Text Size

Recensie. Een terugblik op “Arbeid in de Ierse geschiedenis”

Een eeuw na het uitkomen van een socialistische klassieker

James Connolly
100 jaar geleden kwam het boek “Arbeid in de Ierse geschiedenis” van James Connolly uit. Dit boek was een keerpunt in de ontwikkeling van een socialistisch en marxistisch begrip van de Ierse geschiedenis. Connolly gaat in op de belangrijkste sociale strijdbewegingen van de Ierse werkende bevolking. Hij legde ook uit waarom de strijd voor nationale bevrijding onder het Britse juk inherent verbonden was aan de arbeidersbeweging.

Recensie door Cillian Gillespie van de Socialist Party (Ierland)

In de conclusie van het boek stelt Connolly: “De Ierse arbeidersklasse blijft de enige echte erfgenaam van de strijd voor vrijheid in Ierland” en dat “de jarenlange strijd van de Ierse bevolking tegen de onderdrukkers gaat op in een strijd voor de controle over het eigen leven, de productiemiddelen in Ierland.” Voor Connolly kon enkel een socialistische beweging van de verenigde arbeidersklasse een einde maken aan de uitbuiting en onderdrukking van de Britse kapitalistische klasse in Ierland en hierdoor uiteindelijk een antwoord bieden op de nationale kwestie.

Connolly schreef zijn boek vanuit een geïsoleerde positie, maar zijn opvattingen sluiten nauw aan bij de theorie van de permanente revolutie die door Trotski werd verdedigd na de revolutie van 1905 in Rusland. Trotski legde uit dat het Russische kapitalisme niet in staat en niet bereid was om de sociale en politieke orde onder het tsarisme te bestrijden omdat het op duizend-en-een manieren verbonden was met dit regime door investeringen in grootgrondbezitters en banden met het imperialisme. De Russische kapitalisten waren bang dat een strijd tegen het tsarisme ertoe zou leiden dat de arbeidersklasse ook hun positie zouden bestrijden in een gevecht tegen armoede en voor sociale en democratische rechten. Op dat vlak stelde James Connolly vast dat de Ierse kapitalistische klasse eigenlijk niet verschilde van haar Russische tegenhanger. Ook de Ierse kapitalisten vreesden de strijd van de arbeiders en arme boeren en zouden hen uiteindelijk steeds verraden.

Connolly brengt een voorbeeld hiervan. Tijdens de parlementaire zittingsperiode van Henry Grattan in de tweede helft van de 18de eeuw werden als antwoord op de dreiging van een Franse invasie in 1778 de Irish Volunteers opgezet. Deze kracht groeide aan tot 80.000 gewapende burgersoldaten en in 1882 werd het een instrument dat door het Ierse parlement werd ingezet om van de Britten toegevingen af te dwingen op het vlak van vrijhandel. Maar toen de vrijwilligers eisen voor algemeen stemrecht begonnen te eisen, namen Grattan en co snel afstand van de vrijwilligers. Connolly vatte samen wat gebeurde toen de Britse autoriteiten de vrijwilligers probeerden te ontwapen: “de arbeiders vochten, de kapitalisten verkochten hun ziel en de advocaten waren aan het bluffen.”

Een belangrijke les voor vandaag is hoe Connolly duidelijk maakt dat de onderdrukking en de ellende van de katholieke en protestantse arbeiders een gemeenschappelijk gegeven is en dat dit uiteindelijk moet leiden tot gezamenlijke strijd. Hij wijst op de ontwikkeling van de Oakboys en de Whiteboys in de 18de eeuw toen protestantse en katholieke boeren samen in het verweer gingen tegen de grootgrondbezitters. De ultieme uitdrukking van dit verzet kwam er met de opstand van 1798 onder leiding van de United Irishmen. Deze opstand vond inspiratie bij de idealen van de Franse revolutie van 1789. De nederlaag van 1798 werd gevolgd door een opstand onder leiding van Robert Emmet in 1803. Connolly wijst op de centrale rol van de arbeidersklasse tijdens de opstand in plaatsen zoals de Liberties in Dublin. Hij zet dit tegenover de verraderlijke rol van het kapitalistische establishment in Ierland in 1798 en haalt Henry Joy McCracken, een leider van de United Irishmen, aan als die na de opstand schreef: “Dit zijn tijden die de ziel van mensen testen. Je zult ongetwijfeld heel wat hebben gehoord over de situatie van dit land. De huidige ongelukkige stand van zaken is volledig toe te schrijven aan verraad. De rijken verraden de armen altijd.” Een van de verantwoordelijken voor het onderdrukken van de opstand van 1803 was de “grote bevrijder” Daniel O’Connell.

In een verder hoofdstuk is Connolly erg scherp in zijn benadering van O’Connell en wijst hij op de anti-arbeidersposities van de man. Hij zou uiteindelijk de reactionaire regering van de Whigs steunen toen hij als parlementslid werd verkozen in de jaren 1830. Hij maakte van zijn positie gebruik om de vakbonden in Ierland aan te pakken en verzette zich in 1838 tegen een wet waarmee de arbeidstijd voor kinderen werd beperkt.

Ook het stuk over de opstand van 1848 van de Young Irelanders is verhelderend. Connolly wijst op de enorme beperkingen van een middenklasse leiding. Op het hoogtepunt van de hongersnood weigerden ze om de sociale strijd van de boeren te verbinden met de nationale strijd. Op een bepaald ogenblik veroordeelde één van de leiders, William Smith O’Brien, zelfs de boeren omdat ze zonder toelating bomen hadden gekapt om barricades op te werpen, maar dan wel zonder toelating van de grootgrondbezitters.

Een aantal centrale thema’s in het boek van Connolly hebben tot op vandaag een grote relevantie voor de arbeiders in Ierland en voor de arbeiders en onderdrukten die wereldwijd een einde willen maken aan nationale onderdrukking. Ondanks alle retoriek over de Keltische Tijger is het overigens duidelijk dat het Ierse kapitalisme haar historische zwakheid zoals deze door Connolly werd beschreven nog niet heeft overwonnen.

De opkomst van sectarisme in Noord-Ierland toont het falen van het kapitalistische establishment om een oplossing te bieden voor de nationale kwestie. Connolly schreef in “Arbeid in de Ierse geschiedenis” dat “revoluties niet het resultaat van ons denken zijn, maar wel van materiële voorwaarden die gerijpt zijn.”

De materiële voorwaarden van het kapitalisme in Ierland zullen de basis leggen voor een arbeidersbeweging die de socialistische opvattingen van Connolly verder ontwikkeld en tot een kracht uitbouwt. Zo’n beweging kan een einde maken aan de sectaire verdeeldheid, onderdrukking en kapitalisme. Dat is waarom de centrale ideeën van dit boek tot op vandaag een gids tot actie kunnen vormen en waarom het zeker en vast aanbevolen lectuur is.

 


Online