Text Size

Zomerschool: De rol van revolutionaire media

Op de zomerschool van het CWI was er een commissie met discussie over de rol van de media en de wijze waarop marxisten gebruik kunnen maken van eigen media om onze ideeën te verspreiden. Een kort verslag van de discussie.

Door Tiphaine, Gauche révolutionnaire (Frankrijk)

Wij willen van alle mogelijke middelen gebruik maken om in dialoog te gaan met werkenden en jongeren. Dat omvat ook nieuwe methoden zoals internet, facebook en twitter. De sociale netwerken maken het mogelijk om naast de burgerlijke media onze standpunten en evenementen bekend te maken. Er zijn op beperkte schaal ook discussies mogelijk langs deze weg. Het verspreiden van onze standpunten en verslagen kan er soms toe leiden dat het wordt opgepikt door de gevestigde media. Daar neemt de werkdruk sterk toe waardoor journalisten steeds meer beroep moeten doen op facebook en twitter en om informatie te verzamelen. In een aantal landen namen nieuwe sympathisanten voor het eerst contact met ons op via facebook of twitter. Uiteraard kan dit nooit in de plaats van een gewone discussie komen, maar het zijn nuttige hulpmiddelen. Hiernaast zijn er ook mogelijkheden van video’s, maar dat kan nooit een volledig uitgewerkte analyse vervangen.

Het feit dat het gemakkelijker wordt om naast de gevestigde media te werken, bleek ook nuttig in de revoluties in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Facebook liet daar toe om informatie breder te laten verspreiden, ook buiten het land, zonder dat de censuur er direct de hand op kon leggen. De sociale netwerken werden door sommige journalisten bijna als reden van de revolutie uitgeroepen, maar dat is uiteraard niet correct. Sociale netwerken veranderen het bewustzijn niet, ze geven er slechts een uitdrukking van.

Websites hebben het voordeel van snelheid, de mogelijkheid om inhoudelijk sterk uitgewerkte stukken te brengen zonder dat dit veel kost en met steeds de mogelijkheid om via enkele muisklikken contact op te nemen. Het laat ons ook toe om klassiekers van het marxisme te verspreiden, wat niet overbodig is op een ogenblik dat de toegang tot deze werken steeds minder makkelijk wordt. Het is nuttig om zowel korte nieuwsberichten te brengen als meer uitgewerkte analyses, onze Belgische collega's brengen ze die laatste artikels samen op een meer theoretische website (marxisme.be). Tegelijk moeten we er over waken dat onze nationale websites niet te zwaar worden en ook dat het geen puur internationale aangelegenheid is. Een evenwicht is ook hier noodzakelijk.

Websites kunnen een zekere rol van organisator spelen, onder meer voor internationale solidariteitscampagnes is dat het geval. Het is ook mogelijk om uitgebreidere versies van artikels in onze kranten op het internet te plaatsen. De communicatiemogelijkheden via het internet staan niet in tegenstrijd tot papieren media en ze vervangen evenmin meetings, discussies,… De verkoop van onze krant blijft een uitstekende wijze om met jongeren en werkenden in discussie te treden en ook daadwerkelijk met hen in contact te komen. Dat is niet alleen vormend voor de leden, het is ook nuttig om beter aan te voelen wat leeft in de samenleving. We moeten mensen vaak overtuigen van het nut om onze krant te kopen. Een van de belangrijkste argumenten daarbij is dat onze publicaties zich niet beperken tot linkse analyses, maar ook concrete voorstellen doen om de strijd te versterken, voorstellen van actieplannen en methoden om een krachtsverhouding in het voordeel van de arbeidersklasse uit te bouwen.

De burgerlijke media verschillen van socialistische media omdat het in hun geval gaat om producten van private kapitalisten die winst willen maken. De gevestigde kranten zien hun lezersaantal al een tijdje afnemen, met bezuinigingen als gevolg (en de bijhorende impact op de kwaliteit van de informatie) en ook een groot gebrek aan investeringen. Zelfs in de kwaliteitsmedia komen 60% van de artikels recht uit persberichten. Een belangrijke functie van de gevestigde media is het aanvallen van de arbeidersbeweging, het bekritiseren van stakingen en sociale strijd,…

Onze media hebben een totaal ander doel. Zo voeren we in Engeland en Wales met ons weekblad campagne voor het idee van een algemene 24-urenstaking. In Ierland is onze krant van cruciaal belang in de strijd tegen de taks op huishoudens omdat we een strategie en tactieken voor de strijd naar voor brengen. Tijdens bewegingen neemt onze oplage soms spectaculair toe. In een periode van sociale crisis, is het potentieel voor de ontwikkeling van onze revolutionaire media bijzonder groot. Maar het is ook belangrijk om in periodes dat er schijnbaar weinig gebeurt de militante verkoop in stand te houden. Als we dat niet doen, zullen we ook minder goed voorbereid zijn op periodes van strijd.

Ieder lid moet onze krant lezen, een abonnement nemen en de krant ook verkopen. Daarnaast proberen we ook zoveel mogelijk leden te betrekken bij het schrijven. Het is belangrijk dat de inhoud van onze krant wordt besproken op de afdelingsvergaderingen, dat er opmerkingen worden gemaakt om onze publicaties te verbeteren en over hoe we nieuwe initiatieven kunnen nemen. Ook in landen waar we een weekblad hebben, zoals in Zweden, proberen we iedere week de inhoud van onze krant te bespreken op de afdelingen.

De redactie van een artikel gebeurt niet op dezelfde manier als het gericht is op een breed publiek van mensen die we voor het eerst ontmoeten op straat of eerder op vakbondsleden die een manier zoeken om hun strijdbaarheid in daden om te zetten en daarbij soms botsen met de structuren van hun vakbond, of nog als we ons richten op zowel nieuwe als meer ervaren leden van de partij. Bij het schrijven van een artikel moeten we steeds de vraag stellen: wie willen we bereiken en wat willen we dat blijft hangen?

Onze media kan arbeiders in strijd vertrouwen geven door hun standpunten en hun strijd op te nemen en breder bekend te maken. Dat zal doorgaans niet of amper gebeuren in de gevestigde media en zelfs in hun eigen vakbonden botsen werknemers vaak op onbegrip of een gebrek aan aandacht. Maar ook overwinningen moeten aan bod komen. Lenin stelde ooit: “Een strijd kan tot een overwinning leiden, maar als het nieuws van die overwinning niet wordt verspreid dan verliest ze 90% van haar waarde omdat de massa’s er geen lessen uit kunnen trekken.”

Het uitbouwen van collectieve en militante verkoop is geen sinecure. Het moet gepaard gaan met de nodige zorg voor discussies op de afdeling over hoe er op welke manier met onze publicaties zal gewerkt worden. Het volstaat niet om te zeggen dat we op een bepaalde dag ergens een verkoop zullen doen, het is beter om te zeggen dat we rond een bepaald punt campagne zullen voeren en daarbij specifiek wijzen op een artikel in ons blad.

Wij verdedigen de traditie van militante verkoop van een krant, de prijs voor die krant vormt een kleine politieke bijdrage. Het geld van onze publicaties dient om andere publicaties te maken, steeds met het doel om analyses en verslagen breder te verspreiden. Het laat ons tevens toe om een politieke interesse op te wekken bij de personen met wie we in gesprek gaan op straat.

We beschikken over beperkte krachten, maar hebben tegelijk grote ideeën en kunnen daar veel mee doen als we bredere lagen kunnen bereiken. Dat is de uitdaging waar we met onze werking inzake publicaties voor staan.