Text Size

Tragedie op Berlijnse kerstmarkt

Medeleven met slachtoffers mag niet misbruikt worden door racisten

Op 19 december reed een truck op volle vaart in op de kerstmarkt aan de Breitscheidplatz nabij de zoo van Berlijn. Er vielen minstens 12 doden en 48 gewonden. De achtergrond van wat er gebeurde, is nog onduidelijk. Maar toch lieten de rechtse krachten zich meteen luidruchtig horen. Politici als Seehofer (CSU) eisten een verandering in het migratiebeleid.

 

Door Michael Koschitzki vanuit Berlijn

Ons medeleven gaat naar de slachtoffers van deze aanslag, hun familieleden en vrienden. Het waren onschuldige burgers, personeelsleden die op de kerstmarkt stonden en een Poolse trucker die van het leven beroofd werd. Publieke plaatsen en kerstmarkten worden momenteel druk bezocht. De schok en het gevoel dat dit geweld iedereen kan treffen, is dan ook sterk aanwezig.

Reactie van rechts

Nog voor de feiten duidelijk waren, spraken de leiders van het rechtse AfD (Alternative für Deutschland) zich al uit en probeerden ze gebruik te maken van de schok en de angst. Marcus Pretzell, voorzitter van de AfD in Noordrijn-Westfalen en Europees parlementslid twitterde: “Dit zijn Merkel’s doden.” Daarmee wilde hij zeggen dat migratie en vluchtelingen aan de basis van de aanslag lagen. De neonazi’s van NPD kondigden voor 21 december een betoging aan in de buurt van de aanslag en dit onder de slogan “Grenzen dicht – Merkel heeft bloed aan haar handen.” De sociale media liepen over van racistische berichten tegen moslims. Dat moet beantwoord worden, los van de vraag wie verantwoordelijk was voor deze aanslag. Als de opeising door Islamitische Staat blijkt te kloppen, betekent dit niet dat ‘dé islam’ of ‘dé moslims’ verantwoordelijk zijn, maar wel een rechtse, reactionaire en een dictatuur nastrevende politieke beweging die vooral onder moslims in het Midden-Oosten slachtoffers maakt.

Rechts wil ons verdelen op basis van afkomst, religie of seksualiteit. Het doel daarvan is het doordrukken van een asociaal programma dat geen enkel antwoord biedt op terrorisme. Terreurgroepen zijn niet afhankelijk van vluchtelingen. Bij twee daders van de aanslagen in Parijs werd ervan uitgegaan dat ze zich als vluchteling lieten registreren om het asielbeleid bewust te discrediteren. Dat lokt immers racistische reacties van reactionaire groepen uit en daarvan kan de eveneens reactionaire rechtse politieke islam profiteren. Oorlog en racisme zijn immers de belangrijkste argumenten bij de rekrutering van terroristen in binnen- en buitenland.

Er is terecht een grote verontwaardiging over de eerste reacties van rechts. Heel wat mensen delen op sociale media commentaren of afbeeldingen met de slogan: “Terroristen en extreemrechts mogen en zullen het niet halen.”

In oorlog?

Ook kopstukken van gevestigde partijen waren er snel bij om conclusies te trekken. CSU-topman Horst Seehofer eiste een verandering in het asiel- en veiligheidsbeleid. Hij zei dat we dit verschuldigd zijn aan de slachtoffers. Een andere toppoliticus stelde dat we “in oorlog zijn. ” Tegen wie werd er niet bijgezegd. Op een ogenblik dat de regering ondanks protest deportaties uitvoert naar Afghanistan en de inzet van het Duitse leger in buitenlandse operaties betwist wordt, grijpen enkele vooraanstaande politici de schok en de rouw aan om hun eisen voor een strikt asielbeleid en een sterker bewapende staat op de agenda te plaatsen.

De aanslag is vreselijk. Het gaat bovendien om een misdaad die een meedogenloze moordenaar bijna overal had kunnen plegen.

Zolang de oorzaken niet aangepakt worden en de beperkte sociale basis voor terroristische groepen onder onderdrukte en uitgebuite lagen niet wordt weggenomen, bestaat er een groot gevaar dat we nog vreselijke aanslagen zullen kennen.

Er is een grote woede tegenover de rechterzijde. Migranten en vluchtelingen zijn bang dat ze het slachtoffer van wraakacties zullen worden. Eens te meer worden migranten, in het bijzonder die uit de Arabische wereld, beschuldigd van iets waar de overgrote meerderheid zich uitdrukkelijk tegen verzet.

Er is een sterk gevoel dat we niet mogen toegeven aan de terroristen, niet moeten panikeren en de rechterzijde niet mogen versterken bij hun politieke instrumentalisering van deze aanslag. Dat is terecht, maar het volstaat niet. Vakbonden en links moeten de maatregelen van de overheid strikt opvolgen en bekritiseren. Rechtse vooroordelen en mobilisaties moeten bestreden worden. Als de nazi’s willen betogen, moeten we hen op massale basis stoppen.

Los van de vraag wie verantwoordelijk is voor de aanslag in Berlijn is het duidelijk dat er de afgelopen maanden en jaren een spiraal van terreur ontstond. Dit leidt tot heel wat angst onder mensen. We moeten de discussie aangaan over hoe we de oorzaken van oorlog en terrorisme kunnen bestrijden. Er is behoefte aan een antwoord op het kapitalistische systeem dat verantwoordelijk is voor deze spiraal van geweld en er geen enkel antwoord op biedt.

-> Overzicht van artikels en analyses na de aanslagen van 22 maart in Brussel