Text Size

De marxistische linkerzijde, het nationale conflict en de Palestijnse strijd

De Socialistische Strijdbeweging neemt deel aan de strijd tegen de bezetting en tegen de nationale onderdrukking van de Palestijnen, we komen op voor een rechtvaardige vrede gebaseerd op volledige gelijkheid tussen de twee nationale groepen met een gelijk recht op bestaan, zelfbeschikking, persoonlijke veiligheid en welvaart. Het artikel hieronder over het nationale conflict en de Palestijnse strijd werd besproken en goedgekeurd op het Nationaal Comité van de Socialistische Strijdbeweging op 2 april 2016. Het vormde onderdeel van een discussie over de centrale kwesties voor de linkerzijde vandaag waarover later nog een uitgebreider document zal verschijnen.

 

Artikel door de Socialistische Strijdbeweging, onze zusterorganisatie in Israël/Palestina. PDF van dit artikel


De aanhoudende escalatie in het Israëlisch-Palestijns conflict versterkt de nationale polarisatie in deze periode en vernietigende trends van nationalistische reactie steken de kop op in de Israëlische samenleving. De horror van de oorlog in Gaza in 2014, de overwinning van Likoed in de verkiezingen van 2015, de aanhoudende en brutale aanvallen door het Israëlische regime tegen de Palestijnen die niets anders zijn dan staatsterreur, de aanvallen op democratische vrijheden en toenemende politieke vervolging van Palestijnse verkozenen in de Knesset (het Israëlische parlement) en activisten die onder de Joodse bevolking tegen de bezetting ingaan. Dit alles draagt bij tot een erg pessimistische stemming, zeker onder de Palestijnse massa’s waaronder de Arabisch-Palestijnse bevolking in Israël, maar ook onder de linkse lagen van de Joodse bevolking en de linkerzijde in het algemeen onder beide nationale groepen. De linkerzijde in Israël is momenteel in crisis. Dit blijkt erg duidelijk en openlijk in onder meer de leiding van de Communistische Partij (CP) en Hadash, het Democratisch Front voor Vrede en Gelijkheid (opgezet en gecontroleerd door de CP).

Deze processen vinden niet in een vacuüm plaats. De trends van contrarevolutie in de regio de voorbije jaren kwamen onder meer tot uiting in een zekere versterking van het regime van Netanyahu. De wanhoop en veiligheidsangst onder de Joodse bevolking, momenteel aangewakkerd door de wanhopige en contraproductieve elementen van individueel terrorisme tegen Israëli’s, wordt als basis gebruikt voor de Zionistisch-nationalistische reactie.

In de eerste helft van 2015 was er een peiling van Pew Research waaruit bleek dat 48% van de Joodse bevolking positief stond tegenover het idee van een transfer/uitwijzing van Arabieren uit het Israëlische gebied. Dit cijfer komt bovenop andere prominente tekenen van nationaal chauvinisme onder een brede laag van de Joodse bevolking. Maar de reactie is niet eindeloos. Er moet ook rekening gehouden worden met het feit dat 46% van de Joodse bevolking en 58% van de seculiere Joden uitdrukkelijk tegen dit idee gekant was. In januari van dit jaar was er een peiling van de Vredesindex die wees op een polarisatie onder de Joodse bevolking tussen 45% steun en 45% tegenkanting voor het annexeren van de in 1967 veroverde gebieden.

Onder de Palestijnse massa’s, zeker in de gebieden die sinds 1967 bezet zijn, is er opnieuw een forse achteruitgang van de steun voor een ‘tweestatenoplossing’. De steun hiervoor is tot een jarenlang niet meer gezien dieptepunt gezakt. Opiniepeilingen van Palestijnse organisaties wijzen er al enige tijd op dat er geen vertrouwen is in de mogelijkheid om tot een oplossing voor het conflict te komen en tot een bevrijding van de nationale onderdrukking. Deze stemming leidt tot een afkeer van de holle beloften rond de ‘staat die er komt’. Alle stappen die de voorbije periode gezet zijn, zorgden enkel voor meer onderdrukking en massamoorden. Er is ook een versnelde aanbouw van kolonies in Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. Het regime van Netanyahu stelt bovendien openlijk dat het zich ten stelligste blijft verzetten tegen de vestiging van een Palestijnse staat.

Het idee van één bi-nationale Israëlisch-Palestijnse staat wordt echter door een nog grotere meerderheid van Palestijnen verworpen, het betekent immers het opgeven van de eis van een onafhankelijke Palestijnse staat. Deze verwerping blijkt uit tal van peilingen, zoals die van JMCC begin maart. Er is een gevoel van sympathie voor het oude programma van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) dat pleitte voor een Arabisch-Palestijnse staat op het volledige gebied ten westen van de Jordaan, maar dit wordt niet als een praktisch haalbaar programma gezien. De steun hiervoor getuigt vooral van een woede die voortkomt uit de geschiedenis van onderdrukking sinds het ontstaan van de staat Israël en de Nakba, de ramp van de Palestijnse exodus in 1948. Een dergelijk programma is inderdaad een burgerlijke nationale utopie. Noch de PLO noch de Palestijnse politieke partijen Fatah en Hamas hebben een voorstel van hoe ze Israël zouden kunnen ‘bezetten’, Israël is vandaag de sterkste militaire macht in de regio. De pro-kapitalistische leidingen van beide partijen proberen vooral allianties te sluiten met imperialistische machten om druk te zetten op Israël zodat het toegevingen zou doen.

Nationale polarisatie

Als antwoord op de aanvallen van de staat en de nationalistische reactie onder de Joodse bevolking, is de trend van nationale afzondering onder Palestijnen in Israël versterkt. Er is een laag jongeren die radicaliseert en met een diep wantrouwen en cynisme reageert op het idee van ‘twee staten’, maar ook op slogans over ‘vrede’, ‘co-existentie’ van beide nationale groepen en ‘gezamenlijke strijd’. Deze laag staat ook wantrouwig tegen sociale bewegingen onder werkenden en jongeren onder de Joodse bevolking. Er is geen vertrouwen in het potentieel van gezamenlijke strijd van werkenden en jongeren rond levensvoorwaarden, tegen discriminatie, onderdrukking en uitbuiting. Er is onder heel wat mensen een gevoel dat een ernstige strijd voor nationale bevrijding niet kan slagen en dat dergelijke strijd telkens opnieuw botst op vooroordelen en nationaal chauvinisme onder de Joden.

De grotere steun voor deze benadering die deels een rationalisatie is van politieke wanhoop, is niet verrassend gezien de hypocriete retoriek van het Israëlische regime, de zwakte van de linkerzijde onder de Israëlische bevolking, de ervaring van de recente decennia en vooral die met de Oslo-akkoorden die als vrede verkocht werden maar eigenlijk de verderzetting van nationale onderdrukking met andere brutale middelen mogelijk maakte. Daar komt nog een gevaarlijk nationaal chauvinisme bovenop, dit blijkt uit de schandalige steun voor harde aanvallen tegen de Palestijnen door de leiders van de vakbondsfederatie Histadrut en die van de Arbeiderspartij en Meretz, partijen van het Israëlische establishment die vandaag als ‘links’ beschouwd worden. Daarnaast is er een meer gecamoufleerde chauvinistische benadering door liberale bewegingen zoals ‘Vrede Nu’ dat slogans over vrede verspreidt, maar niet consistent ingaat tegen de onderdrukking van de Palestijnen.

De laag van jonge Palestijnen die tot strijd wil overgaan, ziet geen duidelijk links en socialistisch alternatief tegenover de imperialistische agenda’s. Linkse politieke bewegingen, op de eerste plaats de CP en Hadash, steunden illusies in de Oslo-akkoorden en gelijkaardige programma’s. Ze hebben hun positie tot op vandaag niet bijgesteld en dragen mee een verantwoordelijkheid ervoor.

Het fenomeen van Joden en Arabieren die elkaar fotograferen, zeker op de werkplaatsen, met de boodschap “Joden en Arabieren weigeren elkaars vijand te zijn”, of gezamenlijke betogingen met deze boodschap als protest tegen de escalatie van nationalistisch geweld, is misschien beperkt qua boodschap, maar we mogen het zeker niet onderschatten. Het is een eerlijk en moedig antwoord dat helpt in het ondermijnen van de nationalistische reactie in de samenleving en het kan een nuttige stap zijn die klassensolidariteit kan versterken. Maar vage slogans over partnerschap en vreedzaam samenleven volstaan niet in een diepe nationale scheiding en nationale onderdrukking van de Arabisch-Palestijnse bevolking. Dergelijke slogans volstaan niet en kunnen soms zelfs leiden tot hypocriete lippendienst. Een oprechte gezamenlijke politieke strijd van werkenden en jongeren van beide nationale groepen vereist een programma dat ingaat tegen alle vormen van discriminatie en nationale onderdrukking van de Arabische Palestijnen en meer algemeen van elke vorm van nationale onderdrukking.

Een dergelijke brede strijd uitbouwen, is een van de belangrijkste taken van de socialistische linkerzijde onder beide nationale groepen. De Socialistische Strijdbeweging verzet zich tegen de politieke repressie en de gewelddadige heksenjacht tegen de Arabisch-Palestijnse bevolking in Israël, los van de politieke controverses met andere bewegingen waaronder de Palestijnse rechterzijde. We hebben ons expliciet verzet tegen het verbod van de Noordelijke Islamitische Beweging, een hypocriete en gevaarlijke stap die voor het Israëlische regime tot doel had om de Arabisch-Palestijnse bevolking en moslims in Israël als zondebokken te bestempelen als opstap naar criminalisering en algemene repressie van politieke strijd onder deze bevolking. Het was een dreigement tegen alle politieke bewegingen die zich tegen het regime verzetten, in de eerste plaats Palestijnse bewegingen maar niet alleen die. Het voorstel om de Palestijnse parlementsleden te schorsen, ging uit van eenzelfde logica.

‘Verdeel en heers’

Het gebrek aan algemene sociale bewegingen van werkenden en jongeren in Israël na de protestbeweging van 2011 laat ruimte voor een versterking van een geïsoleerde benadering en van een ‘identiteitspolitiek’ onder de onderdrukte groepen in de samenleving. Tegen deze achtergrond stellen heel wat activisten dat de politieke strijd tegen de nationale onderdrukking van de Palestijnen een strategie op basis van ‘nationale eenheid’ vereist boven de sociale klassen en politieke benaderingen heen. Dat wordt ook gezien als een antwoord op de repressie en het verdeel-en-heersbeleid van het Israëlische regime. Er wordt immers geprobeerd om de Palestijnse massa’s te verdelen op geografische, religieuze en etnische basis, onder meer door het Israëlische militarisme in te zetten met een aanmoediging om Arabieren in Israël in het leger op te nemen waardoor het potentieel voor een brede en efficiënte strijd tegen nationale onderdrukking wordt geschaad. Een verwerping van een aanwakkering van het etnisch-religieus conflict is correct, net als het begrip dat er nood is aan een brede en sterke beweging.

Maar in de bezette gebieden, de Palestijnse diaspora en onder de Arabieren in Israël zal het minimaliseren van de verschillen tussen rechtse en linkse krachten en tussen de lokale elite en de werkenden, landbouwers en jongeren het potentieel voor een succesvolle strijd beperken en dus ook de mogelijkheid om met de massa’s tot verandering te komen.

De embryo’s van kapitalistische politiestaten in de vorm van de Palestijnse Autoriteit van Fatah en de PLO en de evenkie in de islamistische versie van Hamas op de Gazastrook, vormen een waarschuwing van waar de rechtse pro-kapitalistische leidingen naartoe gaan. Zekere onder de Arabieren in Israël kan het aan de kant schuiven van politieke verschillen onder deze bevolkingsgroep in naam van de ‘nationale eenheid’ uiteindelijk in de kaart van de Israëlische rechterzijde spelen. Die wil de Arabische bevolking immers isoleren zodat repressie makkelijker wordt.

In de aanloop naar de verkiezingen van 2015 bracht Hadash jammer genoeg geen duidelijk links alternatief naar voor doorheen het land. Er werd integendeel toegegeven aan de druk waarbij op principeloze basis werd samengewerkt aan de ‘Gezamenlijke Lijst’, een coalitie van linkse en rechtse krachten onder de Palestijnen, waaronder ook pro-kapitalistische en conservatieve krachten. De linkerzijde moest enorme toegevingen doen in deze alliantie. Het profiel van Hadash als meest prominente linkse kracht in het land verloor sterk aan impact. Dit blok was geen louter ‘technische’ aangelegenheid en er was de mogelijkheid om hiernaast als afzonderlijke linkse lijst op te komen, een optie die gesteund werd door sommigen binnen Hadash. Zoals we op voorhand waarschuwden, leidde dit niet tot een ‘historische ontwikkeling’. De ‘Gezamenlijke Lijst’ heeft nog geen enkele belangrijke strijd geleid en heeft nog niets afgedwongen. Het blijft geneutraliseerd tot het parlement, wat tot ontgoocheling leidt onder diegenen die er hun hoop in gevestigd hadden.

Bredere lagen onder de Arabieren, waarvan een meerderheid onder de armoedegrens leeft en dagelijks aangevallen wordt wegens hun nationale achtergrond, willen op langere termijn praktische oplossingen voor de dringende problemen van armoede en nationale onderdrukking (die de armoede nog erger maakt). Maar de politieke krachten van de ‘Gezamenlijke Lijst’ kunnen zelfs geen idee van toekomstige strijd voor effectieve verandering vestigen, bovendien slagen ze er niet in om een echt potentieel gevaar te vormen voor de Israëlische rechterzijde onder Netanyahu, nationale onderdrukking en het Israëlische kapitalisme.

Zwakheden in het politieke programma, onder meer inzake socialistische maatschappijverandering, en het gebrek aan ontwikkeling van en steun aan strijd van de werkende klasse en de massa’s, zijn de belangrijkste redenen voor de enge benadering van Hadash dat zich beperkt tot het parlement en verkiezingscampagnes. Dit gebeurt bijna zonder enige band met de opbouw van een extraparlementaire strijd  en dit leidt tot principeloze politieke allianties.

Een deel van de CP-leiding beweert dat deze aanpak ‘praktisch’ is om de realiteit in complexe omstandigheden te veranderen. Ernstige politieke organisaties moeten uiteraard altijd nagaan of hun eisen en tactieken nog aangepast zijn. Maar de marxistische linkerzijde moet dergelijke aanpassingen doen op een principiële basis en met een klassenbenadering. Jammer genoeg was dit niet de benadering van de CP-leiding die neigt tot een reformistische benadering die de linkerzijde verzwakt aangezien illusies gecreëerd worden in oplossingen binnen het kader van een kapitalistische samenleving, waarbij tegelijk brede lagen tot een relatief passieve rol veroordeeld worden en de opbouw van een politieke strijd op basis van de arbeidersklasse wordt opgegeven. Dezelfde logica drijft de CP en Hadash tot steun aan het Russische imperialisme of het regime van Assad en Hezbollah in de burgeroorlog in Syrië als zogenaamde ‘progressieve’ krachten. Het doet denken aan de stalinistische traditie van steun aan krachten die in conflict gaan met de westerse imperialistische machten.

Als de linkse krachten in Hadash een klassenbenadering en socialistisch programma prominent naar voor hadden geschoven, had het relatieve gewicht van Hadash veel efficiënter kunnen gebruikt worden tegen de rechtse krachten in beide nationale groepen.

Een strijd voor socialistische verandering

Onze organisatie steunt op nationaal en internationaal vlak de solidariteit met de strijd van de Palestijnse massa’s voor bevrijding van de nationale onderdrukking. We willen bijdragen aan de discussie over hoe we deze strijd kunnen winnen.

Is het in algemeen, en zeker met de stemmingen onder de bevolking en het opvoeren van de repressieve maatregelen tegen de Palestijnen, niet correct om een programma van ‘twee staten’ als oplossing naar voor te brengen? In de context van het kapitalistische Midden-Oosten vandaag betekent dit het opzetten van een neokoloniale marionettenstaat voor de Palestijnen, dit is geen echte nationale onafhankelijkheid. De fundamentele problemen van de Palestijnse massa’s zouden niet opgelost zijn en het bloedige conflict zou doorgaan.

Het idee van een bi-nationale staat is helemaal utopisch in een kapitalistische context, een grote meerderheid van beide nationaliteiten wil de nationale onafhankelijkheid niet opgeven in het kader van één enkele staat. Zelfs indien zo’n staat op de één of andere wijze tot stand zou komen, dan zou deze gebaseerd zijn op ongelijkheid en een diepe nationale verdeeldheid.

Dit onderstreept waarom het op dit ogenblik, zelfs indien de slogan van ‘twee staten’ op meer weerstand botst, het idee van een oplossing op basis van twee nationale staten – maar dan in een socialistische context – nog steeds nodig is. Op dit ogenblik biedt het naar voor schuiven van een programma met een oplossing in de vorm van één gezamenlijke staat voor beide nationaliteiten, zelfs indien het een socialistische staat is, geen antwoord op de angsten, verdenkingen en het intense verlangen naar nationale onafhankelijkheid onder beide nationale groepen. De rol van de marxistische linkerzijde is om uit te leggen dat de werkende bevolking en de massa’s van alle nationale groepen belang hebben bij een gezamenlijke strijd rond een programma voor socialistische verandering.

Significante strijdbewegingen kunnen belangrijke verworvenheden afdwingen, maar enkel op socialistische basis is het mogelijk om de levensomstandigheden van de Palestijnen gelijk te stellen met die van de Israëli’s en om de algemene levensstandaard tot ver boven de best mogelijke voorwaarden onder het kapitalisme op te trekken. Het is ook enkel op deze basis mogelijk om volledige gelijke rechten op alle domeinen te bekomen. Enkel zo is het mogelijk om de beschikbare middelen op rationele en democratische wijze in te zetten gericht op de welvaart van de massa’s en om de nodige investeringen te doen in middelen voor de Palestijnse vluchtelingen – een rechtvaardige oplossing vereist een strijd die welvaart en gelijkheid in de regio garandeert en die opkomt voor directe dialoog en wederzijdse instemming, met inbegrip van de erkenning van de historische onrechtvaardigheden en een recht op terugkeer. Onder deze omstandigheden zou de wederzijdse afkeer en het nationale schisma afnemen en kan de basis gelegd worden voor een gezamenlijke socialistische staat.

Een klassenbenadering voor de Israëlische samenleving

De benadering van delen van de internationale linkerzijde die een enge nationale benadering van het probleem hebben en de angst van miljoenen Israëlische Joden en hun wil tot nationale zelfbeschikking het liefst willen negeren, biedt geen ernstige weg naar een oplossing. Het rampzalige proces van bezetting, onteigening en onderdrukking van de Palestijnen door de Zionistische beweging en de Israëlische staat neemt niet weg dat brede lagen van de Joodse vluchtelingen uit Europese landen en uit Arabische en moslimlanden cynisch uitgebuit werden door de wereldmachten en de nationalistische Zionistische elite. Een simplistische nationalische verwijzing naar alle Israëlische Joden als ‘kolonisten’ en ‘bezetters’ gaat voorbij aan onder meer het feit dat de meesten van hen hier geboren zijn en geen enkele band hebben met een ander land.

Met de geschiedenis van de holocaust, de vervolging van de Joden en de anti-semitische dreigementen van reactionaire Arabische en islamistische krachten in het Midden-Oosten, zou elk programma dat de miljoenen Israëlische Joden voorstelt om de nationale onafhankelijkheid op te geven gezien worden als een ‘vernietigingsplan’. Het duwt de Israëlische arbeidersklasse steviger in de handen van de Israëlische rechterzijde en brengt hen tot steun aan een ‘overlevingsoorlog’ met alle mogelijke middelen, inclusief kernwapens. Maar zelfs in een hypothetisch bloedig scenario waarin externe krachten Israël militair onderwerpen, zouden de miljoenen Israëlische Joden gewoon een onderdrukte nationale minderheid worden en zou het nationale conflict gewoon doorgaan onder een vreselijke nieuwe vorm.

De Zionistische beweging en de Israëlische staat voeren tot op vandaag een koloniaal bewind waarbij ze de Arabisch-Palestijnse bevolking proberen weg te duwen en te onteigenen ten voordele van de Joodse bevolking. Dit beleid omvat niet alleen maatregelen om de Palestijnse bevolking te verdrijven en nieuwe nederzettingen te bouwen in de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, er zijn ook georganiseerde plannen om gebieden binnen de ‘groene grens’ (Israël zonder de Westelijke Jordaanoever en Gaza) te ‘verjoodsen’, in het bijzonder worden Negev en Galilea daarbij geviseerd.

De Israëlische heersende klasse ziet de onteigende Palestijnse massa’s als een levensbedreiging voor haar toekomstige bewind. Het kapitalistische regime is in conflict met de Palestijnse bevolking en de Arabische en moslimbevolking in de regio, het probeert zijn bestaan te baseren op steun onder de Joodse bevolking in Israël en op samenwerking met het imperialistische beleid van kapitalistische machten, in het bijzonder de VS, naast autocratische regimes waar zaken mee gedaan worden. Het is geen toeval dat het Israëlische regime meermaals steun gaf en zelfs ingezet werd in imperialistische oorlogen in de regio, dat het steun gaf aan de Jordaanse monarchie om de opstand van september 1970 neer te slaan, dat het jarenlang wapens en militaire opleiding gaf aan dictatoriale regimes zoals de militaire dictatuur in Chili of de milities die aan de genocide in Rwanda deelnamen, of nog dat het symbolisch politiek asiel aanbood voor de Egyptische dictatuur Moebarak.

Tegen deze achtergrond verzetten delen van links zich tegen het ‘bestaansrecht’ van Israël. De marxistische linkerzijde verzet zich uiteraard tegen alle onderdrukkende regimes in de regio en de rest van de wereld. Maar op deze basis zou je evengoed het ‘bestaansrecht’ van de VS, Duitsland, Groot-Brittannië of Frankrijk kunnen betwisten, deze grote imperialistische machten zijn immers verantwoordelijk voor enkele van de meest bloedige gebeurtenissen in de geschiedenis.

Sommigen beweren dat het bestaansrecht van Israël specifiek moet betwist worden omdat het een natiestaat is die kunstmatig tot stand kwam onder toezicht van de kapitalistische machten die er gebruik van wilden maken om hun imperialistisch beleid in het Midden-Oosten te ondersteunen, alsook omdat het tot stand kwam door de onteigening van de Palestijnse massa’s. Doorgaans werden echter de meeste nationale grenzen in het Midden-Oosten in grote mate opgelegd door imperialistische machten, denk maar een het Sykes-Picot akkoord dat honderd jaar geleden gesloten werd of andere daaropvolgende akkoorden tussen imperialisten.

De stelling dat natiestaten door het imperialisme gecreëerd zijn of ondersteund werden om hun belangen te dienen, gaat ook op voor het bestaansrecht van andere landen, waaronder voormalige Sovjet republieken, de Balkan, de Baltische landen, Pakistan of Taiwan om er maar enkele te noemen. Het proces om de Israëlische staat te vestigen had unieke kenmerken en de marxistische linkerzijde waarschuwde destijds voor de vernietigende gevolgen van de opdeling waar het zich tegen verzette, maar er is een lange lijst van nationale staten die op tragische wijze ontstonden als gevolg van bezettingen, massale deportaties van bevolkingsgroepen, koloniale operaties en nationalistische maatregelen om de demografische samenstelling te veranderen in het voordeel van de heersende nationaal-etnische groep.

Maar de belangrijke vraag, ook met betrekking tot de VS bijvoorbeeld, is hoe het mogelijk is om van een werkelijkheid van onderdrukking en plundering te gaan naar een oplossing van de fundamentele problemen met de vestiging van een nieuwe, democratische en gelijke samenleving. Het volstaat voor de marxistische linkerzijde niet om te wijzen op het reactionaire karakter van regimes en hun bloedige geschiedenis, we moeten ook aangeven hoe kapitalistische en imperialistische naties op tegenstellingen gebaseerd zijn, hoe ze verdeeld zijn op klassenbasis en hoe we op die manier de rampspoed van kapitalisme en imperialisme achter ons kunnen laten. De staat Israël is niet alleen een koloniale staat onder leiding van één nationaliteit ten koste van een andere, het is ook een kapitalistische staat van klassenuitbuiting en onderdrukking in een door crisis getroffen klassensamenleving.

Delen van de internationale linkerzijde neigen naar een nationalistische benadering van de miljoenen Israëlische Joden als één blok van reactie, een samenleving van kolonisten waarin de fundamentele tegenstelling niet op klassenbasis is maar op nationale basis en waarin de massa’s geen echt belang hebben om de Palestijnse onderdrukking te stoppen met een sociale bevrijding of socialistische verandering. Dit is een ruwe veralgemening van de concrete realiteit, om het nog erg zacht uit te drukken. Het maakt het beeld van de reactionaire krachten in de samenleving vager in plaats van het te verduidelijken. Dit gebeurt overigens met elke nationalistische benadering die op abstracte wijze de massa’s verantwoordelijk acht voor de misdaden van ‘hun’ heersende klassen en regimes.

Zo’n benadering beperkt de verantwoordelijkheid van generaals, rijke kapitalisten en nationalistische partijen voor de horror die ze helpen creëren. Het minimaliseert de verschillen tussen ideologische kolonisten, waaronder nationalisten die deelnemen aan een barbaarse onteigening van Palestijnse families, en miljoenen uitgebuite en relatief arme werkenden die gebukt gaan onder het Israëlische kapitalisme en het aanhoudende nationale conflict. Het is een benadering die de Israëlische samenleving op een niet-dialectische manier bekijkt als een samenleving zonder interne tegenstellingen.

De nationale breuklijnen zijn het meest prominent en beperken de ontwikkeling van klassenstrijd langs de kant van de werkenden, maar de klassentegenstellingen vormen wel de fundamentele interne breuklijn die de ‘nationale eenheid’ doorbreekt en die het potentieel biedt om het kapitalisme achter ons te laten en te bouwen aan een nieuwe samenleving. Objectief gezien en los van de stemmingen en reactionaire standpunten die momenteel breed verspreid zijn, heeft de Israëlische arbeidersklasse een sleutelrol te spelen in het verenigen van de strijd tegen het Israëlische kapitalisme en voor de socialistische maatschappijverandering.

Wie haalt voordeel uit de bezetting?

De stelling dat de Joodse arbeidersklasse specifieke voordelen haalt uit de bezetting en de nationale onderdrukking van de Palestijnen staat gelijk aan de bewering dat de arbeidersklasse ‘profiteert’ in welk land dan ook dat een imperialistisch beleid van oorlog en bezetting voert.

De arbeidersklasse is er in de ontwikkelde kapitalistische landen op basis van strijd in geslaagd om verworvenheden te bekomen met betere levensvoorwaarden dan die van de massa’s in de neokoloniale wereld. Maar het is verkeerd om de nationale verschillen in levensvoorwaarden of de steun voor rechtse politieke standpunten onder werkenden te zien als een uitdrukking van gezamenlijke belangen die de klassentegenstellingen zouden overstijgen. We zien integendeel dat het brutale besparingsbeleid de werkenden in deze landen hard raakt, zowel in Europa, de VS als in Israël. Dit maakt de sociaal-economische problemen groter, het bevestigt dat zelfs de relatieve verworvenheden binnen het kapitalisme beperkt en niet gegarandeerd zijn. De globale economische crisis van de voorbije jaren heeft de tegenstellingen van klassenbelangen opnieuw sterk in het voetlicht geplaatst, de heersende klassen proberen immers om het grootste deel van de kosten van de crisis op de kap van de massa’s af te wentelen.

Bepaalde lagen van de Israëlische werkenden, onder meer in de grote nederzettingen, worden inderdaad ‘omgekocht’ in ruil voor politieke steun aan de politiek van de nederzettingen, met zowel directe als indirecte economische voordelen. Maar een bredere analyse van de belangen van de arbeidersklasse wijst niet op essentiële economische belangen en evenmin op een echt ‘politiek voordeel’. De Israëlische kapitalisten profiteren van de industriële zones in de nederzettingen en meer algemeen van de extreme uitbuiting van Palestijnen als goedkope arbeidskrachten, maar dit is een klein deel van de winsten van de Israëlische kapitalisten. Het belangrijkste doel van het Zionisme en het Israëlische kapitalisme met betrekking tot de Palestijnen blijft hun verdrijving en onteigening om zo de sociale basis voor het regime te versterken. Er moet ook opgemerkt worden dat de kapitalisten minder dan de werkenden blootgesteld worden aan nationalistische confrontaties op straat en op de werkvloer, hun persoonlijke veiligheidsrisico’s als gevolg van het conflict zijn beperkter.

De Israëlisch-Joodse arbeidersklasse – gediscrimineerde arbeiders van Ethiopische en Mizrachi afkomst, voormalige Sovjet werkenden maar ook werkenden van Asjkenazi afkomst – ondergaan inderdaad niet dezelfde graad van onderdrukking en armoede als de Palestijnse massa’s. Maar deze arbeidersklasse gaat wel collectief gebukt onder het ‘verdeel-en-heersbeleid’ op nationale basis met een neerwaartse spiraal van concurrentie met goedkope arbeidskrachten naast de politieke en de veiligheidsgevolgen van het aanhoudende conflict. Doorgaans heeft een groot deel van deze arbeidersklasse minstens een gereserveerde houding tegenover de hele nederzettingspolitiek, een ver-van-mijn-bedshow voor de meeste werkenden. De nationalistisch-racistische reactie onder de arbeiders is niet zozeer gebaseerd op economische belangen, maar vooral op angst inzake veiligheid. Dit speelt meer dan gelijk welk ander probleem mee, zelfs onder de etnisch gediscrimineerde Mizrachi-Joden. De rechterzijde met Likoed en Shas speelt daar op cynische wijze op in. Het zorgt ervoor dat een deel van de arbeidersklasse politiek geketend wordt aan de heersende klasse en dit op basis van een verkeerde identificatie van het beleid van die heersende klasse als een antwoord op de veiligheidsbelangen. Zoals gezegd dragen andere reactionaire krachten in het Midden-Oosten daartoe bij, hun acties versterken de positie van de Israëlische heersende klasse.

Er zijn krachtige ideologische mechanismen die het voor het Zionistische nationalisme mogelijk maken om zelfs onder delen van de Arabisch-Palestijnse bevolking in Israël steun te vinden, in het bijzonder onder de Druzen en Bedoeïenen. Maar dit betekent niet dat deze mechanismen gebaseerd zijn op de fundamentele belangen van deze groepen. De marxistische linkerzijde moet duidelijk maken dat het in het fundamentele belang van de arbeidersklasse aan beide kanten van het nationale schisma is dat we samen moeten strijden tegen de misdaden van de Israëlische heersende klasse.

Het Israëlisch-Palestijns conflict is natuurlijk niet symmetrisch en het heeft een nationaal-koloniaal karakter met een onderdrukkende en onteigende nationaliteit en een onderdrukte en onteigende bevolking. Maar de marxistische linkerzijde kan geen simplistische nationalistische benadering tegenover de Israëlische samenleving aannemen. Tegenover de ideeën die pleiten voor een ‘normalisering’ van de bezetting en onderdrukking van de Palestijnen – met inbegrip van economische en militaire banden tussen de Palestijnse Autoriteit en de regering-Netanyahu – moet de marxistische linkerzijde opkomen voor een strijd tegen nationale onderdrukking maar ook voor dialoog en gezamenlijke strijd, zeker van de werkenden, langs beide kanten van de nationale scheidingslijnen. Dit zal de gezamenlijke diepgaandere belangen naar voor brengen doorheen een strijd tegen het Israëlische kapitalisme en voor een nieuwe samenleving zonder enige nationale discriminatie.

Benaderingen die uitgaan van een ‘collectieve schuld’ en bijvoorbeeld oproepen tot een algemene boycot tegen de Israëlische samenleving, kunnen de indruk wekken dat de strijd gericht is tegen alle Israëli’s. Daarmee spelen ze in de kaart van de Israëlische rechterzijde. Een klassenbenadering tegenover de Israëlische samenleving, met bijvoorbeeld meer selectieve en gerichte boycot-initiatieven, vormen een veel grotere bedreiging voor de Israëlische rechterzijde.

Op het hoogtepunt van de strijd tegen het Apartheidsregime in Zuid-Afrika riep de marxistische linkerzijde daar op tot de vorming van onafhankelijke arbeidersorganisaties in Zuid-Afrika zelf (een standpunt dat de leiding van het ANC in ballingschap toen niet naar voor bracht) waarbij ook verduidelijkt werd dat deze organisaties een oproep moesten doen aan de blanke arbeiders en hen moest betrekken in de strijd, zelfs indien de blanke bevolking een kleine minderheid was onder wie er veel vooroordelen en racisme aanwezig waren. Het doel van een dergelijke oproep was het ondermijnen en verdelen van de sociale basis van de reactie door het overwinnen van blanke arbeiders naar de kant van de strijd en door het neutraliseren van verzet tegen strijd onder andere lagen. Op deze manier werd in feite de basis voor een etnische burgeroorlog ondermijnd. Elementen van deze benadering werden uiteindelijk opgenomen door de vakbondsfederatie COSATU en het ANC.

In tegenstelling tot de stalinistische tradities vertrekt de marxistische linkerzijde steeds van een klassenanalyse en een politiek programma waarin de klasse steeds belangrijker is dan nationale of ‘patriottische’ benaderingen van de progressieve strijd, zelfs in het geval van nationale bevrijdingsstrijd.

De basis van ons politiek programma is strijd tegen alle vormen van discriminatie en onderdrukking in de samenleving en voor een socialistische samenleving op regionaal en globaal vlak, waarbij alle nationale en etnische scheidingslijnen overstegen worden. Maar het volstaat niet om te spreken over een toekomstige socialistische samenleving, zeker niet als de nationale strijd van de Palestijnen en het nationale conflict zo centraal staan. In de huidige omstandigheden zal een programma dat de erkenning van een gelijk bestaansrecht en recht op zelfbeschikking – rechten die pas tot uiting komen in twee socialistische staten met gelijke rechten, waaronder volledige gelijke rechten voor alle minderheden, en met het doel dat de twee staten vrijwillig samenwerken in een confederatief kader van socialistische staten in de regio – mogelijk brede lagen aan beide kanten van de nationale scheiding overtuigen en kan het de basis vormen voor een gezamenlijke strijd tegen het Israëlische kapitalisme en voor sociale rechtvaardigheid en vrede. We doen dit niet door een nieuwe kaart te tekenen met nieuwe grenzen, deze kwestie zal samen met andere beslist worden als resultaat van een democratisch proces geleid door brede bewegingen.

We moeten rekening houden met de diepe kloof in politieke klemtonen langs beide kanten van de nationale scheiding en in de regio in het algemeen (in feite op internationaal vlak, mee onder invloed van het gebrek aan sterke socialistische partijen van de arbeidersklasse) en met het wantrouwen tegenover de positie van ‘twee staten’. Het startpunt voor het uitleggen en verdedigen van dit programma via politieke slogans kan dan ook niet identiek zijn in alle situaties en tegenover alle bevolkingsgroepen. Maar het programma zelf is volgens ons wat objectief nodig is. Tegelijk staan we zeker open voor het opzetten van vruchtbare discussies rond deze kwestie met de linkerzijde en socialistische bewegingen aan beide kanten van de nationale scheiding en op internationaal vlak.

Een alternatief naar voor schuiven

De tendens van delen van de linkerzijde om de gevaarlijke reactionaire posities in de Israëlische samenleving op willekeurige wijze als fascistisch te bestempelen, is politiek gezien gevaarlijk. Het kan tot verkeerde conclusies leiden over de mogelijkheden die zich voordoen en over de strategie en tactieken om de strijd vooruit te helpen in dit stadium. De harde aanvallen op democratische vrijheden in Turkije, Rusland of Egypte mogen dan wel brutaal zijn, ook daar betekent dit niet automatisch dat er sprake is van fascistische regimes.

Het Kahanistisch-fascistisch terrorisme tegen Palestijnen en ook tegen asielzoekers en de linkerzijde is effectief een reëel gevaar, maar voor zover hierover bericht wordt door de gevestigde Israëlische media leidt het vooral tot afkeer onder brede lagen van de bevolking. Dit bleek heel duidelijk na de dodelijke gifaanval in Duma. Zelfs de regering en de heersende klasse moeten er zich van distantiëren, zij zien dit als een destabiliserende factor. De Kahanisten zijn niet in een positie dat ze snel aan de macht zullen komen, ze staan zwakker dan pakweg hun tegenhangers in Griekenland. Het zal zeker nog even duren vooraleer gewapende groepen Kahanisten massasteun zullen vinden en een terreur op straat kunnen organiseren met dagelijkse moordpartijen en het in de kiem smoren van alle aspecten van democratie en arbeidersorganisaties.

Maar er is nood aan zelfverdedigingsgroepen vanuit de gemeenschap, democratische groepen die indien nodig gewapend zijn. Dit is nodig tegen aanvallen door kolonisten, het leger en de politie in Palestijnse dorpen op de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en sommige dorpen binnen de Groene Grens. Het is ook nodig voor de bescherming van linkse betogingen die een groot veiligheidsrisico lopen. Tegelijk moeten de linkse en socialistische politieke krachten voorstellen doen voor een politieke strijd waarmee we verandering bekomen.

Het is duidelijk dat een politieke strijd organiseren in de bezette gebieden complexer is met de enorme repressie die er heerst waarbij elke betoger gevangenisstraffen en zelfs de dood riskeert in handen van de militaire dictatuur van het Israëlische regime maar ook onder de regeringen van de Palestijnse Autoriteit en Hamas. De populaire massastaking van de leerkrachten op de Westelijke Jordaanoever in februari-maart was de grootste arbeidersstrijd van de recente jaren in de bezette gebieden. Het schokte de bureaucratische vakbond door elkaar en zelfs de Palestijnse Autoriteit werd dooreen geschud. Die Palestijnse Autoriteit handelt als een onderaannemer van de bezetting. De lerarenstaking bracht het perspectief van een brede strijdbeweging terug op de agenda.

Dergelijke ontwikkelingen kunnen de basis leggen voor een groei van linkse en socialistische krachten die een alternatief voorstellen op het doodlopende straatje van de rechtse leidingen van Fatah en Hamas. Het verdedigen van het idee van volksvergaderingen in steden en wijken kan bijdragen aan het opzetten van een discussie over strategie, tactieken en eisen. Het kan bredere lagen betrekken en democratische actiecomités verkiezen waarmee de strijd kan georganiseerd en geleid worden in de geest van de revolutionaire tradities van de eerste Intifada. De geschiedenis van de Palestijnse bevrijdingsstrijd kent veel massale opstanden, een nieuwe generatie van activisten zal deze geschiedenis opnieuw ontdekken en er vele lessen uit trekken.

Het regime van Netanyahu heeft niet bepaald een algemene steun onder de Israëlische bevolking. Dit regime is zwakker dan dat van Sharon ten tijde van de tweede Intifada. Netanyahu werd in 2011 geconfronteerd met de grootste sociale protestbeweging uit de geschiedenis van Israël en met een reeks strijdbewegingen. Zowel in de verkiezingen van 2013 als die van 2015 was er een afkeer van een relatief brede laag die zich tegen het regime verzette. Ondanks de nationalistisch-racistische demagogie om kiezers te winnen, moest Netanyahu telkens nipte coalitieregeringen opzetten die enkel overeind bleven door steun van nieuwe kapitalistische partijen die ‘verandering’ beloofden, zoals Lapid en Kahlon.

De strijd van het personeel van het chemische bedrijf ICL ten tijde van de verkiezingen van 2015 en de latere strijd door de mensen van Ethiopische afkomst, waaronder kiezers van Likoed, geven aan dat ook de steun voor het Likoed-bewind ondermijnd is. De arbeiders van ICL gingen in direct conflict met Likoed. In de strijd van de Ethiopiërs was er een radicalisering onder een laag van activisten, sommigen kwamen daarbij tot linkse conclusies.

Het regime van Netanyahu krijgt heel wat politieke steun van reactionaire krachten in de regio, van de ‘oppositiepartijen’ in het parlement tot de sterk uitgebouwde nationalistische media. Dit laat Likoed toe om tot op zekere hoogte, en met wisselende impact, in te spelen op de angsten inzake veiligheid onder de Joodse bevolking. Maar de aanhoudende escalatie van het conflict leidt ook tot twijfel en vragen onder delen van die bevolking.

Het blijkt een illusie te zijn dat de onderdrukking van de Palestijnen en het conflict zouden opgelost worden door druk van andere kapitalistische regeringen op Israël. De oplossing zal niet van ‘buitenaf’ komen. Ontwikkelingen die het potentieel en de resultaten van massabewegingen regionaal en internationaal tonen – zoals tijdens de golf van opstanden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika in 2011 – kunnen zorgen voor een grotere openheid voor linkse en socialistische opvattingen onder de arbeidersklasse en delen van de middenklasse in beide nationale groepen. De politieke aardbeving van de campagne van Sanders in de VS is al een zeker referentiepunt.

Stappen vooruit in principiële samenwerking tussen linkse politieke krachten kan een stap zijn om het gebrek aan een politieke kracht van de arbeidersklasse in beide nationale groepen te overkomen, het kan een socialistisch alternatief doorheen het hele land op de agenda zetten.

Aan beide kanten van de Groene Grens is er nood aan politieke organisaties op een onafhankelijke klassenbasis, het organiseren van brede partijen die opkomen voor de belangen van de arbeidersklasse en de strijd vooruithelpen met een socialistisch programma als uitweg uit het bloedig conflict van nationale onderdrukking van de Palestijnen en als alternatief op het Israëlische kapitalisme.

De Socialistische Strijdbeweging is gericht op strijd op basis van een klassenstandpunt en een internationalistische benadering om tot socialistische verandering te komen. We hebben het volste vertrouwen in het potentieel van socialistische en marxistische standpunten om steun te vinden aan beide kanten van de nationale scheidingslijnen.