Text Size

“Kopiëren? Yes we can!”

De campagne-slogan die Obama op weg geholpen heeft naar het Witte Huis, werd reeds door verschillende creatievelingen gekaapt om bepaalde zaken in de aandacht te brengen. Zo drukte Klara ons op het hart: Jazz we can! Een Duitse alternatief jongerenkamp werd gepromoot met de slogan: Yes we camp! Onlangs gebruikte Netwaves de ondertussen wereldbekende slogan van Obama's campagne-team (of reclamebureau) om de discussie rond het kopiëren van muziek, films en andere vormen van intellectuele eigendom aan te zwengelen.

Analyse door Jan S. (Leuven). Reacties op dit opiniestuk zijn steeds welkom via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Netwaves is een Leuvense organisatie die muziek via het internet aanbiedt onder de creative common licences, een licentie die toestaat om intellectuele eigendom aan te bieden aan het grote publiek zonder dat daarvoor wordt betaald. Eind september werd een kopiefeest georganiseerd in de bibliotheek van Leuvel. Daar voegde het netlabel (of weblabel) de daad bij het woord. Bezoekers van de bibliotheek kregen een leeg CD-hoesje met daarin een link naar waar muziek gratis en legaal gedownload kon worden.(Zie: http://www.archive.org/details/nwscomp002)

 

Ontwikkeling van cultuur

Wat is er nu aan de hand dat sommigen op deze ongewone manier hun werk aan het grote publiek aanbieden? De mensheid is al eeuwenlang bezig met muziek te maken, boeken te schrijven, tekeningen en schilderijen te maken. Recentelijk kwamen daar door de ontwikkeling van de technologie andere vormen van cultuur bij: fotografie, film, 2D- en 3D- animatie,... Gedurende een lange tijd werd dit louter gedaan als vrijetijdsbesteding. Ook vandaag is dit voor de meesten louter een hobby die ze naast hun beroep uitoefenen.

Kunst en cultuur zijn steeds verbonden met de ontwikkeling van productiemethoden. Naarmate deze verder ontwikkelden was het mogelijk om meer tijd vrij te maken voor cultuur en wetenschap. De technologische ontwikkelingen lieten toe om minder tijd te spenderen aan het productieproces van levensnoodzakelijke middelen (zoals voedsel, kleding, huizen...). Hoe verder de productiemethodes ontwikkelden, hoe meer tijd er in deze vorm van cultuur-ontwikkeling gestoken konden worden, wat natuurlijk ten goede kwam aan het algemene niveau van de cultuur.

Toen de handel in andere producten begon te ontwikkelen, ontstond ook handel in vormen van cultuur. Boeken, schilderijen (en later ook muziek, fotos, fims,…) werden verkocht. Het waren immers tastbare producten die door iemand vervaardigd waren en dus ook iemands bezit waren. Diverse wetten rond het recht op eigendom en krachten als politie en justitie zorgden ervoor dat dit kon gebeuren. Meer en meer mensen begonnen hun brood (en sommigen ook het rijkelijke beleg) te verdienen met het verhandelen van cultuurproducten.

 

Opkomst van de digitale wereld

De technologische ontwikkelingen op gebied van opname en reproductie; de doorbraak van digitale mediadragers (CD, DVD) en vooral het internet gooiden roet in het eten. Het ging niet meer alleen om een tastbaar product zoals een CD, een videoband of een DVD. Muziek, films en boeken konden digitaal opgeslagen en verspreid worden. Het werd makkelijker om zaken te verspreiden, maar dat wordt vandaag als een probleem gezien. Het (illegaal) downloaden kende een gigantische groei. Er werd een term opgeplakt die voor velen zijn oude betekenis verloren heeft: piraterij.

Daarboven was er de ontwikkeling van web 2.0 met een toename van mogelijkheden opdat iedereen zijn/haar creatieve uitingen op het internet kan plaatsen via sites als myspace, youtube, flickr,... Het aanbod nam gigantisch toe en de uitgevers van traditionele media verloren meer en meer de controle over hun lucratieve handel in cultuur.

Illegaal kopiëren is van alle tijden (sommigen herinneren zich misschien nog het kopiëren van cassettes), maar vandaag zijn de mogelijkheden veel groter en groeit een generatie op met het idee dat cultuur gratis te downloaden valt.

Een aantal (grote) artiesten, maar vooral de grote uitgevers, proberen deze ontwikkeling tegen te gaan. De wetgevingen zijn niet in alle landen even goed aangepast aan deze nieuwe ontwikkelingen, maar er werd toch ten volle gebruik van gemaakt om individuen en organisaties te vervolgen indien werd gestart met het verspreiden van werk waarop geen auteursrechten werden betaald.

Dat was aanvankelijk nog vrij eenvoudig voor uitgevers en justitie: de bestanden werden op webservers geplaatst (computers die via het internet voor iedereen toegankelijk zijn). Het volstond om te zien wie verantwoordelijk was voor de server: de eigenaar of beheerder ervan. Dit werd moeilijker met de peer-2-peer technologie: de bestanden werden niet op één centrale plaats opgeslagen, maar worden verspreid bij verschillende gebruikers die deze verder verspreiden. Je kan een bestand downloaden door stukjes van dit bestand bij andere gebruikers te downloaden tot je het hele bestand zelf hebt en intussen ook aanbiedt aan anderen. Dit systeem maakt het moeilijker om verantwoordelijken aan te duiden. De makers van peer-2-peer toepassingen hebben enkel de toepassing gemaakt en verspreiden zelf geen auteursrechterlijk beschermde werken. Dat laatste gebeurt door de gebruikers. Bovendien opereren een aantal aanbieders van p2p technologie vanuit landen waar de wetgeving niet sluitend is. De industrie wil internationale regelgeving, maar zo ver zijn we nog niet.

De afgelopen jaren waren er wel veroordelingen voor het aanbieden van p2p technologie. De bekendste zaak was deze van Napster dat het aan de stok kreeg met de bekende metal-band Metallica. Napster schakelde na de veroordeling over tot het legaal online aanbieden van muziek.

Een meer recente nieuwe toepassing is de pirate bay, een website die torrents aanbiedt. Torrents zijn een nieuwe vorm van p2p-technologie. Deze website werd opgezet door een Zweedse anti-copyrights organisatie die al meermaals werd gedagvaard en veroordeeld maar verder online blijft via de nodige creatieve stappen. De organisatie achter deze website heeft ook stappen gezet op het politieke toneel met de vorming van een “Piratenpartij” in onder meer Zweden. Bij de Europese verkiezingen haalde deze partij meteen 7,1%, goed voor een verkozene in het Europees parlement. De heksenjacht tegen individuele downloaders in Zweden leverde de partij heel wat steun op, het land kent razendsnel internet en vrij algemene toegang tot het net. De Piratenpartij probeert ook elders groepen op te zetten met een programma dat zich louter beperkt tot dit element.

Platenlabes en filmhuizen probeerden internetproviders verantwoordelijk te stellen voor het gedrag van hun klanten indien er niet tegen wordt opgetreden. Dit was echter technolologisch niet haalbaar en bovendien willen de internetproviders hun klanten niet verliezen. In Frankrijk wordt medewerking van internetproviders aan de vervolging van illegale downloads verplicht, maar ook hier botst dit op internationale wetgeving zoals het recht op informatie.

Om een voorbeeld te stellen, werden enkele individuele downloaders vervolgd. Zij werden aangeklaagd om een grote schadeclaim te betalen en zo anderen af te schrikken. Dat kan een zekere impact hebben, maar het is voor de uitgevers en hun leger advocaten niet mogelijk om alle downloaders op te sporen en te vervolgen.

 

Wat met de auteurs en artiesten?

De reacties van de artiesten en auteurs op deze ontwikkelingen zijn uiteenlopend. Laten we beginnen met de bekendere artiesten die een contract hebben bij de grote platenlabels.

Hun belangen en inkomsten hangen vooral af van het (commerciële en juridische) werk van de platenlabels. Zoals reeds aangehaald zijn een aantal grote artiesten (zoals Metallica, Lilly Allen ) helemaal gewonnen voor de harde aanpak waar de platenlabels en filmhuizen voor ijveren. Hoe bekender de artiesten zijn, hoe meer hun werk gedownload wordt en hoe meer inkomsten verloren gaan. Voor hen gaat het echter niet om overleven of niet, maar om zo rijk mogelijk te worden.

Een andere groep van bekende artiesten, o.a. De Britse vereniging Featurerd Artist Coallition met o.a. leden van Radiohead en Blur, heeft een andere opvatting. Volgens hen zou het fout zijn om de jongeren te vervreemden van muziek door hen te beletten om muziek te verkrijgen. Het is volgens hen aan de artiesten en aan de platenlabels om andere inkomsten te genereren uit de interesse voor hun producten. Sommige artiesten geven tijdens live-optredens toe dat ze ermee kunnen leven dat hun werk gratis gedownload wordt als dat betekent dat die vrijgekomen centjes gespendeerd worden aan merchandising en ticketverkoop (voor concerten en festivals).

Dan zijn er nog de minder bekende artiesten die niet bij de grote platenlabels zitten. Een aantal zien niets in een contract met een grote platenmaatschappij en brengen hun werk in eigen beheer uit. Niet de makkelijkste weg, maar het biedt ook voordelen. Zo zul je deze artiesten minder snel op de grote (TV-) evenementen zien playbacken. In naam van de show wordt immers regelmatig van artiesten verwacht dat ze playbacken, de bandleden van Muse protesteerden daar tegen op de Italiaanse televisie en besloten om van plaats te wisselen tijdens zo’n show: de zanger kroop achter de rums, de drummer werd bassist,... Soulwax moest ooit playbacken op de TMF-Awards waarop de broers Dewaele hun mond dicht plakten en “play” en “back” op hun handen schreven. De play-back sessies zijn een onderdeel van de contractuele verplichtingen bij grote platenlabels die het product dat ze verkopen zoveel mogelijk commercieel willen promoten.

Artiesten die muziek in eigen beheer of bij een kleinere platenlabel uitbrengen, zijn voor een groot deel afhankelijk van organisaties als SABAM om (een deel van) hun inkomsten te verzekeren. Sabam is één van de 25 beheersorganisaties in België, maar wel de grootste en belangrijkste speler op die “markt”. Sabam is een private onderneming. Ze verdedigt de belangen van auteurs en uitgevers, door de auteursrechten voor hen te innen en ze later uit te betalen aan de uitgevers en de auteurs/artiesten. Vooraleer ze dit doen moeten artiesten, auteurs en uitgevers aansluiten en jaarlijks lidgeld betalen. Sabam heeft een kwalijke reputatie. Hoe zou dat komen?

 

Wiens belangen verdedigt SABAM?

Ondernemers klagen dat Sabam een parasitaire organisatie is die er op uit is de ondernemers in ons land te pluimen, en dat in tijden van crisis! Nadat Sabam recent de regels wijzigde voor het betalen van auteursrechten, vergeleek Jean-Marie Dedecker de organisatie zelfs met de Taliban. Dedecker deed dit uiteraard niet uit medelijden met de (kleine) artiesten, maar omdat ondernemingen plots meer auteursrechten moesten gaan betalen.

Wat had Sabam namelijk veranderd? Vroeger moesten bedrijven enkel auteursrechten betalen voor muziek die gedraaid werd in cafés, restaurants, winkels en wachtruimtes van commerciële ondernemingen. Recent werd dat aangevuld met kantoren, kantines en zelfs crèches waar de radio op staat. Dit leverde protest op uit de zakenwereld: het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen riep op om de stekker van de radio uit te te trekken, Unizo en VOKA hebben na onderhandelingen met Sabam de prijzen beperkt en bekomen dat kleine bedrijven (minder dan vijf werknemers) worden vrijgesteld. Unizo vond het nog niet verregaand genoeg en riep om een duidelijk systeem met één tarief in plaats van de huidige ingewikkelde constructies.

Geen probleem zou je denken dat bedrijven wat meer ophoesten voor de muziek die ze gebruiken in hun onderneming. De vraag is echter waar het geld dat SABAM int naar toe gaat? Ook de artiesten klagen steen en been. Er zou veel geld blijven plakken aan de handen van Sabam. Die zou systematisch de kosten van de organisatie te hoog voorstellen aan artiesten om ze minder geïnde auteursrechten uit te betalen. Ook werden onvolledige lijsten opgesteld van het werk van bepaalde artiesten zodat zij die inkomsten misliepen. Dit leverde Sabam recent nog een rechtszaak op wegens schriftvervalsing (de vervalste onkostennota's en jaarrekeningen ) en misbruik van vertrouwen. Het moge duidelijk wezen dat Sabam niet de belangen van artiesten en auteurs verdedigt, maar vooral bezig is met haar eigen bedrijfsresultaat en dat van de platenlabels en andere uitgevers. Recent ontsloeg Sabam nog tientallen werknemers om hun organisatie meer kostenefficiënt te maken en dus meer winst te realiseren.

Toen dit alles bekend raakte, is de politiek wakker geschoten. Animo voerde in september de campagne Ram Sabam en Jong VLD spoorde zijn minister van Ondernemen, Vincent van Quickenborne, aan tot actie tegen SABAM (onder het goedkeurend oog van de werkgeversorganisaties). Er zou nu werk gemaakt worden van een wetgeving die de macht van Sabam moet inperken en de overheid meer inzage in de geldstromen van de organisatie geeft.

Naar aanleiding van de kritiek op SABAM werd recent een nieuwe beheersvennootschap opgericht: Younision. Zij willen het anders doen als Sabam, onder meer door meer te focussen op de digitale distributie van muziek. Kelvin Smits, de oprichter van Younission, verwoordde de tactiek van Sabam als volgt: “Ze zitten voor een lekkende kraan druppels op te vangen en zien de stromende waterval niet”. (De Tijd 30/06) De oprichting van Younission werd niet door iedereen met open armen ontvangen. Een aantal kleinere artiesten en uitgevers wijzen erop dat de organisatie grotendeels gefinancierd wordt door grote bedrijven als Microsoft en Apple. Deze grote multinationals zijn zich in de loop van tijd ook gaan toespitsen op het online verhandelen van muziek. Ook zij willen een zo groot mogelijk deel van de koek, wat natuurlijk botst met de belangen van de artiesten en auteurs.

Recenter kwam de discussie weer in de aandacht dit keer in een andere culturele sector. Ditmaal ging het om van een boycot door regisseurs van de Prime Star Awards. Een (ongetwijfeld erg duur) Award-feestje georganiseerd door Prime, een dochter van telenet, die digitale TV aanbiedt over de kabel. De regisseurs klagen dat ze niet hun gerechtvaardigde deel van de auteursrechten uitbetaald krijgen door het toedoen van Telenet. Dat bedrijf rekende onlangs nog hogere tarieven voor de auteursrechten door aan de klant terwijl er enkel met SABAM een overeenkomst hierover werd gesloten. Andere beheersorganisaties onderhandelen met Telenet over een verhoging van de auteursrechten. De regisseurs pikken het niet dat Telenet die onderhandelingen niet afwacht vooraleer ze de hogere auteursrechtvergoedingen naar de klant doorrekent. Bij Telenet schuiven ze de hete aardappel door naar de beheersorganisaties, maar het is al eerder gebleken dat die niet altijd de belangen van de artiesten verdedigen.

Een aantal artiesten is de fratsen van de platenlabels en de beheersvennootschappen grondig beu. Zij brengen hun werk uit onder de Creative Common License.

 

Creative Common License

De CCL staat voor een filosofie die cultureel, educatief en wetenschappelijk materiaal wil beschermen tegen ongeoorloofd (commercieel) misbruik. Er zijn een aantal opties waaruit je als auteur of artiest kan kiezen, maar het komt er meestal op neer dat het werk gratis kan worden aangeschaft, verder verspreid (onder dezelfde CCL) en zelfs gebruikt mag worden in andere werken, zolang dit gebeurt in een niet-commerciële context. De enige voorwaarde is (vaak) dat er een vermelding wordt gemaakt van de naam van de oorspronkelijke auteur/artiest.

Dit concept in de muziekwereld is onder deze naam nog niet zo heel oud (2001) maar het concept op zich is wel al langer in gebruik. In de software wereld was er al de opensource beweging die gebruikt maakte van de GNU General Public Licencse. Dit systeem werd bedacht door de free-software foundation om maximaal gebruik te maken van de kracht van de online gemeenschap (van programmeurs) om goede en gratis software te maken. Dit was vooral een reactie op de commerciële software-ontwikkelaars zoals bijvoorbeeld Microsoft die de broncode van haar software wou beschermen uit commerciële redenen (bedrijfsgeheim).

 

Yes we can (do better)

De oplossing die de CCL biedt, is natuurlijk een mooie tijdelijke tussenoplossing in een kapitalistische maatschappij. Het geeft een nieuwe dimensie aan het eigendomsrecht maar het probleem van een correcte verloning voor de artiesten is hiermee niet oplost.

In een democratische socialistische maatschappij, waar LSP naar streeft, moet er volledige tewerkstelling zijn. Genoeg kwalitatieve jobs voor iedereen en geen werklozen meer die gebruikt kunnen worden om de werkenden onder druk te zetten. Iedereen heeft recht op en nood aan een maatschappelijke nuttige taak in de maatschappij. Door deze herverdeling van de arbeid die maatschappelijk nodig is, komt er voor de bevolking meer tijd vrij om zich meer met cultuur (en wetenschap) bezig te houden, wat het algemene culturele niveau ten goede zal komen.

Een deel van die jobs zal in een socialistische maatschappij ook in de kunst- en cultuursector moeten zijn. Kunst en cultuur zorgen immers ook voor een toegevoegde waarde voor de maatschappij. Ook kunstenaars verdienen dus een loon. Net zoals met de andere jobs zal ook de loonkloof verkleind moeten worden. De bedragen die sommige wereldberoemde artiesten nu verdienen swingen de pan uit en zijn voor sommigen zelfs wraakroepend.

Hoeveel loon en wie dat loon verdient, zal bepaald moeten worden op basis van een democratisch maatschappelijk proces. De technologie is ver genoeg gevorderd om een globaal evaluatiesysteem (op het internet ) op poten te zetten dat bijhoudt hoeveel elke vorm van kunst “geconsumeerd” wordt. Daarnaast moeten de cultuurconsumenten (als we ze zo even mogen noemen) ook de mogelijkheid krijgen om hun waardering voor de kunst die hij of zij “consumeert” in te geven in het systeem. Immers niet elke kunst wordt even hard geapprecieerd. Op die manier kunnen we ook de charlatans van de echte (gewaardeerde) kunstenaars onderscheiden. Dit systeem moet ook zo transparant mogelijk zijn. In eerste instantie om misbruik (zoals nu bij organisaties als SABAM) te voorkomen. Daarnaast is het ook belangrijk dat je altijd kan zien hoe hard het werk van een bepaalde kunstenaar gewaardeerd wordt. Dit zorgt ervoor dat de liefhebbers van experimentele kunst en kunstenaars ervoor kunnen zorgen dat zij niet uit de boot vallen voor een artiestenloon. Als je iedereen jaarlijks een aantal “credits” geeft, kan je credits voor een groot deel of volledig aan kunstenaars geven die minder goed scoren (in plaats van aan kunstenaars die al breed gewaardeerd worden). Op die manier krijg je een evenwichtige verdeling van de waardering die ervoor zorgt dat alle kunstenaars die een meerwaarde bieden daarvoor verloond worden (en niet alleen de meest populaire).

In dit systeem wordt gebroken met de logica om een vergoeding te geven aan de kunstenaars alvorens het afgeleverde werk op z'n waarde kan worden getest. Met andere woorden de kunst zal in eerste instantie gratis aangeboden worden. Indien de maatschappij het afgeleverde werk apprecieert, zal er een correcte vergoeding voor worden betaald aan de auteurs. Dit zal er ook voor zorgen dat de macht van de grote cultuur-uitgevers gebroken wordt.

Bovendien zal de gemiddelde mens op deze manier in contact komen met meer als alleen de commerciële kunst (die door die grote uitgevers aangeboden wordt). Ook dit zal het algemene culturele peil in de maatschappij serieus omhoog tillen.

 

Een concreet programma

Uiteraard is zo'n socialistische maatschappij nog niet voor morgen (alhoewel de geschiedenis heeft aangetoond dat als de massa's éénmaal in een revolutionaire beweging komen, de verloop van de geschiedenis in een stroom versnelling kan komen).

In tussentijd zijn er een aantal eisen die we al naar voren kunnen schuiven en verdedigen om de verschraling van de media en cultuur in het algemeen tegen te gaan. Deze eisen kunnen bovendien het bewustzijn van de mensen verhogen, wat een socialistische omvorming van de maatschappij een stapje dichterbij kan brengen.

 

     

  1. De afschaffing van organisaties van SABAM of ze op z'n minst transparanter en onder controle van de overheid plaatsen zou een eerste goede stap zijn in het correct verlonen van artiesten.
  2. Een halt toeroepen aan de vervolging van individuele downloaders of van ontwikkelaars van download-technologie. Het aanbod is vandaag zo groot dat het onmogelijk is om alles te kopen wat je wilt beluisteren. Er zijn andere manieren voor de consument om artiesten die ze waarderen financieel te steunen (naar een optreden gaan, merchandising,...)
  3. Festivals, concerten en in mindere mate museum- of cinema-bezoek moeten goedkoper gemaakt worden. Vandaag is het (regelmatig) meepikken van zo'n cultureel evenement een economisch privilege aan het worden. Het is een taak van de gemeenschap om ervoor te zorgen dat alle mensen evenveel toegang hebben tot dit soort activiteiten.
  4. Het heropwaarderen van de publieke media naast de talloze commerciële media. Er is al veel bespaard op de publieke omroepen en we moeten ons verzetten tegen een verdere afbouw van die vorm van openbare dienstverlening. Openbare omroepen kunnen indien ze genoeg middelen krijgen de kans bieden aan jonge of beginnende artiesten om hun werk bekend te maken. Uiteraard moet er inspraak zijn van de gemeenschap om misbruik te vermijden en om ervoor te zorgen dat er een zo divers mogelijk aanbod is.
  5. Het stopzetten van het financieren van onderzoek naar technologieën die de maatschappij willen afschermen van de culture en technologische ontwikkelingen. Het onderzoek naar digital rights management (een techniek die het kopiëren van muziek en films moet verhinderen) wordt vandaag met overheidsmiddelen aan de universiteiten gedaan. Het resultaat van die investeringen dient enkel om de belangen van grote private bedrijven te verdedigen die de maatschappij de (massale) toegang willen ontzeggen tot kunst en cultuur.

Dit zijn uiteraard maar enkele voorbeelden van eisen. Er zijn er ongetwijfeld nog andere te formuleren.

Deze maatregelen zullen uiteraard geld kosten. En de overheid zal ons zeggen dat dit geld er vandaag de dag met de economische crisis niet is. Wij weten echter wel beter. Er is wel degelijk geld in de maatschappij het is een kwestie van hoe dat geld te innen en hoe dat te spenderen. Wat dat innen betreft, kan men misschien eens beginnen werken met het innen van ernstige belastingen bij de rijken en de grote bedrijven en stoppen met het uitdelen van belastingscadeaus aan multinationals die in ons land gevestigd zijn met een maatschappelijk zetel (zoals de notionele intrest aftrek). Zo geraakt België misschien ook ooit af van zijn reputatie als belastingparadijs (voor de rijken).

Wat het uitgeven betreft: voor de banken worden in een vingerknip miljarden gevonden, maar voor de gewone man in de straat is er niets als besparingen en afbouw van openbare diensten. Het moge duidelijk wezen dat de kapitalistische organisatie van de maatschappij zijn nut heeft gehad. De ontwikkeling van de productiemiddelen, waar het kapitalisme voor gezorgd heeft zijn nut gehad voor het algemene culture en wetenschappelijke niveau van onze maatschappij. Op dit moment botst het systeem echter op z'n grenzen en is het kapitalisme een remmende factor voor de verdere ontwikkeling van cultuur en wetenschap. Het is daarom nodig dat er verzet komt tegen de perverse winstlogica van het kapitalisme en dat er gediscussieerd wordt over hoe het anders kan.