Text Size

Zuid-Afrika: Mijnwerkers gaan confrontatie met kapitalistische uitbuiting aan

Het georkestreerde bloedbad waarbij op 16 augustus 34 stakende mijnwerkers in het Zuid-Afrikaanse Marikana werden omgebracht, zorgde voor een schok onder de volledige werkende bevolking van het land. Het doel van het bloedbad was om de winsten van de mijnbedrijven en de belangen van de investeerders veilig te stellen.

Artikel door Christian (België)

De regering wilde ook een einde maken aan de revolte die de sociale verhoudingen op haar grondvesten deed daveren. Na Marikana en de daaropvolgende stakingsacties is meer dan ooit duidelijk dat met de historische verkiezing van het ANC in 1994 wel een einde kwam aan de apartheid maar niet aan het brutale kapitalisme. Vandaag zijn er in en rond het ANC en de vakbondsleiding ook zwarte kapitalisten opgestaan. Voor de gewone bevolking gaat de oude uitbuiting en onderdrukking ondertussen gewoon door. Na Marikana neemt het actieve verzet een uitbreiding.

Overwinning in Lonmin zet de toon

Het bloedbad van 16 augustus was een poging om de staking bij Lonmin te stoppen. Het leidde echter tot een escalatie van het protest en een brede solidariteit. De regering moest het offensief stoppen en na een uitbreiding van de stakingsacties in andere mijnen werd zelfs een substantiële loonsverhoging bekomen. De mijnwerkers kregen tot 22% opslag.

Deze overwinning heeft niet alleen geleid tot een verdere opmars van arbeidersstrijd in Zuid-Afrika maar heeft ook verregaande politieke gevolgen. Als een lopend vuur verspreidden de stakingsacties zich doorheen de volledige mijnsector. Bij Lonmin was immers aangetoond dat strijd loont. Sinds augustus gingen ongeveer 100.000 arbeiders in staking, waarvan 75.000 in de mijnsector. Multinationals als Anglo American en Gold Fields probeerden het protest te stoppen door duizenden mijnwerkers af te danken, maar de stakingsacties gaan door. Ondertussen vrezen de autoriteiten dat de stakingsacties zullen overslaan naar de publieke sector.

Strijdbare tradities

Doorheen deze stakingsbeweging zoekt de arbeidersklasse aansluiting bij haar revolutionaire tradities. Het waren deze tradities en de grote deelname van onderuit die een beslissende rol speelden in de strijd tegen de apartheid. Het ANC was daar een politieke uitdrukking van. Het ‘Freedom Charter’ van het ANC riep in 1955 nog op tot de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie (mijnen, banken, industriële monopolies,...) opdat de volledige bevolking zou kunnen genieten van de rijkdommen van het land.

Er waren pogingen om het groeiende verzet met geweld te stoppen, zo was er het bloedbad van Sharpeville in 1960 of de onderdrukking van de revolte in Soweto in 1976. De repressie kon de opmars van de arbeidersklasse en haar organisaties niet verhinderen. In 1985 werd de radicale vakbondsfederatie Cosatu opgezet toen verschillende vakbonden besloten om samen te werken. Het programma van Cosatu was duidelijk: “Socialisme betekent vrijheid”. Verschillende algemene stakingen speelden een belangrijke rol in het beëindigen van de apartheid.

ANC verdedigt belangen van de bazen

De val van de stalinistische dictaturen in het Oostblok leidde tot een neoliberaal ideologisch offensief waarbij de Europese sociaaldemocratische partijen op versneld tempo afrekenden met hun vroegere actieve arbeidersbasis. Ook het ANC nam een bocht naar rechts, wat een akkoord met het apartheidsregime van FW De Klerk gemakkelijker maakte. Dat akkoord leidde tot de eerste vrije verkiezingen van 1994 waarbij het ANC aan de macht kwam. Toen al was duidelijk dat de partij de belangen van het kapitalisme niet zou bedreigen. Er werd niets fundamenteel gedaan aan de bestaande ongelijkheden. Met het einde van de apartheid kwam er beperkte verandering, voortaan mochten zwarten stemmen en er ontstond een erg kleine laag van rijke zwarten die deel gingen uitmaken van de Zuid-Afrikaanse burgerij die voorheen exclusief blank was.

Eens het ANC aan de macht was, kwamen er enkele programma’s van heropbouw en ontwikkeling. Maar er werd bijzonder weinig gedaan om de belangen van de meerderheid van de bevolking te dienen. Het antikapitalistische programma uit het verleden werd overboord gegooid en vervangen door een agressief neoliberaal programma. Publieke diensten zoals water en elektriciteit werden geprivatiseerd waarbij heel wat afdankingen plaatsvonden. Samen met de breed verspreide miserie en de grote sociale ongelijkheden, zorgde dit voor een enorme ontgoocheling onder de bevolking.

Spanningen aan de top

Het ongenoegen tegenover het neoliberale beleid van het ANC en haar alliantiepartners COSATU en de Communistische Partij (SACP), zorgde eerder voor spanningen binnen de leiding van de partij. In december moet een nationaal congres van het ANC beslissen of president Zuma een nieuw mandaat van vijf jaar krijgt als voorzitter van de partij en daarmee ook als president van Zuid-Afrika. De huidige vice-voorzitter van het ANC, Kgalema Motlanthe, zal mogelijk zijn plaats innemen. Niet dat dit voor verandering zou zorgen, de verschillende fracties binnen het ANC staan voor eenzelfde neoliberale beleid.

Dat geldt ook voor Julius Malema, de vroegere jongerenvoorzitter van het ANC die in april uit de partij werd gezet. Malema probeerde zich voor te doen als een medestander van de mijnwerkers. Hij betuigde zijn steun aan de staking en aan de eis van de nationalisatie van de mijnsector. Maar de politieke toekomst van Malema is onzeker gezien zijn betrokkenheid bij een witwasschandaal. Als eigenaar van verschillende luxueuze huizen en bijhorende sportwagens, wordt Malema niet bepaald gezien als een vertegenwoordiger van de arbeidersklasse.

Het ANC en zijn partners hebben weinig marge om toegevingen te doen aan de arbeiders. Er is een grote druk van de kapitalistische broodheren. Ratingbureau Moody’s heeft de kredietwaardigheid van Zuid-Afrika al verlaagd en ook de Rand, de Zuid-Afrikaanse munt, verliest terrein.

Protest van onderuit

In de stakingsbeweging voor hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden zijn de arbeiders eigen organisaties aan het opzetten. De mijnwerkersbond NUM heeft een revolutionair verleden, maar werpt zich nu op als stakingsbreker. COSATU was verplicht om enige kritiek op de NUM te uiten, maar onder de meest bewuste lagen is het vertrouwen in COSATU evenmin erg groot. De onafhankelijke vakbond AMCU werd aanvankelijk in de media vermeld als organisator van de stakingsacties, maar in werkelijkheid speelde deze vakbond amper enige rol.

De stakingsacties worden vooral gedragen door de zelforganisatie van de arbeiders die lokale stakerscomités hebben opgezet die nu ook verbonden zijn in een nationaal stakerscomité dat een groeiende invloed heeft in de arbeidersbeweging.

De Democratic Socialist Movement, zusterorganisatie van LSP in Zuid-Afrika, kwam met haar beperkte krachten tussen om de stakingsacties en de vorming van stakerscomités te ondersteunen. Onze kameraad Mametlwe Sebei werd een van de centrale woordvoerders van het stakerscomité in de regio Rustenburg. Hij werd meermaals aangehaald in de nationale en internationale media en gebruikte die aandacht om op te roepen tot de vorming van onafhankelijke stakerscomités die niet verbonden zijn met de traditionele vakbonden en tot het opzetten van solidariteitscomités. Hij riep ook op om de strijd nationaal te coördineren, bijvoorbeeld met een nationale algemene staking. Ideeën zoals de opbouw van een nieuwe brede arbeiderspartij of de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie onder arbeiderscontrole winnen terrein onder de Zuid-Afrikaanse arbeiders.

Binnen het kader van het kapitalisme is het niet mogelijk om alle Zuid-Afrikanen een degelijk leven aan te bieden. Dat heeft bijna 20 jaar ANC-bewind intussen wel aangetoond. In plaats van verder te gaan in de neerwaartse spiraal die voor de meerderheid van de bevolking enkel maar miserie, criminaliteit en uitzichtloosheid biedt, is er nood aan een socialistische omvorming van Zuid-Afrika en het hele Afrikaanse continent.

De Zuid-Afrikaanse arbeidersklasse staat voor een enorme taak en moet daarbij opbotsen tegen een burgerij die haar belangen met alle mogelijke middelen verdedigt. Wij kunnen dat ondersteunen door te bouwen aan een solidariteitsbeweging onder de arbeiders. In de anti-apartheidsstrijd hebben we gezien dat zo’n solidariteit een belangrijke rol kan spelen.