Text Size

Brazilië: val van Rousseff leidt tot nieuw offensief tegen werkenden

Brazilië kent een diepgaande economische en sociale crisis. Daarbovenop is er nu ook een enorme politieke crisis. Deze ontstond door de ondemocratische stappen van het rechtse establishment en de grote bedrijven. Maar het is ook het resultaat van een compleet falen van het overlegmodel van ‘klassensamenwerking’ door de Arbeiderspartij (PT) in de 13 jaar dat deze partij aan de macht is.

 

lsr1

Door André Ferrari, LSR (Brazilië)

 

Op 12 mei werd president Dilma Rousseff van de PT uit haar functie gezet door de federale Senaat. Ze werd vervangen door de voormalige vice-president Michel Temer van de PMDB, de rechtse Braziliaanse Democratische Bewegingspartij. Het afzetten van Dilma gebeurde enkele dagen nadat de Kamer met een grote meerderheid instemde met een procedure van afzetting van de president. Zowel in de Kamer als de Senaat werd de zitting die over het afzetten van de president handelde voorgezeten door afgevaardigden die zelf betrokken zijn in corruptieschandalen.

Protest tegen de nieuwe regering

Protest tegen de nieuwe regering

Kamervoorzitter Eduardo Cunha (PMDB) verloor enkele dagen na de stemming zijn parlementaire onschendbaarheid. Het federaal Hooggerechtshof besliste daartoe. Formeel gezien wordt Rousseff 180 dagen uit haar functie gezet vooraleer de Senaat een finale beslissing over de afzetting kan nemen. Het resultaat van de eerste stemming geeft aan wat de beslissing zal zijn van de door de conservatieve rechterzijde gedomineerde corrupte Senaat.

Val van Rousseff

De val van Rousseff was het resultaat van een veranderde positie van enkele traditionele rechtse partijen die gesteund worden door delen van de grote bedrijven. Jarenlang steunden ze de PT-regering in het parlement. Maar de zwakte van de regering-Dilma was gezien de ernst van de situatie niet langer houdbaar. De erger wordende economische crisis met massale werkloosheid en het doorvoeren van fiscale maatregelen met aanvallen op de werkenden, zorgden ervoor dat Dilma een van de meest onpopulaire presidenten uit de Braziliaanse geschiedenis werd.

Het passieve ongenoegen in de samenleving liet de rechterzijde toe om zich op te werpen en delen van de middenklasse te mobiliseren. Het waren de eerste massabetogingen die de rechterzijde sinds decennia kon organiseren.

Begin dit jaar besliste de kern van het grootkapitaal – de grootste private banken en de werkgeversfederatie FIESP – om de procedure van afzetting te laten starten. Elke mogelijke kunstgreep werd gebruikt om tot het juiste resultaat in de parlementaire stemming te komen. De formele beschuldiging tegen Dilma Rousseff is haar betrokkenheid in corruptie waarbij ze verantwoordelijk was voor uitzonderlijk hoge publieke uitgaven en deze in de cijfers zou verborgen hebben.

Het beleid van de PT

Tot op het laatste moment probeerde Rousseff de grote kapitalisten ervan te overtuigen dat haar regering in staat zou zijn om de neoliberale maatregelen te nemen die door hen geëist worden. Het gaat onder meer over het openen van de economie voor buitenlandse bedrijven uit de olie-sector of nog om het heronderhandelen van de overheidsschulden wat tot harde besparingen, privatiseringen, … zou leiden.  Een van de laatste beslissingen van Dilma was om de bouw van een hydro-elektriciteitscentrale in Belo Monte toe te laten. Het gaat om een ecologische ramp.

Ondanks dit beleid waren er grote betogingen tegen de afzetting van Rousseff. De mobilisatie werd versterkt door het idee dat er een staatsgreep bezig was, een aanval op de democratie. De PT gebruikte dit en schakelde inzake retoriek een versnelling hoger. Dit moest meteen verbergen dat het quasi onmogelijk is om het beleid van de regering-Rousseff te verdedigen.

De ondemocratische acties om de regering weg te krijgen, vormen een ernstig precedent dat kan leiden tot nog meer anti-democratische aanvallen op de werkende bevolking en de onderdrukten. Toen voormalig president Lula, de historische leider van de PT en van de Braziliaanse arbeidersbeweging, met gevangenzetting bedreigd werd, volgde er een radicalisering.

Maar dit duurde slechts enkele dagen. Op een massabetoging in Sao Paulo op 18 maart demobiliseerde Lula de beweging door aan te kondigen dat hij in de regering-Rousseff zou treden om er als minister een nieuw akkoord met de PMDB te onderhandelen om zo de afzetting te stoppen. Het belangrijkste obstakel in de strijd tegen de rechterzijde is het beleid van de regering-Rousseff en de leiding van de PT.

Delen van de werkende bevolking die historisch steeds steun gaven aan de PT en Lula zien nu hoe deze partij niet in staat is om de strijd tegen rechts te voeren. Deze werkenden hebben genoeg van het beleid van klassensamenwerking dat geleid heeft tot steeds nieuwe nederlagen.

Regering-Temer

Michel Temer heeft geen sociale basis. Onder de huidige voorwaarden is het weinig waarschijnlijk dat hij een stabiele regering kan vormen. Zijn naam wordt genoemd in corruptieschandalen en er lopen verschillende onderzoeken.

Op dit ogenblik vestigen de Braziliaanse heersende klasse en het VS-imperialisme alle hoop op Temer. Ze hopen dat deze regering alle gewenste aanvallen op de werkende bevolking zal doorvoeren.

De eerste dagen van de nieuwe regering werden gekenmerkt door een groot aantal aankondigen van nieuwe maatregelen tegen de levensstandaard van werkenden en armen. Zo kondigde de Minister van Gezondheidszorg aan dat het publieke gezondheidsstelsel zal herzien worden. Verder worden maatregelen genomen om de bescherming van werkenden tegen arbeidsvoorwaarden die aan slavernij doen denken af te bouwen. Er komt ook een nieuwe reeks van privatiseringen. De regering heeft het project om 10.000 nieuwe sociale woningen te bouwen afgevoerd.

De reactie van de bevolking is explosief. De instabiliteit en de conflicten zullen de komende dagen en weken verder toenemen. Het is niet uitgesloten dat de vakbondsfederatie CUT samen met andere bonden na jarenlang stilzwijgen noodgedwongen tot een algemene staking tegen het beleid van Temer zal oproepen.

PSOL en links

De brede linkse partij PSOL (Partij voor socialism en vrijheid) heeft aan autoriteit gewonnen in deze crisis. Er werd geprotesteerd tegen het beleid van Dilma, maar de verkozenen hebben zich terecht tegen de afzetting verzet in Kamer en Senaat.

De opbouw van een front van de socialistische linkerzijde vanuit verschillende partijen en sociale bewegingen die niet aan de PT-regeringen deelnamen, is van groot belang voor de opbouw van een links alternatief.

Andere delen van de socialistische linkerzijde isoleerden zich in de recente ontwikkelingen. Zo riep de PSTU op: “Fuera Todos” (‘Allemaal buiten’) zonder enig onderscheid tussen Dilma Rousseff en de rechtse partijen. Op een ogenblik van een afzettingsprocedure tegen Dilma is dat verkeerd. De PSTU ziet niet dat de afzetting van Dilma de situatie verandert en kan leiden tot hardere aanvallen op de werkende bevolking.

Er is een nieuwe fase in de Braziliaanse klassenstrijd. Dit zal mogelijkheden bieden voor de opbouw van een nieuwe socialistische linkerzijde. LSR, de Braziliaanse sectie van het CWI, komt daar actief voor op.