Text Size

“Stakend spoorpersoneel: de klimaatactivisten van de 21e eeuw”

 

 

23567177055_48424f60e7_z

Artikel door Michael Bouchez uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

 

Uiteindelijk was de belangrijkste verwezenlijking van de COP21 de betrokkenheid van duizenden mensen en organisaties in de protesten in de marge van de klimaattop. Zij hebben nogmaals aangetoond dat de gevolgen van klimaatverandering en de opwarming van de atmosfeer ongerustheid opwekken en dat miljoenen mensen uitkijken naar reële oplossingen. Het was die noodzaak en die hoop op een radicaal antwoord die, ondanks de noodtoestand in Frankrijk en Brussel, toch geleid hebben tot meer dan 10.000 betogers in Oostende, alles samen honderdduizenden betogers in andere landen en verschillende betogingen in Parijs.

In tegenstelling tot de hoera-berichten van politici en in de grote media, is het overgrote deel van de klimaatactivisten heel realistisch: de regeringsleiders en betrokkenen in de klimaatonderhandelingen hebben geen enkel antwoord geboden op de klimaatverandering (zie kader). Vele activisten zullen daar niet meer verwonderd van opkijken, maar dat mag niet leiden tot passiviteit of verslagenheid. Integendeel, we doen er beter aan conclusies te trekken die de beweging wapent met politieke eisen want voor de zoveelste keer is gebleken dat de regeringen geen oplossingen zullen bieden die ingaan tegen de oliesector, de nucleaire lobby’s en de multinationals.

Tijdens de COP21 werd opnieuw “groen kapitalisme” gepromoot door tal van nucleaire lobby's, petroleumbedrijven, … die van de gelegenheid gebruik maakten om zich groen voor te stellen. Ondertussen blijven tal van nieuwe voorbeelden de nefaste effecten van de vrije markt illustreren. Het fraudeschandaal met sjoemelsoftware blijft niet beperkt tot VW maar blijkt ook bij Opel en Renault aanwezig. Niet alleen het klimaat, maar ook volksgezondheid wordt door het winstbejag op de helling gezet: In Flint, Michigan werd de noodtoestand uitgeroepen ten gevolge van besparingen op de watervoorziening in de stad die tot dramatisch hoge loodconcentraties in het drinkwater leidden (zie kader).

Onze eigen regering volgt dezelfde logica. Besparen op openbaar vervoer staat hoog op de agenda. Tussen 2016 en 2019 wil de regering 3 miljard euro op de spoorwegen besparen. Daarbij moeten meer dan 6000 jobs verdwijnen bij Infrabel, NMBS en HR-Rail. Daarmee wordt de NMBS meteen klaargestoomd voor een privatisering. Wat dit betekent, zien we in Groot-Brittannië: prijzen zijn daar tot vijf maal hoger dan in België en treinen rijden veel minder regelmatig. Op welke manier zal dat het openbaar vervoer stimuleren? Ondertussen zorgen files voor een enorme uitstoot, maar bedrijfswagens worden voor 4 miljard euro gesubsidieerd en daaraan raken is taboe voor de rechtse regering. Het geld voor de subsidiëring van bedrijfswagens moet blijkbaar bij de NMBS gehaald worden? Milieuvervuilend transport wordt dus gesubsidieerd ten koste van collectief transport … Wie ziet daar nog enige logica in? Investeren in openbaar vervoer zou dit aantrekkelijker, efficiënter én milieuvriendelijker kunnen maken, maar publieke diensten zijn geen winstpost voor bedrijven en dus niet interessant voor onze neoliberale regering.

De vraag is hoe de klimaatbeweging haar eisen kan koppelen aan een verdediging van publieke diensten als de NMBS. Gaan we ons nog verder laten wijsmaken dat de vrije markt en dus ook hun politieke vertegenwoordigers een antwoord kunnen bieden? Enkel klimaateisen die gekoppeld zijn aan investeringen in en democratische controle over publieke diensten kunnen een breed front tot stand brengen waarin ook de vakbonden en de arbeidersbeweging een sterke rol kunnen spelen.

Naomi Klein maakte het punt heel duidelijk: stakende spoorarbeiders zijn de klimaatactivisten van de 21e eeuw. Door zich te verzetten tegen de afbouw van de dienstverlening, verdedigen ze klimaatvriendelijke oplossingen. De staking bij de NMBS werd nochtans zelfs door De Morgen beschimpt. De verontwaardiging over het politieke gestuntel om met de verschillende regio’s een akkoord te sluiten zodat de Belgische delegatie iets kon voorstellen in Parijs, was al lang vergeten. De vele dossiers over COP21, de rampzalige berichten over klimaatverandering, … waren blijkbaar slechts papiervulling. Bij de eerste acties rond eisen die iets kunnen betekenen in het terugdringen van de uitstoot, zijn de journalisten al wat ze eerder schreven vergeten.

Opkomen voor een leefbaar klimaat, is onderdeel van onze strijd voor een systeem waarin de belangen van de meerderheid van de bevolking centraal staan en niet de winsten van een steeds kleiner wordende minderheid. De klimaatbeweging kan de strijd van het personeel in verschillende sectoren steunen om ook op hun beurt de steun te krijgen van die sectoren in klimaatbetogingen. Zoals regels rond veiligheid en gezondheid op de werkvloer afgedwongen zijn door de arbeidersbeweging, zullen we met strijd voor een andere samenleving ook wereldwijde gezondheid voor onze planeet afdwingen.

Loodvergiftiging in Flint, Michigan

In Flint, Michigan werd de waterbevoorrading in 2014 gereorganiseerd. De oude bevoorradingswijze vanuit Detroit werd als onderdeel van een kostenbesparing vervangen door bevoorrading uit de rivier Flint. Het water in die rivier was echter zo bijtend dat het lood uit versleten waterleidingen opnam in het drinkwater voor gezinnen. Tests gaven aan dat het water zoveel lood bevatte dat het toxisch afval was. Resultaat: tot 12.000 mensen met een te hoog loodgehalte in hun bloed, een 10-tal doden, vele ziektes en gezondheidsrisico’s.

Dergelijke vervuiling is niet onoverkomelijk. Het is het resultaat van een politieke keuze om de goedkoopste weg te volgen in plaats van te investeren in degelijke watervoorziening. Maandenlang werden klachten van bewoners genegeerd. Als de ‘kosten’ voor publieke diensten zoveel mogelijk gedrukt worden, zijn de armste en gewone gezinnen de eerste slachtoffers. Michael Moore zei terecht dat dit niet zomaar een watercrisis is, maar een armoedecrisis en een raciale crisis. Flint is namelijk één van de armste steden in de VS met de vierde hoogste werkloosheidsgraad en 53% Afro-Amerikanen.

COP21: een historisch akkoord?

Klimaatactivisten moeten al veel goede wil aan de dag leggen om het akkoord van de klimaattop in Parijs als historisch te bestempelen. Er worden aanbevelingen gedaan, maar er zijn geen becijferde of bindende voorstellen. Er worden “gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden en respectievelijke capaciteiten” gevraagd. Dit betekent zo veel als het ondergeschikt maken van de inspanningen aan economische belangen die voor de elite uit het ene of het ander land belangrijk zijn. Het akkoord “nodigt” de verschillende partijen “uit” of “raadt hen aan” om “naar eigen goeddunken” en “naar eigen mogelijkheden” de nodige maatregelen te nemen om de effecten van de klimaatopwarming tegen te gaan.

De realisatie van die verantwoordelijkheid zou gebeuren door hogere matigingsdoelstellingen – die verder niet worden uitgewerkt – en door klimaatfinanciering van 100 miljard om de armere landen te helpen. Die financiering van 100 miljard dollar wordt voorgesteld als een enorme bijdrage van de rijke landen. In realiteit ligt het ver onder de noden en verbleekt het in het niets tegenover pakweg de 498 miljard dollar jaarlijkse subsidies voor fossiele energie (cijfers van 2013). Over fossiele brandstoffen werd onder druk van onder andere Saoedi-Arabië en de olie-industrie overigens niets gezegd. Ook de beruchte emissiehandel kan rustig verder gaan.

Over de ogenschijnlijk radicale beslissingen zoals het verlagen van de maximale temperatuurstijging tegen 2050 tot 1,5 graden Celsius in plaats van 2 graden hoeven we maar te zeggen dat het akkoord op geen enkele wijze aangeeft hoe dit kan gerealiseerd worden. Integendeel, met de op COP21 voorgestelde inspanningen van de verschillende landen komen we volgens wetenschappers aan een stijging van 2,7 graden. De eerstvolgende evaluatie mag dan wel gepland zijn in 2023, sancties voor landen die hun doelstellingen niet halen zijn er niet. Voor handelsakkoorden is dit wel de standaard, maar die blijken belangrijker te zijn dan een klimaatakkoord.