Text Size

Heeft de SP nog een toekomst?

Ingezonden opiniestuk.
SP, heeft het nog potentie?Verloren raadsverkiezingen, fractievoorzitter opgestapt, nieuwe lijsttrekker voor de verkiezing van 9 juni, slechte vooruitzichten voor die verkiezing. Voldoende om vragen te stellen bij de toekomst van de SP. Herkenbaar voor bijna alle politieke partijen van de afgelopen jaren. En als partij als andere ontkomt ook de SP er niet aan. De verandering van de SP van socialistische naar sociaal-democratische bestuurderspartij leidt tot het bestaan van twee zulke partijen, PvdA en iets radicalere SP. Terwijl de ruimte onder de kiezers voor sociaal-democratische politiek ongeveer gelijk gebleven is. De keuze voor Emile Roemer wijst in die richting, hij wordt vooral gezien als ervaren en kundig bestuurder. Terwijl voor socialisten niet besturen maar veranderen van de maatschappij het politieke doel is. Voor een socialistische partij is van belang de klassieke socialistische visie op de ontwikkeling van de samenleving in een moderne vorm opnieuw te formuleren. En het ideaal van het socialisme opnieuw onder de mensen te brengen. Zich bezinnen op de wijze waarop, in combinatie met de organisatie van mensen en het behartigen van hun belangen. Daarvoor moet de SP weer terug naar de manier van werken waarmee de partij beroemd is geweest en groot geworden. En die in de huidige praktijk niet of nauwelijks meer wordt toegepast.
Willem de Vroomen

Parlementaire democratie.

Profiel

Willem de Vroomen (1937) is SP lid van het eerste uur en was ook al actief bij de voorlopers van de partij. In 1980 verhuisd Vroomen van Leeuwarden naar Alkmaar, waar hij de lokale SP afdeling opricht. Hij is korte tijd lid van het dagelijks bestuur van de SP, lid van het hoofdbestuur, afdelingsvoorzitter en gemeenteraadslid.

Sinds 2000 ontwikkeld Vroomen zich tot een "zeer kritisch" SP lid en heeft met andere SP leden in 2007 het "Socialistisch Manifest" opgesteld.

Willem de Vroomen is tegenwoordig gepensioneerd en nog steeds lid van de SP. Hij schrijft nog regelmatig een column voor de afdeling Alkmaar.

Socialisten zien in parlementaire democratie de meest democratische bestuursvorm, gebaseerd op het principe van één stem per persoon. Ook in een socialistische maatschappij zal parlementaire democratie als bestuursvorm moeten blijven bestaan. Maar die zal zich dan over alle aspecten van het maatschappelijk leven uitstrekken, niet in de laatste plaats de economie. Want in het huidige systeem onttrekt juist de economie zich aan democratisch bestuur en democratische controle. Macht is in het kapitalisme vooral economische macht. En die macht onttrekt zich aan bestuur en controle door de democratisch gekozen vertegenwoordiging. Socialisme kan dus niet alleen via de parlementaire democratie bereikt worden. Maar parlementaire verkiezingen en vertegenwoordiging zijn niet onbelangrijk. Een verkiezingsuitslag is graadmeter voor steun die een socialistische partij heeft. In het parlement kan socialistische invloed soms verslechteringen voorkomen of verbeteringen realiseren. En socialisten kunnen daar hun visie naar voren brengen. Maar hoe belangrijk parlement en verkiezing ook zijn, het is voor socialisten gevaarlijk zich alleen daarop te richten. Zeker tegenwoordig nu de macht van het parlement om veranderingen te realiseren minder wordt. Minder mensen de moeite nemen serieus aan verkiezingen mee te doen. Kiezersaanhang ionder invloed van de media vluchtiger is dan ooit. De aandacht van die media gaat vooral uit naar rellen en personen en minder naar inhoud. En socialistische opvattingen krijgen minder kans via de media gehoord te worden. De aanwezigheid in het parlement is voor socialisten belangrijk. Maar het is een beperkt belang, want het werk in de volksvertegenwoordiging is geen doel, maar een middel voor versterking van het streven naar socialisme.

Werken onder de mensen.

Mensen die verandering willen moeten zich organiseren in een politieke organisatie. Nu is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Het is lastig te ontdekken wat mensen willen. En nog lastiger ze te organiseren. Ze hebben vaak oppervlakkige en onsamenhangende opvattingen. En vaak verschillende belangen. Het is de taak van socialisten die opvattingen op een hoger politiek niveau te brengen. Eventueel in activiteit om te zetten en de mensen te organiseren op gemeenschappelijke belangen. Hoe dat allemaal moet, daar zijn geen algemene regels voor. De uitwerking vindt plaats in de praktijk van alledag. Maar het werk van socialisten moet aansluiten bij gedachten, belangen en verlangens van grote groepen van de bevolking. En gericht zijn op organisatie van al die mensen. Omdat organisatie onmisbaar is in acties voor concrete belangen en voor verandering in socialistische richting. Om die gedachten, belangen en verlangens te leren kennen en mogelijkheden van organisatie te realiseren is het nodig naar de mensen toe te gaan en hun vertrouwen te winnen. Dat ‘naar de mensen toe gaan’ moet zo letterlijk mogelijk genomen worden. Aanbellen aan huisdeuren, mensen ontmoeten bij ingangen van bedrijf, kantoor, ziekenhuis, school of universiteit, gesprekken voeren in winkelstraten of op markten. Dat is wat bedoeld werd en wordt met ‘werken onder de mensen’. Belangrijk is te weten dat dit niet dezelfde is als ‘populisme’.

Populisme betekent, in het algemeen, naar de mensen luisteren en hen naar de mond praten. Al hun standpunten overnemen en zich achter al hun eisen opstellen. En tegenstellingen onder de mensen versterken. In een socialistische werkwijze gaat het om het bij elkaar brengen van opvattingen van mensen en de socialistische visie. Die komen door zorgvuldig werken beide op een hoger plan. Dan nemen de kansen op organisatie toe en zal het vertrouwen in de partij groeien. Succesvolle acties voor concrete zaken zijn onmisbaar om het vertrouwen van de mensen te winnen. Maar een socialistische partij is méér dan een actiegroep of een actiepartij. En méér dan een kiesvereniging. In de beginjaren van de partij was het ‘naar de mensen toe gaan’ een dringende noodzaak: er waren geen andere middelen om opvattingen bekend te maken. Een even belangrijke reden was in die tijd het gebrek aan financiële middelen. Bijna al het drukwerk werd rechtstreeks aangeboden en bijna altijd werd een financiële vergoeding gevraagd. Nu wordt veel drukwerk verspreid zonder er geld voor te hoeven vragen. Soms zelfs in een oplage van meer dan een miljoen. Maar het effect van al dat drukwerk is veel geringer. Veel verdwijnt ongelezen in de grote berg van reclamemateriaal. Een groter nadeel is dat slechts via leden- en kiezerswinst standpunten getoetst worden aan het oordeel van mensen en het directe contact grotendeels is verdwenen.

Bedrijvenwerk.

Het werk in bedrijven en in (en soms ook tegen) de vakbond heeft voor socialisten hoge prioriteit. Een belangrijk kenmerk van de menselijke maatschappij is dat er productie plaats vindt waardoor mensen in hun levensonderhoud voorzien. Het is duidelijk dat in de organisatie van die productie niet alle mensen dezelfde positie hebben. Heel algemeen gezegd onderscheiden we ook in het moderne kapitalisme twee belangrijke groepen mensen. De ene groep bezit het vermogen arbeidskracht te verkopen, de andere groep heeft de productiemiddelen in bezit en kan arbeidskracht kopen. In de socialistische maatschappijtheorie worden deze groepen van mensen klassen genoemd. De tegenstelling tussen twee klassen is een belangrijke motor voor de ontwikkeling van de maatschappij. Ook in de negentiende eeuw was er geen sprake van een simpele tweedeling tussen arbeiders en kapitalisten. De ‘motor’ was in de tijd van Marx ook ingewikkeld, maar de strijd tussen de twee belangrijkste klassen was toen en is nu van groot belang. In Spanning van februari 2000 schrijft de SP nog: “Willen we een socialistische samenleving, democratische controle, dan zal de machtsverhouding tussen arbeid en kapitaal fundamenteel veranderd moeten worden”. Op wereldschaal zijn nu bijna 4 miljard mensen in loondienst, de helft daarvan leeft beneden de armoedegrens van 2 euro per dag, ruim een kwart moet leven van minder dan 1 euro. Als je dat allemaal beseft zegt dat niet dat je er komt met verhalen uit vroegere tijden. Die verhalen hoor je nog wel eens van Internationale Socialisten en dergelijke. Maar die hebben weinig contact met de werkelijkheid van nu.

Klassen.

De tegenstelling tussen klassen komt natuurlijk ook tot uiting op andere terreinen van het maatschappelijk leven: volkshuisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer. Vandaar dat socialisten ook actief zijn bij scholen, universiteiten, ziekenhuizen en stations. Maar duidelijk wordt die tegenstelling op het terrein van economie en productie. Als daar ‘arbeiders’ in actie komen blijkt de aard van onze maatschappij en wat de belangrijkste tegenstellingen zijn. En daar moeten socialisten aanwezig zijn. Aanwezig zijn, niet met opvattingen over de partij als voorhoede van de arbeidersklasse. En niet met nostalgische verwachtingen over de machtige arm die heel het raderwerk stil zal zetten. Aanwezig zijn, gezicht laten zien, vragen en luisteren, ook in ‘rustige’ tijden. En ook hier zo letterlijk mogelijk: mensen ontmoeten bij de ingang van bedrijven, bedrijfsterreinen, op bouwplaatsen en bij de personeelsingang van ziekenhuizen. En waar mogelijk organisatie en mensen als ondersteuning aanbieden in minder rustige tijden. Soms met, soms zonder de vakbond, nooit uitsluitend als verlengstuk van de bonden.

Socialisme.

Natuurlijk is het voor socialisten van belang zich af te vragen wat met socialisme bedoeld wordt. Het is onvoldoende opvattingen van vroeger te herhalen, maar wel moet onderzocht welke vroegere opvattingen ook nu nog van betekenis zijn. Socialisme is een maatschappij die menselijke waardigheid respecteert, gelijkwaardigheid van mensen garandeert en solidariteit tussen mensen organiseert. Maar die begrippen hebben geen inhoud zonder een verandering in de machts- en eigendomsverhoudingen. Die begrippen krijgen pas een kans na een dergelijke verandering. In een menswaardige samenleving kan de macht over grote bedrijven en instellingen niet berusten bij een kleine groep machthebbers. Zonder enige vorm van eigendom en beslissingsrecht voor de grote meerderheid. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar toch moet men zich voortdurend afvragen wat eigendom en beslissingsrecht is. Vroeger werd daar altijd op geantwoord in termen van nationalisatie en staatseigendom van de productiemiddelen. De vraag is of dat voor de tegenwoordige tijd nog een oplossing is. Maar het gaat in ieder geval om verandering in de machts- en eigendomsverhoudingen.

Vrijheid en mensenrechten.

Mensen hechten veel waarde aan eigen ontwikkeling, persoonlijke belangen en individuele vrijheid. Hoe verhoudt zich dat met een socialistische toekomstvisie? Socialisme kan niet bestaan zonder individuele vrijheid, slechts beperkt door de overweging dat vrijheid voor de één nooit ten koste mag gaan van de vrijheid van anderen. Socialisme is onbestaanbaar zonder zeer vergaande garanties voor en bescherming van mensenrechten. En zonder bescherming tegen willekeur en corruptie is socialisme geen socialisme. Hoe wordt onder het socialisme gebruik gemaakt van de creativiteit en inventiviteit van de mensen? Hoe krijgen maatschappelijke initiatieven onder het socialisme een kans? Hoe wordt voorkomen dat initiatieven stranden in starheid en bureaucratie? Maar ook: hoe wordt een terugval in de chaos van de vrije markt voorkomen? Met daarbij de overtuiging dat er geen blauwdruk voor een socialistische samenleving bestaat.

Hoe nu verder?

Voor een socialistische partij is een analyse van de huidige maatschappij van groot belang. Maar het gaat een socialistische partij niet alleen om analyse. Het gaat er vooral om dat de analyse aansluit bij de dagelijkse ervaring van mensen en perspectief biedt op verandering. Om dat allemaal te realiseren zijn politieke activiteiten van groot belang: oppositie in parlementen, ledengroei, de SP en haar woordvoerders als opinieleiders, activisme voor alledaagse zaken. Maar zonder contacten met de mensen om wie het gaat blijft het bij goede bedoelingen. Directe contacten, dat is de manier om de socialistische analyse te confronteren met de mening van mensen. De manier om samen in actie te komen.

Een nieuwe start.

De weg terug voor de SP van sociaal-democratische bestuurderspartij naar socialistische oppositiebeweging in en buiten de parlementen kan natuurlijk niet genomen worden zonder discussie in de afdelingen. Het resultaat kan zijn dat afdelingen met de ‘nieuwe’ politieke lijn en werkwijze instemmen en in praktijk gaan brengen. Dat zal gevolgen hebben voor de organisatie van afdelingen en mogelijk leiden tot een sanering van het afdelingenbestand. De voorwaarden voor het functioneren van afdelingen zullen verscherpt moeten worden. Afdelingen kunnen zich niet langer als lokale kiesvereniging uitsluitend met raadswerk en raadsverkiezing bezig houden. Alleen afdelingen die naast het bestuur nog over een flink aantal actieve leden beschikken kunnen aan verkiezingen mee doen. En de kandidaten voor de raad moeten ook uit actieve leden gekozen worden. Op voorwaarde dat er na de verkiezing nog voldoende overblijft voor het werk in buurten, wijken en elders. Het is nu aan het SP-partijbestuur de eerste stappen te zetten en discussie in de afdelingen te beginnen over de toekomst van de partij.