Text Size

Italianen stemmen tegen regering, premier en de volledige politieke klasse

Op de dag dat Matteo Renzi begon als premier van Italië, in januari 2014, schreven we dat dit het begin van het einde was voor de leider van de Democratische Partij (PD). Nochtans leek de ster van Renzi op dat ogenblik oneindig. Het resultaat van het referendum over de grondwet waarin Renzi met bijna 60% tegen 40% verloor, toont niet zozeer een gebrek aan vooruitziendheid bij ons maar wel bij de Italiaanse heersende klasse. Die baseerde zich op een leider die in een auto zonder remmen zat. Vroeg of laat crasht zo’n auto. Op 4 december stuurden de Italianen een duidelijke en krachtige boodschap naar de regering en de premier, maar breder ook naar de volledige politieke klasse, met inbegrip van diegenen die in het Neen-kamp zaten.

 

renzi-referendum

Standpunt door ControCorrente, onze Italiaanse zusterorganisatie

De dag na het referendum schreef Sole24Ore, een krant van industriëlen en financieel experts, dat er vooral Ja gestemd werd door gepensioneerden en delen van de hogere en middenlagen in de samenleving. Laagbetaalde werkenden en jongeren, op wie de regering zich de afgelopen drie jaar richtte, brachten de regering een zware nederlaag toe. Van de jongeren tussen 18 en 35 jaar stemde maar liefst 81% neen. Het idee dat het mogelijk was om de golf van sociale woede te stoppen door televisiedebatten te winnen, enkele euro’s extra te beloven aan de armsten en een complete ramp te voorspellen indien ‘neen’ het zou halen waarbij Beppe Grillo (van de Vijfsterrenbeweging) en Mattea Salvini (van Lega Nord) werden aangepakt op hun retoriek tegen de ‘politieke kaste’ en de EU, bleek een complete illusie. Hetzelfde geldt overigens voor diegenen die zich opwierpen als verdedigers van de Grondwet, waaronder Grillo.

Werkenden, jongeren en verarmde lagen van de middenklasse stemden geen ‘neen’ om ‘de beste grondwet ter wereld’ te verdedigen. Ze deden het uit verzet tegen diegenen die beweren dat ze de ‘oude politiek zullen aanpakken’ (wat iedereen zegt te willen doen) maar ondertussen de werkende bevolking aanpakken en daar bovenop diezelfde werkende bevolking nog eens in het gezicht uitlachen door steeds te spreken over een land dat niet bestaat: een land waar de economie groeit, bedrijven honderdduizenden jongeren vaste jobs geven en de belastingen voor gewone mensen dalen. Dat verzet tegen het politieke establishment was de enige reden waarom zoveel mensen het de moeite vonden om een paar uur vrij te nemen om te stemmen.

De enorme nederlaag van Renzi en de dieper wordende crisis van de PD – de afgelopen vijf jaar de politieke partner van de big business – vormen een positieve ontwikkeling en een kans voor werkenden en jongeren die voor een betere toekomst opkomen. Maar opdat die kans ook echt een stap vooruit zal worden, moeten we een realistische analyse maken van de politieke en sociale situatie. In het neen-kamp is er geen enkele politieke kracht die een referentiepunt kan vormen voor wie echte verandering wil. Het enthousiasme voor de neen-stem kan de aanzet zijn voor een serieuze discussie over een politiek alternatief dat de straten doet vollopen en niet enkel de stembureaus. Zoniet kan het leiden tot de illusie dat het verdwijnen van Renzi betekent dat onze problemen opgelost zijn, waarna een vernieuwd ‘centrum-links’ of de Vijfsterrenbeweging de volgende verkiezingen kan winnen en antwoorden zal bieden op de problemen van de werkende bevolking. In de lokale besturen die door de beweging van Beppe Grillo gecontroleerd worden, zien we daar echter geen tekenen van. Een duidelijk strijdbaar alternatief zal moeten worden opgebouwd.