Text Size

Trotski-fan kopieert zijn idool. Canadese film: “The Trotsky”

Cover van The Trotsky“Een, twee, drie, vier, sluit je bij de vakbond aan”. Dat zingen in het rood geklede cheerleaders aan een supermarkt. Het is de openingsscène van de film “The Trotsky” van de Canadese regisseur Jacob Tierney. De film is een komedie waarin het verhaal wordt gebracht van een tiener die naar de naam Leon Bronstein luistert en denkt dat hij de reïncarnatie van Trotski is.

Recensie door Suzanne Beishon

Deze film komt er op een ogenblik dat er vanuit academische hoek enige aandacht is voor Trotski, maar dan wel om zijn ideeën aan te vallen. Dat was onder meer het geval in een nieuw boek van Robert Service. De film “The Trotsky” handelt echter niet bepaald over het leven van Trotski. Het is een komedie waarbij wel rekening wordt gehouden met de opvattingen van Tierney met betrekking tot Trotski: “Ik had het voor Trotski toen ik een tiener was”. Hij stelde dat hij “een film wou maken over jongeren die bezig zijn met politiek.”

Aanvankelijk kan je de indruk krijgen dat Leon Bronstein (dat was ook de echte naam van Trotski) wordt voorgesteld als een idealistische idioot die het misschien wel goed bedoeld. Naarmate de film verder gaat, krijg je meer sympathie voor Leon en zijn idealen. Ook de omgeving van Leon krijgt steeds meer sympathie voor hem.

Leon Bronstein zit op een privéschool en is de zoon van de eigenaar van een supermarkt. Hij organiseert een staking voor langere pauzes en betere arbeidsomstandigheden voor het personeel in de supermarkt van zijn vader. Hij wordt naar een staatsschool gestuurd, net zoals Trotski, waardoor hij kan leven zoals zijn held. Als reïncarnatie van Trotski stelt hij enkele doelstellingen voor zichzelf op: “1. Begin met het fundament voor de revolutie. 2. Trouw met een oudere vrouw, liefst met de naam Alexandra” en zo gaat het lijstje nog even verder. We zien hoe Bronstein probeert om zijn doelstellingen te realiseren op basis van de tijdslijn van het leven van Trotski.

De film gaat in op de studentenvakbond die amper nog functioneert en vooral feesten organiseert. De eerste actie van Leon op zijn nieuwe school is het voorstel om een “Sociaal rechtvaardigheidsfeest” te houden waarbij er een groot spandoek “Vrede, Brood en Grond” wordt gemaakt.

Dat volstaat niet. Leon wil een echte studentenvakbond opzetten om de belangen van de scholieren te verdedigen, net zoals de leraars een eigen vakbond hebben. Er is een kleine groep die hem volgt en hij organiseert een staking voor het recht om een vakbond op te zetten.

De staking heeft weinig succes bij de jongeren die de actie eerder zien als een dagje vrijaf, “dit zou verdomd een revolutie moeten zijn”, roept Leon uit.

"Zijn ze verveeld of apathisch?", vraagt de directeur van de school die denkt dat de staking geen succes werd omdat de studenten apathisch zijn. Leon denkt dat de jongeren in slaap gewiegd zijn en geleerd hebben om zich van niets iets aan te trekken. Hij besluit hen wakker te schudden. In een amusante scène zoekt hij manieren om zijn opvattingen aan een bredere laag van jongeren bekend te maken: "school sucks?", "Ja, maar waarom zou dat zo moeten zijn?".

In de film wordt niet geaarzeld om de draak te steken met het centrale uitgangspunt: reïncarnatie. "Voor een marxist zou je nog een goede Hindoe kunnen zijn." Het is er allemaal een beetje over, maar lachen doe je wel met deze film. En het is eens iets anders: een komedie over jongeren waarbij er wordt gerefereerd naar Trotski's boek "Mijn leven", de film "Land and Freedom" van Ken Loach, "Boerderij der dieren" van Orwell, het bloedbad op Tien an Men en de film "Battleship Potemkin"? De film eindigt als Bronstein in ballingschap gaat om Lenin te zoeken. Grappig en mooi gemaakt.