Text Size

Massaal mijnwerkersprotest in China

Duizenden betogers in provincie Heilongjiang

• Neen tegen verlies banen, neen tegen repressie!

• Voor onafhankelijke en democratische vakbonden!

Duizenden mijnwerkers in het noordoosten van China zijn ondertussen al zes dagen in staking. Ze eisen van de Chinese regering – de dictatuur van de zogenaamde ‘Communistische’ Partij – dat ze hun geld terugkrijgen.

 

Banner-miners-600x338


Analyse door Dikang, Chinaworker.info

 

Het protest schokt het Chinese regime en dat net in de week dat het Nationaal Volkscongres in Peking samenkomt. Een belangrijke discussie op dat Volkscongres is over hoe het regime het personeel in de staatssectoren drastisch zal verminderen. Er circuleren cijfers van 5 tot 6 miljoen banen die moeten verdwijnen. Dit komt neer op één op de zes in de staatssector. De stakende mijnwerkers komen uit de provincie Heilongjiang, een regio die al hard getroffen werd door afdankingen en baanverliezen. Door te staken gaan ze moedig in tegen de plannen van massale ontslagen.

Het protest begon op woensdag 9 maart in de stad Shuangyashan. De groep Longmay, de grootste steenkoolproducent in het noordoosten van China, telt tien mijnen in Shuangyashan en 40 in de volledige provincie. In september kondigde het staatsbedrijf Longmay aan dat het 100.000 jobs zou schrappen, 40% van het totale aantal werknemers. Volgens sommige verslagen zijn er al 22.500 ontslagen doorgevoerd. Het bedrijf heeft ook nog een schuld van 123 miljoen dollar aan onbetaalde lonen uit 2014. Er waren een jaar geleden al protestacties om de uitbetaling van de achterstallige lonen te eisen. De staking in Shuangyashan kwam dus niet uit de lucht vallen. Tegelijk is de staking als een brandende lucifer die in een plas olie valt.

Een activist uit Shuangyashan stelde op de website van Voice of America: “Wat het incident in Shuangyashan toont, is slechts het topje van de ijsberg. Het feit dat arbeiders niet betaald worden, komt erg vaak voor.”

In China beschikken werkenden niet over hun eigen vakbonden. De enige legale vakbond is de door de overheid gecontroleerde federatie ACFTU. Die kiest telkens de kant van de directie tegen de werknemers. In het geval van Longmay is de ACFTU volledig afwezig en speelt geen enkele rol in het ondersteunen van het arbeidersprotest.

Toespraak van gouverneur leidt tot woede

In het rood: Shuangyashan

In het rood Shuangyashan als onderdeel van de provincie Heilongjiang.

De directe aanleiding voor de staking was een verklaring van de gouverneur van Heilongjiang, Lu Hao, tijdens het Volkscongres. Tijdens een sessie die op televisie werd getoond op 6 maart verklaarde Lu dat er geen loonachterstallen zijn bij Longmay en dathet bedrijf een voorbeeld is van een geslaagde herstructurering. Hij verklaarde dat de loonkosten bij Longmay oplopen tot 10 miljard yuan of een derde van het volledige budget van de provinciale regering. Hij liet daarmee blijken dat het personeel van Longmay een last is voor de provincie. “Hun inkomen is nog met geen cent gedaald”, verklaarde Lu. Het wekte een grote woede op onder de mijnwerkers.

De staking brak uit in het district Dongrong waar Longmay drie mijnen heeft, maar het protest kende een snelle verspreiding door heel Shuangyashan. Volgens lokale bronnen draaien acht van de tien mijnen slechts gedeeltelijk. De mijnwerkers hebben er nog verschillende maandlonen te goed. Een mijnwerker kon vroeger tot 6.000 yuan per maand verdienen, maar nu is dat doorgaans slechts de helft ervan. Als de lonen al betaald worden. Arbeiders die bovengronds werken, zagen hun loon afnemen tot soms maar 800 yuan (120 dollar) per maand.

De mijnwerkers en hun gezinnen trokken naar het hoofdkantoor van het mijnbedrijf van Shuangyashan. Ze hadden spandoeken bij met slogans als: “We moeten leven, we moeten ook eten.” Ze stelden dat de gouverneur een leugenaar is. Vrijdag waren er tot 10.000 betogers in de stad. De centrale spoorweg uit de stad werd geblokkeerd. “Duizenden mensen protesteren. De politie probeert mensen eruit te pikken,” stelde een ooggetuige aan Reuters.

“We eisen ons geld en sommigen van ons werden opgepakt,” vertelde een arbeiders aan de New York Times. Persbureau AFP had het over een oudere vrouw die met een woordvoerder van de autoriteiten in discussie ging tijdens de protestacties: “Ik zit op mijn knieën, mijn gezin heeft geen eten.”

Een spandoek dat op Weibo, de Chinese tegenhanger van Twitter, de ronde deed, stelde: “Communistische Partij, geef ons geld terug!” Het bevestigt dat de ergste nachtmerrie voor het dictatoriale regime, namelijk dat de woede zich tegen het volledige politieke regime keert en niet alleen tegen de lokale bazen, kan uitkomen.

Repressie

De acties van de mijnwerkers dwongen gouverneur Lu tot nieuwe verklaringen waarin hij toegaf dat zijn vorige informatie verkeerd was. De gouverneur stelde dat de provinciale regering Longmay zou ‘ondersteunen’ in zijn herstructurering, wat inging tegen de vorige verklaringen dat de regering het bedrijf niet kon blijven “redden”. Maar er kwamen geen duidelijke beloften om het probleem van de achterstallige lonen op te lossen. Lu sprak niet over de arbeidersprotesten als de reden voor de bocht in zijn retoriek en uiteraard weigert de Chinese media om over het protest te berichten. Er wordt immers gevreesd dat de acties in Shuangyashan inspiratie zouden geven aan andere groepen. Ondanks de inspanningen van de censuur om het nieuws over Shuangyashan geheim te houden, werd het een trending onderwerp op de sociale media in China.

De provinciale autoriteiten brachten een indrukwekkende ordedienst op de been om het protest te stoppen. De regering van Shuangyashan stelde in een verklaring op een regeringswebsite dat er “streng” zou opgetreden worden tegen onlusten zoals “het blokkeren van spoorwegen, het verstoren van de productie of het organiseren van acties.” Het regime is bang dat de staking en acties van de arbeiders verder uitbreiding zouden kennen.

Persbureau AFP stelde nog: “De situatie in Heilongjiang is een voorbeeld van het dilemma waar de Chinese autoriteiten mee geconfronteerd worden. Ze willen de tweede grootste economie ter wereld hervormen en tegelijk willen ze sociale onrust vermijden.” Ook de Hong Kongse krant South China Morning Post berichtte over de staking in Shuangyashan en had het over “een situatie die navolging kan krijgen naarmate de natie economisch hervormd wordt.”

De regering wil de capaciteit van steenkool met bijna 500 miljoen ton en die van staal tot 150 miljoen ton verminderen in de komende twee tot drie jaar. Dit zou 1,8 miljoen banen kosten in de twee sectoren. De media staan vol verslagen over zogenaamde ‘zombiebedrijven’ en de noodzaak om de overcapaciteit in China aan te pakken. De werkende bevolking kan echter niet verantwoordelijk gesteld worden voor deze overcapaciteit. De lonen zijn te laag om een grotere consumptie mogelijk te maken.

Xi Jingping zegt: “onderga de markt”

In de periode van snelle groei van de steenkool- en staalsectoren in 2006-2012 werden veel kapitalisten en corrupte regeringsverantwoordelijken erg rijk op basis van speculatie in deze sectoren. Maar de niet planmatige en speculatieve uitbreiding van de productie leidde tot problemen. De steenkoolprijzen daalden met meer dan 50% sinds 2012. Vorig jaar maakten 90% van de Chinese steenkoolmijnen verlies. Het leidde tot schuldenproblemen voor bedrijven als Longmay. Nu worden de arbeiders en niet de speculanten gevraagd om te betalen voor de gevolgen hiervan.

De Chinese economie moet dringend overstappen naar milieuvriendelijke hernieuwbare energie en afstappen van fossiele brandstoffen zoals steenkool. Er is een dringende nood aan meer investeringen in groene alternatieven.

De Chinese dictatuur dient enkel de belangen van de miljardairs die zichzelf verrijkten in de voorbije drie decennia van kapitalistisch herstel. Nu wil de dictatuur ons laten geloven dat massale sluitingen en het afstoten van de ‘zombiebedrijven’ de enige uitweg vormen. De houding van Xi Jingping op het Volkscongres was duidelijk, op 7 maart verklaarde hij dat Longmay “de markt moet ondergaan.” Deze stelling werd op de website van het bedrijf overgenomen.

Socialisten vinden dat de arbeiders niet voor de crisis moeten betalen. In november kwamen er nog 21 mijnwerkers om het leven in een mijn van Longmay in Jixi waar brand uitbrak. Het is maar één voorbeeld van de enorme opofferingen van Chinese mijnwerkers die het ‘economische mirakel’ waar de globale kapitalistische economie van afhangt mogelijk maken. De Chinese steenkoolindustrie kent de ergste reputatie ter wereld op vlak van veiligheidsregels.

Socialisten stellen dat de overgang naar alternatieve energie planmatig moet gebeuren en onder democratisch beheer, niet op basis van bureaucratische dictaten maar met democratische controle en beheer van de grote bedrijven, banken en natuurlijke rijkdommen door het personeel zelf en de arbeidersgemeenschappen. Er moeten garanties zijn voor het behoud van alle jobs en lonen. Dit kan door een groot aantal nieuwe jobs te creëren in de productie van zonne-, wind- en golfenergie, naast het ontwikkelen van groene technologie en openbaar vervoer, een compleet andere benadering van stadsplanning en aanleg gericht op ecologische en sociale noden.

Steun voor de beurzen

In het afgelopen jaar heeft het Chinese regime de beurzen meermaals gered. Er werden enorm veel middelen vrijgemaakt om de aandelenmarkten te ondersteunen en om speculanten en banken te behoeden van grotere verliezen. Voor de mijnwerkers van Heilongjiang is er nu volgens de regering “geen geld.”

De staking in Shuangyashan is een belangrijke uitdrukking van wat er in China gebeurt. Er is een toename van het aantal arbeidersprotesten, 90% van de conflicten zijn veroorzaakt door achterstallige lonen of het niet-betalen van sociale voorzieningen zoals huisvestings- of pensioenfondsen.

Vorig jaar waren er volgens de Hong Kongse NGO China Labour Bulletin 2.774 stakingen in China, dat is dubbel zoveel als in 2014. Maar deze cijfers zijn enkel gebaseerd op berichten in sociale media en de weinige vermeldingen van stakingen in de officiële media. De NGO denkt dat het echte aantal tot acht keer meer is.

In het noordoosten, waaronder in Heilongjiang, waren er in het niet zo verre verleden grote arbeidersacties. In 2002 was er protest van tienduizenden arbeiders uit de steenkool-, olie- en metaalsectoren. Ze gingen in tegen de afdankingen en organiseerden een tijdlang een eigen onafhankelijke vakbond. Die beweging werd brutaal onderdrukt door de CCP en de leiders van de beweging werden gevangen genomen. Het toenmalige CCP-regime van premier Zhu Rongji ging over tot massale afdankingen en privatiseringen van staatsbedrijven. Zowat 40 miljoen personeelsleden in de overheidssector verloren hun job tussen 1997 en 2002. Dit was onderdeel van een hervorming die door de kapitalisten wereldwijd werd aangeprezen en als model naar voor werd geschoven voor de huidige Chinese leiders.

Xi Jingping en zijn regering bereiden zich nu voor op een nieuwe golf van afdankingen. Er wordt gesteld dat dit ‘geleidelijk’ zal gebeuren waarbij de baanverliezen niet zo massaal zullen zijn als onder premier Zhu. Op het volkscongres stelde de regering een “compensatiefonds” voor van 100 miljard yuan voor de getroffen arbeiders. Dit is slechts beperkt in vergelijking met de omvang van de afdankingen en de vernietigende effecten ervan op regionale economieën zoals die van Heilongjiang en het noordoosten van China.

Deze regio is al een sociaal kruitvat. De werkloosheid en de criminaliteit nemen er snel toe. Sommige steden kennen een bevolkingsafname omdat de jongere generatie wegtrekt in de hoop elders werk te vinden. De staking van Shuangyashan zal ongetwijfeld voor alarmsignalen op het volkscongres gezorgd hebben. Er wordt gewaarschuwd dat de arbeidersklasse, zeker in het hard getroffen noordoosten van het land, zal protesteren tegen de drastische besparingen. De kloof tussen arm en rijk is veel groter dan eind jaren 1990 en de wereldeconomie zorgt niet langer voor nieuwe markten en bronnen van groei. Dit kan ertoe leiden dat de sfeer van verzet vastberadener is dan destijds. Het idee van onafhankelijke vakbonden in China, dat in de massaprotesten van 2002 even gerealiseerd werd, zal terug op de voorgrond komen als een beslissende kracht.

  • Solidariteit met de mijnwerkers van Heilongjiang!
  • Tegen repressie en arrestaties!
  • Voor onafhankelijke vakbonden die samenwerken en de strijd naar andere steden verspreiden!
  • Geen baanverliezen, geen loonachterstalligheid – laat de speculanten en kapitalisten betalen voor de crisis!

Longmay-qitaihe-protest-600x338