Text Size

Vakbondsverzet: weg met het werkgeversparadijs!

FNV demo voor koopkracht en echte banen“Macht werkgevers onaantastbaar”. Nee, dit zijn geen woorden uit een obscure Marxistische publicatie, maar dit is de kop van een opmerkelijk artikel in “De Volkskrant” van 30 november. Normaal gesproken blijven dit soort waarheden een beetje verborgen in de burgerlijke media, het zou eens tot ongewenste conclusies kunnen leiden…Het meest opmerkelijke is misschien dat ze het nu zo openlijk zeggen. Dat ze er zo open over zijn, maakt duidelijk dat ze menen dat de kans op verzet of oppositie nul is. De werkgevers zijn de baas…ironisch genoeg was de dag van publicatie ook de dag van het begin van een campagne van de FNV voor hogere lonen en echte banen; 10.000 vakbondsleden waren daar in actie.

Artikel door Pieter Brans, Amsterdam

De kop “werkgeversparadijs” klopt natuurlijk. Het artikel geeft daarvoor een aantal argumenten. Het legt uit dat alle politieke partijen, behalve de PVV en de SP, de heerschappij van de werkgevers ondersteunen. Elke coalitieregering bedient ze. De PvdA, die de verkiezingen in 2012 samen met de VVD won, staat stevig aan hun kant. De gemeenteraadsverkiezingen in 2014 en de Europese verkiezingen kunnen ze het nog een beetje moeilijk maken en het gebrek aan steun voor het bezuinigingsbeleid van VVD en PvdA duidelijk maken, maar de verkiezingsuitslagen vormen geen bedreiging voor de coalitie. Alleen de Provinciale Statenverkiezingen in 2015 zijn een risico, omdat zij de Eerste Kamer kiezen.

Hier moet gezegd dat de vorige regering, waar de PVV in zat, ook de werkgevers en hun bezuinigingen ruim bediende. En ook een coalitie waar de SP deel van uitmaakt zou niet zonder meer een reëel gevaar vormen voor de werkgevers. De PvdA die zonder enige twijfel ook in zo’n coalitie zou zitten, zou daar wel voor zorgen. De SP leiding is helaas vast overtuigd van de noodzaak tot het sluiten van coalities en het maken van compromissen, de partij gehoorzaamt in de regel. Wij zijn niet principieel tegen het sluiten van coalities, maar die moeten worden beoordeeld op resultaten. En meestal zijn die bedroevend.

Het artikel in “De Volkskrant” legt verder uit dat wat de belastingen betreft, de werkgevers ook niets te vrezen hebben. De winstbelasting is nu zo laag dat maar 6% van het inkomen van de staat daar vandaan komt. En volgend jaar gaat die nog naar beneden (4,8%). De overheid geeft belastingvoordelen aan bedrijven zodat ze hun verliezen na het uitbreken van de kredietcrisis sneller kunnen afschrijven. Omdat bedrijven niet investeren en werknemers op grote schaal ontslaan, hebben zij 162 miljard Euro in kas volgens de Nederlandse Bank. Verder is Nederland het tweede grote belastingparadijs in de wereld. Grote bedrijven zoals Starbucks, Google en ook de Rolling Stones hebben hier hun hoofdkantoor omdat het zo voordelig is…

De derde reden waarom Nederland een werkgeversparadijs is volgens het artikel , is de zwakte van de vakbonden. Na een interne strijd en een forse reorganisatie onder leiding van PvdA-politica Klijnsma (nu staatssecretaris van Sociale Zaken en verantwoordelijk voor het uitkleden van de bijstand), krijgen de bureaucraten die loyaal zijn aan de PvdA een sterke positie, net voor de verkiezingsoverwinning van de PvdA in september 2012. Maar de vakbeweging is dan “op sterven na dood”. “Aan de werkgevers de keus om het met een welgemikte dolkstoot af te maken, of zaken te doen door serieus te overleggen. Na ampel beraad kiezen ze voor het laatste. Ze hebben een sterke tegenhanger nodig.” Natuurlijk overdrijft het artikel de macht van de werkgevers, de vakbeweging is niet zomeer weg te poetsen, maar de werkgevers hebben inderdaad veel greep op wat er in de vakbeweging gebeurt.

Ze sluiten het “Sociaal Akkoord” met de vakbonden en de regering. Voor de werkgevers is het belangrijk dat de bonden gematigd blijven en een vakbondsleiding te hebben met wie ze “zaken kunnen doen”. “Het activistische ‘SP-deel’ van de  vakbeweging is er nog steeds, maar voorlopig op de achtergrond. Zo is de sociale rust in het land, die al dertig jaar duurt, weer verzekerd – hoe anders dan bijvoorbeeld in België of Frankrijk.”

De vierde factor is loonmatiging. Begin jaren tachtig sloten de werkgevers en de vakbonden het “Akkoord van Wassenaar”. Het kwam erop neer dat de automatische prijscompensatie door Wim Kok werd weggegeven in ruil voor banen die er nooit gekomen zijn. (Wij noemden dit akkoord destijds het “Verraad van Wassenaar”: de vakbeweging had jarenlang met succes gestreden voor het behoud van de prijscompensatie) De enige banen die er ooit gekomen zijn, waren minder betaalde parttime banen (voor vrouwen) of laagbetaalde banen in de dienstensector. Banen in de industrie met goede lonen en pensioenen werden weggevaagd. Het succes van dertig jaar loonmatiging is nu een groot probleem voor de Nederlandse economie. De exportsector vertoont wat herstel maar de binnenlandse markt is een ramp. Met beperkt krediet en  enorme bezuinigingen in de publieke sector, betekent het lage loonniveau permanente depressie voor de binnenlandse markt, het grootste deel van de economie. 

Sommige burgerlijke economen beargumenteren dat hogere lonen nodig zijn om de economische problemen op te lossen. Ze wijzen er terecht op dat het herstel in de jaren dertig sneller verliep dan nu. Maar de werkgevers blijven tegen, want het zou de export in gevaar brengen. Beperkte groei van de exportsector was verantwoordelijk voor de belachelijk kleine groei van het BNP van 0,1%. Het komt erop neer dat door de verkoop van een paar zakken friet aan het buitenland de groei net in de plus kwam. De regering riep onmiddellijk het einde van de recessie uit, maar dat geloofde niemand. Vooral omdat de OECD nog wel de volgende dag alweer een nieuwe recessie voor volgend jaar voorspelde. De vierde is dat trouwens al. Maar het laag houden van de lonen blijft overeind. Het Volkskrant artikel concludeert dan ook “de politieke en ideologische hegemonie van de werkgevers is zo diep verankerd dat die bijna vanzelfsprekend lijkt.”

Het moet worden toegegeven dat het lastig is om een realistischer beeld van Nederland te schetsen dan in dit artikel. Maar net als in andere Europese landen zijn de economische vooruitzichten beroerd. Jaren, misschien tientallen jaren van stagnatie en massale werkloosheid liggen voor ons. De heerschappij van de werkgevers mag op dit moment onaantastbaar zijn, maar dit is alles wat zij te bieden hebben. Ze genieten nu van hun ‘totale overwinning’ maar het gebrek aan groei en vooruitzichten zal hun gezag aantasten. Zij zijn de keizers van een land dat pas weer groeit als de economische zombies (zoals de banken) weer tot leven komen. Bij de triomftochten van Romeinse veldheren kregen zij tenminste iemand naast zich die ze influisterde dat ze sterfelijk waren...

In de Nederlandse media klinkt een enkele keer kritiek. Soms zijn er berichten dat de bezuinigingen de economie schaden, er is ook wat kritiek op al te openlijke uitingen van racisme, er is soms aandacht voor de positie van buitenlandse arbeiders bij tunnels en wegen die voor de overheid worden gebouwd en de media besteden aandacht aan de groei van de armoede. In de grote steden is 15% van de bevolking arm. 1,3 Miljoen mensen moeten van een laag inkomen rondkomen (43% daarvan heeft een baan!) en schokkend genoeg zijn er tegen de 400.000 kinderen die in armoede leven. Maar artikelen over deze toestanden veranderen de situatie helaas niet. 

Links is in Nederland behoorlijk geïsoleerd. Als er een prijs zou zijn voor frequente begrafenissen en doodverklaringen, zouden Marx, het socialisme, de vakbonden, links, de SP die met gemak in de wacht slepen. Maar ondanks de voorkeur voor coalitiepolitiek, het feit dat velen hebben afgehaakt en sommigen uit de SP zijn geroyeerd, is de SP nog altijd een bron van verzet. De oppositie binnen de vakbonden heeft een terugslag ondervonden, maar het geloof in de samenwerking met de PvdA top slijt snel nu de regering maatregelen neemt die een inbreuk vormen op het Sociaal Akkoord.

Dat heeft de vakbondstop gebracht tot een campagne voor echte banen en hogere lonen. De SP kon niet aan de kant blijven staan toen een aantal kleinere linkse organisatie (waaronder de Internationale Socialisten) oproep tot een protest tegen de bezuinigingen in september. En er kwamen 5000 mensen naar die demonstratie en de vakbondsmanifestatie op 30 november, het begin van een campagne voor echte banen en koopkracht trok 10.000 mensen. Dit was het grootste vakbondsprotest in jaren. 

Op die manifestatie werden vakbondssuccessen in het zonnetje gezet. Er zijn belangrijke overwinningen geboekt door schoonmakers, de positie van medewerkers van distributiecentra van Albert Heijn is verbeterd, er was een loonsverhoging in de metaal (vooral voor jongeren) en grote ontslagen in de thuiszorg zijn voorkomen door vakbondsactie. Dit betekent dat er een toename is van activiteit in de arbeidersklasse. Natuurlijk zal het tijd kosten om de arbeidersbeweging opnieuw op te bouwen, maar acties voor hogere lonen en echte banen wijzen de weg naar de toekomst. Die zullen anderen inspireren om terug te vechten en om het tij in de richting van het laagste putje te keren. Socialistische ideeën en een socialistisch programma kunnen een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van het verzet, laat het buitenland zien. Laten we een eind maken aan dit werkgeversparadijs!