Text Size

“We leven in een politieke wereld”. Bob Dylan en de communistische partij

Afgelopen herfst overleed Irwin Silber die als lid van de Amerikaanse Young Communist League en redacteur van het folkblad Sing Out! in de jaren '60 hard campagne voerde tegen Bob Dylan. Silber verweet Dylan dat hij de radicale bewegingen van dat tijdperk had verraden. In dit dossier gaan we na wat de verhouding tussen Dylan en de communistische partij was.

Dossier door Frank Riley uit Socialism Today

Een populaire artiest kreeg zelden zoveel negatieve kritieken als Bob Dylan tijdens het Newport Folk Festival in mei 1965, toen hij “elektrisch” was gegaan. De kritiek hield jarenlang aan, soms is er zelfs vandaag nog een echo van te horen. Het optreden van Dylan in Newport had verregaande gevolgen. En dat niet alleen voor de folkmuziek, maar ook in andere populaire genres.

Dylan bracht het gebruik van teksten met inhoud terug in de populaire muziek. Meer nog, hij bracht poëtische teksten en zou hierdoor, soms tegen beter weten in, het boegbeeld van de singer-songwriters worden. Zelfs de Beatles stelden achteraf dat ze van de tienerpop afstapten onder de invloed van Dylan. Minder bekend is de rol van de “Communistische” Partijen in de VS en elders in het promoten van Dylan en later het voeren van een ware campagne tegen Dylan. Deze partijen steunden toen het bureaucratische regime in de Sovjetunie dat niets met echt socialisme te maken had. Ze gingen mee in iedere bocht in het Sovjetbeleid.

Toen Dylan in Newport verscheen met elektrische gitaren en het lied Maggie’s Farm begon, dat lied is een bewerking van de oude folksong Penny’s Farm, was er onrust onder de traditionele aanhangers van Dylan en folk. Pete Seeger was toen al een centrale figuur in de Amerikaanse folkscene. Hij werd vervolgd tijdens het tijdperk van McCarthy vanwege zijn linkse opvattingen. Seeger was razend op Dylan. Er zijn heel wat legendes die de ronde doen over de reactie van Seeger, maar de meesten stellen dat hij de draden van de elektrische gitaren probeerde door te snijden met een bijl en dat hij werd tegen gehouden door de manager van Dylan, Albert Grossman, waarna een moddergevecht volgde.

Seeger stelde later: “Als ik het had gekund, dan had ik de kabels doorgesneden.” Er waren ook ruzies tussen de organisatoren van het optreden en mensen uit de entourage van Dylan. Een groot deel van de aanwezigen jouwden Dylan uit. Uiteindelijk werd de orde hersteld en kwam Dylan terug op het podium met een akoestische gitaar en werden enkele meer “aanvaardbare” songs gebracht.

Het is onbekend of de chaos tijdens het optreden in Newport werd georganiseerd en door wie dit werd gedaan. Het leek alsof er sprake was van een georganiseerde anti-Dylan campagne tijdens zijn wereldtournee. Het was echter weinig verrassend dat Dylan op elektrische gitaren overschakelde. Het album “Bringing it all back home” was al gemengd met aan de ene kant van de plaat akoestische gitaren en langs de andere kant van de plaat elektrische. Dat album was ten tijde van het optreden in Newport al maandenlang verkrijgbaar.

Dylan speelde rock and roll toen hij op school zat en later speelde hij zelfs even piano met Bobby Vee, een populaire popster. In het jaarboek op school mochten de leerlingen neerschrijven wat ze het volgende jaar zouden doen. Bob Dylan zou naar Minnesota University gaan, maar schreef toch neer: “Gone to join Little Richard.” Het “verraad” van Dylan was niet zo verrassend, het was een terugkeer naar waar hij begon. Hij zou tijdens zijn carrière overigens wel meer draaiingen maken. Dat leidde soms tot positieve reacties en soms tot negatieve kritiek, maar in het algemeen was er een evenwicht tussen de positieve en de negatieve reacties.

In 1962-63 werd de jonge Robert Allen Zimmerman, alias Bob Dylan, uit het mijnwerkersstadje Hibbing in Minnesota snel bekend. Dat gebeurde met een aantal “protestsongs” die hij schreef in de folk traditie. De meest bekende zijn nog steeds “Blowin’ in the wind” en “The Times they are a-changin”. Later schreef en speelde Bob Dylan allerhande populaire Amerikaanse songs in verschillende stromingen: folk, rock, blues, gospel, country en zelfs jazz. Hij werd wellicht de meest invloedrijke liedjesschrijver en artiest uit de naoorlogse periode. Hij werd een tijdlang gezien als een vorm van politieke messias, wat voorzichtig werd gesteund door de Amerikaanse Communistische Partij, maar hij werd plots als “verrader” beschouwd omdat hij andere muziek opzocht.

Een nieuwe Woody Guthrie?

Dylan kwam in 1961 op 19-jairge leeftijd in New York aan. Hij was een muzikale volgeling van de folkzanger Woody Guthrie. Dylan bezocht Guthrie nog voor die stierf in een ziekenhuis in New Jersey. Guthrie werkte nauw samen met de CP. Zijn collega’s onder leiding van Pete Seeger probeerden sterker de nadruk te leggen op “volksmuziek” als deel van hun politieke activiteiten. Guthrie sloot wellicht nooit formeel bij de CP aan, maar de partijlijn werd evenzeer aanvaard als door zijn collega’s die wel een lidkaart hadden. Hij had een tijdlang een column in het dagblad van de CP, de People’s Daily World. Hij schreef heel wat vredesliedjes in de periode van 1939-41, ten tijde van het Stalin-Hitler pact en toen de Communistische partijen nog tegen de oorlog waren.

Volgens Seeger was Guthrie de eerste om van standpunt te veranderen toen Hitler de Sovjetunie binnen viel. Seeger stelde: “Woody had een glimlach op het gezicht. Hij zei: ‘ik veronderstel dat we geen vredesliedjes meer zullen zingen.’ Ik zei: ‘Wat? Zullen we Churchill gaan steunen?’ Hij zei: ‘Jep, Churchill wordt op zijn kop gezet. We moeten dat ook doen’. Hij had gelijk” (Interview met Phil Sutcliffe, Mojo nr. 193, December 2009). Het is overigens interessant dat ze niet stelden dat Stalin van standpunt was veranderd, maar dat het Churchill was.

Guthrie was nationaal bekend geworden met zijn lied “This land is your land”, een song die werd gezien als een radicaal alternatief volkslied van de VS en een alternatief op “God Bless America”. Maar de inhoud van het liedje gaat eerder in de richting van de American Dream dan in de richting van een eis zoals het publiek bezit van de grond. Guthrie werd door de regering van Roosevelt aangesteld om de New Deal te promoten. Hij werd betaald om op te treden in troosteloze stadjes en dorpen die met de grond zouden worden gelijk gemaakt om plaats te maken voor Hydro-elektrische installaties waaronder de Grand Coulee Dam. Die dam komt ook aan bod in het gelijknamige liedje van Guthrie.

Dylan trok naar Greenwich Village in New York. Dat was een buurt met veel arbeiders maar ook zigeuners. Zijn talent werd al snel opgemerkt en hij werd opgevangen door oudere artiesten rond Seeger. Hij had een romance met Suze Rotolo, een artieste van 19 jaar die actief was in de burgerrechtenbeweging. Rotolo komt ook voor op de cover van het tweede album van Dylan, Freewheelin’. Rotolo was van thuis uit rood, haar ouders waren arbeidersmilitanten van de CP en ze groeide op in dit milieu.

Rotolo had goede contacten met CP-leden als Seeger en Irwin Silber, de uitgever van het magazine Sing Out! Dat ruimte bood aan de nieuwe inhoudelijke muziek. Er werd druk gezet op Rotolo om er zeker van te zijn dat het nieuwe talent aan hun kant zou blijven staan, ook al blijkt dat hij zelf niet volledig op de hoogte was van wat er gebeurde. Rotolo zag het alsof ze Dylan gewoon hielp. Er werd in deze kringen gehoopt dat Dylan en nieuwe Woody Guthrie zou worden en hun versie van het socialisme zou verspreiden terwijl hij een grote ster werd.

Dylan bekent openlijk dat hij zijn politieke songs eerst aan Rotolo liet horen voordat ze werden opgenomen. “Zij kan zeggen hoeveel nachten ik wakker was en songs schreef en deze vervolgens aan haar liet zien om te vragen of het correct was. Ik wist dat haar vader en moeder bij de vakbonden actief waren en dat zij al lang voor mij in de gelijkheid en vrijheidbeweging actief was. Ik checkte iedere song dan ook met haar.” (Robert Shelton, No Direction Home: The Life and Music of Bob Dylan). Later stelde Dylan dat hij niet wist dat het communisten waren, maar dat hij zich daar niets van zou aangetrokken hebben. Dave von Ronk, een folkzanger en de zelfverklaarde ‘trotskistische burgemeester van McDougall Street’ (in Greenwich Village), was ook bevriend met Dylan maar kwam al snel tot de vaststelling dat Dylan apolitiek was.

Een muzikale expeditie

Dit betekent niet dat Dylan niet oprecht was in zijn engagement voor de burgerrechten. Zijn liefde voor muziek van Afro-Amerikaanse afkomst en zijn Joodse opvoeding zorgden ervoor dat hij bijna op natuurlijke wijze anti-racist was. Zwarte artiesten hadden een goede band met Dylan die niet werd gezien als een blanke die gewoon zijn geweten wou sussen. Tal van zwarte artiesten, van gospelgroepen over Stevie Wonder tot Jimi Hendrix, hebben songs van Dylan opgenomen. Bobby Seale heeft het in een hoofdstuk van zijn boek Seize the Time over een discussie met Huey P Newton, een leider van de Black Panthers, over het lied “Ballad of a Thin Man” van Dylan. Het was ironisch dat de CP deze song en andere aanviel terwijl Columbia records bijna weigerde om het uit te brengen omdat te communistisch was volgens hen.

De zwarte zanger Harry Belafonte was succesvol onder brede lagen en gebruikte zijn populariteit en zijn middelen om nieuwe zwarte artiesten te promoten. Het was Belafonte die Dylan de eerste ervaringen bijbracht voor het opnemen van muziek. Dylan speelde harmonica op het album Midnight Special van Belafonte. Vandaag verwijst Dylan af en toe nog eens naar politieke elementen in zijn songs. In 2006 nog zong hij in Workingman’s Blues #2 onder meer: “The buyin’ power of the proletariat’s gone down/Money’s gettin’ shallow and weak”.

Dylan werd sterk onderschat door diegenen die van hem gebruik wilden maken, waaronder dus ook de CP. Hij was geen boerenkinkel uit Hibbing, hij maakte handig gebruik van al wie zijn carrière een duwtje in de rug kon geven. Zijn medestudenten en muzikanten in St Paul en Minneapolis wisten dat al snel. Hij nam alles op dat hij later kon gebruiken: ideeën, songs, arrangementen,… Hij probeert dit nog steeds te rechtvaardigen met de stelling dat hij op een muzikale expeditie ging.

Waar de groep rond Seeger het in 1965 het moeilijkste mee had, was niet de overgang naar elektrische gitaren maar wel de weigering van Dylan om nog meer protestsongs te schrijven. Ze beschuldigden Dylan ervan in zichzelf te keren en de reactionaire toer op te gaan. Dat was in feite een echo van de roep naar “socialistisch realisme” en “proletarische cultuur” zoals dit werd gestimuleerd onder het stalinisme en zoals het tot uiting kwam in de nadruk op muzikale “puurheid” in folk-kringen.

De Britse folk scène

In de Britse folkwereld was er een gelijkaardige ontwikkeling. In 1951 had de Communistische Partij (CPGB) een pamflet uitgebracht onder de titel: “De Amerikaanse bedreiging van de Britse cultuur.” De partijleden namen de bedreiging van de ‘Britse’ muziek ernstig. Onder deze partijleden ook Bert Lloyd (bekend onder de naam A L Lloyd) en folkzanger Ewan MacColl, de auteur van het bekende ‘Dirty Old Town’ dat over zijn thuisstad Salford ging.

MacColl begon zijn activiteiten in het radicale drama. Maar na een ontmoeting met de Amerikaanse folkartiest en CP-lid Alan Lomax, wiens secretaresse de zus van Suze Rotolo was, richtte hij zich op folkmuziek. Er was heel wat wederzijdse beïnvloeding tussen de Britse en de Amerikaanse folk.

De opvattingen van MacColl en Lloyd waren sterk beïnvloed door de stalinistische partijkoers van de CPGB die naar buiten kwam met het programma “De Britse weg naar socialisme” waarin de theorie van het socialisme in één land werd bevestigd. Er was een debat over “zuiverheid” en “arbeidersmuziek” in de Britse folkwereld. MacColl nam een duidelijke positie in: als een zanger uit Engeland kwam, moest de song Engels zijn. Er werden gedetailleerde definities opgemaakt van begrippen als “traditioneel”, “commercieel”, “etnisch”, “amateuristisch”,… Dit werd de meest gevolgde positie in de kringen waar MacColl en zijn aanhangers sterk stonden.

Bob Dylan kwam in 1962 naar Londen. Hij kon na enige moeilijkheden toch optreden in de Singer’s Club waar hij drie songs mocht brengen, waarvan twee songs van zichzelf. Wie er bij was, stelde dat MacColl en Peggy Seeger, de verantwoordelijken van de club, openlijk vijandig waren tegenover Dylan. Op dat ogenblik was Dylan nog niet erg bekend waardoor het mogelijk was dat hun negatieve standpunt er kwam door discussies met Alan Lomax. Dylan kon het evenmin goed vinden met Carla Rotolo, de zus van Suze. Die moeilijke verhouding kwam aan bod in ‘Ballad in Plain D’: “For her parasite sister I had no respect.” Dat kan ook een reden zijn voor de vijandigheid. Of was het omdat ze de zelfgeschreven songs van Dylan niet zagen als volwaardige folk? Toen de CP zich totaal tegen Dylan keerde, ging MacColl nog een stap verder en stelde hij dat al het werk van Dylan nooit echte folkmuziek was geweest.

Burgerrechtenbeweging

Het gebeurde slechts zelden dat Dylan betrokken was bij publieke politieke acties. Hij trok naar de zuidelijke staten van de VS met Pete Seeger om de zwarte kiezers aan te moedigen om zich te registreren voor de verkiezingen. Hij trad samen met Joan Baez op terwijl Martin Luther King mee op het podium stond tijdens de Mars op Washington (waar King zijn bekende toespraak ‘I have a dream’ zou maken).

Toen hij met Seeger in het zuiden rondtrok, maakte Dylan een nieuwe song: ‘Only a pawn in their game’ over de moord op Medgar Evers, een voorvechter van de burgerrechtenbeweging. Iedereen wist dat de KKK-lid Byron De La Beckwith de moord had gepleegd. Maar het duurde wel 30 jaar (tot 1994) voordat een jury in Mississippi bereid werd gevonden om de dader te veroordelen. In deze song legt Dylan de verantwoordelijkheid zonder schroom bij het kapitalisme. Hij stelt dat arme blanken worden gebruikt om de arbeidersklasse te verdelen als onderdeel in het spel van de heersende klasse. Zijn boodschap is duidelijk: “The poor white man’s used in the hands of them all like a tool."

Seeger stelde dat hij dit een interessante nieuwe visie vond. Daarmee maakte hij meteen ook duidelijk hoe zelfs leden van de Communistische Partij racisme slechts zagen als een kwestie van zwart en blank. De woorden van Dylan daarentegen vormen een weerspiegeling van een zeker klassenbewustzijn.

 

 

Het ‘Judas’ protest

Een maand na de problemen in Newport speelde Dylan op 28 augustus 1965 in Forest Hills met een nieuwe groep die later ‘The Band’ zou heten. Er waren ongeveer 14.000 aanwezigen die de eerste 45 minuten durende akoestische set toejuichten. Maar daarna werd het tweede deel uitgejouwd. Toen kwam de rest van de groep op het podium en werd met elektrische gitaren gespeeld. Op 24 september 1965 begon Dylan een tournee door de VS en de wereld met een optreden in Austin, Texas. De tournee zou een jaar lang duren en het scenario van in Forest Hills herhaalde zich overal. Dit was de eerste keer dat mensen tickets kochten om naar een concert te gaan om daar de artiest uit te jouwen. De drummer, Levon Helm, gaf het op en stapte uit de tournee nog voor de groep de VS had verlaten.

Toen de tournee Groot-Brittannië aandeed in mei 1966 was het scenario al duidelijk. In Edinburgh had de Young Communist League een discussie en werd besloten om de zaal te verlaten zodra de elektrische instrumenten op het podium werden gebracht. Gelijkaardige acties vonden plaats in Dublin en Bristol. De media hadden weinig aandacht voor deze toch wel opvallende acties. Melody Maker schreef er wel over op 14 mei onder de titel “The Night of the Big Boo”. Voor het concert in Manchester was er aan de universiteit een discussie over een boycot van het concert in de plaats van een verstoring. Het concert begon met de traditionele rustige eerste helft. Bij het derde lied in de tweede set – ironisch genoeg vlak na ‘Ballad of a Thin Man’ – begon het publiek traag in de handen te klappen en de groep te verstoren. Een meisje ging naar Dylan en gaf hem een papier waarop stond: “Zeg aan de groep dat ze naar huis gaan.”

Toen er even een stilte viel tussen twee songs, werd vanuit de zaal luid geroepen: “Judas.” Dylan was geschokt en woedend. Het concert ging jarenlang als bootleg rond maar is nu als officiële CD uitgebracht. Dit wordt algemeen gezien als het hoogtepunt van een bizarre periode. Het werd nog ernstiger toen in Glasgow een ‘fan’ de hotelkamer van Dylan probeerde binnen te dringen met een mes. De Communistische Partij kan daar niet verantwoordelijk voor worden geacht, maar tegelijk staat het vast dat leden van de partij vooraan stonden in het opzetten van de gebeurtenissen rond de tournee van 1965-66 en dat op basis van een stalinistische kronkel inzake ‘proletarische cultuur’ aangevuld met een ongezonde dosis nationalisme.

 


Noot: “We leven in een politieke wereld” is de openingszin van de song Political World uit het album O Mercy uit 1989.