koers is de enige mogelijkheid om de SP uit zijn huidige stagnatie te krijgen. Zeker is dat de SP wat betreft koers en leiding in een crisis terecht komt.

In de komende periode zal er een nieuwe regering moeten worden gevormd. Dat zal gaan onder de leiding van de VVD, ondanks het verlies aan draagvlak. De uitslag is een zware nederlaag voor het bezuinigingsbeleid, maar de VVD voert stug de boventoon…

De VVD zal proberen het bezuinigingsbeleid van de afgelopen jaar met andere partijen dan de PvdA voort te zetten. Over de koers bestaat geen twijfel, maar het wordt lastig te organiseren. Daar zijn meerdere partijen voor nodig. Welke kant moet zo’n coalitie op? Hoe gaan de coalitiepartijen hun kiezers bedienen? Is de teleurstelling in het eigen programma bij een ingewikkelde coalitie niet ingebouwd? . Alle denkbare coalities hebben het nadeel van een ingewikkeld compromis en van stuurloosheid. Dat zal waarschijnlijk het kenmerk van de nieuwe coalitie zijn. Nieuwe verkiezingen zijn niet uitgesloten. Maar alleen als dat niet leidt tot een comeback van de PVV…Wat het regeren betreft, wordt het de komende periode crisistijd. Voor alle regeringspartijen dreigt afstraffing door de kiezer.

De vracht van problemen waaronder de arbeidersklasse in Nederland onder gebukt gaat, van lage lonen, het ontbreken van werkzekerheid, arbeidsomstandigheden (gevaar op het werk), werkdruk, hoge huren, hoge kosten voor gezondheidszorg, dure en vaak slechte mobiliteit, milieuproblemen (fijnstof bijvoorbeeld), hogere kosten voor onderwijs, zal door de uitslag van de verkiezingen niet minder worden.

Op een veel hoger welvaartsniveau dan honderd jaar geleden, lijken de omstandigheden voor de economische en politieke strijd van de arbeidersklasse veel op de periode voordat vakbonden en massale arbeiderspartijen op het toneel verschenen.

Uit een studie van Europese vakbonden blijkt het volgende: “In 21 van de 28 EU-landen groeiden de lonen minder hard dan voor de crisis van 2008. In een groep van zeven landen, waaronder Groot-Brittannië, Cyprus en Griekenland, houden werknemers gemiddeld minder over. Nederland zit in de middenmoot van veertien landen waar werknemers er niet op voor- of achteruit zijn gegaan.”

Vakbonden zijn verzwakt. Blijkt ook uit dit onderzoek. Zweden telt de meeste vakbondsleden, maar 36 procent van de werknemers is nog steeds een minderheid. Nederland zit met een schamele 7 procent zelfs onder het Europese gemiddelde van 17 procent…Tegenover welk nieuw kabinet dan ook, is de wederopbouw van de vakbeweging van het grootste belang voor de arbeiders om terug te kunnen vechten. Een offensieve aanpak van looneisen, arbeidstijdverkorting, werkzekerheid en betere omstandigheden is de beste manier om een begin te maken met het herstel van de vakbeweging.

De enorme groep werknemers in Nederland, (m/v, van welke achtergrond dan ook) en hun gezinnen heeft in Nederland geen politieke vertegenwoordiging. Van de oprechte pogingen van de SP om de kampioen van de werkenden en werklozen te worden, kun je in ieder geval zeggen dat deze niet effectief zijn gebleken, ondanks alle inspanningen van de leden. Te grote coalitiebereidheid, teveel nadruk op de top, te weinig mobilisatievermogen; het is nu aan de SP te kiezen voor voortmodderen of een andere toekomst. Nodig is een brede democratische arbeiderspartij, die na een periode van propaganda en verdediging van arbeidersbelangen op het politieke vlak (hogere lonen, werkzekerheid, vaste pensioenen, ingaan van AOW op 65, geen eigen risico in de gezondheidszorg) de weg in kan slaan naar het realiseren van een socialistische maatschappij.

Het hardnekkig voorbestaan van armoede, het mijden van zorg vanwege de kosten, de dreiging van werkloosheid en verlies van inkomen, de karige uitkeringen, het opdrijven van werklozen, discriminatie en racisme, de achteruitgang van het milieu: de zekerheid van de uitslag van de verkiezingen is dat een nieuw kabinet daar geen einde aan gaat maken. Geen van de 28 partijen op het stembiljet, geen van de 77 partijen die wilden deelnemen aan de verkiezingen gaat dat doen. Wij zullen het zelf moeten doen, georganiseerd in vakbondsorganisatie op het werk en een in een breed en democratisch socialistisch politiek alternatief, lokaal en in Den Haag, in aansluiting op het protest in de wereld tegen de bezuinigingen, Trump en het kapitalisme in het algemeen.