Text Size

Revolte in referendum, establishment in de touwen

De Britse stemming om uit de EU te stappen heeft de gevestigde instellingen – zowel in Groot-Brittannië als op internationaal vlak – geschokt. Het is een nieuwe uitdrukking van de woede als gevolg van de toenemende armoede en de harde bezuinigingen, alsook van een anti-establishmentgevoel. De politieke naschokken beginnen nu naar boven te komen.

 

Toriesout-620x330

Een analyse door Peter Taaffe, secretaris CWI

 

 

De strategen van het kapitaal werden geconfronteerd met een revolte van onderaf. Het leidde achter de schermen tot reacties die aan een uitspraak van een voormalige politicus uit Californië doen denken: “Het volk heeft gesproken… de smeerlappen!” Na het EU-referendum was er een enorme publieke furie van het gevestigde ‘commentariaat’ waarbij nauwelijks onderdrukt neergekeken werd op diegenen die het aandurfden om de gevestigde orde tegen te spreken en ‘Leave’ te stemmen. Polly Toynbee uitte in de ‘progressieve’ krant Guardian haar woede tegen de “ongeschoolde” kiezers die zich massaal tegen de EU keerden. De Poolse voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, verklaarde dat de Britse beslissing “niet alleen het begin van de vernietiging van de EU betekent, maar van de hele westerse politieke beschaving” (Financial Times).

De overwinning van het Leave-kamp in het referendum heeft verregaande gevolgen voor de toekomst van Groot-Brittannië en in het bijzonder voor de Britse en Europese arbeidersbeweging. Het resultaat van 52 tegen 48% vertegenwoordigt in essentie een revolte van voornamelijk gewone werkenden tegen de besparingen en tegen de conservatieve miljonairsregering van David Cameron en George Osborne. Hun beleid heeft de levensstandaard naar beneden getrokken en hele arbeidersgemeenschappen verwoest.

Het is compleet verkeerd om bijzonder pessimistische conclusie te trekken zoals sommige kleine linkse groepen dit doen als ze het hebben over een “hoogdag van reactie” in Groot-Brittannië waardoor extreemrechts overal in Europa zal gestimuleerd worden. Ongetwijfeld zal de Europese rechterzijde het resultaat proberen te gebruiken om zich te versterken. Maar verslagen van het congres van het Links Blok in Portugal onmiddellijk na het referendum tonen dat vertegenwoordigers van de arbeidersbeweging in Griekenland, Frankrijk en Spanje zich gesterkt zagen door het resultaat van het referendum.

Het is niet zeker dat reactionaire krachten zoals Boris Johnson of Michael Gove zomaar het bewind van Cameron zullen overnemen en een stevige basis leggen voor een volgende regering zonder nieuwe verkiezingen te moeten organiseren, verkiezingen die ze kunnen verliezen. Een dag voor het referendum beslisten de leraars om in actie te gaan tegen het regeringsplan voor de hervorming van het onderwijs, maar liefst 90% stemde voor een staking op 5 juli. Er is zelfs sprake van een kleine stakingsgolf in het land, met onder meer acties bij Southern Railways en stakingen in de voedingssector.

Tegen het establishment

Veel werkenden die in verzet gaan tegen het regeringsbeleid grepen de kans van het referendum om de belangrijkste vijand – de gehate Cameron en zijn regering – een zware slag toe te brengen. Dit betekent niet dat het een uiting van steun aan Johnson was. Integendeel, een dag na het referendum werd Johnson uitgejouwd en dat was niet alleen door mensen van het Remain-kamp.

In de dagen onmiddellijk na het referendum kwamen militanten van de Socialist Party op straat veel mensen tegen die Remain stemden maar op basis van discussie overtuigd werden van onze klassenargumenten voor een vertrek op socialistische basis. Dit geeft een beeld van wat mogelijk was indien de arbeidersleiders zich niet achter besparingskampioen Cameron hadden geschaard. Cameron is nu overigens zelf op weg naar de uitgang.

De krachtsverhouding tussen de georganiseerde arbeidersklasse en haar bondgenoten aan de ene kant en de regering aan de andere kant kan keren in het voordeel van de vakbonden en de arbeidersbeweging. Maar dan moeten er wel strijdbare conclusies uit het resultaat van het referendum worden getrokken. Zonder de verschillende krachten in het Leave-kamp beter te willen voorstellen dan ze zijn, moeten we in het resultaat van het referendum vooral een opstand van gewone werkenden tegen de heersende elite zien.

Het klopt dat een beperkte binaire keuze – ja of neen, in of uit de EU – ertoe leidt dat kiezers plots aan dezelfde kant van de keuze staan als mensen met bijzonder verschillende en zelfs tegenstrijdige klassenbelangen en –standpunten. Dit kan de politieke uitkomst onduidelijker maken waardoor het niet evident is om algemene conclusies te trekken. Maar dat is nu niet het geval. Traditionele Labour-regio’s en gebieden stemden in grote getale tegen de regering. Enkel Noord-Ierland, Schotland en Londen stemden voor het behoud van het EU-lidmaatschap. Zelfs waar Remain het haalde, was er een onmiskenbare arbeidersstem om ‘hen’ – de Tories en de elite – eens te laten zien dat de maat vol is.

Dat anderzijds naar schatting drie kwart van de jongeren voor Remain stemden, vormt een verwrongen maar begrijpelijke uitdrukking van een internationalistische benadering. Ze zagen de EU ten onrechte als een progressieve factor, als een uitdrukking van openheid naar Europa en de wereld. Daar werd op cynische wijze op ingespeeld door de conservatieve ‘Remainers’ en hun aanhangers. Zoals de Socialist Party consequent heeft opmerkt, is de EU een neoliberale instelling, een kapitalistische en imperialistische uitbuitingsmachine die zich niet alleen tegen de Europese arbeidersklassen keert maar doorheen handelsverdragen ook tegen de massa’s in de neokoloniale wereld.

Er was in veel arbeidersbuurten een vastberaden sfeer om te gaan stemmen en om voor ‘Leave’ te kiezen. Er was nochtans een nooit geziene angst- en haatcampagne met een reeks burgerlijke economen die over elkaars voeten vielen met voorspellingen van economische ineenstortingen of zelfs van een derde Wereldoorlog indien de mensen niet ‘juist’ zouden stemmen en dus voor Remain. Er was een vastberadenheid om de elite een lesje te leren, zij moeten immers niet in de ontbering leven die aangericht is door de Tories en het kapitalisme. In sommige arbeiderswijken, onder meer in wijken met veel sociale woningen, was er een indrukwekkende opkomst. Met 72% was de algemene opkomst een pak hoger is dan bij parlementsverkiezingen .

Speelt dit in de kaart van rechts?

Het klopt dat de racistische UK Independence Party (UKIP) opriep voor ‘Leave’, net als de het brutale conservatieve duo Johnson en Gove. Zij benadrukten hun afkeer tegen migranten. Sommige werkenden zijn ongetwijfeld verleid door de antimigrantenboodschap van deze reactionaire krachten. Dit was vooral het geval omdat de officiële leiding van de arbeidersbeweging, zoals bij Labour als de vakbonden, dit in de hand werkte door zelf geen enkele onafhankelijke positie op basis van een internationalistisch klassenstandpunt in te nemen. De Socialist Party nam wel zo’n benadering aan, zowel in dit referendum als in dat van 1975 toen Jeremy Corbyn nog een gelijkaardig anti-EU standpunt innam.

Jammer genoeg zat Jeremy Corbyn nu gevangen achter vijandige linies, ingesloten door de rechtse Blairisten die voor Remain opkwamen. Ze bedankten Corbyn achteraf door met Hilary Benn en andere samenzweerders een aanval op hem in te zetten. De rechterzijde van Labour zou hem van alles beschuldigen, los van wat hij doet. Desnoods verwijten ze hem het slechte weer. Ze dwongen Corbyn tot een – duidelijk aarzelend – Remain-standpunt. Achteraf werd hij toch aangevallen door de rechterzijde, moest hij geen Remain-standpunt ingenomen hebben, zou dat nog meer het geval geweest zijn.

Wij merkten tijdens de campagne op dat Corbyn duidelijk had moeten ingaan tegen de EU en dit op een socialistische en internationalistische basis. Een oproep voor een socialistisch Groot-Brittannië verbonden met het idee van Verenigde Socialistische Staten van Europa, had hem in een sterkere positie geplaatst.  De keuze zou dan niet beperkt zijn tussen twee conservatieve bendes, maar het had kunnen leiden tot parlementsverkiezingen om heel de conservatieve kliek buiten te gooien. De krachtsverhoudingen als resultaat van zo’n campagne zou geleid hebben tot een gunstige positie.

Veel werkenden verwerpen het racistische programma van verdeeldheid, maar zijn terecht bezorgd om de druk die op arbeidersbuurten wordt gelegd met een tekort aan middelen, geen plaats op school, gebrek aan betaalbare huisvesting, … Er is een reële angst voor een neerwaartse spiraal naar nog lager betaalde jobs en nulurencontracten. Dit wordt niet beantwoord door uit te halen naar migranten, maar door op te komen voor een programma dat meer middelen eist, onder meer voor de bouw van sociale huisvesting, nieuwe scholen die meer kwaliteitsvol onderwijs aanbieden, … In Londen alleen staan 50.000 woningen leeg, in de EU zijn dat er 11 miljoen.

Van de leiding van de arbeidersbeweging kwam er geen enkele hint in de richting van zo’n programma tijdens de campagne. Ze gaven er de voorkeur aan om samen met brutale klassenvijanden samen te werken in ofwel het Remain-kamp ofwel het Leave-kamp. We zagen hoe de Londense burgemeester Sadiq Khan samen met Cameron inging tegen Johnson om de kapitalistische EU te verdedigen. In de burgemeestervserkiezingen nam hij al de verdediging op van de miljardairs in Londen – de stad telt er al 141, het grootste aantal ter wereld. Het liet Johnson toe om zich demagogisch af te zetten tegen de ongelijkheid in de EU en zich op te werpen als de verdediger van de “gewone man en vrouw.”

De mythe van een ‘sociaal Europa’

Tony Blair, de voormalige premier die er tijdens de oorlog in Irak van beschuldigd werd dat hij loog zodra hij zijn mond opende, wierp zich verrassend op als verdediger van de vakbondsrechten. In de krant Daily Mirror durfde hij het aan om te schrijven: “Laat de arbeidersrechten niet achterwege.” Hij was 13 jaar aan de macht, maar dat volstond blijkbaar niet om zelfs maar één van de antivakbondsmaatregelen van Margaret Thatcher af te schaffen. De nationale algemene secretaris van de vakbondskoepel TUC, Frances O’Grady, stelde dat werkenden tot 38 pond per week zouden verliezen tegen 2030 indien ze zich niet achter de EU stellen.

Plots werd de EU, en niet de strijdbare tradities van de vakbonden, voorgesteld als een progressief instrument om de levensstandaard van werkenden te verdedigen en op te trekken. Kan het failliet van de leiding van de grootste arbeidersorganisatie in Groot-Brittannië nog scherper aangetoond worden?

De vakbondsleiding kwam tot deze oncomfortabele positie omdat ze de kapitalistische EU heeft omarmd. In 1988 bood EU-commissaris Jacques Delors de vakbondsleiders een uitweg aan om de vreselijke nederlagen van de jaren ervoor – de mijnwerkerstaking, Wapping, de ineenstorting van de strijd tegen de besparingen in de lokale besturen, … – te vergeten. Hij verkocht hen het idee van een ‘sociaal Europa.’ Dat was altijd een illusie. Elke wetgeving die rechten voor werkenden oplegt, kan enkel behaald en behouden blijven op basis van strijd en een krachtsverhouding. Maar de vakbondsleiders bedankten Delors en grepen de kans om schijnbaar pijnloos arbeidersrechten te behouden.

Het leidde tot een beleid van klassensamenwerking op basis van overleg. In een periode van economische groei kon dit beperkte voordelen voor de werkenden opleveren. Maar toen de economische crisis toesloeg – in het bijzonder sinds 2007-08 en de daaropvolgende historisch zwakke groei – keerde dit zich in zijn tegendeel: er was in het beste geval een stagnatie van de levensstandaard en er kwamen aanvallen op alle vroegere verworvenheden.

Het is schandalig dat het recente offensief van Cameron en Osborne op vakbondsrechten niet heeft geleid tot een sterk antwoord van de vakbonden. Ze gingen over tot een terugtocht met een voorstel van compromis: de vakbondsleiders zouden voor Remain campagne voeren als de regering bepaalde toegevingen zou doen op de geplande nieuwe antivakbondswetten. De regering beloofde dit te doen.

Een neoliberaal project

De argumenten van Blair en O’Grady dat de EU de rechten van werkenden zou beschermen doorheen maatregelen zoals de richtlijn over arbeidstijd, zijn van de pot gerukt. Elke wetgeving die in het voordeel van de werkenden werd doorgevoerd, was in laatste instantie het resultaat van de kracht en organisatie van de vakbonden en niet van een of ander ‘progressieve’ inzicht van de werkgeversorganisaties, waaronder de EU.

Tijdens de campagne voor het referendum toonden enkele meer brutale werkgevers – zoals luchtvaartmaatschappijen EasyJet en Ryanair – hoever ze bereid zijn te gaan om stakingen te breken als het hen uitkomt. Ze doen dat los van gelijk welke Europese regelgeving. Ze eisten van de EU gecoördineerde acties in de zomer indien de acties van de Franse luchtverkeersleiders zouden doorgaan. Ze vroegen om toe te laten dat Duitse luchtverkeersleiders de plaats van de stakers zouden innemen. Het doet denken aan Ronald Reagan die in de VS met het donkere tijdperk van het neoliberalisme begon door eerst de luchtverkeersleiders in 1981 aan te pakken. Dat werd de norm voor alle werkgevers in de VS. Het feit dat dergelijke maatregelen nu geëist worden in de EU wijst op het neoliberale karakter van die EU.

Het zou moeten volstaan om te wijzen op wat de EU betekent op vlak van privatiseringen, denk maar aan de privatiseringen in Griekenland, om op basis van een vakbondsstandpunt tegen een Remain-stem te pleiten. De EU verplichtte Griekenland om maar liefst 71.000 bezittingen en bedrijven te verkopen, waaronder de regionale luchthavens. Het idee van een ‘progressieve’ EU is voor elke werkende Griek tegengesteld aan de eigen ervaringen met die EU. Miljoenen mensen moeten proberen te overleven met kleine pensioentjes van een familielid.

De strijd van de Griekse werkenden heeft ongetwijfeld kracht geput uit het verzet van de Britse werkende klasse in dit referendum. Er wordt ook al gesproken over een mogelijk domino-effect waarbij de Brexit gevolgd wordt door gelijkaardige operaties in andere landen, zoals Nederland en Zweden of zelfs Italië. Zij kunnen de Britse werkenden volgen en de basis leggen voor echte solidariteit onder de werkenden van Europa op syndicaal en politiek vlak waarbij dit verbonden wordt met het perspectief van socialisme.

Natiestaten

Van bij het tot stand komen van de voorloper van de EU – de Europese Gemeenschap – stelden we dat het kapitalisme ondanks alle inspanningen niet in staat is om tot een echte eenmaking van Europa te komen. Sommige marxisten betwistten dat standpunt en verwezen nu tijdens de referendumcampagne naar teksten van Leon Trotski om hun steun voor Remain te onderbouwen. Ze stellen dat het kapitalisme de historische taak van eenmaking kan doorvoeren en dat dit ‘progressief’ zou zijn. Een dergelijke conclusie – zogezegd op basis van wat Trotski schreef – is compleet verkeerd.

De noodzaak om het continent een te maken komt voort uit de noden van productie en techniek in dit tijdperk. De productiekrachten zijn de enge grenzen van het privaat bezit door een handvol kapitalisten enerzijds en van de natiestaat anderzijds ontgroeid. De moderne industrie – in het bijzonder de grote monopolies, multinationals, …  – wordt niet enkel in termen van de markt van een land gepland, maar ook op continentaal niveau. De grootste bedrijven doen dit zelfs op wereldvlak. Het leidt tot een tendens van afbouw van nationale drempels, beperkingen op productie, heffingen, … samen met het ontwikkelen van gigantische handelsblokken zoals het Noord-Amerikaans Vrijhandelsverdrag (NAFTA) of nu het Trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP).

Dit proces kan in een periode van economische groei vrij ver doorgetrokken worden, dit was het geval met de EU. Dit gebeurde in de jaren 1990. Het zorgde ervoor dat delen van de kapitalisten en, jammer genoeg, ook enkele marxisten ervan begonnen te dromen dat het kapitalisme de nationale beperkingen kon overstijgen en stappen zette in de richting van een één Europese kapitalistische klasse.

Om hun standpunt te onderbouwen, wordt naar volgende uitspraak van Trotski verwezen: “Indien de kapitalistische Europese staten erin slagen om op te gaan in een imperialistische eenheidsstaat, dan zou dit een stap vooruit zijn in vergelijking met de bestaande situatie. Het zou eerst en vooral een gezamenlijke Europese basis vormen voor de arbeidersbeweging. De arbeidersklasse zou in dit geval niet moeten strijden voor een terugkeer naar ‘autonome’ nationale staten, maar voor de omvorming van de imperialistische eenheidsstaat in een Europese federatie van republieken.” (Het vredesprogramma, mei 1917).

Trotski had het duidelijk over een hypothetische situatie waarvan hij niet verwachtte dat die ooit zou gerealiseerd worden. Het is ook geen beschrijving van de EU die de natiestaten van Europa niet heeft gefusioneerd. In hetzelfde artikel werpt Trotski op dat “de democratische eenmaking van Europa, een unie die in staat is om de vrijheid van nationale ontwikkeling te garanderen, enkel mogelijk is op basis van revolutionaire strijd met opstanden in individuele landen en de daaropvolgende fusie van deze opstanden in een algemene Europese revolutie.”

Toenemende woede

Voor het referendum en zeker voor de bekendmaking van de resultaten was er in Groot-Brittannië al een groeiende woede van de werkende klasse tegen de regering van Cameron en Osborne. Dit biedt een unieke kans om de situatie in het voordeel van de arbeidersklasse te veranderen. Nog voor het referendum moest de regering minstens 20 volledige of gedeeltelijke bochten maken waardoor de wielen onder de conservatieve kar dreigden los te komen. De regering blijft op alle vlakken belegerd worden. De economie gaat in de richting van een nieuwe crisis met het grootste handelstekort sinds 1948, ondanks recente kleine verbeteringen. De werkloosheid neemt toe en de rampzalige huisvestingscrisis in Londen en andere grote steden gaat onverminderd door.

In de Londense wijk Waltham Forest stegen de huizenprijzen met 25% op een jaar tijd. De inwoners van de buurt Butterfields dreigen uit hun huis gezet te worden waarna ze tot een vorm van ‘interne ballingschap’ veroordeeld worden en honderden kilometers verder moeten gaan wonen. De redenen hiervoor moeten gezocht worden bij de pogingen van huiseigenaars om hun eerder bescheiden woningen door te verkopen aan de rijken die op zoek zijn naar nieuwe huizen en mogelijkheden om projecten te ontwikkelen.

Er is ook een opborrelende woede rond de lonen die in reële termen met 8% afgenomen zijn sinds 2007. We kunnen er Frances O’Grady van het TUC aan herinneren dat dit gebeurde op een ogenblik dat Groot-Brittannië deel uitmaakte van de EU! Er is een groeiende revolte in de vakbonden, zo bleek tijdens enkele recente congressen. Zo besloot het congres van TUC Wales onder druk van leden van de Socialist Party om een reeks moties aan te nemen die pleiten voor begrotingen op basis van behoeften of nog voor de nationalisatie van de staalsector. Deze moties werden quasi unaniem goedgekeurd met heel wat nieuwe jonge militanten die voor het eerst aan een vakbondscongres deelnamen. Op het congres van de vakbond GMB was er voor het eerst sinds lang een motie die opriep tot nationalisaties.

Op het congres van de vakbond Unison in de publieke sector werd een nieuwe organisatie van basismilitanten opgezet met als doel om de vakbond van een slome machine om te vormen tot een strijdbare en militante vakbond die het verzet van de leden mobiliseert. Dit alles wijst op een nieuwe strijdbaarheid.

Politieke burgeroorlogen

Na het referendum zijn de twee politieke burgeroorlogen – één bij de Tories en één in Labour – intenser geworden. Zoals kon voorspeld worden – en ook effectief gedaan werd door de Socialist Party – is de poging om de rechterzijde van Labour te bedaren door met Corbyn en zijn aanhangers van Momentum voor Remain op te roepen op een sisser uitgedraaid. Het heeft het verzet tegen Corbyn niet doen afnemen, maar net verder versterkt. Enkele uren na de bekendmaking van het resultaat kwam parlementslid Margaret Hodge al met een brief aan de parlementaire fractie voor een motie van wantrouwen en nieuwe verkiezingen voor de partijleiding. Hilary Benn werd uit het schaduwkabinet gezet en andere leden van dat kabinet namen ontslag.

De Labour Party blijft vastzitten tussen twee stoelen met een aanhoudende burgeroorlog tussen de rotte krachten van de Blairisten en het potentieel van een antibesparingskracht met potentieel ook socialistische krachten rond Jeremy Corbyn. Veel kansen zijn gemist door de linkse kleinburgerlijke krachten die de Corbyn-gezinde organisatie Momentum leiden. Er werd aanvankelijk beloofd dat het een open en democratische heropbouw van de arbeidersbeweging moest worden waarbij de oude gecentraliseerde bureaucratische structuur zou verdwijnen. Deze beloften verdwenen snel naarmate de leiding probeerde om tot compromissen met de rechterzijde te komen. Deze toegeeflijkheid tegenover de rechterzijde heeft de vastberadenheid om Corbyn en zijn aanhangers aan de kant te schuiven enkel versterkt.

Het wantrouwen tegenover de rechterzijde zorgde ervoor dat een motie op het congres van de ambtenarenbond PCS voor hernieuwd lidmaatschap van Labour het niet haalde. Het feit dat de Blairistische rechterzijde de partijmachine en in het bijzonder de parlementaire fractie nog steeds controleert, was daar de belangrijkste reden voor. Tijdens de campagne voor het referendum werden door de partijleiding van Labour 71 voltijdse personeelsleden vrijgemaakt om voor het Remain-kamp te werken. Leden van de PCS vreesden dat een hernieuwd lidmaatschap ertoe zou leiden dat ze deze partijmachine zouden financieren. Het is overigens dezelfde partijmachine die optreedt als filter om strijdbare werkenden die terug lid willen worden buiten te houden.

Als de rechterzijde daar niet in slaagt, is ze eens te meer bereid om de partij te splitsen. Het referendum gaf daar al een indicatie van met een nauwe samenwerking tussen ‘linkse’ conservatieven en de rechterzijde van Labour. Dit leidde zelfs tot een niet uitgevoerd voorstel om parlementsleden van regering en oppositie door elkaar te laten zitten tijdens de speciale parlementszitting na de moord op Labour parlementslid Jo Cox.

In de Remain-campagne was er een element van een nationale coalitie met de rechterzijde van Labour die met veel plezier samenwerkte met de ‘linkse’ of meer ‘progressieve’ conservatieven en de Liberal Democrats. De partijleider van de Liberal Democrats, Tim Farron, ging onmiddellijk na de bekendmaking van het resultaat heel hard op Corbyn die hij verweet onvoldoende voor de Remain-campagne gedaan te hebben. De burgeroorlog binnen Labour sinds de verkiezing van Cobyn gaat dus onverminderd door, er is gaat amper een dag voorbij zonder een aanvan op hem.

De strijd binnen de Tories heeft ook geleid tot een diepe interne kloof tussen de vleugel van Cameron en Osborne aan de ene en Johnson en Gove aan de andere kant. De verkiezingsstrijd voor de opvolger van Cameron als partijvoorzitter kan deze tegenstellingen uitdiepen en leiden tot een openlijke splitsing, mogelijk een aanzet tot een vorm van alliantie met de rechterzijde van Labour en de Liberal Democrats.

Het referendum heeft hetzelfde effect als het gooien van een rots in een meer waarbij de golven in het water blijven uitdeinen. Er zijn al gevolgen doorheen Europa en het kan uiteindelijk leiden tot de ineenstorting van de euro en het opbreken van de EU. Het stelt de kwestie van een nieuw Schots referendum dat kan leiden tot een opdeling van het Verening Koninkijk. De gevolgen zijn ook verregaand voor Ierland, in het bijzonder Noord-Ierland waar Sinn Fein een nieuwe ‘grenspeiling’ eist, wat kan leiden tot meer sektarische tegenstellingen.

Maar in alle ontwikkelingen die uit het referendum voortkomen, moet de arbeidersbeweging socialistische conclusies trekken en op die basis strijden met een onafhankelijk arbeidersprogramma. De eerste onmiddellijke eis is voor een democratisch bijeengeroepen bijzondere conferentie van de arbeidersbeweging die open staat voor al wie Corbyn steunt. Het doel moet zijn om de positie van Jeremy Corbyn te verdedigen tegen de poging tot machtsgreep van de parlementaire fractie van Labour. Dat kan met een socialistisch beleid en democratische structuren, waaronder een federale vorm van organisatie.

Het referendum over de EU was een aardbeving voor de heersende klasse en haar schaduw in de arbeidersbeweging. De naschokken zullen nog even blijven duren. Tegelijk is er een grote kans om de arbeidersbeweging opnieuw op te bouwen op democratische en socialistische wijze.