Text Size

Socialistische zomerschool: Tijd voor een socialistisch alternatief!

Op dit ogenblik vindt de internationale zomerschool van het Comité voor een Arbeidersinternationale (CAI, of CWI in het Engels) plaats. Zo’n 300 leden uit verschillende Europese landen, maar ook van daarbuiten, bediscussiëren de internationale politieke situatie en de opbouw van een socialistisch alternatief. In een eerste verslag brengen we een artikel gebaseerd op de inleiding over de politieke wereldsituatie. Andere discussies handelen over Latijns-Amerika, China, het Midden-Oosten, Europa,… Deze inleiding werd gedaan door Lynn Walsh van het internationaal secretariaat.
Verslag van de website van onze Belgische zusterpartij, de Linkse Socialistische Partij (LSP)

Ongelijke groei van het kapitalisme

Het wereldkapitalisme wordt geconfronteerd met tegenstellingen. Enerzijds kunnen de grote bedrijven opscheppen over de sterke economische groei en nieuwe records. In de jaren 1970 was er een jaarlijkse groei van rond de 4%, nu is dat 5%. Anderzijds zien we op het vlak van de relaties tussen verschillende grootmachten en ook in tal van landen, dat er heel wat spanningen bestaan en crisis. Een onderliggende reden daartoe is de ongelijkheid van de kapitalistische groei. De groei die er is, komt niet ten goede van brede lagen van de bevolking.

De economische successen van de voorbije periode werden gerealiseerd op basis van een doorgedreven globalisering en neoliberaal beleid. Dat betekent een extreme vrije markt met een extreme ongelijkheid in de samenleving. Een specifiek gegeven van het kapitalisme de afgelopen jaren was de sterke toename van het aantal goedkope arbeidskrachten uit India en China. De OESO-landen staan slechts in voor zowat 20% van de arbeidskrachten op wereldvlak. De actuele groei is steeds meer gebaseerd op een uitbuiting van de minder ontwikkelde landen.

Zomerschool CAI/CWI 2007Ook in de ontwikkelde landen is het aandeel van lonen in het bruto nationaal product sterk gedaald, in Japan met 25% en in de EU met 13%. Het is voor de kapitalisten niet makkelijk om hun systeem te verkopen aan de bevolking. Bij een recente peiling in Groot-Brittannië, Spanje en Frankrijk bleek dat er drie keer meer mensen waren die dachten dat globalisering een negatief effect had op hun leven dan dat er waren die dachten dat er een positief effect was.

In 1905 waren er 20 miljardairs in de VS, nu meer dan 1.000. Terwijl er 36 miljoen armen zijn, bedraagt de totale rijkdom van alle miljonairs in het land 32 triljoen dollar. Zelfs in de Financial Times werd de vraag gesteld waarom er geen algemene opstand of revolutie komt tegen dit systeem. Die vraag is terecht, maar hangt samen met het totale failliet van de voormalige arbeiderspartijen die zelfs het reformisme achter zich hebben gelaten.

Kapitalistische barbarij

Zowat 1 miljard mensen lijden honger. Tegelijk zijn de voedselprijzen aan het stijgen. Het kapitalisme slaagt er niet in om één probleem op te lossen, zonder elders grotere problemen aan te richten. Zo zorgt de productie van biobrandstof ervoor dat de productie van voedsel afneemt en de prijzen stijgen.

Een aantal kapitalistische vertegenwoordigers beseft dat er ernstige problemen zijn op het vlak van milieu. Er wordt gezocht naar oplossingen binnen de markteconomie, net zoals in de 19e eeuw een aantal kapitalisten de ergste vormen van uitbuiting in de fabrieken probeerden te verlichten. De oplossingen binnen dit systeem zijn echter onvoldoende. Zo worden er uitstootrechten voor CO2 opgekocht in andere landen, maar dat maakt natuurlijk geen fundamenteel verschil. Een aantal bedrijven wil dit op bedrijfsniveau toepassen, uiteraard in de hoop dat een aantal concurrenten uit de boot vallen.

Arbeidersverzet

De afgelopen periode waren er een aantal belangrijke strijdbewegingen op wereldvlak: de stakingen in de openbare diensten in Zuid-Afrika, maar ook elders in onder meer Azië en Europa. Dit zijn acties en stakingen tegen de gevolgen van de globalisering. Er zal hier de komende dagen dieper op worden ingegaan in andere discussies. Maar toch één voorbeeld. De president van Peru werd recent herverkozen. Het land kende een groei van 8% en de situatie ziet er op het eerste gezicht goed uit voor het kapitalisme. Maar toch zijn er heel wat strijdbewegingen en acties. Verschillende delen van het land lagen deze maand plat door protestacties en stakingen van onder meer de leraars en andere sectoren. Duizenden betogers trokken naar de hoofdstad Lima, elders werden spoorwegen of luchthavens geblokkeerd. Dit soort verslagen vind je zowat elke maand wel in landen van Latijns-Amerika.

De arbeidersklasse wordt echter geconfronteerd met een gebrek aan leiding en perspectieven. Dat is voor onze organisatie van immens belang. Wij vormen een kleine organisatie, maar we hebben wel een degelijke analyse en duidelijke ideeën.

Wereldeconomie: kan de groei standhouden?

De groei van de afgelopen periode heeft de kapitalisten een zekere manoeuvreerruimte gegeven. Dit is echter vooral gebaseerd op de verhouding tussen China en de VS. De VS koopt goedkope producten op in onder meer China, waardoor een sterk tekort is op de handelsbalans. De schulden van de VS nemen bovendien toe: zowel de particuliere als de overheidsschulden. In China is er een sterke groei van de productie en om die groei in stand te houden, koopt het Chinese regime heel wat obligaties van de VS op. China heeft op dit ogenblik een reserve van 1.300 miljard dollar aan buitenlandse deviezen, voornamelijk Amerikaanse dollars. Dat geld wordt gebruikt om te investeren in Europa en de VS. Deze positie is echter niet houdbaar op langere termijn.

Op dit ogenblik is de periode van groei langer blijven duren dan wat wij hadden ingeschat. Dat komt onder meer door de enorme kapitaalstromen die plaatsvinden en het gewicht van het financiekapitaal. In 1980 bedroegen de financiële middelen samen 109% van het wereldwijde BBP, in 2005 was dat 316%.

Dat zorgt er mee voor dat er een golf van fusies en overnames is. Uiteraard gaat dat gepaard met speculatie en het doorsluizen van schulden naar andere bedrijven. De toename van schulden zorgt ervoor dat een crisis harder kan toeslaan.

Een eerste voorbeeld zagen we met de ineenstorting van de markt van de risico-investeringen, wat een langetermijneffect zal hebben. Bovendien zijn de effecten erg breed. Zo is een deel van de schuldenlast gespreid onder bredere lagen van de bevolking door aandelen in de schulden te verkopen om er winst op te maken.

De afgelopen weken waren er een aantal financiële dipjes met een neergang op de beurzen, maar ook met een aantal hedgefunds die in de problemen komen. Er is geen echte crisis, maar er zijn wel een aantal tekenen dat de fase van de sterke speculatie van de afgelopen periode op haar grenzen botst.

Een belangrijke factor daarbij is de vertraging van de VS-economie. In het eerste kwartaal was er een groei van 0,6%, in het tweede kartaal was er wel een versnelling van de groei tot 3%. In het eerste kwartaal was er slechts een groei van 1,3% van de uitgaven van consumptie. De problemen op de immobiliënmarkt en de stijgende olieprijzen ondermijnen de mogelijkheden van consumptie in de VS. Dit geeft aan de VS-economie en dus ook de wereldeconomie naar een moeilijke periode gaat. Het is niet uitgesloten dat de groei nog een tijdje blijft duren, maar er zal uiteindelijk wel een diepgaande crisis volgen.

Zorgt China voor redding?

Een vraag hierbij is wat het effect zal zijn van China op de wereldeconomie. Met een groei van 11% van de economie en een stijging van de uitgaven voor infrastructuur met 20%, lijkt de groei van China fenomenaal. Die groei is echter volledig verbonden met de situatie in de VS en elders in de wereld. De interne markt in China is erg beperkt, de groei is afhankelijk van investeringen en export.

De investeringen worden aangemoedigd door de Chinese autoriteiten omdat het land deze nodig heeft om meer goedkope producten te maken om te exporteren. China moet nu steeds meer betalen voor grondstoffen en is bovendien afhankelijk van de consumptie in de VS en in mindere mate in Europa. Het doel van China zou volgens de premier een “harmonieuze groei” zijn. Maar de economische groei in het land is onstabiel, ongelijk en onhoudbaar.

Een neergang op de Amerikaanse en Europese markten, kan de aanleiding vormen voor een ernstige crisis in China. Er zijn spanningen in de Chinese samenleving met veel strijdbewegingen en industriële conflicten. Op lokaal vlak waren er sterke strijdbewegingen die op opstanden leken en gericht waren tegen lokale partijbureaucraten. Dit blijft echter erg gefragmenteerd zonder nationale coördinatie. Zolang de economie snel blijft groeien, kan het regime wel de protestacties gewoon uitzitten. De groei wordt immers gebruikt om de positie van de autoriteiten te versterken. Bij een crisis van de wereldeconomie, zou dit echter kunnen veranderen en kan het leiden tot een sociale explosie in China zelf.

Het is onmogelijk dat een economische terugval in de VS en Europa gepaard zou gaan met een blijvende groei in China. De onderlinge afhankelijkheid en sterke verwevenheid van verschillende economieën zal gevolgen hebben.

Imperialisme krijgt situatie niet onder controle

Terwijl de wereldeconomie het zo goed zou doen, krijgt het VS-imperialisme overal te maken met nederlagen op militair vlak. Bush maakte gebruik van de aanslagen van 11 september 2001 om een agressievere imperialistische politiek te voeren in het belang van de oliesector en het financiekapitaal. Het project van een “nieuwe Amerikaanse eeuw” waarbij de militaire macht van de VS werd gebruikt voor economische dominantie en prestige op wereldvlak, blijkt te falen.

In plaats van een stabiel regime en een bondgenoot te creëren in Irak, wordt dat land nu op de tweede plaats gezet van de lijst van slechts geregeerde landen (na Soedan). Tot 70% van de bevolking heeft er noodhulp nodig. Minstens 100.000 Irakezen zijn reeds omgekomen. Bij het begin van de oorlog hadden we voorspeld dat het geen succes ging worden, maar de realiteit gaat verder dan wat ze hadden voorzien. De VS probeert de crisis onder controle te houden door onder meer 30.000 nieuwe troepen te sturen, maar tegelijk kan het de opstanden van de lokale bevolking niet tegenhouden. De onderlinge tegenstellingen tussen de drie belangrijkste bevolkingsgroepen in Irak zorgen er bovendien voor dat nu in de VS stemmen opgaan voor het opzetten van drie verschillende zones in het land. In gemengde gebieden (zoals Bagdad of Kirkoek) zal dat echter geen oplossing bieden voor de spanningen.

Bush wordt in sommige kranten verweten dat hij de situatie laat aanslepen om de hete aardappel door te geven aan zijn opvolger. Het kan effectief lang duren om de troepen volledig terug te trekken, onder meer door een groot aantal bases, de aanwezigheid van heel wat militair materieel en geen veilige plaatsen om materieel op te bergen. Ook een terugtrekking van de bezettingstroepen kan leiden tot heel wat aanvallen. Dat zou de nederlaag enkel nog erger maken.

De VS had gehoopt dat een Irakese bondgenoot haar positie zou versterken om zo ook tot regimeverandering te kunnen komen in Iran. De werkelijkheid is dat de positie van Iran sterker is geworden en dat het land binnen enkele jaren nucleaire wapens kan aanmaken. De VS zit intussen in de slechtste positie ooit in het Midden-Oosten.

Er zijn in Irak op dit ogenblik niet echt sterke arbeidersorganisaties die in staat zijn om op te komen voor arbeiderseenheid en voor het opnemen van de klassenbelangen van de arbeiders en de armsten. Toch moeten we er op blijven terugkomen dat de enige uitweg voor de Irakese massa’s bestaat uit een klassenstandpunt op basis van arbeiderseenheid. Het kapitalisme zal geen oplossing kunnen aanbieden, er zal nood zijn aan een geplande economie met arbeidersdemocratie.

Dat wordt ook elders in het Midden-Oosten duidelijk, onder meer bij het conflict tussen Israël en de Palestijnen en in Palestina zelf. Zelfs na zeven oorlogen sinds het ontstaan van Israël, is het land er nog steeds niet veiliger op geworden. Gaza is zowat een gevangenenkamp, na de machtsovername door Hamas een gevangenenkamp geleid door rebellen. Een ‘oplossing’ met twee staten op basis van het kapitalisme is uitgesloten. Maar uiteraard komen wij er wel voor op dat de Joodse en de Palestijnse bevolking elk recht hebben op hun eigen staat, maar dat kan enkel op socialistische basis.

VS: wie volgt Bush op?

In de VS zelf wordt er steeds meer van uitgegaan dat Bush zal worden opgevolgd door een Democraat. Er zijn belangrijke bewegingen geweest, onder meer de beweging van de migranten vorig jaar maar ook acties en kleinschaliger bewegingen hierna. Een crisis in de VS-economie zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de sociale relaties in de VS. Maar op dit ogenblik gaat de aandacht vooral naar de discussie over de presidentsverkiezingen en wie Bush zal opvolgen.

De belangrijkste Democratische kandidaten op dit ogenblik zijn Barack Obama, Hillary Clinton en John Edwards. Die hebben elk miljoenen dollars opgehaald voor hun campagne, waarmee ze meteen ook aantonen van waar de steun voor de Democraten komt: van de grote bedrijven en de industrie. Tot voor kort verdedigde Hillary Clinton het standpunt dat er meer troepen naar Irak moesten worden gestuurd om de situatie onder controle te krijgen. Toen de Democraten een parlementaire meerderheid kregen, eisten ze een agenda voor terugtrekking uit Irak. Maar toen er gestemd werd over de financiering van de oorlog, stemden de Democraten gewoon voor. John Edwards stelt nu dat hij destijds fout was over de oorlog en dat hij er nu tegen is. Een opvallend element in zijn programma is echter dat hij stelt dat globalisering leidt tot problemen en dat hij opkomt voor een degelijke ziekteverzekering. Anderzijds wordt de campagne van Edwards bedreigd door de drie “h”’s: “haircut” (omdat hij 400 dollar uitgaf voor een beurt bij de kapper, een bedrag dat werd betaald door het campagnefonds), “hedgefund” (omdat hij deel uitmaakt van een hedgefund waarmee hij fortuin maakt) en “house” (omdat hij in een immense kast van een villa woont). Dat zijn maar details, maar het toont wel aan wat de sociale achtergrond van de Democraten is.

Er zal geen socialistische of reformistische partij zijn die een massaal alternatief zal bieden op de Democraten. De kwestie van een arbeiderspartij zal nochtans van cruciaal belang zijn in de VS. Voor onze kameraden is het een centraal element in ons materiaal, maar er zijn nog geen stappen in deze richtingen. We steunen wel kleine stappen in de richting van een politiek alternatief. Zo was er recent de aankondiging van anti-oorlogsactiviste Cindy Sheehan dat ze zou opkomen tegen de Democratische kandidaat Nancy Pelosi (die ook fractieleidster is voor de Democraten) in Californië. Het blijft ook afwachten of Ralph Nader opnieuw kandidaat zal zijn bij de presidentsverkiezingen.

Conclusie

Als marxisten proberen we een beeld te hebben van belangrijke gebeurtenissen en ontwikkelen op wereldvlak. Op die basis willen we een inschatting maken van hoe de arbeidersbeweging stappen vooruit kan zetten. Uiteraard kan dit doorkruist worden door onverwachte gebeurtenissen. Denk maar aan de impact van de aanslagen van 11 september 2001 in de VS.

Wij komen op voor een socialistisch alternatief tegenover een kapitalisme dat steeds meer tot barbarij leidt. Het is belangrijk dat wij blijven opkomen voor een duidelijk socialistisch alternatief, zeker op een ogenblik dat veel linkse groepen hun profiel afzwakken en onduidelijker worden over hun verdediging van het socialisme. Een “zachtere” markteconomie is echter een illusie, er is nood aan een geplande economie waarbij de rijkdom wordt aangewend ten voordele van de meerderheid van de bevolking.