Text Size

IJzeren hand van Erdogan kan regimecrisis niet in de kiem smoren

De mislukte poging tot staatsgreep van 15 juli door een fractie van het Turkse leger heeft geleid tot een grootschalige zuiveringsoperatie in het land. Iets meer dan een maand later, op 24 augustus, ging het Turkse leger over tot de meest consistente militaire operatie in buurland Syrië sinds het begin van het conflict daar. Turkije veroverde de stad Djarabulus op Islamitische Staat (IS). Met de operatie viseerde het Turkse leger IS, dat voor het offensief de stad al verlaten had, maar wil het vooral ook de spierballen rollen tegen de Koerdische milities. Hoe kunnen de werkenden en revolutionaire jongeren uit dit bloedige spinneweb van complexe en tegenstrijdige belangen van verschillende imperialistische en regionale machten raken?

 

Artikel door Nicolas Croes uit ons Belgische zusterblad ‘De Linkse Socialist’

Geen enkele steun aan Erdogan of aan het leger

De meerderheid van de bevolking en alle politieke partijen hebben zich verzet tegen een terugkeer van een militair regime. Het leger bestaat grotendeels uit dienstplichtigen. Weinigen waren bereid om hun leven op het spel te zetten voor de coupplegers, vooral officieren die hun eigen privileges wilden verdedigen. Het ontbrak de staatsgreep aan een reële sociale en politieke basis. Zoals onze Turkse zusterorganisatie Sosyalist Alternatif meteen na de mislukte staatsgreep opmerkte: “Het is van groot belang om in te gaan tegen de aanvallen op de sociale en democratische rechten door Erdogan. Maar deze poging tot staatsgreep toont aan dat een dictatoriaal regime niet kan bestreden worden met dictatoriale methoden. Of de poging nu gelukt was of niet, het resultaat bestaat sowieso uit meer repressie tegen de massa’s. De mislukte poging tot staatsgreep zal nu door Erdogan gebruikt worden om de macht verder te concentreren in de kleine kliek van zijn naaste vertrouwelingen en de democratische rechten zullen verder aan banden gelegd worden.”

Er volgde effectief harde repressie. De regering kondigde een noodtoestand van drie maanden af waarbij ook de regels van de Europese Verklaringen van de Rechten van de Mens werden opgeschort. Tegen 19 augustus waren er maar liefst 25.917 mensen onder toezicht geplaatst als gevolg van de staatsgreep. 13.419 mensen werden preventief opgepakt en de paspoorten van 74.562 mensen werden afgenomen. Bijna 5.000 ambtenaren werden afgedankt en 80.000 anderen, waaronder 23.738 mensen uit het onderwijs, werden geschorst. 4.262 stichtingen, ziekenhuizen, scholen, verenigingen, mediakanalen, vakbonden en bedrijven werden gesloten.

Het land kent een toenemende politieke crisis in  een context van groeiende economische crisis. De regering gebruikt het gerechtelijk systeem en het militaire apparaat om uit de impasse te geraken en elke oppositie binnen en buiten het parlement het zwijgen op te leggen. Het leger dat tussen 2007 en 2013 met het Ergenkon-proces ontdaan werd van zijn vroegere elite wordt al maandenlang ingezet om de Koerdische oppositie bloedig neer te slaan.

Turks offensief in Syrië

Op 12 augustus namen Koerdische milities de stad Manbij in Syrië in na een strijd tegen IS. Dit droeg ongetwijfeld bij tot de beslissing van Turkije om Djarabulus binnen te vallen zodat deze stad niet in Koerdische handen viel. De Turkse interventie kwam er op een ogenblik dat de regionale evenwichten verschoven. Erdogan verwijt de Verenigde Staten dat steun werd gegeven aan de Koerdische milities tegen IS zonder rekening te houden met de Turkse belangen. Turkije begon de relaties met Rusland te normaliseren en had verschillende ontmoetingen met het Iraanse regime. Het Turkse regime kan economische compromissen met Rusland sluiten en deelt met Iran de bezorgdheid over de Koerdische kwestie. In tegenstelling tot Rusland en Iran blijft Erdogan wel radicaal gekant tegen het Syrische regime van Assad. Dat was de reden voor de tot voor kort wel erg verzoenende houding van het Turkse regime tegenover IS, een houding waar nu verandering in komt.

IS staat onder enorme militaire druk en groeiend ongenoegen onder de bevolking van de gebieden dat het controleert. De groep probeert territoriumverlies te compenseren met een grotere nadruk op meer ‘conventionele’ terroristische methoden. Het leidt tot bijzonder moorddadige acties die als doel hebben om de vijanden te intimideren en om de eigen steun uit te bouwen. Op 3 juli vielen er bij een aanslag in Bagdad meer dan 300 doden, het was de bloedigste aanslag sinds de invasie in Irak in 2003.

De Koerdische militanten in het noorden van Syrië (Rojava) kregen lof voor hun heldhaftigheid en hun militaire successen tegen IS. De vastberadenheid op het strijdtoneel wordt ongetwijfeld versterkt door de hoop op een andere samenleving in Rojava op basis van solidariteit, gender-gelijkheid en de rechten van de Koerdische bevolking om over haar eigen toekomst te beslissen na decennia van onderdrukking. Of dat kan lukken in een democratisch confederalisme, zonder socialistische verandering, is onwaarschijnlijk. De toenadering tussen de milities van de YPG (verbonden met de Partij van Democratische Eenheid PYD), het VS-imperialisme en Rusland zet die strijd voor een andere samenleving op de helling. In Turkije, heel de regio en trouwens ook in de rest van de wereld, kan geen enkel vertrouwen gesteld worden in krachten die enkel de dominantie van hun eigen heersende elite voor ogen hebben.

IS militaire nederlagen toebrengen en de bron van de groei ervan aanpakken, zijn twee totaal verschillende zaken. Volgens een verklaring van het Amerikaanse ministerie van Defensie op 15 juli was de totale kost voor de militaire operaties tegen IS sinds 8 augustus 2014 opgelopen tot 8,4 miljard dollar. Een democratische, socialistische planning van de economie op internationaal vlak zou ervoor zorgen dat dit enorme bedrag geïnvesteerd wordt in het verbeteren van de levensvoorwaarden in plaats van deze te vernietigen.