Text Size

Roemenië, overheid kiest kant van Chevron tegen eigen inwoners

protesten roemeniëMet brutale repressie wil de Roemeense overheid de belangen van de multinational Chevron dienen. Het protest tegen het mijnproject in Rosia Montana (zie ook ons vorig artikel hierover) behaalde een overwinning op 10 december. Toen haalde het project het niet in het parlement. Het gaat om een project waarbij Chevron door middel van ‘fracking’ gas zou ontginnen. De regering doet er alles aan om dit project erdoor te krijgen.

Artikel door Vladimir Bortun

 

 

In Rosia Montana, een regio met 16 dorpen die al door de Romeinen werden neergezet, zouden de grootste goudmijnen uit Europa worden gebouwd. De licentie voor de mijnen werd toegekend. Dat gebeurde zonder enige publiek bod. De licentie ging naar Rosia Montana Gold Corporation (RMGC) dat voor 80% in handen is van het bedrijf Gabriel Resources uit Toronto (maar opgezet door de controversiële uit Roemenië afkomstige Australische zakenman Frank Timis, de rijkste Australiër in Londen) en voor 19% van RAC Deva, een Roemeens overheidsbedrijf.

Het mijnproject van RMGC omvat de extractie op basis van cyanide van ongeveer 300 ton goud en 1.600 ton zilver over een periode van 16 jaar. Het zou ongeveer 3.600 jobs opleveren en bijna 7,5 miljard dollar winst. De cijfers worden wel betwist, velen zeggen dat er amper 600 jobs zouden komen. Voorstanders van het project – waaronder lokale inwoners, toppolitici en gevestigde journalisten – beweren dat dit de beste mogelijkheid is om voordeel te halen uit de mijnen van Rosia Montana en dat de levensstandaard in die buurt zal verbeteren.

De tegenstanders van het project – waaronder eveneens lokale inwoners, de culturele Roemeense Academie, de drie belangrijkste kerken, een regeringsdelegatie van Hongarije, tal van lokale en internationale NGO’s, een platform van 83 Roemeense professoren economie en verschillende buitenlandse archeologen – bekritiseren het project met sociale, ecologische, patrimoniale, economische en wettelijke argumenten. Ze stellen dat er door het mijnproject meer dan 2.000 mensen zouden moeten verhuizen. Vier bergen zouden volledig uitgehold worden. Vijf kerken, vier begraafplaatsen en 2.000 jaar oude Romeinse sites zouden er eveneens aan moeten geloven. Het feit dat op 16 jaar tijd meer dan 40 ton cyanide zou ingezet worden, zou ook gevolgen hebben voor het ecosysteem. Het kan leiden tot een maanlandschap. De cyanide zou bewaard worden in opslagplaatsen, maar het is niet duidelijk hoe RMGC ervoor zou zorgen dat er geen resten van de cyanide gewoon vrij komen. Tenslotte vragen critici zich af wat er zou gebeuren met wie zijn huis en grond niet zomaar wil achterlaten of niet akkoord gaat met de prijs die RMGC ervoor wil bieden. Zou de overheid tussenkomen om hen gedwongen uit te zetten om de belangen van het private bedrijf te dienen? En waarom zou de overheid eigenlijk zelf dat goud niet ontginnen met klassieke mijnmethoden?

Ondanks de tientallen miljoen euro’s die de afgelopen jaren in reclamecampagnes, public relations, lobbying en mogelijk zelfs omkoping werden gestopt, kon RMGC het mijnproject niet opstarten omdat het niet in overeenstemming was met de Roemeense en Europese milieuwetgeving. Ieder certificaat dat door de regering was toegekend aan RMGC werd terug ingetrokken, doorgaans na juridische klachten door milieugroepen. De groep probeerde sinds 1999 al meermaals om groen licht te krijgen, maar dit mislukte telkens weer. Tot in augustus van dit jaar. De sociaal-liberale regeringscoalitie besliste plots om het project van RMGC goed te keuren en naar het parlement te sturen om daar goedgekeurd te worden. Er werd verwacht dat dit geen probleem zou zijn omdat de regering in beide kamers over een meerderheid beschikt. Dat de regering de verkiezingen van 2012 won met onder meer de belofte dat dit mijnproject zou geschrapt worden, was al gauw vergeten.

De regering stelde het parlement voor om het project van RMGC te ondersteunen op basis van enkele opvallende en schandalige maatregelen. Zo werd voorgesteld om de milieuwetgeving aan te passen zodat het project eraan zou voldoen (in plaats van omgekeerd tewerk te gaan). Er werd ook voorgesteld dat RMGC – een privaat bedrijf – onteigeningen zou kunnen uitvoeren. Het feit dat de regering de eerder gemaakte beloften brak en tegelijk dergelijke voorstellen deed, leidde tot een grote woede, ook onder mensen die voorheen onverschillig stonden tegenover het project in Rosia Montana.

Op zondag 1 september werden betogingen gehouden die niet alleen het hoogtepunt vormden van 10 jaar campagne voeren onder de noemer ‘Red Rosia Montana’ maar meteen ook de grootste betogingen sinds 20 jaar werden. Sommigen spraken al van een ‘Roemeense herfst’ in navolging van de revoltes die de planeet de afgelopen jaren kende. De afgelopen tien weken hielden duizenden mensen een centraal plein in Boekarest bezet alsook pleinen in Cluj-Napoca en andere grote steden. Iedere zondag groeit het aantal actievoerders aan tot tienduizenden, met 20.000 aanwezigen in Boekarest alleen. De slogans (zoals “Als je in de grond wil, kom dan naar de metro van Boekarest”, “Haal je goud op de Olympische Spelen”, “Roemenië wordt ondermijnd door een corrupte regering”,...) en het vreedzame karakter van de protesten trekken nieuwe mensen aan die voorheen niet bij protest betrokken waren. Het leidt ook tot verbijstering bij de autoriteiten die op een teken van geweld aan het wachten waren om een excuus voor repressie te hebben.

De beweging lijkt het patroon van de Occupybeweging te volgen zonder formele leiders en met een kern van betogers die bestaat uit studenten en beter opgeleide jonge werkenden tussen 20 en 40 jaar. Er was weinig aandacht voor een oriëntatie op de arbeidersbeweging en de vakbonden. De thematiek is niet beperkt tot Rosia Montana, maar het gaat van de corruptie onder de politieke elite tot de harde besparingsmaatregelen die aan de bevolking worden opgelegd. Er is wel een element van antikapitalisme, maar dat is beperkt. De actievoerders zijn ideologisch gezien erg eclectisch met diverse invloeden. Er zijn liberalen, anarchisten, extreemrechtse nationalisten, groenen, socialisten of ‘apolitieke’ jongeren. Ze zijn verenigd rond de kwestie van Rosia Montana en de roep om het land te bevrijden van de alliantie van een corrupt politiek stelsel en grote bedrijven zonder enige vorm van scrupules.

Dit betekent niet dat de actievoerders het onderling eens zijn of dat er geen spanningen zijn. Een kleine groep anarchisten werd zelfs aangevallen door rechtse nationalisten. De meeste actievoerders stellen dat het incident kleinschalig was en best snel vergeten wordt in naam van de eenheid van de beweging en het imago ervan naar buiten. Maar ter linkerzijde werd toch opgeworpen dat de beweging een nationalistische koers dreigt op te gaan, enkele dagen eerder waren enkele actievoerders overgegaan tot het zingen van het nationale volkslied en er werd ook ostentatief neergezeten voor orthodoxe gebeden. Er wordt terecht gesteld dat iedere samenwerking met nationalisten tot conflicten zal leiden. Er is echter geen strategie om conflicten onder actievoerders te vermijden of om tot meer cohesie te komen.

Ondanks de enorme diversiteit onder de actievoerders worden ze door de gevestigde media afgedaan als ‘hipsters’. Het onderliggende punt is dat het om stedelijke middenklasse jongeren gaat, terwijl het mijnproject enkel de lokale bevolking zou aanbelangen. Sommigen beweren zelfs dat de actievoerders door buitenlandse NGO’s worden betaald om de economische belangen van het land te ondermijnen of door concurrenten van RMGC die alsnog het project willen binnenhalen. De negatieve houding of in het beste geval de poging om de beweging te negeren, was geen verrassing. RMGC is immers al jarenlang bezig met steun van alle gevestigde media op te kopen. De media met de meeste kritiek op de beweging waren niet toevallig diegene die het meest voordeel haalden uit de campagnes van RMGC.

Deze vorm van mediacensuur op basis van bedrijfsbelangen heeft niet kunnen vermijden dat de beweging steeds groter en zichtbaarder werd. Omwille van de mogelijke electorale gevolgen van deze beweging - de Europese verkiezingen komen steeds dichterbij – besloten twee van de drie regeringspartijen plots dat ze tegen het mijnproject was. Zelfs premier Victor Ponta stelde dat de parlementsleden zich tegen het project moesten verzetten. Deze strategie heeft niet gewerkt om de beweging te stoppen. Ponta kwam al snel terug op zijn standpunt om het project van RMGC verder te ondersteunen. Er werd een parlementaire commissie aangesteld om de kwestie te onderzoeken. Velen denken dat dit slechts een vorm van rookgordijn is om uiteindelijk het project goed te keuren.

De commissie stemde tegen het project, maar eerder op basis van minder belangrijke argumenten. De centrale problemen met het project werden niet in overweging genomen, zo werd niets gezegd over de onteigening van de lokale bevolking of de onomkeerbare schade die aangericht wordt aan zowel het milieu als het culturele erfgoed. Hierdoor laat ook deze beslissing de deur open om het project uiteindelijk door het parlement te krijgen. Er wordt nu gewacht op een stemming in het parlement, de beslissing van de commissie was enkel raadgevend.

Een maand geleden besloot het Amerikaanse energiebedrijf Chevron om het plan om schaliegas op basis van fracking te ontginnen in Pungesti, een dorp in het oosten van Roemenië, op te schorten na protest van de lokale bevolking en geweld hiertegen van de lokale rijkswacht. Het verzet van de bevolking tegen fracking – een nationaal thema – is niet enkel gericht tegen de milieugevolgen van deze methode van energiewinning maar ook tegen het feit dat Roemenië en de bevolking amper zou meegenieten van de opbrengsten. Chevron kreeg in 2010 van de Roemeense regering een akkoord om in een groot gebied tot de ontginning van schaliegas over te gaan. Dat akkoord kwam in even duistere omstandigheden tot stand als de akkoorden met RMGC. Er is in beide gevallen sprake van samenwerking tussen de overheid en de grote bedrijven zonder rekening te houden met de belangen van de gewone bevolking.

De strijdbewegingen vinden plaats in de context van een nieuw ontwaken van de Roemeense samenleving, zeker onder jongeren en hoger opgeleiden. Die lagen beseffen steeds meer dat het kapitalistische herstel geen resultaat heeft opgeleverd en de positie van de meerderheid van de bevolking niet heeft verbeterd. Linkse ideeën zijn steeds minder een ‘taboe’, maar ze vormen onderdeel van de protestacties zelfs indien de beweging op zich nog ver van een socialistisch standpunt staat. Er is een gevoel van verzet tegen de grote bedrijven. Dat is op zich niet antikapitalistisch, maar het maakt een dergelijk standpunt wel aanvaardbaarder.

In de komende periode moet de linkerzijde ervoor opkomen dat er een nationale beweging ontstaat met een oriëntatie op de arbeidersbeweging. Enkel dan kan de linkerzijde op succesvolle wijze de strijd tegen de dictatuur van de grote bedrijven en hun politieke marionetten aangaan.