Text Size

Verkiezingen 2017: niet weer 4 jaar bezuinigen!

Een landelijk ochtendblad kopte recent:  “U denkt links en stemt rechts”. Als dat klopt, hebben de bazen in dit land het aardig voor elkaar…maar een vlaag van waarheid heeft het wel. Hoe kan het dat de stemming onder kiezers naar links neigt en de verkiezingen volgend jaar een rechts resultaat dreigen op te leveren? Hoe is het mogelijk dat een meerderheid vindt dat de pensioenleeftijd terug moet naar 65, dat het eigen risico in de zorg moet verdwijnen en dat we een parlement en een regering krijgen die daar niet over piekeren?

 

Artikel door Pieter Brans, Amsterdam

Nuchter bekeken is de keus bij de komende algemene verkiezingen in Nederland (15 maart 2017) die tussen rechts en rechtser, tussen conservatief of terug naar het Nederland van vroeger. De VVD of de PVV wordt de grootste partij. Ook allerlei kleinere groeperingen proberen op rechts een graantje mee te pikken.

De ondernemersklasse zet in op voortzetting van het neoliberale bezuinigingsbeleid. Dat kan niet meer met de leeggezogen PvdA. Maar wel met een ruime keus aan andere partijen. De belangen van de arbeiders komen hier niet aan te pas. Die zijn wel van mening dat de AOW-leeftijd terug moet naar 65, dat bedrijven gewoon belasting moeten betalen, dat het minimumloon en de AOW omhoog moeten en dat het eigen risico in de zorg moet verdwijnen, maar er zal bij de verkiezingen alles aan worden gedaan om dat weg te poetsen. Hoe kan dat zomaar gebeuren en wat is er aan deze situatie te doen? Nog vier jaar dit beleid is onaanvaardbaar.

Het is duidelijk dat er in Nederland geen brede partij is die de belangen van de arbeiders vertegenwoordigt. De SP heeft de rol van brede arbeiderspartij de afgelopen jaren helaas niet kunnen waarmaken. De aanzet van de SP was veelbelovend. Toen de PvdA de arbeidersklasse definitief de rug toekeerde in 1994 met het eerste paarse kabinet, lagen er grote kansen voor de SP. Die werden niet minder toen de PvdA met Balkenende ging regeren en Bos de banken redde met belastinggeld. En die kansen lagen er ook de afgelopen jaren tijdens het langdurig bezuinigingsfestival van de Rutte II. In enkele decennia, waarin de PvdA voortdurend in de regering zat ging Nederland van een welvaartsstaat naar een land waar armoede, kinderarmoede (400.000!), werkloosheid, studieschulden en verwaarloosde bejaarden heel gewoon waren.

In 2006 met 25 zetels in de Tweede Kamer, in 2012 bij de verkiezingen met grote verwachtingen voor de SP, lag de bal zowat op de stip. Helaas slaagde de SP-leiding er niet in om te scoren. Dat lag niet aan een gebrek aan bereidheid om water in de wijn te doen, zoals de burgerlijke media nog regelmatig uitdragen. Het lag aan het omgekeerde. De SP was bereid om veel van zijn programma in te leveren om in samen met anderen te besturen. “65 blijft 65” opgeven in de aanloop naar de verkiezingen in augustus 2012 om samen met anderen te regeren, is daar het duidelijkste voorbeeld van. Jammer genoeg drukte dit soort optreden aan de top de vele goede acties die de SP aan de basis voerde naar de achtergrond. Het helaas geldt hier niet voor de partijtop. Die redt zichzelf wel. Maar deze situatie was meer dan spijtig voor de arbeiders die hierdoor een sterke kampioen moesten missen en veel terrein verloren. Aanzetten om de SP op een linksere koers te brengen, werden geblokkeerd, o.a. door royementen.

In 2016 is de situatie niet verbeterd. De strategie van de partijleiding is om door een serie van lokale bestuurscoalities (Amsterdam, Utrecht) aan te tonen dat de SP ook in de landsregering een coalitiepartner kan zijn. Alleen, met wie dan? Regeren met de PvdA, waar het bezuinigingsbeleid nu tot in het DNA van deze partij is doorgedrongen? Regeren met Groen Links, waarvan de steun voor Uruzgan en ondernemerschap (als het maar groen is) nog vers in het geheugen ligt? En als we het verleden dan maar laten rusten, valt er van deze partijen steun te verwachten voor het verhogen van de AOW, het minimumloon en 65 wordt weer 65? En wat voor zin heeft het streven om met deze partijen te regeren als ze samen zo weinig zetels halen? Waarom blijft trouwens bij de ineenstorting van de steun voor de PvdA de SP nog steeds op 15 zetels steken?

Laten we duidelijk zijn. De kern van het verkiezingsprogramma van de SP is uitstekend: de verhoging van het minimumloon en de AOW met 10%, verhoging van het sociaal minimum, AOW bij 65, een nationaal zorgplan zonder eigen risico, belastingheffing op multinationals en miljonairs, verlaging van de huren en meer betaalbare huurwoningen en tenslotte het weer invoeren van de studiebeurs. Waard om de strijd voor aan te gaan. Maar willen we deze punten realiseren, dan kunnen we het ons niet permitteren om op de verkiezingsuitslag te vertrouwen. Deze punten zijn met burgerlijke partijen niet te realiseren. Met de PvdA of de VVD terug naar 65? Met het CDA en D66 belasting heffen op de rijken? Met GL terug naar 65 of lagere huren? Het ene punt ligt bij de één wat makkelijker bij de ander, zo is GL ook voor het afschaffen van het eigen risico in de zorg, maar over het geheel genomen is voor dit terechte programma de tegenwerking vele malen groter dan de bereidheid om er het te realiseren, aangemoedigd door de media met de kreet “Dit kost allemaal miljarden”. Deze partijen zullen zich met hand en tand verzetten tegen het terugdraaien van de afbraak en het belasten van rijken en ondernemingen  Dit programma moet er komen, maar dat gaat niet lukken met coalitievorming. Dat kan alleen door een brede maatschappelijke strijd, samen met de vakbeweging.

Door dit helder aan de kiezer over te brengen, heeft de SP opnieuw een kans om te groeien. Slaagt de SP er niet in om deze kans grijpen, dan zullen arbeiders sneller tot de conclusie komen dat een bredere arbeiderspartij nodig is. Een brede arbeiderspartij, gericht op actie en democratisch georganiseerd om deze punten te realiseren, de strijd tegen de bezuinigingen effectief te voeren, de arbeidersklasse een nieuw politiek gezicht te geven en de eerste stappen te zetten in de richting van een socialistische samenleving.