Text Size

“Paria’s van de stad” door Loïc Wacquant

Wacquant behandelt in dit boek vanuit een sociologisch kader de kwestie van getto’s en probleemwijken, met voorbeelden uit de VS en West-Europa. Hij legt de link tussen toenemende armoede, de veruiterlijking daarvan in grote steden en het overheidsbeleid dat daarin bepalend is. De ondertitel van het boek luidt: ‘Nieuwe marginaliteit in tijden van neoliberalisme’. Een interessante bijdrage om de effecten van het neoliberalisme op de levensomstandigheden van massa’s mensen te zien.

Recensie door Wouter Wanzeele (LSP)

De auteur neemt je mee in de geschiedenis van stedelijke armoede. Hij roept op om die armoede te bekijken vanuit een historische matrix van klasse, staat en ruimte. Deze invalshoek geeft de mogelijkheid om de verschillen in tijd en plaats te zien en tegelijk de parallellen in de ontwikkeling van marginaliteit te ontdekken.

Hypergetto’s vanwege het neoliberalisme

Eén van die parallellen is voor Wacquant de ontwikkeling van gemeenschapgetto’s tot hypergetto’s. De eerste bestonden in een periode toen er nog een meer uitgebouwde verzorgingsstaat was, waar de tweede ontstaan bij het afbreken van de verzorgingstaat onder het neoliberalisme, in het postkeynesiaanse tijdperk. In die hypergetto’s zijn netwerken en gemeenschapselementen verdwenen, terwijl er nog meer armoede is, meer criminaliteit. Mensen worden losgekoppeld van publieke voorzieningen, die stap voor stap verdwijnen.

De verloedering die Wacquant omschrijft, sluit aan bij de Verelendungstheorie van Karl Marx. Die verklaart dat door de overproductiecrisis van het kapitalistisch systeem grote lagen van de bevolking in de armoede verzeilen. Werklozenlegers die ontstaan ten gevolge van deze crisis (vandaag zien we dit ook, o.a. in Griekenland en Spanje) worden steeds meer met ellende geconfronteerd. Die ellende concentreert zich ook duidelijk in de hypergetto’s die Wacquant omschrijft. In de jaren ’90 was deze overgang al duidelijk.

Cultuurkwestie of een materiële kwestie?

Wacquant geeft in het boek kritiek op tal van verklaringen voor armoede die naar voor geschoven worden. Oorzaken mogen volgens hem niet zomaar bij het individu, de cultuur,… worden gelegd. Er dient een goede analyse te zijn van de materiële omstandigheden en in die zin ook van de gevolgen van het overheidsbeleid.

Hij omschrijft in het boek hoe racisme bestaat in steden, bv. ten opzichte van de zwarte gemeenschap in de VS. ‘Raciale’ verschillen komen echter telkens terug op de materiële verschillen. Toch benadrukt Wacquant de ‘raciale’ dimensie in de VS als een versterkende factor in het uitsluitingproces van bepaalde lagen van de bevolking uit de samenleving. Wanneer de overheid in haar beleid die 'raciale' opdeling bestendigt, versterkt ze ook die breuklijn in de samenleving.

Racisme is altijd verbonden aan de economische en dus materiële omstandigheden waarin mensen leven. Aanvullend op het boek kunnen we opmerken dat beleidsmakers via een verdeel en heers tactiek (bv. op basis van huidskleur, geslacht,…) mensen ook beter kunnen controleren en uitbuiten.

Welke oplossingen voor armoede?

Armoede is er door een economisch en politiek probleem, aldus Wacquant. In het lokale beleid gaan politici de armoede in moeilijke wijken dikwijls aanpakken via een beleid van verschuiven van bepaalde groepen in een stad. Volgens Wacquant gaat dat voorbij aan de essentie, namelijk een oplossing bieden voor de structurele werkloosheid van grote groepen. Werk en werkzekerheid zijn voor hem één stap in het oplossen van armoede.

Hij geeft echter aan dat dit niet voldoende is, gezien vandaag duidelijk is dat in het marktsysteem mensen ook werkend arm kunnen zijn (cf. working poor). Hij merkt op dat de sociaaldemocratische staatsinterventies zullen falen, gezien ze telkens het marktsysteem bevestigen en op die manier de heerschappij van de markt nog versterken. Wacquant doelt niet op het verminderen van staatsinterventies, maar duidt op de noodzaak van het loskoppelen van loon en arbeid. Zodanig kan iedereen zich in basisbehoeften voorzien via een degelijk basisloon. De vraag blijft dan: wie betaalt dit loon? We kunnen hierbij eisen dat er een herverdeling van de rijkdom komt, en dat de middelen van de ‘1%’ hiervoor worden aangewend.

Het is duidelijk dat Wacquant op een noodzakelijke omwenteling wijst in de samenleving: een breuk met het marktsysteem. Achter de academische taal van de auteur lijkt een anti-kapitalistische visie te schuilen. Hij benadrukt bovendien het internationale karakter ervan en kijkt dus verder dan de stad. Hoe die omwenteling kan plaatsvinden en of Wacquant een revolutie van kapitalisme naar socialisme op het oog heeft, is niet helemaal duidelijk. Deze invalshoek had hij nog sterker kunnen expliciteren. Tegelijk geeft hij voeding om deze piste te erkennen.

Meer info over het boek op de website van uitgeverij EPO