Text Size

Griekenland: dictatuur van de markten of democratie van de bevolking?

Het leven van de meerderheid van de Griekse bevolking is er enkel maar helser op geworden sinds het ondertekenen van het eerste memorandum in mei 2010 voor de toekenning van een lening van 110 miljard euro. Dat akkoord ging gepaard met een hele batterij asociale maatregelen (privatiseringen, loonsverlagingen,...). In februari werd het tweede memorandum (voor een lening van 130 miljard euro) gestemd in het Griekse parlement. Het parlement werd letterlijk belegerd door meer dan 500.000 woedende demonstranten. Er was een leger van politie-agenten nodig om de stemming te laten plaatsvinden. De stemming op zondag werd voorafgegaan door een 24-urenstaking op dinsdag gevolgd door een 48-urenstaking op vrijdag en zaterdag.

Dossier door Nicolas Croes

Iedereen arm!

De maatregelen in dit tweede memorandum worden algemeen afgedaan als een medicijn dat nog erger is dan de ziekte. Volgens de Griekse vakbond GSEE leefden er in 2008 twee miljoen Grieken onder de armoedegrens, maar is hun aantal sindsdien toegenomen tot drie miljoen. En dat op een bevolking van 11 miljoen. Het dagelijkse leven van de Griekse bevolking is rampzalig geworden door de aanhoudende aanvallen op bevel van de trojka (Europese Unie, Europese Centrale Bank, Internationaal Monetair Fonds). De werkloosheidsgraad bedraagt meer dan 20%, onder jongeren is de kaap van de 50% in zicht. Wie wel nog werk heeft, moet het met een steeds lager loon stellen. In de publieke sector zag het personeel haar inkomen de afgelopen jaren met zowat 30% dalen. Gepensioneerden verloren 20% van hun pensioen. In de private sector was er een gemiddeld inkomensverlies van 15%.

In Le Soir legde Sonia Mitralia van de beweging “Tegen de schuld” uit dat “80% van de Griekse bevolking behoeftig is. De middenklasse is voor het eerst helemaal aan het verdwijnen. Het bezuinigingsbeleid slaat op alle vlakken toe: verhoging van de belastingen, verlaging van de lonen en uitkeringen, verhoging van de BTW tot 23%,... Alle aanvallen samen zorgen voor een lager inkomen.” (Le Soir, 7 februari). Er is sprake van een humanitaire crisis met een explosieve toename van het aantal daklozen. “Vroeger stuurden we humanitaire missies naar Afrika. Nu richten we ons op Griekenland. En de situatie wordt er niet beter op. Er zijn steeds meer Grieken die hulp nodig hebben, er leven steeds meer Grieken op straat”, verklaarde Christina Samartzi van Dokters van de Wereld (La Libre, 22 februari). Ouders die te arm zijn om voor hun kinderen te zorgen, laten deze achter in sociale centra waar er tenminste een mogelijkheid van regelmatige maaltijden is. In de scholen is het normaal geworden dat kinderen flauw vallen omdat ze niet hebben gegeten.

Levensnoodzakelijke sectoren lijden onder verschrikkelijke bezuinigingsgen. Zo ging het budget voor gezondheidszorg in 2011 met 40% naar beneden tegenover 2010. Het aantal bedden in de ziekenhuizen nam al met meer dan 30% af. De overheid rekent op familiale solidariteit om de tekorten op te vangen. Dergelijke solidariteit is belangrijk in de Griekse samenleving, maar het is niet langs deze weg dat “kinderen vaccinaties krijgen of dat een behandeling tegen kanker wordt voorrzien”, aldus Sonia Mitralia in Le Soir. Tal van gezinnen hebben zich deze winter geen verwarming kunnen permitteren omdat de prijs voor mazout op minder dan een jaar tijd is verdubbeld. Het dagelijkse leven van miljoenen mensen staat onder druk van deze verschrikkelijke keuze: eten, verwarming, zich verzorgen of facturen betalen?

Vluchten of verzetten

In een dergelijke situatie zijn er maar twee opties: terug vechten of weg vluchten. Griekenland kent een grote en toenemende emigratie, zeker onder jongeren met een diploma. Volgens de Wereldbank leefden in 2010 meer dan 10% van de Grieken in het buitenland (tegenover bijvoorbeeld 2,8% van de Fransen). Anderen proberen op een tragische wijze de uitzichtloosheid te ontvluchten: door zelfmoord of drugs. In juni vorig jaar maakte de regering bekend dat het aantal zelfmoorden in de eerste half van 2011 met maar liefst 40% was toegenomen tegenover de eerste zes maanden van 2010. Ter vergelijking: een studie van een socioloog aan de universiteit van Cambridge stelde vast dat het aantal zelfmoorden tussen 2007 en 2009 met 17% toenam. In die studie werd het voorbeeld gegeven van de eigenaar van een kleine winkel die failliet ging en die in zijn afscheidsbrief schreef: “Zoek geen andere redenen. De economische crisis heeft me hiertoe gebracht.” Op dit ogenblik heeft een op de twee Grieken al aan zelfmoord gedacht.

Ook het druggebruik zit in volle expansie. De crisis en het gebrek aan toekomstperspectieven heeft een impact op de gemoedstoestand van veel Grieken, maar daarnaast is ook zowat het volledige budget voor de preventie van verslavingen weg bespaard. Een derde van de centra voor preventie van verslavingen is al gesloten. En er zijn ook de gevolgen van de bezuinigingen in de gezondheidszorg. Om dit groter wordende probleem aan te pakken, heeft Griekenland eind vorig jaar het gebruik en bezit “in kleine hoeveelheid” van drugs uit de strafwet gehaald. Dat heeft geleid tot een prijsstijging voor drugs zoals heroïne (van 3 tot 20 euro voor een dosis) en een opmars van goedkope straatdrugs zoals ‘sisa’, die vooral bestaat uit batterijvloeistof en detergent. Deze nieuwe drugs verscheen 18 maanden geleden voor het eerst. De gevolgen ervan zijn inmiddels voldoende bekend om te weten dat gebruikers het doorgaans geen jaar overleven. Tanos Panopoulos, verantwoordelijke van de drugsbestrijding, verklaarde: “op straat gebruiken 99% van de heroïneverslaafden ook sisa.”

De strijdbaarheid van de massa’s kanaliseren

Ook het verzet neemt toe. De afgelopen twee jaar kende het land een vijftiental algemene stakingen, waaronder drie algemene stakingen van 48 uur. Overal in het land is er een enorme woede met stakingen, stakersposten en demonstraties. De demonstraties van zondag 12 februari waren de grootste sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Er zijn iedere dag nieuwe demonstraties en nieuwe stakingsacties. Stilaan groeit het besef dat het verzet moet worden georganiseerd.

In dit proces ontbreekt het de beweging jammer genoeg aan een strijdbare en moedige leiding. De vakbondsleidingen hebben niet de rol gespeeld die ze zouden moeten spelen in het organiseren van het massale verzet. Veel vakbonden durfden aanvankelijk niet ingaan tegen de sociaaldemocratische PASOK, dat eerst alleen aan de macht was onder premier Papandreou en vervolgens vanaf november als onderdeel van een coalitie met de rechtse Nieuwe Democratie en het extreemrechtse Laos onder premier Papademos. Het is niet enkel in ons land dat de banden tussen de vakbondsleidingen en de zogenaamde ‘linkse’ gevestigde partijen een groot probleem vormen...

Bij PAME, de vakbond die verbonden is met de Griekse communistische partij KKE, wordt het gebrek aan een duidelijk en offensief actieplan verborgen achter een radicale retoriek. Het enige antwoord van PAME bestaat uiteindelijk uit een oproep om voor de KKE te stemmen. De afgelopen jaren hebben de vakbondsleidingen enkel tot acties en stakingen opgeroepen omdat de druk van onderuit te groot werd. De acties volgden elkaar op zonder dat een volgende stap in de strijd werd aangekondigd en zonder een actieplan of een strategie om de woede en de strijdbaarheid van de massa’s te kanaliseren in een strijd om een alternatief politiek programma te realiseren.

Ook de twee grote radicaal-linkse partijen KKE en Syriza, een coalitie van radicaal-links, ontbrak het aan duidelijke ordewoorden zowel op syndicaal vlak waar de partijen niet tegen de vakbondsleiders durfden ingaan als op politiek vlak. Lange tijd weigerden beide partijen om campagne te voeren voor de niet-betaling van de schulden of voor de nationalisatie van de financiële sector. De radicalisering in de Griekse samenleving heeft ertoe geleid dat beide eisen vandaag de steun van een meerderheid van de bevolking genieten.

De gewone arbeiders en de bevolking bevinden zich hierdoor vaak in een hulpeloze situatie. De woede uit zich soms op andere manieren, zo was er de beweging van Griekse indignado’s met een massale steun onder de Griekse bevolking. Deze beweging werd door de KKE als ‘kleinburgerlijk’ afgedaan, de partij weigerde er aan deel te nemen. Er waren ook niet-betalingscampagnes (onder meer tegen de tol op de autowegen, op het openbaar vervoer,...). Soms leidt de woede echter ook tot frustratie, wat de weg opent voor het geweld waar zowel de Griekse als de internationale media zoveel aandacht aan besteden.

Heel wat jongeren, maar ook anderen, weten niet hoe ze de strijd kunnen voortzetten en opdrijven, waardoor ze hun geduld verliezen. Dat vormt een vruchtbare voedingsbodem voor theorieën die zich baseren op vernielingen en gewelddadige ‘directe actie’. Dit wordt onder meer verdedigd door een deel van de anarchistische stroming en het wordt verder bevorderd door het optreden van politieprovocateurs. De verantwoordelijkheid voor dit geweld moet in eerste instantie worden gezocht bij de afwezigheid van een stoutmoedig strijdplan voor de beweging. Het lijkt alsof zowel de vakbondsleidingen als de verantwoordelijken van de grote linkse partijen niet weten wat ze moeten aanvangen met de mogelijkheden die de huidige situatie biedt.

Verkiezingen in april en de kwestie van de macht

De mogelijkheden voor de linkerzijde zijn groot en historisch. De regering heeft op 13 februari aangekondigd dat er in april nieuwe verkiezingen komen. Alle peilingen geven aan dat de linkerzijde goed zal scoren. Waar PASOK bij de laatste verkiezingen in 2009 nog goed was voor 43,9% van de stemmen, zouden de sociaaldemocraten nu terugvallen op 8%. De rechtse Nieuwe Democratie is nog niet lang aan de macht en zou minder verliezen: van 33% naar 31%. Ter linkerzijde staat de KKE op 12,5% (tegenover 7,5% in 2009) en Syriza op 12% (4,6% in 2009). Dimar, een afsplitsing van gematigde krachten binnen Syriza, staat op 18%. Dit betekent dat de krachten links van de sociaaldemocraten en de groenen samen aan 42,5% komen.

Het Griekse electorale stelsel geeft de grootste parlementaire fractie een bonus van 40 extra zetels. Radicaal-links zou op deze basis en mits een eengemaakte campagne na de verkiezingen van april een meerderheidsregering kunnen vormen. Deze partijen hebben allen gezegd dat ze de bezuinigingsmaatregelen niet zouden respecteren. De Duitse minister van financiën greep dit aan om te zeggen dat de verkiezingen moeten uitgesteld worden, de mensen zouden wel eens voor de verkeerde partijen kunnen stemmen... Voor de Duitse minister hebben de Grieken een keuze: ofwel steun ofwel democratie.

Jammer genoeg weigeren de twee belangrijkste linkse partijen, KKE en Syriza, samen te werken voor de komende verkiezingen en weigeren ze ook om een duidelijk socialistisch programma naar voor te brengen. Onze Griekse kameraden van Xekinima roepen deze partijen op om samen te werken en zich daarbij niet tot de verkiezingen te beperken. Het is nodig om de beweging voor te bereiden op een algemene staking van onbepaalde duur en op massale demonstraties waarmee de regering ten val kan worden gebracht.

Xekinima roept op om de beweging van bedrijfsbezettingen uit te breiden naar andere bedrijven, universiteiten en scholen alsook naar de wijken in de steden en dorpen. Daarmee zouden deze bezettingen verzamelpunten kunnen worden voor verschillende bewegingen van verzet tegen het bezuinigingsbeleid. Het zouden plaatsen kunnen worden waar over de organisatie van de strijd wordt gediscussieerd. Het zouden ook plaatsen zijn die het embryo kunnen vormen van de nieuwe samenleving die we moeten opbouwen. Onze Griekse kameraden stelden alle linkse groepen voor om samen te komen en initiatieven daartoe te nemen.

Net zoals ze dit deed in het kader van de pleinbezettingen door de indignado’s, stelt Xekinima nu voor dat er bij de bezettingen wordt overgegaan tot de democratische verkiezing van vertegenwoordigers op algemene vergaderingen om te kunnen komen tot een coördinatie van de strijd op lokaal en nationaal niveau. Dat zou de basis voor een arbeidersregering kunnen vormen.

Welk programma tegen het beleid van de trojka?

Het beleid van de trojka heeft de Griekse economie de afgelopen jaren al doen krimpen met 15%. Het nieuwe plan heeft als doel om de Griekse overheidsschuld binnen de acht jaar te beperken tot 120% van het bbp. Het behalen van die doelstelling is weinig realistisch. De trojka voorzag voor 2011 een economische groei van -3%, in werkelijkheid ging het om -6%. Voor 2012 wordt gesproken over -2%, maar verschillende economen hebben het over -4% tot -7%. Het bezuinigingsbeleid ondermijnt de fundamenten van de economie. De trojka zaagt aan de tak waarop de Griekse economie zit.

Het lijkt alsof de Griekse bevolking enkel de keuze heeft tussen het voortzetten van het bezuinigingsbeleid door de trojka of het verlaten van de eurozone waarbij een devaluatie van de munt tot een forse daling van de levensstandaard zou leiden. Het niet betalen van de schulden zou binnen het kader van het huidige systeem leiden tot een kapitaalstaking met de sluiting van bedrijven, kapitaalvlucht uit het land, een afname van investeringen,...

Tegenover het bezuinigingsprogramma van de trojka is er nood aan een socialistisch programma waarbij de schulden niet worden betaald en de financiële sector wordt genationaliseerd en net zoals andere sleutelsectoren onder de democratische controle van de gemeenschap wordt geplaatst. De algemene vergaderingen in de wijken en in de bedrijven zouden ideale plaatsen zijn om ervoor te zorgen dat bredere lagen van de bevolking op democratische wijze betrokken worden bij de productie van de rijkdom en het aanwenden ervan. Op deze manier kan een programma van de verdediging van de tewerkstelling, de bouw van sociale woningen, gratis gezondheidszorg en onderwijs,... worden ontwikkeld en geconcretiseerd.

Gezien de huidige situatie is het realiseren van een dergelijk programma bijzonder dringend. Het zou een enorme stimulans betekenen voor de strijd doorheen Europa en de rest van de wereld. Het zou een eerste stap zijn in de richting van een wereld zonder kapitalistische uitbuiting: een democratisch socialistische wereld.

Enkele nieuwe bezuinigingsmaatregelen

Het algemene doel van het nieuwe akkoord is om de Griekse loonkosten tegen 2015 met 15% te verlagen om de arbeidsmarkt ‘competitiever’ te maken tegenover landen in gelijkaardige posities zoals Portugal, Spanje of Bulgarije. Zo kan de vicieuze cirkel van de neerwaartse spiraal worden voortgezet. Enkele maatregelen die nu worden genomen:

  • Het einde van het contract van onbepaalde duur in de publieke sector. Alle nieuwe arbeidsovereenkomsten zijn van bepaalde duur. In de privésector kan een werkgever eenzijdig beslissen om een overeenkomst van onbepaalde duur om te zetten in een overeenkomst van bepaalde duur.
  • Schrappen van 150.000 ambtenarenbanen tegen 2015, dit jaar zijn er 15.000 ontslagen voorzien.
  • Onmiddellijke privatisering van de publieke waterbedrijven in Athene en Thessaloniki alsook van de nationale loterij.
  • Verlaging van het minimumloon in de private sector met 22% tot 586 euro bruto voor een alleenstaande die net begint te werken en 692,63 euro bruto voor een alleenstaande met zes maanden anciënniteit.
  • Bijkomende verlaging van 10% van het minimumloon voor jongeren onder de 25 jaar, tot 510,94 euro per maand voor een alleenstaande jongere.
  • Verlaging van de werkloosheidsuitkering met 22% tot 369 euro. Er is al meteen een nieuw voorstel om de uitkeringen voor werklozen te beperken tot 330 euro.
  • Loonbevriezing zolang de werkloosheidsgraad meer dan 10% bedraagt (momenteel zit meer dan 20% zonder werk).
  • Een bedrijf dat verlies maakt, kan de arbeidsovereenkomsten meteen aanpassen zonder instemming van het personeel en zonder schadevergoeding.
  • Verlaging van de pensioenen. Voor personeel uit de banksector en de telecommunicatie gaat het om -15%, voor de marine om -7%,...
  • Strengere voorwaarden voor toegang tot sociale diensten voor mensen met een beperking, grote gezinnen,...
  • Collectieve arbeidsovereenkomsten zijn maximaal drie jaar geldig, alle bestaande collectieve overeenkomsten vervallen binnen het jaar.
  • Verlaging van de werkgevers bijdragen met 2%, afschaffing van de werkgevers bijdrage voor sociale huisvesting en sociale diensten. Verlaging van de werkgevers bijdrage aan het grootste private pensioenfonds voor werknemers met 3%.