Text Size

Turks referendum: Pyrrusoverwinning voor Erdogan

Op zondag 16 april kende Turkije een van de meest controversiële en betwiste referenda uit zijn geschiedenis. De wijzigingen voor de grondwet zijn erop gericht om president Erdogan dictatoriale bevoegdheden te geven, onder meer het recht om het parlement te ontbinden. Officieel won het ja-kamp nipt met 51% van de stemmen.

Artikel door een lid van Sosyialist Alternatif (Turkije)

Met het referendum wilde Erdogan zichzelf dictatoriale macht toekennen om zo de macht te behouden nu het op democratische wijze steeds moeilijker werd. Het referendum werd gekenmerkt door bijzonder ondemocratische praktijken. Na de mislukte poging tot staatsgreep in juli 2016 werden honderdduizenden ambtenaren, hooggeplaatste militairen, rechters, openbaar aanklagers, politie-officiers en academici afgedankt – dit gaat overigens nog steeds door. Tevens werden journalisten, politieke activisten, syndicalisten en zelfs enkele parlementsleden opgepakt.

De overheidsdruk en de intimidatie kenmerkten de aanloop naar het referendum. De campagne vond plaats onder een noodtoestand. Erdogan en zijn omgeving deed er alles aan om de neen-campagne te onderdrukken. Activisten die voor ‘neen’ campagne voerden, werden fysiek aangevallen en opgepakt door de politie. Erdogan en zijn medestanders veroordeelden het neen-kamp als “verraders”, “verdeeldheidzaaiers” en “terroristen.” Activisten die probeerden stands te zetten om voor neen op te komen, eindigden vaak in een politiecel. De neen-campagnes werden grotendeels genegeerd door de media.

Terwijl de neen-campagnes onderdrukt werden, was de ja-campagne overal aanwezig. Deze campagne werd in de praktijk door de overheid zelf gevoerd. Alle mogelijke middelen van de overheid (reclameborden, media, overheidsmiddelen, politiediensten, …) werden hiervoor ingezet. Parlementsleden van de HDP (Volksdemocratische Partij, een pro-Koerdische en linkse partij die als enige politieke organisatie een neen-campagne in het noorden van Koerdistan organiseerde) vlogen in de gevangenis. Ondertussen werden toespraken van vertegenwoordigers van de regeringspartij AKP live uitgezonden op televisie in prime time.

Ondanks al deze maatregelen bleef een overwinning voor het ja-kamp moeilijk. Op de dag van het referendum kondigde de verkiezingsraad YSK aan dat ook niet-afgestempelde stembiljetten zouden erkend worden. Dit is een inbreuk op de kieswet en een indicator van fraude die moeilijk kan ontkend worden. Naar verluidt werden op deze manier 1,5 miljoen stembiljetten geteld. Er kan dus gerust gezegd worden dat het referendum vervalst werd. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Erdogan de verkiezingsraad uitdrukkelijk bedankte in zijn toespraak na de bekendmaking van de resultaten.

Pyrrusoverwinning

Ondanks de ondemocratische campagne van het ja-kamp en de fraude, werd het referendum ‘gewonnen’ met slechts 51%. Dat kan een overwinning lijken, maar het is een uitstekend voorbeeld van een Pyrrusoverwinning (Pyrrus, de koning van Epirus versloeg het Romeins leger in de slag van Asculum. Maar het leger van Pyrrus leed daarbij zoveel doden dat hij de troon niet kon opeisen. De prijs van de overwinning op het slagveld was de politieke macht die Pyrrus wilde verwerven.) Erdogan heeft dan wel deze verkiezing gewonnen, maar hij zal uiteindelijk mogelijk meer verliezen.

Eerst en vooral heeft de helft van het land tegen Erdogan gestemd en dit ondanks de sfeer van een de factor dictatuur. Dit is een uitdrukking van de woede tegen hem en zijn regime, ook onder een aantal traditioneel conservatieve AKP-kiezers. De twee partijen van het ja-kamp, de AKP en het extreemrechtse MHP, haalden in de laatste parlementsverkiezingen samen ongeveer 60%. In het referendum was het ja-kamp goed voor 51% en dit na fraude. In de drie grootste steden van het land, Istanbul, Ankara en Izmir, stemde een meerderheid neen. Dit is des te opvallender gezien de AKP de vorige verkiezingen in zowel Istanbul als Ankara won. Het verlies van de twee grootste steden van Turkije is een groot nadeel voor Erdogan in de aanloop naar de lokale verkiezingen van 2018.

De situatie onder de Koerdische kiezers was eveneens belangrijk. Bij het begin van de verkiezingscampagne voor het referendum werden parlementsleden van de HDP, waaronder de twee co-voorzitters, opgepakt. Heel wat HDP-vertegenwoordigers in Noord-Koerdistan werden eveneens gearresteerd. Bovendien was de AKP de tweede grootste partij in Koerdistan na de HDP. De HDP was de enige politieke organisatie die een efficiënte neen-campagne kon organiseren onder de Koerdische kiezers en zo tegen de heersende partij kon ingaan. Dat is waarom Erdogan probeerde om deze partij van bij het begin van de campagne te verlammen.

Het resultaat van het referendum is daar een uitdrukking van. Erdogan gaat er procentueel op vooruit in vergelijking met de vorige parlementsverkiezingen. In Diyarbakir, de grootste Koerdische stad in Turkije, haalden de AKP en de MHP bij de laatste verkiezingen 22%. In het referendum stemde nu 32% ‘ja’. In Van waren deze proporties 30% en 43%, in Hakkari 14% en 32%. Onder invloed van de staatsrepressie, de gedwongen ballingschap van tienduizenden mensen als gevolg van de oorlog en de belegering waaronder veel Koerdische steden gebukt gaan, en in afwezigheid van de HDP als georganiseerde electorale kracht, kon Erdogan een hoger percentage halen. Maar dit is geen indicatie van een echte sociale dynamiek achter de AKP en een ja-stem.

“Er is altijd hoop”

Dit referendum heeft een ‘de facto’ dictatuur in Turkije omgevormd tot een wettelijke dictatuur. Maar onder het vernis van de overwinning, bevestigen de resultaten dat Erdogan sociale steun verliest en dat de woede in de samenleving diepgaander wordt. Het referendum is zeker een nagel aan de doodskist van de fragiele burgerlijke democratie in het land. Wanhoop zou echter een nagel aan de doodskist van de hoop van de werkenden en armen zijn. We zien al de eerste reacties op straat. In onder meer Istanboel en Noord-Cyprus en elders waren er spontane betogingen op de avond van het referendum. Het geeft aan dat een laag van de bevolking niet zal toelaten dat het land verder tot een dictatuur afglijdt zonder hiertegen te strijden.

Dit zijn de zaden van wat een massaal verzet kan worden tegen de poging van het regime om de grondwetswijzingen effectief op te leggen. Dit verzet moet meteen georganiseerd worden en zich ook richten op de ja-kiezers onder de armen, jongeren en werkenden. We moeten uitleggen dat de wijzigingen hun lot niet zullen verbeteren en de beperkte stappen vooruit op basis van de economische groei de afgelopen jaren niet kunnen veiligstellen. Die economische groei was de belangrijkste reden voor de sociale reserve die de AKP genoot. Maar nu wordt de economische situatie slechter. Het opleggen van autoritaire maatregelen moet het regime toelaten om het groeiende ongenoegen en uitbarstingen van klassenwoede de kop in te drukken.

Onder deze omstandigheden biedt de sociaaldemocratische oppositie van de CHP geen alternatief voor de massa’s. De partij verzet zich wel tegen Erdogan en voerde campagne voor een neen-stem, maar het blijft een nationalistische partij met een economisch programma dat erg gelijkaardig is als dat van de AKP. De CHP baseert zich ook op een voortzetting van het kapitalisme en dus van de economische uitbuiting van de meerderheid van de bevolking. De CHP vertegenwoordigt slechts een andere vleugel van de Turkse burgerij.

De politieke polarisatie in de Turkse samenleving tussen de AKP en de CHP lijkt zich vooral te richten op elementen van levensstijl (conservatief of seculier). Maar beiden baseren zich op het bestaande systeem en de huidige sociale structuren. Een verenigde arbeidersbeweging is de enige remedie voor deze twee pro-kapitalistische polen en het beste antwoord op het gif van de verdeeldheid dat door Erdogan wordt verspreid. Er is behoefte aan een alternatieve partij, waarbij de HDP een belangrijke rol kan spelen. Zo’n partij moet een klassenstrijd voeren tegen zowel het afglijden naar dictatuur als voor degelijke jobs en een hogere levensstandaard, openbare diensten, sociale rechtvaardigheid en de rechten van Koerden en andere nationale minderheden, en voor arbeiderseenheid en socialisme. Tegen de achtergrond van een oprukkende dictatuur kunnen we enkel vertrouwen op onze eigen kracht!