Text Size

Japan. Twee maanden na de ramp van Fukushima groeit het protest tegen kernenergie

Op 1 mei waren er in diverse Japanse steden protestacties tegen kernenergie. De protestacties worden groter. Steeds meer wordt duidelijk dat de nucleaire industrie in samenwerking met de regering heeft geweigerd om in veiligheid te investeren aangezien dit de winsten onder druk zou zetten. We publiceren een vertaling van een pamflet dat door Kokusai Rentai, onze Japanse zusterorganisatie, werd verdeeld onder de 2.000 betogers in Osaka.

Pamflet van Kokusai Rentai

Het is nog te vroeg om een beeld te hebben op de volledige kosten van de kernramp in Fukushima. 70.000 mensen hebben hun woning moeten verlaten. Ze kunnen zelfs niet naar hun huis om bezittingen te zoeken. Nog eens 170.000 anderen in de zone van 30 kilometer rond Fukushima moesten binnen blijven. Ook inwoners die buiten de zone van 20 kilometer wonen, kregen te horen dat ze mogelijk zullen moeten vertrekken. Het stabiliseren van de reactoren kan nog maanden op zich laten wachten en er is geen enkele duidelijkheid over wanneer de inwoners terug naar huis kunnen. Mogelijk zal minstens een deel van het gebied nog jarenlang onbewoonbaar zijn.

De ramp heeft het leven van duizenden boeren en vissers naar de haaien geholpen. Velen worden geconfronteerd met een verbod op de verkoop van hun producten, of ze krijgen te maken met een erg beperkte verkoop omdat weinigen vertrouwen hebben in producten uit de getroffen regio. De ‘experts’ hebben het nu over de gevolgen op lange termijn voor onze gezondheid. Zelfs de meer conservatieve inschattingen hebben het over de mogelijkheid dat de komende decennia duizenden mensen zullen sterven als gevolg van kankers die een direct gevolg van de ramp zijn. Als de onderzoekers die kritischer staan tegenover de nucleaire industrie gelijk hebben, zou het zelfs om tienduizenden tot honderdduizenden kunnen gaan.

Onvermijdbaar?

TEPCO en andere verdedigers van de nucleaire industrie, ook die in de regering, zeggen ons dat dit een natuurramp was die niet kon worden voorzien. Een tsunami die meer dan vijf meter hoog was, zoals de tsunami die de reactoren in Fukushima overspoelde, was nooit gezien. Dat is natuurlijk niet correct, het is een leugen.

Japanse seismologen hebben al jarenlang gewezen op de mogelijkheid van een dergelijke ramp. Zowel bij de aardbeving in Meiji Sanriku in 1896 als de aardbeving in Showa Sanriku in 1933 in de regio Tohoku waren er nadien golven tot 20 meter hoog. Zoals op 24 april opnieuw werd bekendgemaakt, blijkt dat onderzoekers van TEPCO zelf in 2006 op een conferentie in de VS verklaarden dat de kans op een tsunami in Fukushima van meer dan 5,7 meter hoog zowat 10% bedroeg op 50 jaar tijd.

Schadevergoedingen?

De traditionele media blijft kritiekloos tegenover de nucleaire industrie. De top van TEPCO, de aandeelhouders en verzekeraars hopen dat de regering beroep zal doen op de wet inzake kernrampen uit 1961 waardoor de uitbater geen schadevergoedingen moet betalen als de schade het resultaat is van ernstige natuurrampen of een opstand. Het is nog niet duidelijk of de regering die mogelijkheid zal inroepen. Wij zijn er alvast tegen. De top van TEPCO en de grote aandeelhouders moeten verantwoordelijk worden gesteld voor de schade als gevolg van het incident. De lokale inwoners, waaronder de boeren en vissers, moeten een volledige schadeloosstelling krijgen voor de verliezen die ze lijden als gevolg van de kernramp.

Bedrijven beknibbelen op de veiligheid

Shimizu Masataka werd in 2008 voorzitter van TEPCO. Zijn directe doel was de winstcijfers opnieuw op te krikken na he verlies als gevolg van het sluiten van de vestiging in Kashiwazaki na de aardbeving in Chuetsu in 2007. Zijn agenda bleek uit het financieel rapport van de groep uit 2010: “TEPCO doet er alles aan om de kosten te beperken.” Er wordt aan toegevoegd hoe dat kan: “Bijvoorbeeld hebben we de kosten van inspecties verminderd door de frequentie ervan te verlagen na een gedetailleerde analyse van de beste termijn tussen inspecties van het materieel.” De innovatieve kostenbesparingen omvatten ook maatregelen zoals het uitstellen van inspecties van vitale onderdelen zoals reservegeneratoren in Fukushima en twee andere vestigingen. Dit stond niet in het financieel rapport van TEPCO, maar wel in het verslag dat werd ingediend bij de Commissie voor Nucleaire Veiligheid op 28 februari 2011.

De prioriteit van het bedrijf was niet om lessen te trekken uit Kashiwazaki en te investeren in bijkomende veiligheidsmaatregelen tegen het mogelijke gevaar van aardbevingen. Desondanks had eigen onderzoek van TEPCO aangegeven dat dit noodzakelijk was. De prioriteit was echter het herstellen van de dividenden voor de aandeelhouders. Het bedrijf slaagde daar ook in, in 2010 werd 60 yen (53 eurocent) per aandeel als dividend uitbetaald. Na de aardbeving stelde TEPCO het gebruik van zeewater om de reactoren af te koelen uit omdat ze de reactoren wilden redden. De veiligheid en gezondheid van miljoenen mensen werd op het spel gezet in een mislukte poging om de winsten veilig te stellen. We mogen de veiligheid van miljoenen mensen niet overlaten aan mensen wiens prioriteit niet veiligheid maar winstmaximalisatie is.

Verantwoordelijkheid van de regering

TEPCO is de belangrijkste verantwoordelijke voor het ongeval. Maar opeenvolgende rechtse regeringen van zowel de Liberaal-Democratische Partij als de Democratische Partij zijn eveneens verantwoordelijk. Zij hebben alternatieven zoals zonne-energie of de middelen voor onderzoek naar andere alternatieven tegengehouden. De meeste middelen gingen steeds naar kernenergie. Het Ministerie van Economie, Handel en Industrie is zowel verantwoordelijk voor het promoten van kernenergie als voor het toezicht op de veiligheid. Zonder medewerking van dit ministerie was de directie van TEPCO nooit weg geraakt met haar gebrekkig veiligheidsbeleid.

Het heeft geen zin om zelfs maar zwakke richtlijnen op te leggen als deze toch niet worden nageleefd. De nauwe banden tussen het ministerie en TEPCO blijken ook uit het feit dat een voormalige regeringsverantwoordelijke, Toru Ishida, na zijn pensionering op het ministerie meteen een goed betaald baantje kreeg bij TEPCO.

Wie zal betalen?

Het beleid van de regering en de traditionele partijen is er op gericht om het monopolie van TEPCO te vrijwaren en de toekomstige dividenden voor de aandeelhouders te garanderen. De kostprijs van de crisis en de compensatie zal worden gedragen door de werkende bevolking van Japan. De media hebben het over de heroïsche inspanningen van de arbeiders die onder verschrikkelijke omstandigheden werken om de ramp onder controle te krijgen. Maar intussen spreekt TEPCO over een loonsverlaging van 20% voor het personeel. Het zijn niet de arbeiders van TEPCO die verantwoordelijk zijn voor de ramp, maar de directie en de mensen die deze directie hebben aangesteld, de grote aandeelhouders.

De regering wil nu gemeenschapsmiddelen gebruiken om TEPCO overeind te houden, wellicht in de vorm van renteloze leningen. Mogelijk zullen andere energiebedrijven worden gevraagd om een bijdrage te leveren aan de redding van TEPCO. Ongetwijfeld zal dit er enkel toe leiden dat deze kostprijs wordt doorgerekend aan de consumenten. Intussen wordt verder geïnvesteerd in kernenergie en gaat dit gepaard met een propagandacampagne waarbij onder meer reclameboodschappen in de media verschijnen. De gezichten in het management zullen misschien veranderen, maar het beleid blijft hetzelfde.

Wij denken niet alleen dat TEPCO in gemeenschapsbezit moet worden genomen, maar ook alle andere regionele elektriciteitsbedrijven. Dit moet gebeuren met een minimale compensatie op basis van bewezen behoeften voor kleine aandeelhouders. Deze bedrijven moeten niet door bureaucraten van het ministerie worden geleid, maar onder democratische arbeiderscontrole en –beheer worden geplaatst. Dat is de enige manier om de veiligheid en de belangen van de consumenten te garanderen.

Een energiesector onder gemeenschapscontrole moet het mogelijk maken om een geleidelijke kernuitstap te organiseren en dit onder toezicht van de bevolking via arbeidersorganisaties en belangengroepen. Het zou de mogelijkheid creëren om massaal te investeren in hernieuwbare energie. Het zou ook de basis kunnen vormen om eindelijk tot een eengemaakt nationaal energienet te kunnen komen zodat elektriciteit van het Westen naar het Oosten en vice versa kan worden getransporteerd.

De rechtse traditionele partijen zullen dit niet realiseren. De huidige crisis toont de noodzaak van strijdbare arbeidersorganisaties zoals een nieuwe arbeiderspartij die ingaat tegen de heerschappij van de monopolies en opkomt voor een democratisch socialistisch Japan.

  • Geen toepassing van de wet van 1961 om TEPCO vrij te stellen van schadevergoedingen
  • Volledige compensatie van de lokale bevolking
  • Voor een onderzoek naar de gevolgen van de ramp op onze gezondheid, dit onderzoek moet worden gedaan door arbeidersorganisaties en burgergroepen
  • Voor strijdbare vakbonden die volledig los van het management staan
  • Nationalisatie van de energiesector onder arbeiderscontrole en –beheer
  • Stop de plannen om nieuwe kerncentrales te bouwen. Afbouw van de bestaande kerncentrales
  • Voor massale investeringen in hernieuwbare energie
  • Stop de overheersing door de grote bedrijven
  • Voor een nieuwe arbeiderspartij met een programma van socialistische verandering in Japan