Text Size

Roemenië: grootste straatprotesten sinds 1989

Eind januari waren in tal van Roemeense steden massaprotesten tegen de plannen van de sociaaldemocratische regering om de anticorruptie regels af te zwakken. Het protest bereikte afgelopen woensdag een hoogtepunt met ongeveer 400.000 betogers in het hele land. Dit was het grootste protest sinds de revolutie van 1989. Er waren rechtse elementen in het protest, maar de linkerzijde moet volgens ons interveniëren en een alternatief naar voor schuiven voor zowel de regering als de rechtse krachten die proberen munt te slaan uit de volkswoede.

 

Standpunt van Mâna de Lucru, CWI-aanhangers in Roemenië

De Sociaaldemocratische Partij (PSD) won in december de verkiezingen met een overtuigende 45% van de stemmen. Maar die overwinning had niet zozeer te maken met de politieke agenda van de PSD die bestaat uit een hybride combinatie van neoliberale en protectionistische economische maatregelen. Het was veeleer het resultaat van het ontbreken van een echt alternatief dat de socio-economische problemen van de miljoenen Roemenen aanpakt. Er was dan ook een erg lage opkomst van minder dan 40%, wat betekent dat de regerende PSD slechts 18% van de potentiële kiezers wist te overtuigen.

De eerste maatregel van de nieuwe regering was om het minimumloon te verhogen, ook al blijft dit het laagste in de EU na Bulgarije. De verhoging kwam er vooral om de binnenlandse kapitalisten te ondersteunen. Die vrezen steeds meer een tekort aan goedkope arbeidskrachten omdat werkenden liever in westerse landen gaan werken aan de hogere minimumlonen die daar gelden. De PSD wil de armste lagen van de werkende klasse (een onderdeel van de traditionele sociale basis van de partij) wat helpen en tegelijk de belangen van het nationale kapitaal verdedigen, de belangen waar de partij echt voor staat.

De PSD vertegenwoordigt echter ook de belangen van een groot deel van de nationale en de lokale bureaucratieën, die momenteel onder vuur liggen wegens corruptiebeschuldigingen of eerder hiervoor al veroordeeld werden. De partijleider zelf, Liviu Dragnea, zit momenteel een schorsing van zijn politieke rechten uit wegens verkiezingsfraude in het referendum over de afzetting van de president in 2012. Dit was de reden waarom Dragnea zelf geen premier kon worden, maar een loyale partijgenoot, Sorin Grindeanu, aanstelde. Bovendien loopt er nu een onderzoek naar Dragnea omdat hij 108.000 lei (ongeveer 24.000 euro) zou achterover gedrukt hebben. Als hij in deze zaak veroordeeld wordt, dreigt een gevangenisstraf voor zowel deze feiten als die uit 2012.

De regering kondigde daarop in januari aan dat het twee regels wilde opleggen die helemaal niet in het verkiezingsprogramma van de PSD stonden. De eerste regel zou amnestie opleveren voor sommige mensen die veroordeeld of geschorst werden wegens corruptie en de andere regel zou machtsmisbruik voor bedragen onder de 200.000 lei decriminaliseren. Dit zou Dragnea uiteraard goed uitkomen als hij schuldig bevonden wordt in het lopende proces. Ondanks pogingen om deze regels voor te stellen als een broodnodige hervorming van het strafrecht en als antwoord op de overbevolking in de Roemeense gevangenissen, leidde het tot straatprotest in verschillende grote steden. Dit voerde samen met de oppositie van de rechterzijde de druk op de regering op. Er werd geëist dat de regering de plannen zou intrekken of minstens aan een publieke discussie zou onderwerpen.

Begin vorige week besliste de regering om het amnestievoorstel naar het parlement te sturen voor een debat, maar het regeringsbesluit over het machtsmisbruik bleef wel van kracht en zou ingaan op 1 februari. Dit leidde woensdag tot massaal protest, het grootste in het land sinds 1989. In Boekarest alleen waren er 150.000 betogers en doorheen het land waren dat er 400.000. De eis was duidelijk: het schrappen van het regeringsbesluit en zelfs het ontslag van de regering om tot vervroegde verkiezingen te komen.

De woede van de bevolking is volledig gerechtvaardigd. Onder het mom van nochtans terechte zaken als de hervorming van de strafwet of de overbevolking van de gevangenissen, kwam de PSD duidelijk met maatregelen om de eigen partijleider uit de gevangenis te houden. Er zou immers amnestie komen voor wie al veroordeeld was voor misbruiken onder de 200.000 lei. Wellicht nog opmerkelijker was het decriminaliseren van diegenen die wetten creëren of toepassen die ingaan tegen de mensenrechten of die discrimineren op basis van gender, etniciteit, religie, seksuele voorkeur, inkomen of politieke gezindheid! Dit betekent dat er mogelijk racistische wetten zouden komen zonder dat iemand kan gestraft worden voor het creëren of toepassen van deze wetten.

Met deze voorstellen bevestigde PSD eens te meer dat het geen linkse partij is. Deze partij vertegenwoordigt niet de belangen van de werkende klasse of van onderdrukte sociale groepen. Het is een partij van de corrupte oligarchen en bureaucraten, een partij die beperkte sociale maatregelen neemt maar dan enkel met het oog op de belangen van het binnenlandse kapitaal. In plaats van de arbeidswet te herzien – momenteel een van de meest asociale arbeidswetten in Europa – komt de PSD met het voorstel om eerst de strafwet te herzien om de eigen partijleider te beschermen. In plaats van de miljoenen Roemenen die uitgebuit en misbruikt worden op hun werkvloer te verdedigen, neemt de PSD het op voor corrupte bureaucraten. Waar was die partij toen het personeel van de fabriek De’Longhi in de buurt van Cluj in december verplicht werd om ontslagbrieven te ondertekenen omdat ze in staking gingen tegen de niet-betaling van hun bonussen? De prioriteiten van de PSD zijn duidelijk in dit land dat gekenmerkt wordt door armoede en ongelijkheid.

Sommigen die in de media de maatregelen proberen te verdedigen, stellen net zoals sommigen die het vandaag voor Trump opnemen dat de democratie vereist dat we hen een kans geven om te regeren zoals ze dit willen omdat ze nu eenmaal de verkiezingen gewonnen hebben. Democratie kan echter niet beperkt worden tot om de vier jaar voor een kapitalistische partij te stemmen. Democratie betekent ook het recht op protest tegen een regering, zeker als die maatregelen wil doorvoeren die enkel gericht zijn op misbruik en waarover in de verkiezingscampagne in alle talen werd gezwegen.

De situatie is echter complexer dan ze op het eerste gezicht lijkt. De protestacties toonden verschillende beperkingen die een weerspiegeling zijn van de subjectieve voorwaarden in Roemenië. Deze beperkingen hebben niet op alle betogers betrekking en de mate waarin ze de toekomstige ontwikkeling van het protest zullen bepalen, hangt af van hoe de linkerzijde zich tegenover het protest positioneert.

Er is ten eerste een tendens om alle kiezers van de PSD te diaboliseren, waarbij dit vaak gebeurt op basis van klasse. Deze kiezers worden afgedaan als ‘uitkeringsprofiteurs’ die hun stem aan de PSD verkopen. Nochtans telt Roemenië het laagste aantal uitkeringstrekkers van de hele EU en veel betogers kozen zelf voor de PSD, maar niet voor de maatregelen die de partij nu wil doorvoeren. Het diaboliseren van de PSD-kiezers vertrekt van het oude verhaaltje van de ‘twee Roemeniës’: enerzijds de stedelijke middenklasse die onderwijs genoten heeft en een democratisch en modern land wil, en anderzijds de plattelandsbevolking die arm is en geen opleiding kende maar het land achteruit houdt door op corrupte partijen als de PSD te stemmen. Een van de taken van de linkerzijde is om deze valse tegenstelling te verwerpen en aan te tonen dat de meeste Roemenen, of ze nu op straat komen of thuis zitten, een gemeenschappelijk belang als klasse hebben. Ze hebben belang bij betere lonen, zekere jobs, betaalbare huisvesting, kwaliteitsvolle openbare diensten en ook het einde van de institutionele corruptie.

Ten tweede lijken veel protestacties voorbij te gaan aan het misbruik dat door de anti-corruptiebeweging zelf werd gepleegd, in het bijzonder door het Nationaal Anti-Corruptie Directoraat (DNA), dat quasi-legale onderzoeksmethoden hanteert zoals het afdwingen van getuigenissen, dreigementen tegen familieleden van verdachten en getuigen, gevangenzetting voor processen, … Dit gebeurt vaak in samenwerking met de Roemeense veiligheidsdiensten (SRI), de opvolger van de vroegere stalinistische Securitate. Er is amper controle van verkozen vertegenwoordigers op deze praktijken. De veiligheidsdiensten zijn geïnfiltreerd in alle onderdelen van de Roemeense samenleving, van de politiek tot de media en de zakenwereld. De anti-corruptiestrijd in Roemenië wordt vaak beperkt tot corruptie door politici en bureaucraten, waardoor het lijkt alsof het onderdeel is van een machtsstrijd tussen verschillende delen van de heersende klasse. In een land dat zo arm en ongelijk is als Roemenië, moet een oprecht protest tegen corruptie zich ook richten tegen de corruptie van het kapitaal. Denk maar aan de duistere privatiseringen die de industrie ten gronde hebben gericht of het misbruik in de financiële sector, waarbij dit misbruik schaamteloos wordt verdedigd door de top van de centrale bank. Wij verzetten ons ten stelligste tegen de corruptie van de PSD, maar de linkerzijde moet ook wijzen op andere vormen van corruptie die genegeerd worden door de DNA of SRI.

Ten derde moet de linkerzijde ook ingaan tegen rechtse elementen die tot nu toe sterk aanwezig waren in het protest, denk maar aan slogans die seksueel misbruik in de gevangenissen positief voorstellen of de PSD omschrijven als de ‘rode plaag’ (een term die in de jaren 1930 door de Roemeense fascisten werd gebruikt om de communisten te omschrijven). Een aantal rechtse krachten, waaronder president Klaus Iohannis, namen deel aan de protestacties en proberen hiervan te profiteren, zelfs indien ze evenzeer deel van het probleem zijn als de PSD. Dat is waarom het belangrijk is dat de betogers, net zoals in vorige bewegingen in 2012 en 2013, zich verzetten tegen het volledige politieke establishment voor zijn collectieve verantwoordelijkheid in het omvormen van Roemenië tot een land waar 40% op of onder de armoedegrens leeft.

Maar ondanks deze beperkingen – die deels een uitdrukking zijn van het bewustzijnsniveau in Roemenië maar ook van de beperkte organisatie van de linkerzijde – is de woede van het protest helemaal terecht. De linkerzijde mag niet aan de zijlijn gaan staan omdat er enkele rechtse slogans zijn en rechtse krachten op het ongenoegen proberen in te spelen. De linkerzijde moet net tussenkomen om een alternatieve klassenstem te laten horen in het verzet tegen zowel de PSD als het volledige establishment. Enkel door tussen te komen in strijdbewegingen kan de linkerzijde zich politiek ontwikkelen en de PSD ontmaskeren als de rechtse partij die ze is. Als links dit niet doet, zal rechts een monopolie op uitbarstingen van ongenoegen uitbouwen.

In een verklaring stelde Mâna de Lucru afgelopen vrijdag dan ook dat de linkerzijde zich tegen de PSD-regering moet verzetten omwille van de antidemocratische maatregelen en de rechtse agenda. Tegelijk wijzen we op de beperkingen van de anti-corruptiestrijd en van de rechtse elementen op het protest, in het bijzonder het diaboliseren van de PSD-kiezers en het valse onderscheid tussen de ‘twee Roemeniës.’ Deze verdelende retoriek komt alle traditionele partijen goed uit. Het verdoezelt immers de gemeenschappelijke belangen van de werkenden en de afwezigheid van een echte politieke vertegenwoordiging van deze belangen. De centrale taak van de linkerzijde bestaat uit het benadrukken van deze gemeenschappelijke belangen van onze klassen en de nood om te bouwen aan een socialistisch politiek alternatief dat hier echt voor strijdt.

 

Update na het schrijven van dit artikel: 4 februari kondigde premier Grindeanu aan dat de regering de volgende zou bijeenkomen om de regeringsbesluiten in te trekken en naar het parlement te sturen voor een debat. Het decriminaliseren van machtsmisbruik voor minder dan 200.000 lei wordt geschrapt. Op zondag waren er ondertussen opnieuw protestacties die nog groter waren dan op woensdag…ook daarna bleven de protesten tegen de regering doorgaan, een wet die kan worden geschrapt kan immers later weer worden opgevoerd...