Text Size

Olieramp in de Golf van Mexico. Stop de vervuilers door de nationalisatie van de oliebedrijven

De VS wordt geraakt door een grote milieuramp. De kust langs de Golf van Mexico is vervuild met olie na een explosie waarbij een boorplatform van BP tot zinken kwam. Iedere dag komen 240.000 vaten olie in het zeewater en er is geen direct vooruitzicht op beterschap. Er zijn drie grote lekken die moeten worden gedicht. De broedgebieden en de natuurgebieden aan de kust zullen jarenlang te lijden hebben onder de ramp.

 

BP is het vierde grootste bedrijf ter wereld. De omvang en de rijkdom van het bedrijf kwamen tot stand over de rug van de arbeiders en het milieu. Er zijn elf mensen vermist, wellicht zijn ze dood, als gevolg van het zinken van het boorplatform Deepwater Horizon. Dat platform werd door BP gehuurd bij het Amerikaanse bedrijf Transocean.

In 1991 werd BP uitgeroepen tot het meest vervuilende bedrijf van de VS. Volgens een onderzoek van PIRG was het bedrijf tussen januari 1997 en maart 1998 goed voor 104 olielekken.

In 2006 was er een lek in een pijpleiding van BP in Alaska en daarbij kwamen 270.000 vaten olie op de toendra terecht.

Vijf jaar geleden vielen er 15 doden en 180 gewonden op de olieraffinaderij van BP in Texas City. Een onderzoek verweet het management van het bedrijf dat het onvoldoende had gewezen op veiligheidsrisico’s. Dat werd volgens het onderzoek versterkt door een “chequeboek mentaliteit” (een grote drang naar steeds meer winst).

De staat Louisiana kent de tweede grootste vissersvloot van de VS. De sector is er goed voor een jaarlijkse omzet van 1,8 miljard dollar. Ook in de visserijsector zullen de gevolgen van de ramp hard aankomen. En dat terwijl reeds één op de vijf inwoners van Louisiana in armoede leeft. Het aantal armen zal ongetwijfeld sterk toenemen.

De Amerikaanse president Barack Obama deed er alles aan om snel aanwezig te zijn in de crisis. Zijn voorganger George Bush blunderde toen hij de ernst van de orkaan Katrina in 2005 niet meteen begreep.

Recent kondigde Obama nog aan dat er nieuwe licenties werden toegekend om naar olie te boren voor de oostkust van de VS. De grote oliemultinationals waren tevreden, de milieu-activisten die voor Obama campagne hadden gevoerd waren een illusie armer. De aankondigingen van nieuwe licenties werden omwille van de ramp geschorst en de regering keerde zich tegen het makkelijkste slachtoffer: oliegigant BP. Dat was een relatief makkelijk doelwit omdat het bedrijf niet in de VS gebaseerd is en een geschiedenis zonder veel veiligheidsmaatregelen of milieubekommernis met zich mee draagt.

Obama verweet BP dat het pas na vier dagen vervuiling begon met een opruimactie. De eigenaars van BP hadden bovendien de pech dat de hoge winstcijfers van het bedrijf net bekend werden gemaakt. BP was in de eerste drie maanden van het jaar goed voor 4,1 miljard euro winst! Dat was vooral het resultaat van de snel stijgende prijzen aan de pomp.

De ramp in de Mexicaanse golf doet denken aan de ramp met de Exxon Valdez in Alaska in 1989. Toen kwamen 11 miljoen vaten ruwe olie in het water terecht.

Nu worden van BP maar ook van de Amerikaanse autoriteiten antwoorden gevraagd op de vraag waarom er geen betere veiligheidssystemen bestaan of waarom deze niet werkten.

De verantwoordelijkheid van de ramp (wat verder gaat dan het betalen van de laag ingeschatte rekening voor het opruimen voor 1 miljard dollar) is een belangrijke kwestie. Er zal pas volledige verantwoording worden afgelegd indien de productie onder gemeenschapscontrole komt te staan. De oliesector nationaliseren om de energiebehoeften op een planmatige en milieuvriendelijke wijze ingevuld te krijgen, is evenwel geen prioriteit voor de regeringen die zich vooral uitsloven om de goede banden met de oliemultinationals in stand te houden.

In de olie- en gasproducerende landen Bolivia en Venezuela hebben linkse regeringen hun olie- en gasindustrie deels genationaliseerd. Deze maatregelen van links-populistische regimes vormen een nederlaag voor de belangen van het westerse imperialisme in Zuid-Amerika. Een socialistische regering zou de volledige energiesector nationaliseren en onder democratische arbeiderscontrole en –beheer plaatsen. Dat zou de basis vormen voor een planmatige aanpak van de economische productie waardoor er op een veilige wijze energie zou worden geproduceerd en er bovendien aan alternatieve hernieuwbare energie zou kunnen worden gewerkt.