Text Size

‘Inside Job’ brengt een beeld van de corrupte wereld van het financiële kapitalisme

’Inside Job’ is een documentaire die een Oscar won. De titel had evengoed ‘Vernietigende Job’ kunnen zijn. Er wordt immers brandhout gemaakt van de reputatie van de grote instellingen van Wall Street en de regeringsfiguren die hen beschermen en dienen. Er werd gesteld dat het maken van deze film “20.000.000.000.000 dollar” heeft gekost, een verwijzing naar het enorme economische verlies dat totnutoe werd veroorzaakt door de wereldwijde kapitalistische crisis sinds het uiteenspatten van de Amerikaanse vastgoedzeepbel in 2006.

Artikel door Vincent Kolo, chinaworker.info

Dit was het begin van de ergste recessie sinds de jaren 1930 en het kwam bijna tot een globale financiële ineenstorting. Die dreiging bestaat vandaag nog. Zoals de film aantoont, is er niets fundamenteel veranderd. De recessie heeft wereldwijd miljoenen banen gekost – in China alleen al 10 miljoen – en zes miljoen mensen werden in de VS uit hun huizen gezet. De recessie brengt enorme ellende voor de arbeiders en hun gezinnen. Intussen worden de bankiers die de crisis hebben veroorzaakt gewoon rijker.

De documentaire toont met gedetailleerde documentatie en interviews hoe de grote banken en financiële instellingen het regeringsbeleid naar hun hand hebben gezet, iedere vorm van regulering en controle hebben laten verdwijnen en de vrijheid kregen om financiële producten te creëren waarmee meteen kon worden gespeculeerd. Op dit punt is er toch een leemte in de argumentatie van de documentaire. Er wordt gesproken over de “financiële industrie” als bron van de problemen. Dat klopt natuurlijk, maar de financialisering van het moderne kapitalisme is eerder een symptoom dan een oorzaak van de ziekte waaraan het volledige winstsysteem lijdt. Dezelfde crisis van druk op de winsten heeft kapitalistische bedrijven ook al hun productie doen overplaatsen naar economieën met lage lonen, terwijl vooral verkocht wordt in economieën waar er wel hoge lonen worden betaald. Dat verklaart mee waarom de financiële sector een groeiend belang kent. Een bekende statistiek, die niet wordt gebruikt in de film, is dat de financiële sector voor de bankencrisis goed was voor 40% van alle bedrijfswinsten in de VS.

Het verhaal van de documentaire wordt verteld door Matt Damon. Er wordt begonnen met beelden van de bankencrisis in IJsland. Op beelden van het vulkanisch landschap van het eiland wordt verteld dat een land met een bbp van slechts 13 miljard dollar bankenschulden ter waarde van 100 miljard dollar heeft opgestapeld nadat de regering de banken een decennium geleden heeft geprivatiseerd. “De financiële sector nam het over en zorgde voor vernieling”, aldus een IJslandse professor. De banken en regeringen in andere landen moedigden allemaal de kredietwaanzin van de IJslandse banken aan. Amerikaanse ratingbureau’s zoals Moody’s en Standard & Poor gaven IJsland een uitstekende rating: ‘AAA’. Slechts enkele dagen voor ik de film bekeek, stemde een meerderheid van de IJslandse bevolking voor een tweede keer tegen een akkoord dat hun regering en het politieke establishment met de EU en het IMF wilde sluiten. Door dit akkoord zou de gewone bevolking moeten opdraaien voor 420 miljoen dollar schulden van een van de failliete banken, Icesave.

Een sterkte van de film is het feit dat op een eenvoudige wijze wordt ingegaan op het karakter van derivaten zoals CDO’s (Collateralized debt obligation) en andere financiële producten. De kijkers, ook diegenen die de laatste economische trends niet op de voet volgen, worden duidelijk gemaakt dat de volledige markt van afgeleide producten (derivaten) ter waarde van 700 biljoen dollar waanzinnig is. Er worden vragen gesteld bij een hele reeks van financiële toplui en ‘adviseurs’ van regeringen. Zij worden allen voor de camera gevraagd naar hun rol bij het uitwerken van het beleid dat tot de crisis heeft geleid. Centrale figuren in de politiek van deregulering zoals Alan Greenspan (voormalige topman van de Centrale Bank), Larry Summers (minister van financiën onder Clinton en hoofd van de economische adviseurs van Obama) en Timothy Geithner (de huidige minister van financiën en voormalig hoofd van de New York Federal Reserve Bank) weigerden allemaal om geïnterviewd te worden. Tal van anderen beklagen het zich wellicht dat ze wel hebben deelgenomen.

Professor Frederic Mishkin, een ‘expert’ en voormalige gouverneur van de Federal Reserve (de Amerikaanse centrale bank), steelt de show met zijn adembenemend stuntelige poging om het neoliberale kapitalisme dat aan de basis van de crisis lag, te verdedigen. Hij wordt gevraagd naar een rapport dat hij in 2006 schreef onder de titel “Financiële stabiliteit in IJsland” waarin de hedgefund-economie van dat land wordt aangeprezen. Hij wordt gevraagd hoe het komt dat hij zo fout zat en komt niet verder dan te zeggen dat hij geloofde wat de centrale bank van IJsland hem had gezegd omdat centrale banken nu eenmaal “geloofwaardige instanties” zijn. De reportagemaker onthult vervolgens dat de financiële industrie uit IJsland 124.000 dollar aan Mishkin heeft betaald om dit rapport te maken. De broek van Mishkin zakt verder af als hem wordt voorgelegd dat de naam van het misleidende rapport in een latere versie van het CV van Mishkin plots “Financiële instabiliteit in IJsland” blijkt te heten. Mishkin wijdt het aan een schrijffout…

’Inside Job’ biedt een beeld van de criminele cultuur van Wall Street: een cultuur van leugens, bedrog, corrupte en breed verspreid gebruik van cocaïne en prostitutie. Een psychologische raadgever van verschillende bankiers in Wall Street stelt dat deze praktijken “tot aan de top” verspreid zijn. De documentaire toont ook de wel erg nauwe banden tussen de topbanken en de regeringen van beide grote Amerikaanse partijen. Bedrijven als Goldman Sachs en Morgan Stanley hebben een enorme invloed op de regering en gebruiken deze invloed om hun belangen te verdedigen en ieder politiek initiatief dat hun winsten kan bedreigen meteen af te blokken. Goldman Sachs heeft de ministers van financiën in de laatste drie regeringen geleverd (Timothy Geithner, Hank Paulson en Robert Rubin). Zowel Paulson als Geithner, beiden voormalige toplui van Goldman, waren cruciaal in de regeringsbeslissing van 2008 om AIG te redden toen dit bedrijf enkele dagen na het failliet van Lehman Brothers in de problemen kwam omdat voor 500 miljard dollar ‘credit default swaps’ waren uitgeschreven zonder enige provisie. Toevallig was Goldman Sachs de belangrijkste winnaar van deze reddingsoperatie. Het bedrijf kreeg 40 miljard dollar van de 130 miljard gemeenschapsmiddelen die genereus ter beschikking van de aandeelhouders van AIG werden gesteld. Het Amerikaanse politieke establishment is blijkbaar ook wereldleider als het om corruptie gaat.

Om zijn stellingen te onderbouwen, doet de schrijver en filmmaker Charles Ferguson beroep op burgerlijke economen als Nouriel Roubini en Martin Wolf van de Financial Times. Zij brengen enkele opvallende elementen over hoe het systeem werkt, maar op geen enkel ogenblik wordt in de film ook een antwoord aangeboden. Een aantal van deze ‘kritische’ establishment-figuren en commentatoren komen er in de film gemakkelijk van af, ze zouden beter wat meer op de rooster worden gelegd net zoals dit bij Mishkin het geval was.

IMF-voorzitter Dominique Strauss-Kahn is een voorbeeld van iemand die harder zou kunnen worden aangepakt. Strauss-Kahn stelt regelmatig dat de Amerikaanse financiële sector “oncontroleerbaar” was. Achteraf beschouwd kan dat standpunt niet worden betwist, maar er wordt aan Strauss-Kahn niet gevraagd wat de rol van zijn organisatie was bij de crisis in bijvoorbeeld IJsland waar het IMF financiële chantage inzet om de regering en de bevolking het Icesave-akkoord te laten slikken. Het IMF speelt een gelijkaardige rol in Europa waar het, naar het voorbeeld van de IMF-politiek in de neokoloniale wereld de afgelopen decennia, harde voorwaarden oplegt bij leningen om de banken te beschermen en de harde noten door te schuiven naar de gewone bevolking.

Ook de verschrikkelijk rechtse Franse minister van financiën, Christine Lagarde, wordt aan de kant van de aanklagers toegelaten. Ze haalt uit naar de misstappen van de Amerikaanse banken en politici, maar moet niet antwoorden op haar eigen palmares inzake de afbouw van arbeidersrechten, pensioenen of banen in de openbare sector. Niet alleen in Frankrijk maar door heel Europa speelt Lagarde een actieve rol in het bezuinigingsbeleid. Dat gebeurt met de Europese ‘reddingsoperaties’ van de Europese financiële structuren (waarbij wordt samengewerkt met Strauss-Kahn en het IMF) in Griekenland, Ierland en Portugal. Lagarde kwam onder meer in de media met haar aankondiging eind 2008 over het “einde van de crisis.” Die aankondiging op zich zou moeten volstaan hebben om Lagarde in deze documentaire niet op te voeren als ‘expert’.

Het onderzoeksteam van Ferguson had meer tijd moeten nemen om de Europese ontwikkelingen van onderuit te bekijken in de plaats van naïef en volgzaam de versie van de heersende bankiers en politici te aanvaarden. ‘Inside Job’ is erg scherp als het er op aankomt om duidelijk te maken dat Obama het beleid van zijn voorgangers voortzet en weigert om iets te ondernemen tegen de banken. Econoom Robert Gnaizda stelt dat de regering van Obama en Geithner geen effectieve maatregelen kan nemen: “Hoe kan het tot hervormingen overgaan als het een regering van Wall Street is?”

Maar vervolgens biedt de film geen kritiek op de wel erg beperkte initiatieven van de regeringen van Italië, Zweden en andere EU-landen in het invoeren van een strengere bankregulatie in Europa. De schuldencrisis in Ierland, Portugal en andere ‘perifere’ Europese economieën toont samen met het oprukkende programma van bezuinigingen en bijhorende werkloosheid, dat de kapitalistische regeringen langs deze kant van de Atlantische Oceaan even slaafse volgelingen van het financiële kapitaal zijn als hun Amerikaanse collega’s. Ook zij hebben geen oplossingen.

De conclusie van de documentaire is dat geen enkele ‘hervorming’ die in 2008 werd ingevoerd, zal volstaan om een nieuwe financiële crash te vermijden. De instellingen die de crisis hebben veroorzaakt, zijn nog machtiger geworden door de omvangrijke reddingsoperaties. Socialisten zijn het eens met deze conclusie, maar in de plaats van hulpeloos te wachten op de volgende ronde van de crisis moeten we ons nu organiseren en bouwen aan het broodnodige socialistische alternatief.