Text Size

Interview met Segun Sango. Algemene staking bracht miljoenen demonstranten op de been in Nigeria

De eerste algemene staking van 2012 vond plaats in een Afrikaans land. De Nigeriaanse regering besliste om de overheidssubsidie voor brandstof af te schaffen. Nigeria is een belangrijke olieproducent, maar het land telt geen enkele werkende raffinaderij. Brandstof moet bijgevolg ingevoerd worden. De vele stroomonderbrekingen maken dat brandstof niet enkel voor transport belangrijk is, maar ook voor stroomgeneratoren.

Interview door Michael B (Gent)

Vanaf maandag 9 januari werd een week lang gestaakt. Er kwamen honderdduizenden demonstranten op straat, in Lagos was er op 18 januari een demonstratie met 500.000 deelnemers terwijl er in voorsteden van Lagos eveneens demonstraties waren. Miljoenen mensen legden het werk neer en toonden de enorme kracht van de georganiseerde arbeidersbeweging. De etnische en religieuze spanningen verdwenen daarbij naar de achtergrond. Het regime reageerde met repressie, er vielen daarbij een 20-tal doden.

Jammer genoeg hebben de vakbondsleidingen het potentieel niet benut om een alternatief op het neoliberale beleid van president Jonathan Goodluck en de heersende kliek naar voor te brengen. Ze stemden in met een slecht akkoord waarbij de brandstofsubsidie niet werd hersteld, maar de prijs beperkt werd tot ongeveer 50 eurocent per liter (tegenover 30 cent voor de afschaffing van de subsidie).

We spraken over deze staking met Segun Sango, de algemeen secretaris van de Democratic Socialist Movement (DSM), onze zusterorganisatie in Nigeria.

Van waar kwam die uitbarsting van woede?

“De maatregelen werden voorgesteld als een normale prijsverhoging die eigenlijk een aanpassing aan de marktprijzen was. Maar het is de overheid die daarvoor verantwoordelijk is. Brandstof moet ingevoerd worden omdat Nigeria geen functionerende raffinaderijen heeft. De installaties bestaan, maar ze worden niet benut. Ruwe olie verlaat Nigeria tegen dumpingprijzen om eenmaal geraffineerd in het buitenland tegen hoge prijzen terug ingekocht te worden. Dit is mogelijk omdat de volledige olieproductie in handen van private bedrijven is.

“De bevolking is sterk afhankelijk van brandstof. De elektriciteitsvoorzieningen zijn gebrekkig en soms zelfs onbestaande. Niet enkel auto’s, maar de hele samenleving is afhankelijk van brandstof. Zonder generatoren werkt niets. Als de brandstofprijs verdriedubbelt, dan worden transport, koken, verlichting, dienstverlening,... ook allemaal drie keer zo duur. Het is dus een erg zware aanval op de levensstandaard.

“Dit was een druppel die de emmer deed overlopen. Het was een serieuze druppel bovenop vorige aanvallen als onderdeel van het asociale beleid. Zo is er nog steeds een groot ongenoegen rond het feit dat het wettelijk minimumloon van 18.000 Naira (zowat 90 euro) niet wordt uitbetaald.”

Als gevolg van de staking moest de regering een toegeving doen. Zat er meer in de staking?

“Tijdens de staking stond de regering met de rug tegen de muur. Niets functioneerde nog. De openbare sector lag plat, maar ook kleine handelaars en winkeliers legden het werk neer. Het land stond volledig stil. Staken is een enorm wapen voor de gewone bevolking, het maakt duidelijk dat de werkende bevolking de werkelijke economische macht in handen heeft.

“De arbeidersbeweging had meer kunnen bereiken. In de plaats van de strijd te versterken door democratische stakingscomités op te zetten in de wijken en op de werkplaatsen, werden geheime onderhandelingen met de regering gevoerd om een beperking van de brandstofprijs tot N97 (50 cent) voor te stellen als een overwinning. Tot 1 januari betaalden we echter maar N65 (30 cent) per liter. Het massale karakter van de staking en de protestacties toonde dat er meer mogelijk was. Na de opschorting van de staking was er dan ook woede en ontgoocheling.”

Hoe zal de DSM voortbouwen op deze beweging?

“Wij hebben altijd het idee van massale acties gesteund. Nu wordt duidelijk dat we dit moeten koppelen aan een moedige leiding die gaat voor een alternatief op de neoliberale logica. De vakbondsleiding heeft met haar houding demoralisatie in de hand gewerkt. Dat kan een zeker effect hebben, maar tegelijk vormde het protest een uitdrukking van de enorme woede onder de bevolking. En die woede blijft bestaan.

“Een nieuwe confrontatie met de kapitalistische elite is onvermijdelijk. Daarbij pleiten wij ervoor om de strijd te coördineren en te organiseren met strijdbare vakbonden, een arbeiderspartij en een alternatief op het neoliberale beleid dat ervoor zorgt dat 1% van de Nigeriaanse bevolking gaat lopen met meer dan 80% van de totale rijkdom. De oliesector moet volledig in publieke handen komen waarbij er ook raffinaderijen zijn onder de democratische controle van de bevolking.”

Wat kunnen wij in Europa doen om deze strijd te versterken?

“De arbeiders en de armen moeten zich ook internationaal organiseren om de strijd in eigen land te versterken. De uitbuiting in Nigeria is geen geïsoleerd gegeven. Dit beleid wordt mee bepaald door instellingen als het IMF en de Wereldbank. De huidige minister van financiën was voorheen directeur bij de Wereldbank. Vele maatregelen worden opgelegd door imperialistische machten. Nigeria is een heel rijk land met veel grondstoffen, maar de rijkdom zit bij een kleine minderheid. Als we dat willen stoppen, moeten we ons internationaal organiseren.”