Text Size

Reactie: Heeft de wereldbevolking haar grenzen bereikt?

Een reactie door Kim, LSP-lid uit Gent op het debat over het "overbevolkingsvraagstuk".

Ik schrijf deze tekst omdat ik wil reageren in het debat over de overbevolking. Niet vanuit het kamp van de aanhangers van deze theorie, maar vanuit het kamp dat niet overtuigd is dat de wereld overbevolkt is. Ik wil daarbij nog wat meer argumenten geven die ik niet gezien heb in het artikel dat op de LSP-site terecht kwam.

De basispremisse is de stelling dat hoe meer mensen er leven, hoe groter de impact is op hun leefmilieu. Alhoewel de realiteit een heel stuk complexer werkt (ik kom daar straks op terug) is dat een stelling die in essentie klopt. Een tweede stelling is dat de huidige mensheid steeds meer beroep doet op natuurlijke bronnen en daarbij steeds meer bronnen uitput en steeds meer vervuiling veroorzaakt. Ook dit klopt. Het feit dat dit proces van vervuiling en uitputting van de natuurlijke hulpbronnen trager zou verlopen bij een veel kleiner bevolkingsaantal klopt. Maar de hieruit volgende conclusie dat de wereld in absolute zin overbevolkt is klopt absoluut niet.

Het probleem is dat de hierbovenstaande logica geen rekening houdt met de economische wijze van samenleven. Stel dat iedereen ter wereld – de gehele mensheid – vanaf morgen terug begon te leven op de wijze van jagers-verzamelaars. Vanaf morgen doet geen één mens meer aan landbouw. Wat zouden de gevolgen zijn? Een genocide in alle dichtbevolkte gebieden: er zouden immers te weinig vruchten zijn om te plukken en te weinig dieren om te jagen. Met die ontvolking zouden meteen ook alle steden verdwijnen en bijgevolg dus de beschaving in het algemeen. Hoe komt dit? Omdat één enkele mens die overleeft op basis van de jacht en de vruchtenpluk een groot gebied in oppervlakte nodig heeft om in haar natuurlijke hulpbronnen te blijven voorzien. Vandaar dat veel jagers-verzamelaarsgroepen nomaden waren. De situatie is anders bij iemand die aan landbouw doet. Hij heeft een veel kleinere oppervlakte nodig om zijn jaarlijkse hoeveelheid graan te planten. Een landbouwer moet met andere woorden veel minder beroep doen op de natuurlijke hulpbronnen van zijn leefomgeving om in leven te blijven dan een jager-verzamelaar. De economische levenswijze speelt dus een belangrijke rol en dat is een aspect dat ik veel te weinig hoor terugkomen in discussies over ‘overbevolking’. Het is opvallend hoe met de ‘agrarische revolutie’ een kleine 10.000 jaar geleden er een bevolkingstoename heeft plaatsgevonden, de eerste steden zich ontwikkeld hebben en de eerste gespecialiseerde beroepen ontstonden. Samen met het ontstaan van de landbouw heeft de mensheid de ‘beschaving’ uitgevonden. Toen leidde een bevolkingstoename niet tot een overbevolking die al haar hulpbronnen uitputte. Eerder het omgekeerde was het geval: door het ontstaan van de landbouw ging de mensheid efficiënter om met haar hulpbronnen wat een bevolkingsstijging net mogelijk maakte.

Vertaald naar de huidige samenleving stelt zich dus de vraag: gaat de huidige mensheid op de meest efficiënt mogelijke wijze om met haar hulpbronnen? Het antwoord is mijn inziens absoluut neen. Maar daarvoor moeten we overgaan naar een analyse van het huidige economische functioneren – iets wat veel mensen en zeker de politici, economen en wetenschappers die de media halen zeker niet tot op het diepst mogelijk uitvoeren. Onze huidige economie is gestoeld op winstmaximalisatie voor de grootste bedrijven en banken. Die bedrijven die dit spel niet meespelen, worden op lange termijn weggeconcurreerd. Het is net dit principe van winstmaximalisatie die alle andere belangen opzij duwt, waaronder de ecologische belangen, en ultiem ook leidt tot het soort economische moeilijkheden als waar Europa vandaag in zit.

Het is het principe van winstmaximalisatie dat bedrijven ertoe aanzet om te proberen zo weinig mogelijk aan afvalverwerking te doen. Bedrijven er toe aanzet om zo weinig mogelijk CO2 weg te filteren. Dat bedrijven stimuleert om vergankelijke producten te verkopen, geen langdurig houdbare. Een samenleving die haar hulpbronnen op zijn efficiëntst inzet, probeert haar producten zo lang mogelijk houdbaar te maken. De realiteit is echter vandaag dat onderzoek in verband met rubberbanden niet alleen gevoerd wordt om een minimumhoudbaarheid te bereiken, maar ook een maximumhoudbaarheid. Auto’s worden verkocht met banden die de expliciete bedoeling hebben na een bepaalde tijd te verslijten, zodanig dat het bedrijf in kwestie nogmaals autobanden kan verkopen, en dus haar winst verder kan opdrijven. Deze logica blijft niet beperkt tot autobanden. De machtige olie-lobby probeert al decennialang, niet geheel zonder succes, alle reële alternatieven op olie zoveel mogelijk tegen te gaan. Ook los van deze winstprincipes bestaat er heel wat industriële verspilling. Detergent (bvb. Dreft) wordt kunstmatig schuimend gemaakt. Detergent schuimt van nature uit helemaal niet en moet ook helemaal niet schuimen om effectief te werken. Het schuimproduct wordt apart gemaakt en achteraf toegevoegd.

Gezondheidszorg is een ander domein waar veel verspilling van hulpbronnen plaatsvindt. Cuba slaagt er met beperkte middelen in om een van de meest gezonde bevolkingen ter wereld te hebben, zeker voor een derde wereld land. Cuba kent bvb. een hogere levensverwachting en een lagere kindersterfte dan de Verenigde Staten (cijfers van voor de economische crisis sinds 2008). Een belangrijk gedeelte van het sterke gezondheidsbeleid van Cuba bestaat eruit dat ze sterk inzetten op preventie. Ook bij ons wordt erkend dat het voorkomen van aandoeningen veel middelen-efficiënter is dan aandoeningen te moeten genezen. Toch bestaat het Belgische gezondheidsbudget maar voor 2% uit preventie: 98% gaat naar curatie (voornamelijk de geneesmiddelen- en ziekenhuisindustrie).

De aanhangers van de theorie van de overbevolking verwijzen dikwijls naar de hongersnood in de wereld. Wat echter veel mensen die zich bekommeren om de hongersnood totaal niet lijken te weten, is dat er absoluut geen voedseltekort bestaat. Toegegeven, ik heb de cijfers niet meer nagekeken sinds de economische crisis sinds 2008 en de afgelopen jaren waren er een aantal misoogsten door extreme weersomstandigheden. Maar het cijfer dat ik voor 2008 stelselmatig ben tegengekomen, was de inschatting dat de wereldwijde voedselproductie groot genoeg was om zo’n 10 miljard mensen te kunnen voeden. De huidige wereldbevolking wordt op 7 miljard geschat, een tiental jaar geleden was dat nog maar 6 miljard. Tien jaar geleden las ik in een universitaire cursus sociologie over een onderzoek dat berekend had dat er alleen al in Europese pakhuizen voldoende reserve-graan opgeslagen ligt om alle hongerlijdende kinderen in de wereld dagelijks een volwassenendosis in calorieën te voeden. Diezelfde Europese Unie heeft decennialang een beleid gevoerd om alle landbouwoverschotten aan een bepaald minimumbedrag op te kopen. Het gevolg was dat er zoveel aardappelen geproduceerd werden dat er ieder jaar een grote aardappelverbranding georganiseerd werd. Naast de ‘aardappelberg’ werd er onder andere ook gesproken van de ‘melkplas’ en de ‘wijnplas’. Iedere samenleving die meer voedsel produceert dan ze moet consumeren, maar toch een heel groot deel ondervoede mensen kent terwijl ze tegelijkertijd een groot deel van haar voedseloverschotten verbrandt, zou ik naar alle objectieve maatstaven absoluut niet beschaafd noemen. De realiteit is wel dat ik in zo een ‘niet-beschaving’ woon.

Ik heb hier nu een hele reeks gegevens gepresenteerd waarvan het mijn ervaring is dat voorstanders van de ‘overbevolkingstheorie’ er zelden of nooit mee rekening houden. Een eerste aspect is dat in onze huidige samenleving hongersnood helemaal niet veroorzaakt wordt door een structureel gebrek aan voedselproductie. Een tweede aspect is dat dat er nooit rekening gehouden wordt met de efficiëntie waarmee de mens met haar hulpbronnen omgaat. Daarbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat het kapitalistische principe van winstmaximalisatie leidt tot enorm veel nodeloze verspilling van middelen zonder dat het onze levenskwaliteit of levenstandaard verbetert. De essentie is dat het mechanisme van de winstmaximalisatie dient stopgezet te worden. Volgens mij is dit enkel maar mogelijk indien we van een kapitalistische naar een socialistische samenleving overgaan.

Een laatste punt betreft de ‘rechterzijde’ binnen de overbevolkingstheorie met ideeën als “er moeten een aantal plaatsen voorzien worden voor een ‘elite’ die in beschaafdheid verder kan blijven leven terwijl de rest van bevolking vergaat in een ‘overbevolkte’ hel”. Dit soort ideeën komen me over als een hedendaagse variant op het Europese racisme uit de 19e eeuw. Dit soort ideeën heeft in een latere fase geleid tot de oprichting van uitroeiingskampen in nazi-Duitsland. Ik hoop niet dat er over 50 jaar ergens een zot de macht grijpt en vervolgens hele bevolkingen gaat uitroeien ‘om het overbevolkingsprobleem tegen te gaan’.