Text Size

Een socialistisch antwoord op de crisis

We vervolgen onze reeks met korte uittreksels uit marxistische antwoorden op de crisis van het kapitalisme. Eind jaren 1930 schreef Trotski de brochure ‘Marxisme vandaag’ waarin hij de oorzaken van de crisis beschrijft en uitlegt waarom een socialistisch antwoord nodig is. In volgend uittreksel wordt vooral dat laatste element nader verklaard.

Uittreksel uit Marxisme vandaag door Trotski 

Om de maatschappij te redden is het niet nodig de ontwikkeling van de techniek te remmen, fabrieken te sluiten, premies uit te loven aan de boeren voor het saboteren van de landbouw, een derde deel van de arbeiders tot paupers en maniakken tot een dictator te maken. Niet één van deze maatregelen, die een verschrikkelijke bespotting zijn van de belangen van de gemeenschap, is nodig. Wat absoluut en dringend noodzakelijk is, is het ontnemen van de productiemiddelen aan de tegenwoordige parasitische bezitters en het organiseren van de maatschappij volgens een rationeel plan. Dan zou het onmiddellijk mogelijk zijn om de maatschappij te verlossen van al haar kwalen. Allen, die in staat zijn tot arbeiden, zouden dan werk vinden. De arbeidsdag zou geleidelijk verkort kunnen worden. De behoeften van alle leden van de maatschappij zouden in toenemende mate kunnen worden bevredigd. De woorden “armoede”, “crisis” en “uitbuiting” zouden uit het spraakgebruik verdwijnen. De mensheid zou eindelijk een waarachtig harmonisch leven tegemoet kunnen gaan.

“Tegelijk met de voortdurende vermindering van het aantal kapitaalmagnaten...,” verklaart Marx, “groeit de massa van ellende, verdrukking, slavernij, degradatie en uitbuiting; maar gelijk daarmee groeit ook de opstandigheid van de arbeidersklasse, een klasse die steeds in aantal toeneemt en wordt gedisciplineerd, tot eenheid gebracht en georganiseerd door de werking van het kapitalistische productiesysteem zelf... De centralisatie van de productiemiddelen en de socialisatie van de arbeid zullen tenslotte een punt bereiken, waarop zij niet langer te verenigen zullen zijn met hun kapitalistisch omhulsel. Dit omhulsel barst uit elkaar. De doodsklok van het kapitalistisch privaatbezit luidt, De onteigenaars worden onteigend.” Dat is de socialistische revolutie. Voor Marx was het probleem van de reconstructie van de maatschappij niet een kwestie van één of ander recept, dat aan zijn persoonlijke voorkeur het ontstaan te danken had. Het vloeide als een ijzeren, historische noodzakelijkheid voort, aan de ene kant uit de zich tot volle rijpheid ontwikkelende productiekrachten en aan de andere kant uit de onmogelijkheid om deze krachten over te laten aan de willekeur van de waardewet.

De diepzinnige betogen van sommige intellectuelen, dat niettegenstaande de leer van Marx het socialisme geen onvermijdelijkheid, doch slechts een blote mogelijkheid is, missen ten ene male iedere inhoud. Het is duidelijk dat Marx niet bedoelde dat het socialisme zou komen buiten de wil en het actieve ingrijpen van de mens zelf. Elke gedachte daaraan is eenvoudig een absurditeit. Marx heeft voorspeld dat er geen andere uitweg mogelijk is uit de economische ineenstorting waarop de ontwikkeling van het kapitalisme onvermijdelijk moet op uitlopen — en wij zien deze ineenstorting thans met onze eigen ogen — dan die van de socialisatie van de productiemiddelen. De productiekrachten hebben een nieuwe meester en organisator nodig en aangezien het bestaan het bewustzijn bepaalt twijfelt Marx geen ogenblik of de arbeidersklasse zal, ten koste van dwalingen en nederlagen, de werkelijke situatie leren inzien en vroeg of laat de onvermijdelijk praktische conclusies daaruit trekken.

Dat de socialisatie van de door het kapitalisme geschapen productiemiddelen een geweldig economisch voordeel betekent, is thans niet alleen theoretisch aantoonbaar, doch blijkt ook uit het experiment van de Sovjet-Unie, ondanks de beperkingen waaraan dit onderhevig is. Zeker, de kapitalistische reactionairen gebruiken — niet geheel en al zonder reden — het regime van Stalin als vogelverschrikker tegen de socialistische denkbeelden. Marx heeft dan ook inderdaad nooit beweerd dat het socialisme te verwezenlijken zou zijn in één land, en dan nog wel in een achterlijk land. De nog steeds voortdurende ontberingen, waaronder de massa’s in de Sovjet-Unie te lijden hebben, de almacht van de geprivilegieerde kaste die zich op de rug van het volk en zijn ellende omhooggewerkt heeft, en tenslotte het onbeteugelde recht van de sterkste van de bureaucraten, zijn geen uitvloeisels van de socialistische economische methode, doch van het isolement en de achterlijkheid van de Sovjet-Unie die gevangen zit in de greep van de kapitalistische omsingeling. Het wonder is veeleer, dat zelfs onder zo’n uitzonderlijk ongunstige omstandigheden de planmatige economie in staat is gebleken onovertrefbare voordelen te demonstreren.

Alle redders van het kapitalisme, de democratische zowel als de fascistische, trachten de macht van de kapitaalmagnaten te beperken of althans te camoufleren, teneinde “onteigening van de onteigenaren” te voorkomen. Zij beseffen allen — en velen komen er openlijk voor uit — dat het mislukken van hun pogingen onvermijdelijk moet leiden tot de socialistische revolutie. Zij zijn er allen in geslaagd aan te tonen dat hun methoden om het kapitalisme te redden niet anders zijn dan hulpeloze, reactionaire kwakzalverij. De prognose van Marx inzake de onvermijdelijkheid van het socialisme wordt dus volkomen bevestigd door het bewijs uit het negatieve.

Het programma van de Technocraten, dat opgang maakte in de grote crisis van 1929-1932 ging uit van de juiste veronderstelling dat de economie slechts te rationaliseren is door de technieken te verbinden met de wetenschap op zijn best, en de regering met dienst aan de gemeenschap. Zo’n combinatie is mogelijk wanneer de techniek en de regering worden verlost uit de slavernij van het privaatbezit. Hier ligt het punt waar de grote revolutionaire taak een aanvang neemt. Teneinde techniek te bevrijden uit de wirwar van de persoonlijke belangen en de regering in dienst van de gemeenschap te stellen, is het nodig de onteigenaars te onteigenen”. Alleen een machtige klasse, die belang stelt in haar eigen bevrijding en zich keert tegen de monopolistische onteigenaars, is in staat om deze taak te volbrengen. Slechts in eendrachtelijke samenwerking met een proletarische regering kan de deskundige groep van technici een werkelijk wetenschappelijke en nationale, dat wil zeggen socialistische economie opbouwen.

(…)

Gedeeltelijke hervormingen zullen evenmin baten als lapmiddelen. De historische ontwikkeling is één van die beslissende punten genaderd, waarop alleen het rechtstreekse ingrijpen van de massa in staat is de reactionaire hinderpalen uit de weg te ruimen en de grondslagen te leggen voor een nieuw regime. De afschaffing van het privaatbezit van de productiemiddelen is een eerste vereiste voor een planmatige economie, dat wil zeggen, voor het inschakelen van het gezond verstand op het gebied van de onderlinge verhoudingen van de mensen, eerst nationaal, en eventueel later over de gehele wereld.

Eenmaal begonnen, zal de socialistische revolutie van het ene land op het andere overslaan met onvergelijkelijk groter kracht dan het fascisme zich thans verbreidt. Door het voorbeeld en met de hulp van de ontwikkelde landen zullen de achterlijke landen ook meegesleept worden in de stroom van het socialisme. De door en door rotte douaneslagbomen zullen vervallen. De tegenstellingen, die Europa en de gehele wereld verscheuren, zullen hun natuurlijke en vreedzame oplossing vinden binnen het kader van de Socialistische Verenigde Staten van Europa en van andere werelddelen. De bevrijde mensheid zal zich dan in haar volle kracht kunnen oprichten.