Text Size

Het bezoek van Obama aan Cuba – reactie door een Cubaanse socialist

Het bezoek van de Amerikaanse president Obama aan Cuba was het voorwerp van heel wat analyses en interpretaties. Hierbij mijn standpunt dat afwijkt van wat doorgaans naar voor kwam.

 

Cuba Obama

Reactie door Rogelio Manuel Díaz Moreno, socialistische activist in Havana (Cuba)

 

Het bezoek van Obama moet gezien worden in de context van het proces van “normalisering” van de relaties tussen Cuba en de VS. Zoals geweten, begonnen de presidenten van beide landen op 17 december 2014 een proces van ‘ontdooien’ van de bilaterale relaties. Het Witte Huis kondigde een reeks maatregelen aan om het embargo tegen Cuba deels af te zwakken. Er kwam kritiek op Havana omdat het geen gelijkaardige maatregelen nam, maar Cuba nam nooit een gelijkaardig embargo als dat van de VS aan. Wel kwamen er beleidswijzigingen op andere domeinen in Cuba.

Het bezoek van Obama was vooral een mediaspektakel, zowel op politiek, ideologisch, cultureel en zelfs op sportief vlak. Velen namen bewust deel aan deze show die een impact op de hele samenleving had, zowel aan de top als onder de gewone mensen.

Om te begrijpen wat er gebeurt, moeten we een element van het beruchte embargo begrijpen dat vaak niet erkend wordt. Met name het feit dat het embargo van de VS in zekere zin ‘antikapitalistisch’ was, het vormde een obstakel voor een kapitalistische ontwikkeling.

In het tijdperk van de Sovjet-Unie, toen Cuba stelde dat buitenlandse aanwezigheid en de dollar slecht waren, liet dit element van de blokkade zich niet voelen. Na de val van de Sovjet-Unie is er veel veranderd. Zo begonnen Europese en Chinese kapitalisten zich in te kopen in Cuba en was de regering erop uit om dingen te verkopen.

Met de opeenvolgende economische crises van de voorbije decennia, begonnen steeds meer Amerikaanse kapitalisten hongerig uit te kijken naar die markt aan hun voordeur. Een markt met 11 miljoen inwoners, opgeleide arbeidskrachten, natuurlijke rijkdommen en een gunstige geografische ligging. Dit alles is erg aantrekkelijk voor het kapitaal. Zelfs mensen als Donald Trump en Jorge Mas Santos zijn pragmatisch genoeg om in Cuba te willen investeren. Ideologische verschillen die benadrukt worden door het embargo werden steeds meer gezien als een obstakel voor mogelijke handelsvoordelen.

Het bestaan van een eenpartijregime in Cuba is voor Amerikaanse investeerders geen probleem. De ervaringen met China tonen aan dat dit zelfs een voordeel kan zijn. Het maakt sociale controle makkelijker en hierdoor de winsten veiliger. De bevolking herinnert zich immers weinig van de rebelse en democratische tradities en strijdbewegingen.

De grootste tegenstanders van het embargo in Washington wonnen de afgelopen periode terrein. Het gaat onder meer om exportbedrijven in de agro-industrie. Groepen zoals de Cubaanse Amerikanen voor Samenwerking speelden daarop in en probeerden alle gemiste kansen te belichten.

Een aantal buitenlandse kapitalisten werden na de val van de Sovjet-Unie niet langer als ‘slecht’ gezien in Cuba. De “hervormingen” wonnen aan tempo, met ups en downs maar een algemene tendens in de richting van liberalisering. Er werden contracten van 100 jaar onderhandeld met toegang tot natuurlijke grondstoffen, belastingverlagingen en het recht om werkenden in te zetten die slechts beperkte rechten genieten. Deze akkoorden stapelden zich op en de enige kapitalisten die er geen gebruik van konden maken waren die uit de VS. Zij botsten op het beleid van de eigen regering.

Een beleid dat al 50 jaar bestaat, verander je niet zo eenvoudig, zeker niet nadat dit beleid velen materiële en electorale voordelen heeft opgeleverd doorheen de jaren. De huidige Amerikaanse regering moest traag maar vastberaden werken aan de verandering. De stappen die gezet worden, liggen volledig in de logica van de kapitalistische markt en gaan gepaard met een retoriek van verandering, modernisering en democratie in Cuba.

De eersten die toestemming kregen om handel te drijven, nog voor Obama president werd, waren de exporteurs van landbouwproducten. Nu willen ook de luchtvaartmaatschappijen uitbreiden om meer “contact tussen de mensen” mogelijk te maken. Er kwamen meer licenties voor vluchten. Andere onderdelen van de transportsector en het toerisme willen eveneens deelnemen aan de nieuwe mogelijkheden, er kwamen licenties voor ferrydiensten en het aantal contracten voor hotels neemt geleidelijk aan toe.

Maar dit alles is moeilijk te realiseren zolang er beperkingen van de VS zijn over het gebruik van de dollar in Cuba en op invoer vanuit het land. De beperkingen worden dan ook afgebouwd.

De Cubaanse infrastructuur laat vaak te wensen over, onder meer in de telecommunicatie is dit het geval. Google en andere bedrijven kregen snel licenties om een werking aan de dag te leggen. Aanvankelijk was er een beetje weerstand van Havana. Het monopolie van telecombedrijf Etecsa leidde tot grote winsten en controle over de informatie. Maar uiteindelijk begreep de regering dat er opofferingen nodig zijn om kapitaal aan te trekken.

Op het vlak van sport werd aangekondigd dat enkele van de strengste beperkingen zullen verdwijnen. De autoriteiten kondigden aan dat de sportsector opengesteld wordt voor de markt. Voorheen was deze gesloten met een retoriek tegen atleten die handelswaar geworden zijn.

Er is geen ultralinkse paranoia of samenzweringstheorie in deze analyse. We hebben in essentie te maken met de ontmanteling van een “antikapitalistisch” embargobeleid door de kapitalisten die door dit beleid getroffen werden. Als er een metaforisch paard van Troje werd binnengehaald, gebeurde dit op een wel erg openlijke manier en ging het gepaard met een enthousiaste verwelkoming in en buiten Havana. Het Cubaanse regime deed er zelfs alles aan om het Trojaanse paard binnen te halen terwijl tegelijk de retoriek over waardigheid en onafhankelijkheid werd behouden.

De Amerikaanse kapitalisten die al groen licht kregen van Cuba zullen dit nu ook in de VS krijgen. Ze zullen groen licht krijgen om onze natuurlijke rijkdommen en arbeidskrachten uit te buiten. De Amerikaanse landbouwindustrie kan de onze overspoelen. Chevron en co kunnen de mogelijkheid van fracking onderzoeken. Cubaanse miljonairs zoals Alfonso Fanjul zullen onze suikersector terug in handen kunnen nemen als onderdeel van hun imperium doorheen de Caraïben en Centraal-Amerika.

De verhoudingen van de Cubaanse bevolking welk ander volk ter wereld kan uiteraard enkel maar beter worden als deze gebaseerd zijn op vriendschap en broederlijkheid. Dit moet zeker gepromoot worden. En natuurlijk moeten er ook handelsrelaties zijn met de kapitalistische buitenwereld. Maar het enige socialistische standpunt is dat deze handel, zowel in als buiten het land, in handen van de democratische macht van ons volk moet blijven. Tegelijk moeten we onze bijna vergeten praktijk van solidariteit van onze werkende bevolking met de arbeidersklassen van deze landen, hun werkenden en kleine landbouwers, opnieuw ontdekken en promoten.