Text Size

Noodzakelijke maatregelen blijven uit. Kapitalisme desastreus voor klimaat

De cijfers die in de maand oktober van dit jaar bekend werden gemaakt kunnen niet duidelijker zijn: de normen die door Europa vooropgesteld waren om naar een groene samenleving te gaan in 2050 zijn weinig ambitieus en worden bijlange niet gehaald. Volgens die normen moet in 2020 de grens van -15% CO² uitstoot gehaald worden, vandaag zitten we aan een schamele -2%. (Ook Nederland haalt niet het gestelde doel, red.)

 

‘System change, not climate change’!

 

Door Sander (Gent)

De neoliberale besparingsregering spreekt over een daling in uitstoot van 19,7% sinds 1990, maar laat het na te vertellen dat dit vooral komt door het wegtrekken van zware industrie en de economische crisis die sinds 2008 woedt. Het goochelen met cijfers wordt gebruikt door het leugenkabinet van Michel I om de bevolking zand in de ogen te strooien.

Als we geen ommezwaai krijgen, dreigen steeds hevigere rampen en een temperatuurstijging tot boven de 2°C, de grens waarna niemand weet aan wat we ons moeten verwachten. Het is duidelijk dat het huidige economische systeem geen oplossing kan bieden voor de klimaatproblematiek.

De veel frequenter voorkomende orkanen, bosbranden, modderstromen en andere natuurrampen geven niet alleen aan dat het systeem faalt, de humanitaire catastrofes die ze met zich meebrengen laten weinig aan de verbeelding over en smeken om een andere maatschappij.

Tergend traag

Om tegemoet te komen aan de steeds groter wordende klimaatbeweging werden er Europese normen vooropgesteld die door alle lidstaten moeten worden gehaald. Voor België kwam dat neer om tegen 2020 15% minder koolstof te produceren in vergelijking met 2005.

Met de 2% die we nu minder uitstoten komen we er dus niet. Sinds 1990 tot nu is onze jaarlijkse emissie maar met een gemiddelde van 1% achteruit gegaan. Volgens het klimaatdossier van De Standaard zou dit, om de doelstelling van een koolstofloze samenleving te halen, elk jaar 8% moeten zijn.

De cijfers zijn duidelijk: als er geen ingrijpende verandering komt in de manier waarop er wordt geproduceerd (en dus ook hoe er wordt geleefd), dan halen we in 2050 nog niet eens de helft van wat eigenlijk al in 2030 moest bereikt zijn. Om dan nog maar te zwijgen dat in het merendeel van deze cijfers enkel de kleine industrie is opgenomen: de grote (en meest vervuilende) industrie blijft buiten schot.

Het individu tegenover de industrie

Door de zeer individuele aanpak van klimaatproblemen wordt de verantwoordelijkheid op de werkende mens afgeschoven. We moeten minder met de auto rijden, minder vlees eten, meer sorteren, ethisch consumeren en meer het openbaar vervoer gebruiken. Daar is uiteraard niets op tegen. Maar als de grootste industriële concerns de grootste vervuilers zijn, zullen we hen moeten aanpakken en niet de werkende mens.

Bovendien is er een politiek klimaat waarbij bespaard wordt op openbare diensten. De treinen worden duurder en rijden minder stipt, hetzelfde geldt voor De Lijn. Projecten rond zonnepanelen komen vooral de rijksten ten goede en de gewone mens draait op voor de kosten. Panelen worden massaal opgekocht door industriëlen en via de Vlaamse overheid doorgerekend aan de gezinnen in hun energiefactuur.

Het is de concentratie van economische macht bij een kleine elite die er voor zorgt dat het beleid altijd in het voordeel van de winst zal uitdraaien. Daarom is het noodzakelijk om de economische macht te leggen bij de meerderheid van de bevolking.

Groen komt te kort

Groen-voorzitster Meyrem Almaci gaf aan liever met Open VLD (toch in de versie van Bart Somers) te besturen dan met de PVDA. Fractieleider Kristof Calvo zegt dat een regering met een groen kantje binnen de mogelijkheden ligt. Wat deze twee gemeen hebben, is dat ze duidelijk willen regeren binnen het huidig politieke kader, zonder al te veel potten te breken, want dat zou hun kansen tot regeringsdeelname niet ten goede komen.

Groen zat al eens in de regering: toen nog onder de naam Agalev als onderdeel van de paarsgroene coalitie van 1999-2003. De partij hield het een termijn uit en werd toen electoraal afgemaakt. Uit de cijfers die we nu hebben, blijkt dat er geen grote stappen richting een groenere samenleving werden gezet in die periode.

Een probleem is dat Groen niet ingaat tegen dit systeem. De partij verdedigt het huidige veilingsysteem voor CO² rechten dat ervoor zorgt dat bedrijven grijze stroom kunnen witwassen uit winstbejag, er wordt niet gesproken over het nationaliseren van de energiesector om ze samen groener te maken en een degelijke voorziening voor de meerderheid van de bevolking te bekomen.

Groen ijverde voor een ambitieus klimaatakkoord in Parijs in 2015, maar hoe denkt de partij dit te realiseren? Een links en progressief imago volstaat niet om de economische dominantie te breken van bedrijven voor wie enkel de winst telt. Multinationals als GDF Suez (Electrabel), EDF (Luminus) en anderen heersen over het debat met hun belangen.Grijze stroom wordt groen door een lucratief handeltje in uitstootrechten. Er zijn terug investeringen in steenkool omdat het meer opbrengt dan energiezuinige gascentrales die niet winstgevend genoeg zijn. De luttele 7% groene energie in België komt vooral uit biomassacentrales waarvoor de biomassa uit Canada wordt ingevoerd (met transport dat zelf bijdraagt aan CO²-uitstoot).

Breuk met dit systeem nodig

Er is een terechte bezorgdheid om ons klimaat. Maar we zullen niet tot fundamentele verandering komen met de groene voorstellen. Daarvoor is meer nodig: een breuk met de winstbelangen van multinationals en het internationaal kapitaal.

De energiesector moet in publieke handen komen zodat er democratische controle door de bevolking mogelijk is. Er moet geïnvesteerd worden in openbare diensten, zoals openbaar vervoer maar ook publieke projecten van autodelen. Een project van openbare investeringen en werken kan op grote schaal huizen energiezuinig maken. Publieke controle op en bezit van de sleutelsectoren van de economie maakt een overgang naar productie zonder de nefaste vervuiling mogelijk.

De winsthonger van de kapitalistische klasse bedreigt onze toekomst. De dringendheid van klimaatmaatregelen en het falen van dit systeem om oplossingen te bieden, wijzen op de noodzaak van een strijd voor een andere samenleving die een alternatief biedt op het huidige rampzalige klimaatbeleid. Een socialistische samenleving waarin de behoeften van de meerderheid van de bevolking centraal staan, houdt uiteraard ook rekening met de ecologische behoefte van een leefbare planeet.