Text Size

Na de Britse verkiezingen: May en de Tories moeten weg!

De mislukte verkiezingsgok van Therese May is een nachtmerrie voor de kapitalistische klasse. Zeven weken geleden verwachtte de Britse elite nog dat May erin zou slagen om de conservatieve fractie in het parlement drastisch uit te breiden zodat haar regering beter voorbereid zou zijn op de stormen van de economische crisis, een hard bezuinigingsbeleid zou voeren tegen de meerderheid van de bevolking en een Brexit in het belang van de 1% zou doorvoeren.

 

Analyse door Hannah Sell, Socialist Party (Engeland en Wales)

 

Nu is ze als premier dood maar nog niet begraven. Ze kan slechts tijdelijk aan de macht vasthouden door beroep te doen op de reactionaire sectaire Democratic Unionist Party (DUP) uit Noord-Ierland, die May omschreef als haar ‘vrienden.’

De DUP is opgericht door dominee Ian Paisley en verzet zich tegen abortus, LGBT-rechten en de partij ontkent klimaatverandering. Niet enkel de Tories zullen negatieve gevolgen ondergaan door deze nieuwe ‘coalitie van chaos.’ De DUP staat vooral sterk onder een deel van de Noord-Ierse protestantse arbeidersklasse die hard geraakt is door de conservatieve besparingen. De DUP zou al geëist hebben dat May haar plan laat varen om de subsidie voor brandstof voor verwarming in de winter aan de gepensioneerden af te schaffen.

Tories moeten weg. May kreeg geen mandaat

De Tories zijn verdeeld en hebben nu een partijleider die geen autoriteit heeft in of buiten haar partij. Ze blijft enkel zitten omdat de Tories momenteel geen alternatief voor haar vinden en bang zijn dat de verdeeldheid nog groter wordt bij voorzittersverkiezingen.

Jeremy Corbyn en John McDonnell hebben terecht May opgeroepen om ontslag te nemen en beloofden om hun programma in het parlement te brengen. We moeten bouwen aan een beweging om dit programma effectief te realiseren, los van de parlementaire rekenkunde.

De verkiezingen ondersteunden het anti-bezuinigingsplatform van Jeremy Corbyn. Op 18 april, de dag dat de verkiezingen uitgeroepen werden, stelde de Socialist Party: “Als Corbyn met een duidelijk socialistisch programma opkomt – voor een Brexit in het belang van de werkende klasse en de middenklasse – kan hij de verkiezingen winnen.” Velen deden dit af als nonsens. Zo hoopte de rechterzijde in Labour om van de verkiezingen gebruik te maken om Corbyn aan de kant te schuiven.

In september vorig jaar verklaarde Blairist Peter Mandelson in de media nog dat hij “elke dag bidt voor vervroegde verkiezingen” om zo een einde te maken aan het voorzitterschap van Corbyn.

Corbyn versterkt

Het is anders uitgedraaid. Deze verkiezingen hebben de positie van Corbyn in Labour en in de samenleving in het algemeen versterkt.

Labour haalde meer dan 40% van de stemmen tegenover 30% in 2015. Dat is de grootste vooruitgang van alle partijen sinds de regering-Attlee van 1945.

Dit gebeurde tegen de achtergrond van een fenomenale toename van het aantal kiezers dat effectief ging stemmen: van 9,3 miljoen in 2015 naar 12,8 miljoen in deze verkiezingen. Deze toename kwam vooral van de jongeren die massaal stemden. De jongeren toonden aan dat ze niet apathisch zijn, maar massaal willen opkomen voor een toekomst.

Sommigen schatten dat tot 72% van de kiesgerechtigde jongeren effectief heeft gestemd, tegenover 43% in 2015. Twee derden daarvan stemde voor Corbyn. De Liberal Democrats hoopten de jonge kiezers van de middenklasse te overtuigen door zich op te stellen als de ‘echte verdedigers van remain [in de EU].’ Dit heeft niet gewerkt.

Nick Clegg kreeg eindelijk wat hij verdiende na het verhogen van het inschrijvingsgeld in 2010. Het programma van Corbyn omvatte een verhoging van het minimumloon tot 10 pond per uur, afschaffing van inschrijvingsgelden, controle op huurprijzen, bouw van sociale huisvesting, … Dit bleek erg populair onder jongeren.

De politisering onder jongeren zal niet verdwijnen. Het legt de basis voor de ontwikkeling van massasteun voor socialistische ideeën. De steun voor Corbyn onder jongeren was erg groot onder de arbeidersklasse en de middenklasse. Dit laatste bleek onder meer in Canterbury waar voor het eerst sinds 1918 geen Tory verkozen werd.

Het wijst op een radicalisering van de jongeren van de middenklasse die als gevolg van de lage lonen en de torenhoge huizenprijzen steeds meer in leefomstandigheden van de arbeidersklasse terecht komen.

Het is verkeerd en schandalig om, zoals een aantal gevestigde media, deze verkiezingen af te doen als een strijd tussen jong en oud. Dat is een bewuste poging om de arbeidersklasse te verdelen. Verschillende generaties moeten bewust stappen zetten om deze verdeeldheid te doorprikken door solidair te zijn met elkaar, of het nu gaat om het inschrijvingsgeld of de toelagen voor brandstof voor gepensioneerden in de winter.

Heel wat oudere werkenden die zich van Labour afkeerden onder Blair hebben nu voor het eerst in decennia opnieuw voor Labour gestemd om Corbyn te steunen. In Wales droomden de Tories van een doorbraak, maar het was Labour dat er vooruitging.

De stemmen voor UKIP gingen evenmin gewoon over op de Tories zoals May had gehoopt. Sommige UKIP-kiezers uit 2015 (waaronder ongetwijfeld heel wat voormalige Labour-kiezers) lieten zich wellicht wel verleiden door de harde Brexit-opstelling van May. Moest Corbyn eerder geen toegevingen aan de Blairisten gedaan hebben waardoor hij voorzichtig voor ‘remain’ pleitte, maar moest hij integendeel aan zijn eigen historische standpunt (dat ook het onze is) vastgehouden hebben met verzet tegen het Europa van de bazen en een exit op antiracistische en internationalistische basis, dan had May geen ingang kunnen vinden onder kiezers van de arbeidersklasse.

De positie die Jeremy Corbyn in de verkiezingscampagne innam – uitleggen hoe hij voor een Brexit in het belang van de werkende bevolking zou strijden – maakte dat hij een deel van de werkenden die voorheen voor UKIP stemde kon overwinnen. Zelfs Nigel Farage moest erkennen dat Corbyn erin slaagde om zowel de jonge ‘remainers’ als de UKIP-stemmende arbeiders naar zich toe te trekken.

De belangrijkste reden waarom Corbyn de campagne met een grote achterstand begon, was omdat de meeste mensen niet wisten waar hij voor staat. Dit komt deels door de onvermijdelijk vijandige houding van de gevestigde media. Maar toen de media de negatieve kritiek opvoerden tijdens de campagne, kon dit de groeiende populariteit van Corbyn niet stoppen. Het verschil was dat de aanhangers van Corbyn niet stilzwijgend tot een compromis met de rechterzijde probeerden te komen, maar actief hun programma naar buiten brachten in heel het land.

De rechterzijde had daarmee ingestemd in de hoop dat Corbyn hiermee zijn ‘eigen’ nederlaag zou creëren. Dit plan mislukte: het leverde Labour de hoogste score sinds 1997 op. Het resultaat had nog hoger kunnen zijn indien Corbyn duidelijk had gemaakt dat hij het recht op zelfbeschikking voor de Schotse bevolking erkent, met inbegrip van een nieuw onafhankelijkheidsreferendum indien de Schotten dit willen.

Er is een groeiende ontgoocheling in de Schotse nationalistische SNP. Die partij voert in Schotland een besparingsbeleid. Corbyn won stemmen in de centrale bastions van de arbeidersklasse in Schotland, maar het hadden er een pak meer kunnen zijn.

Tegelijk gingen de conservatieven vooruit in beter begoede delen van Schotland, voornamelijk door zich op te stellen als de beste tegenstanders van onafhankelijkheid.

Vakbondsmobilisatie nodig

We moeten nu voortbouwen op het succes van Jeremy Corbyn. De vakbonden moeten een initiatief nemen om onmiddellijk een nationale betoging tegen de Tories en tegen het besparingsbeleid te organiseren – rond eisen als het stopzetten van de aanvallen op de gezondheidszorg en het onderwijs en voor de afschaffing van het inschrijvingsgeld.

Zo’n betoging kan miljoenen mensen op de been brengen en een aanzet vormen voor een algemene 24-urenstaking. Dit kan May dwingen om nieuwe verkiezingen uit te roepen. Corbyn en de linkerzijde in Labour moeten tegelijk de door Labour geleide gemeentebesturen oproepen om de besparingen van de Tories niet langer op lokaal vlak door te voeren.

In een korte campagne werd een indrukwekkend aantal kiezers overtuigd om voor Corbyn te stemmen, ondanks een aanvankelijk scepticisme rond de vraag of Corbyn zijn programma effectief zal realiseren. Deze scepsis is het resultaat van het verraad door New Labour en de ervaring met lokale besturen van Labour die sinds 2010 meer dan 40% van de besparingen hebben doorgevoerd.

Om het enthousiasme voor Corbyn in deze verkiezingen te consolideren, moet hij zich nu duidelijk uitspreken tegen de lokale besparingen. De nieuwe conservatieve regering is te zwak om Labour-besturen te verplichten om deze besparingen op te leggen. Dit is zeker in de steden belangrijk. Daar was de steun voor Corbyn het grootst en volgend jaar zijn er lokale verkiezingen in alle Engelse gemeenten.

Labour omvormen

“Goed gedaan van Jezza om de hoop van zoveel mensen te doen herleven. Als Labour het voorbije jaar verenigd was achter Corbyn, dan had hij helemaal gewonnen.” Dat zei Riz Ahmed van het hip-hop trio Swet Shop Boys, een van de vele muziekgroepen die Corbyn steunde. Hij zegt hiermee wat veel aanhangers van Corbyn denken.

Jeremy moest niet alleen antwoorden op de aanhoudende vijandigheid en sabotage door de kapitalistische elite, maar ook door de Blairisten – de vertegenwoordigers van het kapitalisme binnen Labour.

Onmiddellijk na de verkiezingen durfden ze geen nieuwe machtsgreep tegen Corbyn te ondernemen. Maar we mogen ons niet laten misleiden: de rechterzijde heeft zich niet neergelegd bij de leiding van Corbyn. Labour blijft twee partijen in één.

Voor de kapitalistische klasse is het beleid van Corbyn een echte bedreiging, de hoop die dit programma creëert onder miljoenen mensen is een nog veel grotere bedreiging. Hun vertegenwoordigers in Labour zullen dan ook zoeken naar nieuwe manieren om Corbyn weg te krijgen. Zelfs in de verkiezingsweek zelf viel het rechtse Labour parlementslid Joan Ryan Corbyn openlijk aan en verbood ze Labour-aanhangers in haar district om pamfletten te gebruiken die Corbyn vermeldden. Na de verkiezingen verklaarde de Blairist Hilary Benn dat ‘Labour lessen moet trekken uit deze derde verkiezingsnederlaag.’

Zelfs die Blairisten die tijdelijk positief spraken over Corbyn zijn niet te vertrouwen. Ze doen dit om Corbyn te laten omgeven door rechtse Blairisten om hem te laten terugkomen op zijn radicaal programma. Toen de ultieme Blairist Peter Mandelson verklaarde dat Corbyn respect moet tonen voor ‘alle vleugels van de partij’ kon hij moeilijk iets anders bedoelen. Het is een poging van rechts om Corbyn het zwijgen op te leggen, een koers die er eerder voor zorgde dat het programma van Corbyn grotendeels onbekend bleef.

We mogen dit niet opnieuw laten gebeuren. Er is een onmiddellijke campagne nodig om Labour om te vormen tot een echte antibesparingspartij met democratische structuren voor de werkenden en jongeren. Dit vereist de invoering van verplichte herkiezing van parlementsleden. De volgende parlementsverkiezingen kunnen er elk moment komen, Labour kan niet nog eens naar de verkiezingen gaan met een meerderheid van kandidaten die zich tegen Jeremy Corbyn verzetten.

Er moet ook een democratisering van de partij komen, met het herstellen van de rechten van de vakbonden en het verwelkomen van alle oprechte socialisten in een democratische federatie. Deze maatregelen kunnen leiden tot een partij die alle jongeren, socialisten, werkenden en lokale activisten kan verenigen in een sterke massakracht.

Opkomen voor socialisme

Deze verkiezingscampagne heeft een nieuwe generatie laten kennismaken met socialistische ideeën. Dat is erg positief.

We zagen ook hoe ver de kapitalisten bereid zijn om te gaan om elke poging tot een beleid in het belang van de meerderheid te saboteren. De vijandigheid tegenover Corbyn als oppositieleider is slechts een bleke voorafspiegeling van wat er zou gebeuren indien hij een regering leidt.

Om dit te vermijden, zullen er verregaande socialistische maatregelen nodig zijn zoals de nationalisatie van de 100 grootste bedrijven en banken die vandaag de Britse economie domineren om zo de basis te leggen voor een democratisch socialistisch plan.

Dit zou een socialistische regering toelaten om de economie te beheren op een planmatige wijze en onder democratische arbeiderscontrole en -beheer. Dat zou pas echt een beleid “for the many, not the few” vormen.