Text Size

Interview met voorman van in Brussel demonstrerende melkveehouders: “De logica van verdeel-en-heers doorbreken”

Op 19 december was er in de Europese wijk geen doorkomen aan. Tijdens de Europese top werden vier belangrijke kruispunten rond de top geblokkeerd door honderden vakbondsactivisten, melkveehouders die met hun tractoren kwamen en actievoerders van politieke en andere organisaties, geradicaliseerde jongeren,... Alles bij elkaar waren er ongeveer 2.000 betogers. De oproep voor het protest kwam van de ‘Alliantie D19-20’ die op de vooravond ook een meeting tegen het bezuinigingsbeleid hield waarop 300 aanwezigen waren. De alliantie tussen vakbondsmensen en melkveehouders was opvallend. We spraken na de actiedag met Luc Hollands van de MIG, een vereniging van melkveehouders. Hij was een van de voortrekkers van de opmerkelijke alliantie en de stoutmoedige stap naar een actiever verzet tegen het bezuinigingsbeleid.

Interview door Nicolas Croes

 

De Alliantie D19-20 was een nieuw initiatief dat syndicale militanten, melkveehouders en anderen bijeenbracht. Hoe kijk jij op die samenwerking en op de acties van 18 en 19 december met de poging tot blokkade van de Europese top terug?

Luc: “Het was een groot succes! Het was op zich een gok om al die mensen rond de tafel te zetten. De vraag was of we tot een akkoord zouden komen over waar we tegen vechten? Maar we konden al snel efficiënt samenwerken.

“We hebben ons geconcentreerd op twee thema’s: het besparingsverdrag en het transatlantisch verdrag. Die verdragen worden bediscussieerd zonder dat wij inspraak hebben. Bovenop het probleem van de asociale inhoud stelt zich dus ook een probleem op het vlak van democratie. Maar achter deze twee specifieke dossiers bevinden zich vooral de crisis, de afbraak van sociale verworvenheden, de ontmanteling van diensten voor de bevolking,... Er wordt geraakt aan de integriteit van ons land en aan de rijkdom van de gemeenschap. We kunnen dat niet toelaten, we mogen niet aanvaarden dat er op de kap van de mensen wordt gespeculeerd door grote financiers.

“Als melkveehouders worden we direct geraakt. Het transatlantisch verdrag bijvoorbeeld maakt het massale gebruik van genetisch aangepaste producten en/of hormonen mogelijk. Onze kwaliteitsproducten zullen niet overeind blijven, de hele wereld moet blijkbaar leven zoals de grote Amerikaanse bedrijven het willen. Aangezien het bezuinigingsbeleid de koopkracht van de mensen aantast, zullen zij wel verplicht zijn om voor goedkopere producten te kiezen, zelfs indien die producten niet goed zijn voor de gezondheid en het milieu. Wij staan hierdoor in de kou en de mensen zullen moeten inleveren op de kwaliteit van hun voedsel en hun gezondheid. Dat is waarom een brede alliantie nodig is. Alles is met elkaar verbonden en dus moeten we samen strijden.”

Een van de verdiensten van de alliantie D19-20 was dat er over andere actievormen werd nagedacht. We merken dat er veel vragen gesteld worden over de acties tegen het bezuinigingsbeleid. Gewoon door Brussel betogen en onderhandelen met autoriteiten die toch niet naar ons luisteren, volstaat niet. Leeft deze discussie ook bij de melkveehouders?

Luc: “In 2009 kenden de melkveehouders de ergste crisis uit hun geschiedenis. We kregen toen voor onze melk 19 cent per liter, terwijl onze productiekost 34 cent was. Jonge landbouwers en anderen die geen reserve hadden, bezweken onder die druk. De grote organisaties (Boerenbond, FWA, ABS,...) reageerden echter niet. Er ontstond een spontane revolte in zowat heel het land, maar vooral in Wallonië. We sloten aan bij de Milkproducers Interest Group (MIG), dat op Europees vlak deel uitmaakt van de EMB (European Milk Board) dat 50.000 melkveehouders verenigt.

“De afgelopen vier jaar organiseerden we vier grote acties/betogingen. De sterkste was de staking van de melkveehouders in 2009 toen als apotheose 4 miljoen liter melk werd uitgegoten op een veld in Ciney. Ondanks het succes van die acties en de beloftes die ons werden gedaan, bleven de politici de weg naar een volledige liberalisering volgen. Nu gaan er 40 boerderijen per week verloren in België.

“Andere sectoren betoogden ook, maar dat leverde evenmin resultaat op. Waarom zouden we dan niet samenwerken? De heersende politiek werkt met het principe van ‘verdeel-en-heers’. We moeten dat bestrijden. Na een actie in november 2012 waarbij we aan het Europees Parlement protesteerden, werd mij de verantwoordelijkheid gegeven om na te gaan of samenwerking mogelijk was. We kwamen in contact met een Vlaamse militant, Raf, die ons project van eerlijke melk, Fairebel, steunde. Hij vroeg ons om chocolademelk aan te bieden aan de kinderen van de stakende arbeiders van Ford Genk. Het onthaal dat we kregen was bijzonder warm, het was veelbelovend voor een toekomstige samenwerking tussen melkveehouders en arbeiders.

“Het belangrijkste was de betoging van juni 2013 tegen het Europese bezuinigingsverdrag en voor de openbare diensten. Ik kon daar over onze situatie spreken. Er waren de eerste informele gesprekken met verschillende organisaties en sectoren (Europese Actiecomités, Lokale en Regionale Besturen, CNE, Constituante.be,...). Hierna volgde een groot aantal vergaderingen met vakbondsverantwoordelijken, afgevaardigden, radicaal-linkse partijen en organisaties, NGO’s,...”

Dat is hoe de alliantie D19-20 vorm begon te krijgen...

Luc: “Inderdaad. Er werd een structuur opgezet met drie werkgroepen die eerst discussieerden over de acties die we zouden houden. Zo kwamen we tot het idee van een poging om de top te blokkeren voorafgegaan door een internationale meeting. Die toplui houden absoluut geen rekening met de mening van gewone mensen, ze beperken zich tot hun eigen vrienden, de multinationals en speculanten.

“We wilden een einde maken aan de rituele protestwandelingen. Met de MIG kwamen we al tot de conclusie dat we naar radicalere acties moesten overgaan. Maar we waren niet de enigen. Rudy Janssens van ACOD-LRB (Lokale en Regionale Besturen) in Brussel kwam tot dezelfde vaststelling. Zijn ‘logistieke’ kennis van de stad Brussel hielp ons enorm om te weten waar we blokkades zouden houden. We hebben ook een vraag gericht aan Di Rupo, Van Rompuy en De Gucht om ons te ontmoeten, maar zij vonden dat niet nuttig.”

Het debat over meer offensieve actiemethoden vonden wij alvast erg positief en het debat is zeker nog niet voorbij. Ook de wijze waarop de alliantie functioneerde is interessant. Kan je daar iets over zeggen?

Luc: “We vonden het belangrijk om democratisch te functioneren, zodat iedereen zich in het initiatief kon terugvinden. Er was het idee om ons te concentreren op het verzet tegen het Europese bezuinigingsverdrag en het transatlantische verdrag, waarbij iedereen zijn eigen standpunten en argumenten zou ontwikkelen naargelang de specifieke zorgen. Vervolgens werd er gewerkt met algemene vergaderingen, waarop telkens een honderdtal aanwezigen waren. De eerste vergadering vond begin september plaats. Tussendoor waren er open werkgroepen over communicatie, de meeting, de actie,... Die werkgroepen waren geen gesloten bijeenkomsten, iedereen kon eraan deelnemen.

“Het meest verrijkende hiervan was we met zoveel verschillende achtergronden en organisaties toch elk onze zorgen konden overbrengen en dat binnen een collectief project waar we onze eigenheid behielden. Wij komen versterkt uit die benadering. Mijn rol was vooral die van diplomaat, wat niet echt met mijn persoonlijkheid overeenkomt. Het was ook merkwaardig voor ons als melkveehouders om kennis te maken met een militante omgeving die volkomen nieuw was.”

Wat waren de sterkste momenten?

Luc: “Voor mij waren er twee sterke momenten: het onthaal dat we bij Ford Genk en de acties in Brussel kregen, en dan waren er ook de laatste algemene vergadering en de meeting van 18 december met een enorm enthousiasme en vastberadenheid onder de aanwezigen. De vertaling, de organisatie, alles liep gesmeerd. Bravo aan diegenen die de organisatie ervan op zich hebben genomen.”

Een laatste woord?

Luc: “Ik ben ervan overtuigd dat we op de goede weg zitten. We moeten er in slagen om samen te strijden op basis van de meest volledige solidariteit. Het is een ervaring die geslaagd was en naar meer smaakt. Er werd samengewerkt door een 60-tal organisaties en iedereen wil doorgaan. We zullen dus nog van ons laten horen...”