Text Size

Hongarije na het referendum over vluchtelingen: overwinning in de nederlaag?

Begin oktober werden 8,2 miljoen Hongaren naar de stembus uitgenodigd voor een referendum van de regering. De onnodig complexe vraag in het referendum kwam erop neer of Hongarije tegen de wil van het parlement in meer vluchtelingen moet opnemen als de EU dit vraagt. De regering gebruikt de eis van de EU om 1.294 vluchtelingen in Hongarije onder te brengen als een excuus om oude en nieuwe vooroordelen te hanteren in een poging om zijn populariteit op te krikken. Gezamenlijke actie tegen beleid van instabiele regering is nodig.

refugee_march_hungary_2015-09-04_02_b

Analyse door Tilman M Ruster, Sozialistische Linkspartei (SLP, Oostenrijk)

Van bij het begin was de wettelijke basis voor het referendum betwist. In 2015 hield de regering een referendum over de bouw van een nieuwe kerncentrale (in het kader van een deal met Rusland ter waarde van 10 miljard euro) tegen met het argument dat een referendum niet over internationale verdragen kan gaan. Dit referendum had nooit te maken met het steunen van een wet, het was een politiek manoeuvre.

Het referendum strandde op ongeveer 6% van de noodzakelijke opkomst van de helft van de kiezers om rechtsgeldig te zijn. De berekeningen van Orban kloppen: hij lijkt te hebben gewonnen op zowel het binnenlandse als het internationale front. Maar dat is slechts één kant van het verhaal.

Zowat iedereen die stemde, koos voor de regering en op die manier tegen de EU. Tijdens de campagne kwam de regering met het beeld van een internationale samenzwering vanuit Brussel tegen de Hongaarse natie. Vluchtelingen werden omschreven in termen van een ‘invasie’ met als doel om een ‘linkse agenda’ te steunen in Europa. Orban speelde in op de angst voor terrorisme en beweerde dat elke “migrant een risico op terrorisme” vormt.

Het ‘conflict’ van Orban met de EU maakt het hem mogelijk om zich op te werpen als de verdediger van Hongarije om zo meer steun te krijgen. De kritiek van andere regeringen en EU-leiders op zijn beleid versterkt de samenzweringstheorie die onder zijn aanhangers leeft. De opkomst bij het referendum was erg laag, maar toch waren er meer dan een miljoen kiezers extra die de regering steunden in vergelijking met het aantal stemmen dat de regeringspartij Fidesz in de parlementsverkiezingen van april 2014 behaalde. De 55,1 miljoen euro aan publieke middelen voor deze campagne van haat, angst en leugens hielp natuurlijk om de steun te mobiliseren. De regering gebruikte meer dan een kwart van de 20.000 grote advertentieruimtes langs straten en pleinen om haar campagne te promoten onder de slogan “Zet de toekomst van Hongarije niet op het spel.” Een ironisch element dat Orban negeert, is dat de toekomst van Hongarije bedreigd wordt door een constant afnemend bevolkingscijfer: in 2011 viel het aantal Hongaren voor het eerst sinds 1960 terug onder de 10 miljoen. De afgelopen periode nam het aantal potentiële arbeidskrachten in het land jaarlijks met 40.000 tot 50.000 af.

Voor Orban doet het er niet toe dat grote delen van de bevolking hem niet steunen en de corrupte regering haten. De tegenstand is immers amper georganiseerd. Er is geen reële oppositie tegen Fidesz. Hierdoor kan Orban zichzelf als overwinnaar voorstellen, zelfs indien zijn sociale basis zwak is en hij enkel overeind blijft door een gebrek aan actieve oppositie.

Waar is de oppositie?

De sterkste ‘oppositiepartij’ op dit ogenblik is het neofascistische Jobbik. Die partij heeft het moeilijk om zich te onderscheiden van Fidesz in discussies over vluchtelingen. Als de regering al een grensafsluiting bouwt, de politie, het leger en milities laat patrouilleren en vluchtelingen gevangen zet, kan extreemrechts niet veel meer eisen. Jobbik had dan ook weinig te winnen of te verliezen in dit referendum. Veel van de kiezers van Jobbik kozen ja, maar Jobbik zelf deed het referendum af als een ‘onverantwoordelijke’ poging om de populariteit van de regering op te krikken na enkele nederlagen in tussentijdse verkiezingen.

De burgerlijke democratische oppositie onder leiding van de sociaaldemocratische partij MSZP riep op om zich te onthouden. Deze oppositie stelde dat deelname aan het referendum het ‘illegale’ manoeuvre van Orban enkel zou legitimeren. De aankondiging van het resultaat werd als een ‘overwinning’ gezien aangezien de meerderheid niet ging stemmen. Het is echter moeilijk in te schatten hoeveel mensen de oproep van de oppositie volgden. Zelfs het erg gepolariseerde en veel verregaandere referendum over EU-lidmaatschap in 2003 kende slechts een opkomst van 45,6%. Het is pas onder de regering van Fidesz dat een minimale opkomst van 50% is ingevoerd, vooral om het moeilijker te maken om het gevoerde beleid te betwisten. Alle referenda sindsdien bleven onder de drempel van een opkomst van 50%.

De oproep tot onthouding kwam niet voort uit een sterke positie en het was geen duidelijk alternatief. De burgerlijke oppositie vreesde steun te verliezen met een campagne voor vluchtelingen en voor de EU. De afgelopen jaren werd geen alternatief geboden op het racisme van Fidesz waardoor veel kiezers van de burgerlijke oppositie eveneens tot racistische opvattingen verleid zijn, zelfs indien ze negatief staan tegenover de regering. Door het referendum af te doen als ‘illegaal’ koos de oppositie voor de gemakkelijkste uitweg. De belangrijkste motivatie was politieke lafheid. Het is overdreven om te zeggen dat de lage opkomst een overwinning is voor de oppositie, zelfs indien die opkomst de beperkingen van de steun voor de regering aantoont.

Internationale effecten

Internationaal wordt gesteld dat Orban in Hongarije zelf een overwinning boekte. Toen de Europese leiders en liberale politici in verschillende Europese landen het extreem strikte anti-vluchtelingenbeleid van Orban in 2015 bekritiseerden, waren er echter ook veel internationale politici die Orban steunden. De steun van politici voor het versterken van ‘Fort Europa’ is sindsdien enkel groter geworden. Zelfs landen die Hongarije officieel afdoen als ‘barbaars’ of erger hadden geen probleem met het akkoord tussen de EU en Turkije over de vluchtelingen. Dit akkoord komt erop neer dat vluchtelingen met geweld gestopt worden voor ze in de EU komen. Het is erg gelijkaardig aan het beleid dat Hongarije een jaar eerder begon. Diegenen die Orban nog steeds op hypocriete wijze aanvallen, staan zelf onder druk van extreemrechtse partijen. Zo probeert de Oostenrijkse kanselier Kern steun te halen met kritiek op het Hongaarse vluchtelingenbeleid, terwijl zijn eigen minister van buitenlandse zaken openlijk verklaarde fan te zijn van het Hongaarse beleid. Deze ‘taakverdeling’ is erop gericht om zowel de liberalen als de rechterzijde achter de Oostenrijkse regering te houden. Hetzelfde zien we in Duitsland met kanselier Merkel en haar Beierse medestander Seehofer en anderen.

Diegenen die zich verzetten tegen de verdeling van vluchtelingen onder EU-landen, zoals door Duitsland voorgesteld wordt, verenigen zich achter Orban en zorgen ervoor dat zijn invloed groter is. Achteraf bekeken stellen veel commentatoren dat de koers van Merkel verkeerd was, terwijl Orban het steeds bij het rechte einde had. Wat deze commentatoren niet beseffen, is dat Hongarije de grenzen sloot in het belang van de Duitse regering die blij was dat een andere EU-lidstaat de rol van de ‘slechterik’ wilde spelen. Zodra mogelijk kozen de Duitse regering en andere EU-landen ervoor om Orban te volgen en vluchtelingen af te blokken met de politie en het leger. Dit gebeurde niet zozeer aan de eigen grenzen, maar langs de volledige Middellandse zee, in Afrika en in Turkije. Veel van de discussies over het vluchtelingenbeleid in Europa komt neer op populistische manoeuvres, in essentie zijn de Europese regeringen het eens over een racistisch beleid.

De afgelopen jaren kende de Hongaarse regering heel wat conflicten met andere EU-lidstaten. De EU bekritiseerde Hongarije wegens het gebrek aan vakbondsrechten en inbreuken op de vrije media. Er waren mondelinge veroordelingen nadat Orban uithaalde naar de buitenlandse banken en bedrijven uit andere Europese landen. Hongarije beantwoordde de Europese druk met een tegendruk waarin het bijgestaan werd door andere landen zoals Rusland en China. De Europese kapitalisten vrezen dat ze hun greep op Hongarije verliezen indien er teveel nadruk wordt gelegd op de Europese regels van ‘vrije concurrentie.’ Na het referendum over de Brexit en de bijhorende crisis in de EU is het niet uitgesloten dat kleinere landen een grotere invloed proberen te verkrijgen. Door openlijk te dreigen met een Hongaarse exit uit de EU, wat Orban in de praktijk deed met het referendum, kan dit op korte termijn ook lukken.

Weg met Orban!

Orban mag dan al succesvol lijken, zijn regering is verre van stabiel. Fidesz is vooral bang van verzet door de werkende bevolking. De vakbondsleiders twijfelen nog steeds om een echte oppositie te mobiliseren tegen de harde besparingen, loonsverlagingen en aanvallen op de rechten van de werkenden. Maar recente strijdbewegingen in de gezondheidszorg, het openbaar vervoer of het onderwijs tonen het potentieel. Toen er grotere protestacties waren, zoals tegen de ‘internettaks’ of bij de studentenstakingen, was er een grote solidariteit onder de bevolking en werd de regering vrij snel tot onderhandelingen en toegevingen gedwongen.

Het ontbreekt aan een kracht om de frustratie en woede op te nemen en om te zetten in een georganiseerde strijd. Om Orban en zijn beleid neer te halen, is er nood aan een nieuwe arbeiderspartij met een strijdbaar socialistisch programma. Dit zou meteen ook Jobbik stoppen en verzwakken. Zowel de vluchtelingen als de Roma die onder vuur liggen door het racisme van Fidesz, zijn geen vijanden van de Hongaarse werkenden maar hun bondgenoten in de gezamenlijke strijd voor jobs, degelijke lonen en betaalbare huisvesting. Solidariteit in strijd is de beste manier om het verdeel-en-heersbeleid van de heersende klasse te stoppen. Een algemene 24-urenstaking die de werkenden hun eigen kracht toont, zou een goede stap in die richting zijn.

Uiteindelijk is het niet de hypocriete kritiek van de Europese liberalen of de corrupte Hongaarse burgerlijke oppositiepartijen die voor een alternatief zorgen op Orban, de EU en armoede. Het is de internationale arbeidersbeweging die met een democratische socialistische samenleving voor een alternatief kan zorgen.