Text Size

Japan. Het schandaal van de geprivatiseerde energiesector

Na de verschrikkelijke aardbeving, de vernietigende tsunami en het vrijkomen van radioactieve stralingen, wordt de regio van Tokyo nu geconfronteerd met geregelde stroomonderbrekingen. Die worden georganiseerd door het energiebedrijf TEPCO (Tokyo Electric Power Company), de eigenaar van de kerncentrales van Fukushima.

Verslag vanuit Tokyo door Seizo Shimamura van Kokusai Rentai

De geplande stroomonderbrekingen hebben een grote impact. Het openbaar vervoer, ziekenhuizen, scholen en gewone gezinnen worden allemaal getroffen door de onderbrekingen die 3 tot 6 uur per dag duren. Het centrum van Tokyo waar de grote kantoren van de regering en de grote bedrijven zijn gevestigd, blijft gespaard van de maatregel. Het argument voor de onderbrekingen is de “ernstige schade als gevolg van de aardbeving en de tsunami waardoor het moeilijk is om aan de energievraag in de regio van de hoofdstad te voldoen. Zonder geplande onderbrekingen, zouden er onverwachte onderbrekingen zijn in de volledige regio met inbegrip van het centrum van Tokyo.”

De onderbrekingen leiden tot een grote woede onder de bevolking van de hoofdstad. Er is heel wat kritiek op TEPCO en op de regering die het beleid van TEPCO mogelijk maakte. Er werd steeds gezegd dat kernenergie noodzakelijk was. Maar het is duidelijk dat de ramp erger is door het wanbeheer van TEPCO en het falen van dit bedrijf om op tijd duidelijke noodmaatregelen te nemen.

Het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) merkt op dat de Japanse watercentrales maar op 30% van hun capaciteiten draaien en dat het mogelijk is om met de watercentrales genoeg elektriciteit te voorzien, zelfs als alle kerncentrales stil gelegd worden. De onderbrekingen lijken steeds meer tot doel te hebben om ons te overtuigen van de noodzaak van kernenergie, zelfs na deze verschrikkelijke ramp. De televisie toont intussen de verschrikkingen van de ramp in Fukushima en de gevolgen ervan voor onze gezondheid en ons milieu.

Het klopt dat TEPCO als gevolg van de aardbeving heel wat schade heeft geleden aan enkele cruciale watercentrales. Maar velen stellen zich de vraag waarom er geen energietoevoer kan zijn van buiten de regio die wordt gecontroleerd door TEPCO en de Tohoku Electric Power Company (dat ook heel wat schade heeft geleden). Waarom komt er geen elektriciteit vanuit delen van Japan die niet zijn getroffen door de aardbeving?

De reden hiervoor moet worden gezocht bij een wel erg specifiek gegeven van het Japanse elektriciteitsnet dat in het oosten en het westen van het land op een verschillende frequentie werkt (50 Hz in het oosten en 60 Hz in het westen van Japan). Hierdoor kan er geen elektriciteit van het westen naar het oosten worden overgebracht, terwijl er in het westen geen problemen zijn. Dit is een belangrijke reden voor de stroomonderbrekingen. Volgens de commerciële media is het verschil in frequentie aan historische oorzaken toe te schrijven: in het westen van het land werd het Amerikaanse systeem ingevoerd, in het oosten het Duitse.

Van doorslaggevend belang was het feit dat de energiebedrijven tijdens de industriële revolutie van eind 19e, begin 20e eeuw private bedrijven waren die op regionale basis werden opgedeeld. Op het private karakter van de energiebedrijven wordt amper ingegaan door de massamedia.

Overigens werden de elektriciteitsbedrijven in Japan eind jaren '40 onder overheidscontrole geplaatst. De Japan Electric Generation and Transmission Company had een exclusieve verantwoordelijkheid voor de elektriciteit in het land. Dit was een semi-overheidsbedrijf. Op dat ogenblik was er nationaal een geïntegreerde elektriciteitssector. Dit bood een belangrijke kans om tot een eengemaakt netwerk door het volledige land te komen.

Na de Tweede Wereldoorlog zetten arbeiders van dit nationale elektriciteitsbedrijf hun eigen vakbond op, de AJEWU (All Japan Electric Workers’ Union). Onder leiding van communisten en linkse sociaal-democraten werden militante stakingsacties gevoerd. Deze vakbond speelde een centrale rol in de ontwikkeling van de vakbonden na de oorlog.

Na de nederlaag van het Japanse militarisme in 1945 was er eind jaren '40 een kortstondige linkse coalitieregering onder leiding van de Socialistische Partij (tegenwoordig de Sociaal Democratische Parij). Deze regering wilde de elektriciteitssector volledig nationaliseren als onderdeel van de democratische hervormingen. De Amerikaanse militaire bezetters gingen daar radicaal tegen in en gaven alle steun aan de rechtse liberalen die al gauw een nieuwe regering zouden vormen.

De Amerikaanse autoriteiten deelden het elektriciteitsbedrijf op en legden een beleid van opsplitsing en privatisering op. Het is duidelijk dat het doel daarvan was om de vakbond in de sector te breken. Deze strijdbare vakbond ging niet alleen in tegen het kapitalisme en de conservatieve regering, maar ook tegen de Amerikaanse bezetting. In de jaren '80 zou een gelijkaardige privatisering van het spoorverkeer plaatsvinden toen de regering wilde optreden tegen de strijdbare rol van de spoorvakbond.

De strategie van de heersende klasse was uiteindelijk succesvol. De elektriciteitssector werd opgesplitst tussen private monopoliebedrijven gebaseerd op negen afzonderlijke regio’s. Deze bedrijven hadden geen enkele sociale of publieke functie meer.

De vakbond in de elektriciteitssector werd ontbonden en beperkte zich voortaan tot een kleine minderheid van het personeel. In de plaats van de AJEWU kwam de Federatie van Arbeiders uit de Elektriciteitssector in Japan, een vakbond met een rechtse leiding. Deze vakbond kwam op voor samenwerking tussen het management en het personeel. Deze vakbond was grote voorstander van de bouw van kerncentrales. De AJEWU verloor steeds meer terrein en is begin jaren '90 volledig verdwenen. Deze vakbond werkte destijds samen met de acties en campagnes tegen kernenergie.

Wat ook het verdere verloop van deze ramp zal zijn, het ongeval in Fukushima als gevolg van de aardbeving en de tsunami zal verregaande gevolgen hebben. Er is veel schade aangericht en een groot deel van het gebied rond Fukushima, mogelijk een groot deel van Japan en van de oceaan, zal radioactief besmet zijn.

Zelfs al is de schade beperkt, zal het herstel van de landbouw, bosbouw en visserij naast het heropnemen van het gewone leven van de bevolking een enorme prijs vragen. Wie moet voor die kosten opdraaien? Het is duidelijk dat TEPCO verantwoordelijk is en terug in de handen van de overheid moet komen zodat de arbeidersklasse de controle over de energiesector kan opnemen. De middelen van het bedrijf moeten worden aangewend om de industrie her op te bouwen en om de arbeiders hun leven terug te laten opbouwen.

De chaos met de stroomonderbrekingen in Tokyo maakt duidelijk hoe de elektriciteitsindustrie vandaag niet in staat is om aan de behoeften van de bevolking te voldoen. Het gaat niet enkel om TEPCO, maar om de volledige sector van elektriciteits- en energiebedrijven. Die moeten allemaal in publiek bezit komen met democratische arbeiderscontrole en –beheer. Dat is essentieel om te kunnen afstappen van een energiebeleid dat vooral op kernenergie is gericht en dat geen rekening houdt met de gezondheid van de bevolking aangezien enkel de belangen van de kapitaal worden gediend.