Text Size

Wilders' Nederland

Barbara Veger hield bij het Socialisme weekend in Brussel afgelopen maart een inleiding over de rol van Geert Wilders in de Nederlandse politiek. Dit was in het kader van een paneldiscussie ter ere van het twintigjarig bestaan van de Belgische Blokbuster campagne, vernoemd naar het Vlaams Blok, de oude naam van het huidige nationalistische Vlaams Belang. We plaatsen Barbara's inleiding integraal online.

De afgelopen jaren hadden we in Nederland eerst Fortuyn en dan Wilders. Rechtse populisten lijken enorm te kunnen scoren bij verkiezingen. Van waar komt deze vorm van 'knetterrechts' en wat betekent dit voor anti-fascisten?

Bij de afgelopen provinciale statenverkiezingen in Nederland heeft de PVV van Wilders wederom flink gescoord. De PVV haalde 12% van de stemmen; De PVV van Wilders helpt bovendien het huidige minderheidskabinet CDA-VVD aan een meerderheid door deze gedoogsteun te geven. We zien dus weer een enorme opkomst van een rechts populistische partij, na de opkomst van Fortuyn en zijn LPF in 2001. Het is dus een terechte vraag, hoe het komt dat “knetterrechts” zo goed kan scoren bij verkiezingen in Nederland.

Een duidelijke trend in Nederland sinds begin jaren negentig, is de enorme onvrede en desillusie in de gevestigde politiek. Er waren grote politieke verschuivingen bij verkiezingen: de groei van de extreemrechtse centrumdemocraten in 1994, de enorme winst voor Pim Fortuyn in 2001 en op meerdere momenten grote winst voor de Socialistische Partij. CDA en PvdA daarentegen hebben de steun die ze halen in verkiezingen zo’n beetje zien halveren.

Daar is ook een reden voor. Er is jarenlang door de gevestigde politieke partijen een enorm afbraakbeleid gevoerd. De sociale zekerheid werd uitgekleed, sociale voorzieningen afgebroken of geprivatiseerd, zorg en onderwijs holden achteruit.

De sociaaldemocratische PvdA werd tientallen jaren lang door veel arbeiders beschouwd als hun partij; er was dus een enorme teleurstelling dat juist de PvdA in diverse regeringen de aanval inzette op jongeren en arbeiders. De PvdA is in feite een neoliberale partij geworden met een sociaal sausje erover heen.

Het vacuüm ter linkerzijde dat ontstond door de enorme verrechtsing van de PvdA, werd voor een deel opgevuld door de SP, een voormalige maoïstische groepering. De SP groeide fors in de negentiger jaren en haalde in 2006 zelfs 17% van de stemmen. Maar ook de SP kiest niet consequent tegen het neoliberale afbraakbeleid. De SP is steeds meer bereid haar linkse standpunten in te slikken om maar mee te mogen regeren. De SP wordt steeds minder gezien als een protestpartij, en steeds meer als deel van het establishment. De SP zoekt steeds meer kritiekloos de samenwerking met de PvdA.

Maar recent was het een PvdA-minister die tientallen miljarden aan gemeenschapsgeld uitgaf om de bankiers te redden, waar nu de gewone arbeiders en jongeren de rekening voor gepresenteerd krijgen. De laatste jaren sinds het uitbreken van de kredietcrisis zijn de aanvallen op de levensstandaard steeds scherper geworden. Bovendien steeg de werkloosheid ook in Nederland fors, met 130.000 mensen, om daarna maar een klein beetje te dalen. Voor de meeste mensen betekent het leven heel veel onzekerheid of ze hun baan kunnen behouden, steeds hogere rekeningen voor zorg, voor kinderopvang etc.

Het is tegen deze achtergrond dat de PVV kan scoren en kan profiteren van de enorme onvrede met het politieke establishment..

Natuurlijk spelen racistische vooroordelen een rol bij de winst voor de PVV. Racisme is flink ingeworteld geraakt in Nederland gedurende de laatste 20 jaar, niet in de laatste plaats omdat ook de gevestigde politieke partijen en de media racisme aanwakkeren. Tegenwoordig kan een zeer populair tijdschrift de kop “kutmarokkanen” voeren op de voorpagina; politici van gevestigde partijen ijveren evengoed voor een keihard immigratiebeleid, ageren tegen Marokkaanse jongeren, voeden angst voor moslimterrorisme….. De VVD kwam onlangs zelfs met het plan om migranten, die het Nederlands niet voldoende beheersen, uit te sluiten van een bijstandsuitkering!

Het is duidelijk dat de PVV zich vooral bedient van racisme, nationalisme en een keihard “law en order”-standpunt. Bekende voorbeelden zijn de kopvoddentaks (de belasting op hoofddoekjes van moslima’s die de PVV wil invoeren) en de tuigdorpen (een soort strafkampen voor criminelen). De schuld van alle problemen wordt door Wilders bij de moslims gelegd. De verzorgingsstaat is volgens de PVV een afhaalloket voor lanterfanterende moslimimmigranten geworden. De verzorgingsstaat zou alleen overeind gehouden kunnen worden door migranten er van uit te sluiten.

Maar hoewel de PVV incidenteel gebruik maakt van fascisten om handtekeningen te krijgen voor deelname aan verkiezingen, heeft het geen kader dat geschoold is in fascistische ideeën. Sterker nog, er is nauwelijks sprake van een kader of van een partij: Wilders is het enige lid van de PVV, waarschijnlijk omdat hij doodsbang is om controle te verliezen over de PVV. Voorstellen vanuit de PVV fractie om een jongerenorganisatie op te zetten werden door Wilders tegengehouden. De PVV heeft dus geen leden, is geen beweging, heeft geen straatvechters of knokploegen. Dat is een wezenlijk verschil met neofascistische partijen, die wel degelijk knokploegen organiseren om migranten en linkse mensen te intimideren en fysiek aan te vallen. De PVV daarentegen is puur een electoraal vehikel.

De PVV is vooral populistisch, ze bedient zich vaak van ogenschijnlijk sociale retoriek. Er was bv heel veel woede onder arbeiders en jongeren dat zowat alle partijen de pensioenleeftijd wilde verhogen van 65 naar 67 jaar. Alleen de SP en de PVV waren tegen, en daarvan riep de PVV het hardst dat ze de verhoging van de pensioenleeftijd niet zou accepteren. Ook heeft de PVV steeds geroepen dat de zorg met name voor ouderen, verbeterd moet worden en dat er geld moet komen voor 10.000 verpleegkundigen extra. De PVV roept ook dat ze tegen de enorme salarissen voor politici is, tegen afbraak van de studiefinanciering, tegen een nieuwe missie in Afghanistan, tegen afbraak van WW-uitkeringen en het ontslagrecht…. Natuurlijk is de PVV bereid dergelijke “sociale” standpunten meteen weer in te slikken; een dag na de verkiezingen draaide de PVV helemaal om en was de pensioenleeftijd geen breekpunt meer voor regeringsdeelname. Maar nog steeds brengt Wilders het beeld van hemzelf naar voren als een soort rebel, die lak heeft aan de politieke elite, en die opkomt voor de gewone mensen.

Een andere factor is dat een deel van het establishment bereid is steun te geven aan Wilders en zelfs met hem in zee wil gaan als gedoogsteun voor de huidige regering. CDA en VVD hebben Wilders nodig, niet alleen om een meerderheid te creëren voor hun regering, maar ook om de aandacht af te leiden van de enorme bezuinigingen van 18 miljard die ze willen doorvoeren. Ze hebben liever dat de onvrede van de kiezers een veilige uitlaatklep krijgt bij rechtse populisten zoals Wilders, die geen bedreiging vormen voor het kapitalisme, ook al is Wilders een instabiele factor, een ongeleid projectiel.. CDA en VVD hebben liever dat de schuld van de werkloosheid, de slechte sociale voorzieningen, door Wilders in de schoenen van migranten wordt geschoven. Zo blijven zijzelf en hun systeem buiten schot. Het is de oude verdeel-en-heers politiek waar niet alleen Wilders, maar ook de gevestigde neoliberale partijen niet vies van zijn.

Het rechts populisme kent echter zijn beperkingen. In de VS hebben we de opkomst van de Teaparty gezien, mede door enorme aandacht en steun die deze in de media kreeg. De Teaparty is een partij die Republikeins conservatisme combineert met een lading racisme, homohaat en aantrappen tegen het politieke establishment. Veel mensen zagen de opkomst van de Teaparty als het bewijs dat de Amerikaanse bevolking verrechtst is, maar dit klopt niet. Er is in de VS enorm veel onvrede over de crisis, de werkloosheid en de onzekerheid, het redden van de bankiers op kosten van de gemeenschap; er is een enorme desillusie in Obama die evengoed neoliberale politiek uitvoert. Er is een enorme woede tegen het politieke establishment; bij gebrek aan een duidelijk links alternatief kunnen rechtse populistische krachten zoals de Tea Party deze onvrede tijdelijk kapen. Maar dat is zeer beperkt. De beweging in de staat Wisconsin toonde dat aan. De republikeinse gouverneur Scott Walker, gesteund door de Tea Party, zette een keiharde aanval in op vakbondsrechten. Hij wilde werknemers van de openbare sector het recht op collectieve onderhandelingen ontzeggen; het was een regelrechte poging de vakbonden te breken. Als hij daarin zou slagen, zouden de rechten van geen enkele arbeider of werkloze veilig zijn.

Maar in een reactie op deze aanval kwamen tienduizenden arbeiders en jongeren op straat, er waren zelfs 100.000 betogers op 26 februari. Leraren, bouwvakkers, auto- en metaalarbeiders, brandweer en politie, jongeren kwamen massaal in actie. 8000 betogers bezetten het parlement van de deelstaat, mede geïnspireerd door de revolutie in Egypte. De tegendemonstratie van de Teaparty ter ondersteuning van de republikeinse gouverneur trok slechts enkele honderden mensen.

Dit toont het enorme potentieel van de arbeidersbeweging. Ook in Nederland zien we een toename van protest; 20.000 studenten kwamen op straat tegen de onderwijsbezuinigingen, er waren acties van postbodes, van werkers in OV, van werkers in de cultuursector; 10.000 werkers in de publieke sector demonstreerden in februari tegen afbraak van de openbare diensten.

Deze acties hebben echter een politieke vertaling nodig, we hebben een partij nodig die consequent opkomt voor de belangen van jongeren en arbeiders, een antwoord heeft op de verdeel-en-heers-politiek, die een alternatief biedt op het kapitalisme en de besparingspolitiek die er uit voort komt. Op het moment dat links en de arbeidersbeweging in beweging komen en een links alternatief naar voren brengen, worden rechtse luchtkastelen snel doorgeprikt.

In de eerste helft van de jaren negentig voerden we in Nederland met Jongeren Tegen Racisme enorm veel actie tegen de opkomst van de extreemrechtse centrumdemocraten. Dat duizenden jongeren in die jaren de straat op kwamen tegen racisme, was zeker een factor bij het afkalven van extreemrechts. Maar meer nog nu dan toen, is het nodig mensen een alternatief te bieden voor de enorme problemen waar ze mee geconfronteerd worden zoals werkloosheid, armoede, slechte huisvesting en onbetaalbare zorg en onderwijs; en duidelijk te maken dat deze problemen niet veroorzaakt worden door migranten, maar door het kapitalistisch systeem.

Het beste antwoord op rechts populisten zoals Wilders en de Tea Party is dan ook het opbouwen van een strijdbeweging die blanke en migrantenjongeren en arbeiders verenigt, voor banen, goed onderwijs, sociale voorzieningen etc., en van een partij die een socialistisch alternatief biedt op het kapitalisme, dat geen toekomst biedt voor de meerderheid van de bevolking.