Text Size

60 jaar geleden: toen Chroetsjov Stalin afviel, maar geen einde maakte aan het stalinisme

In 1956 verbaasde Nikita Chroetsjov leden van de Communistische Partijen in de hele wereld met zijn toespraak waarin hij Stalin aanviel. Stalin was toen recent overleden en werd verafgood als de ‘grote leider’ van de Sovjet-Unie. De toespraak van Chroetsjov leidde tot revoltes tegen de rotte regimes in Rusland en Oost-Europa. Het toonde vooral aan dat het top-down stalinistisch bewind zijn limieten had bereikt.

 

chroetsjov

Een dossier door NIALL MULHOLLAND.

Op 14 februari 1956 kwam het 20ste partijcongres van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU) bijeen in het Kremlin in Moskou. Er waren 1.355 stemgerechtigde en 81 niet-stemgerechtigde afgevaardigden. Ze vertegenwoordigden 6,8 miljoen volledige leden en 620.000 kandidaat-leden van de CPSU. Tot de verrassing van velen opende Chroetsjov het congres met de vraag om allemaal recht te staan uit eerbetoon aan alle CP-leiders die overleden sinds het vorige congres in 1952. Daarmee stelde hij Stalin, de ‘grote leider’, op dezelfde voet als minder bekende figuren zoals Klement Gottwald of Kyuichi Tokuda.

Er zouden nog enkele schokken volgen. Op de laatste ochtend van het congres, op 25 februari, woonden enkel de Sovjet-afgevaardigden een sessie achter gesloten deuren bij. Ze luisterden er uit hun lood geslagen naar een een bijna vier uur durende toespraak van Chroetsjov die hiermee het congres en daarna de internationale communistische beweging schokte. Hij zette een vernietigende aanval in op Stalin die in 1953 was overleden. Stalin had zich schuldig gemaakt aan “ernstig machtsmisbruik”, stelde Chroetsjov. Hij ging over tot “massale arrestaties en deportaties van duizenden mensen, tot executies zonder rechtszaak of normaal onderzoek”, waardoor “onveiligheid, angst en zelfs wanhoop” gecreëerd werden. Stalin “toonde in heel wat gevallen zijn intolerantie, zijn brutaliteit en zijn machtsmisbruik. Hij koos vaak voor de weg van repressie en fysieke uitschakeling, niet alleen tegen zijn eigenlijke vijanden maar ook tegen individuen die geen enkele misdaad tegen de partij of de Sovjet-regering begingen.”

Onschuldige mensen werden gedwongen om misdaden op te biechten omdat “de fysieke methoden van druk, marteling, buiten bewustzijn brengen, vernietigen van elk inschattingsvermogen en het ontnemen van hun menselijke waardigheid” hen daartoe bracht. Stalin had “persoonlijk een ondervrager bij hem geroepen, bevelen gegeven en gezegd welke methoden hij moest gebruiken. De methoden waren eenvoudig: slaan, slaan en nog eens slaan.” Chroetsjov haalde ook uit naar het oorlogsbeleid van Stalin en zijn “monsterlijke” deportatie van Kaukasische volkeren. Stalin was verantwoordelijk voor de verwoesting van de landbouw en voor het promoten van zijn “vreselijke” persoonlijkheidscultus. Stalin had de ideeën en nalatenschap van Lenin verraden, stelde Chroetsjov. Zijn veroordelingen waren echter beperkt. Hij meende dat ‘trotskistische’ en ‘boecharanistische’ dissidenten niet fysiek moesten uitgeschakeld worden, maar wel dat het om “ideologische en politieke vijanden” ging.

Om zichzelf toch wat te verantwoorden, stelde Chroetsjov dat hij samen met andere hooggeplaatste medewerkers van Stalin nu pas naar buiten kwam met deze kwesties omdat ze “de zaken op verschillende ogenblikken anders ingeschat hadden.” Hij beweerde dat hij niet wist wat Stalin in hun naam deed en toen dit ontdekt werd, was het te laat. Chroetsjov stelde ook dat Stalin plannen had om zijn kameraden van het Politburo, de centrale leiding, om te brengen met als doel “om de schandalige handelingen die we nu bekendmaken onder de mat te vegen.” Leiders en voormalige bondgenoten van Stalin, zoals Molotov, Malenkov, Kaganovitsj of Vorosjilov, zaten er ijzig stil bij.

De inhoud van de ‘geheime toespraak’ verspreidde zich snel. Afgevaardigden uit Oost-Europa mochten het de volgende avond horen. Tegen 5 maart waren er kopies rondgestuurd doorheen de Sovjet-Unie. Binnen de maand verscheen er een officiële vertaling in Polen waar er 12.000 exemplaren van gedrukt werden. Een van die exemplaren raakte in het westen.

Door Stalin af te vallen, wilde Chroetsjov de samenleving in de Sovjet-Unie niet fundamenteel veranderen. Maar zijn toespraak had verregaande en langdurige gevolgen. Het was een vernietigende slag voor de stalinistische regimes en het droeg bij aan de revolte in Polen en de Hongaarse revolutie van 1956. Decennia later zou Michael Gorbatsjov, de laatste Sovjet-leider voor de ontbinding en de brutale terugkeer van het kapitalisme, Chroetsjov aanprijzen als een “moreel hoogstaande” man.

Bureaucratie verdedigt zich

De westerse kapitalistische media probeerde de toespraak van Chroetsjov af te doen als een uiting van persoonlijke haat tegen Stalin (die zeker bestond) of zelfs als een soort laattijdig ontdekte morele afkeuring van de misdaden onder Stalin. Maar Chroetsjov en andere leiders hadden deelgenomen aan de zuiveringsoperaties van Stalin en aan andere misdaden. In de toespraak van Chroetsjov werden alle misdaden – de massamoorden, valselijke in kaart gezette beschuldigingen, concentratiekampen en andere misdaden tegen de arbeidersklasse en nationale minderheden – volledig in de schoenen van Stalin geschoven. Maar hoe kon één individu al deze misdaden begaan?

Leon Trotski legde uit dat Stalin de bureaucratische kaste vertegenwoordigde: miljoenen geprivilegieerde toplui die de CPSU en de regering domineerden en vanuit die positie de industrie, de samenleving en de staat in hun eigen belangen beheerden. De dictatuur van Stalin vertegenwoordigde de noden van deze kaste die de macht van de arbeidersklasse naar zich toe had getrokken. “Voordat hij zijn eigen koers wist te vormen, vormde de bureaucratie Stalin,” merkte Trotski op in ‘De Verraden Revolutie’ (1937).

De Russische revolutie van 1917 was een van de grootste gebeurtenissen uit de menselijke geschiedenis. Er kwam in februari een einde aan het tsaristische bewind, het kapitalisme en het grootgrondbezit werden in oktober omvergeworpen door de massa van werkenden en boeren onder leiding van Lenin, Trotski en de Bolsjewieken (later omgevormd tot de Communistische Partij). De grote industrie werd in publieke handen genomen onder democratische arbeiderscontrole. Het zorgde voor een enorm enthousiasme in de rest van de wereld met een proces van wereldwijde revolutie.

Maar na enkele jaren tijd werd de macht door de bureaucratische elite uit handen van de arbeiders gehaald. Het isolement van de revolutie in Rusland – nadat arbeidersrevoluties in heel Europa en vooral in Duitsland en China op nederlagen uitliepen – en het achtergebleven karakter van de economie lieten de bureaucratie toe om onder leiding van Stalin de touwtjes in handen te nemen. “Hoe zwaarder de klappen waren die de wereldwijde arbeidersklasse opliep, des te meer zelfvertrouwen kreeg de Sovjet bureaucratie”, aldus Trotski.

Trotski en de Linkse Oppositie voerden een enorme strijd tegen deze bureaucratisering. Jammer genoeg was de massa van arbeiders in Sovjet-Rusland uitgeput na jaren van revolutionaire en contrarevolutionaire strijd, bovenop vreselijke economische en sociale achterlijkheid als erfenis van het tsaristische regime.

Wat overbleef van de arbeidersstaat was een geplande economie gecontroleerd door de staat. Het doel van Lenin en Trotski was een geplande economie die democratisch beheerd werd door comités van werkenden gericht op de belangen van de volledige bevolking. Toen Stalin en de bureaucratie de macht overnamen, werd geen enkele inbreng van de werkenden in beslissingen over de economie of het beheer van de samenleving geduld. Ondanks de deformatie van de geplande economie, ging Rusland vooruit van een achtergebleven land naar een supermacht. Dit is een indicatie van wat mogelijk zou zijn indien een economie democratisch gepland wordt.

Onder een bureaucratie die met wrede methoden de eigen machtspositie veilig stelt, gingen alle stappen vooruit ten koste van een enorme menselijke en materiële prijs. De economie ontwikkelde, maar de bureaucratie, die onder bepaalde omstandigheden een relatief progressieve rol kan spelen, kwam hierdoor steeds meer in conflict met de noden van de economie en op cultureel vlak. Het werd een absolute rem op de ontwikkeling van de productiekrachten.

De opkomst van Chroetsjov

In zijn geheime toespraak van 1956 beweerde Chroetsjov dat hij en andere leiders in het Kremlin terugkeerden naar de methoden van Lenin. In werkelijkheid maakten ze slechts op cynische wijze misbruik van de reputatie van Lenin om de privileges van de bureaucraten rond hen veilig te stellen. De opkomst van Chroetsjov is veelzeggend voor de sociale belangen die hij vertegenwoordigde. Hij was impulsief, sluw en ambitieus waardoor hij  betrouwbaar was om alle orders, ook de meest wrede, van Stalin uit te voeren.

Chroetsjov was in 1894 geboren in een arme landbouwersfamilie in de buurt van de hedendaagse grens tussen Rusland en Oekraïne. Nikita Chroetsjov genoot amper officieel onderwijs. Hij verhuisde naar Joezovka (Donetsk) en werd een metaalarbeider die tevens de Pravda, de krant van de bolsjewieken, verspreidde. Toen de tsaar van de troon verdween in 1917 werd Chroetsjov verkozen in de arbeidersraad (sovjet) van Roetsjenkovo en in mei werd hij er de voorzitter van. Hij werd door het Rode Leger gemobiliseerd en was tijdens de burgeroorlog na de oktoberrevolutie politiek commissaris in de strijd tegen de westerse kapitalistische legers die Rusland binnenvielen om de contrarevolutionaire krachten, bekend als de ‘Witten’, te ondersteunen.

Chroetsjov werd pas in 1918 lid van de bolsjewieken. Zijn biograaf, William Taubman, merkt op dat de bewering van Chroetsjov dat hij zijn ideologische positie onmiddellijk na oktober 1917 vastlegde “helemaal verkeerd is. Wellicht stond Chroetsjov zelfs dichter bij de mensjewieken met hun nadruk op economische verbetering dan bij de bolsjewieken die ten alle prijze de politieke macht wilden. De mensjewieken stonden vooral sterk onder beter gestelde werkenden die iets te verliezen hadden. Chroetsjov was zo iemand. Zolang de gematigden de controle hadden, kon hij er voordeel uithalen. Pas nadat de bolsjewieken de macht overnamen en het ernaar uitzag dat ze de pogingen tot contrarevolutie zouden afslaan, besloot Chroetsjov om hun kant te kiezen.” (Khrushchev: The Man and His Era, 2003)

Na de nederlaag van de Witten en het einde van de burgeroorlog, werkte Chroetsjov zich op in de steeds meer stalinistische hiërarchie in Oekraïne en nadien in Rusland. Reeds in 1932 keek hij vol bewondering naar Stalin. Hij kende een snelle opmars in de partijstructuren en werd in 1935 de eerste secretaris van het Regionaal Comité in Moskou en lid van het Centraal Comité. In datzelfde jaar kreeg hij van Stalin een medaille van de Orde van Lenin wegens zijn toezicht op de aanleg van een metrosysteem in Moskou, een project dat bijzonder snel en met een enorme dodentol onder de arbeiders tot stand kwam.

Showprocessen en zuiveringen

Ondanks zijn latere pogingen om zich van de misdaden van Stalin te distantiëren, steunde Chroetsjov de bloedige zuiveringen van de jaren 1930 en keurde hij duizenden arrestaties goed. Vanaf 1934 begon Stalin een campagne van politieke repressie, ook wel bekend als de ‘grote zuivering’, waarbij miljoenen mensen omgebracht werden of naar de goelags verdwenen, een uitgebreid netwerk van gevangenissen en gevangenenkampen. Een centrale plaats in deze zuiveringen werd ingenomen door de Moskouse processen, een reeks showprocessen tegen toplui van de CPSU en het leger.

In 1936 toonde Chroetjsov zijn enthousiaste steun aan de doodstraf voor de oude bolsjewieken Kamenev en Zinovjev: “Al wie de successen die we in ons land behaalden toejuicht alsook de overwinningen van onze partij onder leiding van de grote Stalin, zal slechts één woord vinden die gepast is voor de huurlingen en fascistische honden van de bende van Trotsky en Zinovjev. Dat woord is executie.”

Chroetsjov was verantwoordelijk voor de zuivering van heel wat vrienden en collega’s. Van de 38 toplui in en rond de stad Moskou werden er 35 vermoord. Van de 146 partijsecretarissen in de provincie Moskou overleefden er slechts 10 de zuiveringen. Volgens Taubman gaf het Politbureau in 1937 aan Chroetjsov een quotum van 35.000 “vijanden van het volk” die moesten opgepakt worden waarvan 5.000 moesten vermoord worden. Chroetsjov overtrof de doelstelling en liet 41.000 mensen arresteren waarbij er 8.500 ‘geliquideerd’ werden. Hij vroeg om 20.000 voormalige koelakken (rijke boeren) die naar de regio van Moskou gevlucht waren hieraan zouden toegevoegd worden.

Ondanks zijn bijzonder enthousiaste loyaliteit aan Stalin was Chroetsjov toch bang voor zijn eigen verleden. In de jaren 1920 was hij gedurende korte tijd lid geweest van een oppositiegroep in Donbass. Hij vreesde dat dit hem fataal zou worden, net zoals het vele anderen fataal werd. “In 1923 volgde ik een opleidingsprogramma voor arbeiders en maakte ik me schuldig aan trotskistische illusies. Ik was op een verkeerd spoor gezet door Kharesjko, een eerder bekende trotskist. Ik bleef verschillende stromingen analyseren, maar ik wist dat deze man voor de revolutie had gevochten voor de mensen, voor de arbeiders en de boeren”, schreef Chroetsjov nadien in zijn memoires. In 1937 biechtte hij dit op aan Stalin. De dictator ‘adviseerde’ hem om het openlijk te vertellen op de partijconferentie van de Moskouse CP. Chroetsjov deed dit en werd onder applaus herkozen.

Tweede Wereldoorlog

Chroetsjov werd in 1938 door Stalin naar de Oekraïne gestuurd om er de zuiveringen verder te zetten. Na het beruchte Stalin-Hitler pact in augustus 1939 gingen Sovjet troepen over tot de bezetting van een deel van het oosten van Polen, vandaag is dit gebied westelijk Oekraïne, waar een groot aantal etnische Oekraïners woonden. Snel nadat ze bij de Sovjet-Unie gevoegd waren, kregen deze westelijke Oekraïners te maken met de hardhandige acties van de Sovjet bureaucratie die deze regio bijvoorbeeld onder de knoet hield door enkel oostelijke Oekraïners aan te stellen.

Na de invasie van nazi Duitsland in juni 1941 werd Chroetsjov opnieuw als commissaris aangesteld waarbij hij een tussenpersoon was tussen Stalin en zijn generaals. De zuiveringen hadden een groot deel van de legerleiding, waaronder de meest getalenteerde officiers, weggemaaid. Het betekende dat de Sovjet-Unie niet voorbereid was op de nazi-aanvallen. Volgens Taubam begon Chroetsjov de onfeilbaarheid van de ‘grote leider’ in vraag te stellen toen de irrationele militaire beslissingen van Stalin leidden tot de dood van duizenden soldaten van het Rode Leger.

In zijn geheime toespraak zei Chroetsjov: “Indien onze industrie ernstig gemobiliseerd was en tijdig het leger had kunnen voorzien van het nodige materieel, dan zouden onze oorlogsverliezen een pak kleiner geweest zijn. In de eerste dagen van de oorlog werd duidelijk dat ons leger slecht bewapend was, dat we onvoldoende artillerie, tanks en vliegtuigen hadden om de vijand te stoppen.” Toen de Sovjet-regering bekomen was van de eerste schok na de invasie door Hitler, werden menselijke en materiële middelen op bijzonder grote schaal geëvacueerd en werd de oorlogsindustrie gereorganiseerd. De heldhaftige vastberadenheid van de arbeidersklasse om het land te verdedigen tegen de invasie en om de verworvenheden van de revolutie te beschermen, was beslissend in de strijd tegen het nazisme.

De overwinning van de Sovjet-Unie in de oorlog was een van de belangrijkste factoren die het mogelijk maakte dat het stalinistische regime na 1945 nog enkele decennia kon standhouden. Voor de arbeiders van Rusland en de rest van de wereld leek het alsof de bureaucratie een progressieve rol speelde. De geplande economie werd verdedigd tegen Hitler en dit werd gevolgd door de uitbreiding van stalinistische regimes naar het oosten van Europa en in 1949 was er ook de Chinese revolutie. Deze regimes waren geen gezonde arbeidersstaten maar volgden het model van stalinistisch Rusland. Deze nieuwe stalinistische regimes versterkten op hun beurt het regime in Moskou.

De belangrijkste reden waarom de stalinistische bureaucratie het al die tijd kon volhouden, was de ontwikkeling van de productiekrachten ook al bleef de angst voor de dictatuur een rol spelen. Van een achtergebleven en voornamelijk op de landbouw gericht land werd Rusland omgevormd tot de tweede grootste industriële macht en een belangrijke militaire rivaal voor het VS-imperialisme.

In december 1949 werd Chroetsjov terug naar Moskou gehaald als adviseur van Stalin. De ouder wordende en steeds meer paranoïde Stalin wilde een nieuwe bloedige zuivering lanceren die de samenleving tot chaos zou brengen – en de algemene belangen van de heersende bureaucratie bedreigde – op een ogenblik dat het land zich pas herstelde van de oorlog.

Machtstrijd

Op 5 maart 1953 overleed Stalin echter plots (mogelijk werd hij vermoord). Hierna volgde een machtstrijd aan de top. Veel toplui beseften dat er hervormen van bovenaf nodig waren om een revolutie van onderuit te vermijden. De woede onder de intellectuelen en delen van de werkenden nam sterk toe. Er waren grote protestacties tegen het stalinistische regime van Oost-Duitsland en er waren opstanden in arbeidskampen in Rusland. Deze opstanden werden bloedig neergeslagen. Binnen een week na de dood van Stalin gaf Beria, de beruchte chef van de geheime politie, bevel om een miljoen gevangenen amnestie toe te kennen, hij begon de dwangarbeid te stoppen en maakte een einde aan bekentenissen op basis van martelingen.

De voorstanders van ‘hervormingen’, onder leiding van Chroetsjov, haalden het in de machtstrijd. Zelfs indien de bureaucratie erg bang was voor de beweging die deze ‘dooi’ kon veroorzaken, was het evenmin mogelijk om met de oude methode van massaterreur verder te gaan. De Sovjet-Unie was niet langer de primitieve economie van het verleden. Zowat de helft van de bevolking leefde nu in steden, miljoenen arbeiders hadden onderwijs genoten en hadden toegang tot cultuur. Chroetsjov en zijn medestanders keerden zich tegen de hardleerse stalinisten aan de top. De meest draconische wetten verdwenen. Maar er bleven politieke gevangenen bestaan. Beria werd neergeschoten.

De toespraak van Chroetsjov op het 20ste partijcongres was het begin van de zogenaamde ‘destalinisering’. Chroetsjov bleef Stalin voorstellen als een noodzakelijke en historische figuur. Op een plenum van het Centraal Comité in 1957 voerde hij strijd tegen enkele rivalen en op een vergadering waar de terreur van Stalin gedetailleerd besproken werd, riep hij uit: “Wij allemaal samen komen nog niet aan de enkels van Stalin.”

Zoals Chroetsjov vreesde, zette de dooi de deur voor een golf van protest open. In juni 1956 was er een opstand in Polen. Een algemene staking in Poznan in de zomer werd onderdrukt, maar het protest verspreidde zich tegen oktober doorheen het hele land. Er werden arbeidersraden in de fabrieken opgezet. Maar de beweging werd door de CP onder leiding van Gomulka overgenomen met oproepen voor ‘hervormingen’ en ‘nationale onafhankelijkheid.’ Tevreden dat de Poolse arbeidersklasse niet aan de macht kwam, sloot Chroetsjov een compromis met Gomulka.

Maar er doken nog grotere problemen op voor Chroetsjov. In oktober 1956 werden er in tijdens de Hongaarse revolutie arbeiderscomités gevestigd. Chroetsjov en de heersende bureaucratie wisten dat een geslaagde revolutie in Hongarije een inspiratiebron zou zijn voor de Russische arbeidersklasse en dat de dagen van het stalinistische bewind in Rusland mogelijk geteld waren. Dat is waarom de revolutie in Hongarije op bloedige wijze gestopt werd.

De omstandigheden in Hongarije waren gunstig voor een succesvolle politieke revolutie. De arbeidersklasse kon het bureaucratische bewind omverwerpen en democratische arbeiderscontrole en -beheer vestigen in de geplande economie. Tegenover deze opstand was de bureaucratie verdeeld. Duizenden leden van de CP sloten bij de revolutie aan. De regering was geparalyseerd en de echte macht was in handen van de arbeidersraden. Moskou kon niet vertrouwen op de Sovjet troepen in Hongarije die steeds meer verbroederden met de revolutionairen. Er werden andere troepen uit het verre oosten van Rusland gestuurd. Deze kregen te horen dat ze naar Berlijn gingen om een fascistische revolte te stoppen.

Ondanks de machtige tegenstanders leverden de Hongaarse arbeiders een heldhaftige strijd, met twee algemene stakingen en twee gewapende opstanden. Wat ontbrak in Hongarije was een revolutionaire en internationalistische partij zoals de bolsjewieken in 1917. Dit had het verschil kunnen maken om een overwinning te boeken en van daaruit de arbeiders in de rest van Oost-Europa en de Sovjet-Unie aan te spreken. De revolutie werd de kop ingedrukt en tienduizenden mensen lieten het leven daarbij.

Van de top naar de bodem

Naast het gebruik van repressie konden Chroetsjov en de bureaucratie hun macht stabiliseren door de reële resultaten van de geplande economie.  Er kwam een massaal programma van huizenbouw onder de bijnaam ‘Chroetstyovka’. Goedkope appartementsgebouwen met drie tot vijf verdiepingen kwamen in de plaats van de overbevolkte flatgebouwen. Rusland lanceerde de eerste satelliet rond de aarde, Spoetnik 1, in 1957 en stuurde in 1961 de eerste man in de ruimte: Joeri Gagarin. Met groeicijfers van 10% kon Chroetsjov beweren dat Rusland de VS zou voorbijsteken tegen 1980. “We maken hen in,” pochtte hij in oktober 1961.

Ondanks het monsterlijke karakter van de stalinistische samenleving had de geplande economie de industrie, wetenschap en techniek ontwikkeld tot een punt waarop de materiële voorwaarden bestonden om in de richting van socialisme te gaan. Zoals Marx uitlegde vereist dit een arbeidersstaat die een niveau van ontwikkeling kent dat minstens even hoog is als de meest ontwikkelde kapitalistische landen. Dat was echter niet mogelijk zolang de bureaucratie een enorme last bleef op de kap van de arbeidersklasse en een obstakel bleef voor verdere ontwikkeling.

Chroetsjov verdedigde ook de Sovjet-belangen in het buitenland. De twee supermachten kwamen tijdens de Cubaanse rakettencrisis van 1962 dicht bij een kernoorlog.  De kapitalistische machten en media stelden dat Chroetsjov eerst toegaf door raketten uit Cuba terug te trekken. Hij kreeg veel steun voor dat standpunt en het dwong de VS er uiteindelijk toe om raketten uit Turkije weg te trekken en om te beloven dat Cuba niet zou aangevallen worden.

Maar zelfs begin jaren 1960 was de crisis van het stalinisme al duidelijk in de landbouw, de achillespees van de economie. De topdownpolitiek waarbij ook grandioze projecten werden opgezet, onder meer om maïs te telen in regio’s die daar niet voor geschikt waren, maakte de problemen enkel groter. Een slechte oogst in 1963 zorgde ervoor dat Rusland graan uit het westen moest invoeren en problemen had om iedereen toegang tot brood te geven, wat leidde tot onrust. Deze gebeurtenissen overtuigden de angstige bureaucratie ervan dat de ‘hervormingen’ van Chroetsjov het volledige systeem bedreigden en dat hij van het toneel moest verdwijnen.

Een groep samenzweerders rond Leonid Breznjev viel Chroetsjov aan voor zijn falende beleid. Ze verzetten zich sterk tegen zijn bevel om een derde van de leden van de partijcomités te vervangen bij elke verkiezing. Op 14 oktober 1964 stemde het presidium en het Centraal Comité in met het “vrijwillige” verzoek van Chroetsjov om ontslag te nemen wegens “gevorderde leeftijd en slechte gezondheid.” Op enkele dagen tijd werd de ‘geliefde leider’ een gepensioneerde ‘niet-persoon’. Toen hij in 1971 overleed, volgde er geen staatsbegrafenis en Chroetsjov werd evenmin begraven in het Kremlin.

Terugkeer van het kapitalisme

Het bewind van Brezjnev vormde een periode van stagnatie. De bureaucratische methoden waren niet verenigbaar met de invoering van nieuwe technologie en nieuwe productietechnieken. De arbeidersklasse moest de macht uit de handen van de bureaucraten halen om de geplande economie democratisch te beheren. Dat vereist het bestaan van een revolutionaire partij. Maar er bestonden zelfs geen onafhankelijke arbeidersorganisaties in de Sovjet-Unie.

De arbeiders waren kwaad over de luxueuze levensstijl van de bureaucraten terwijl hun eigen levensstandaard achteruitging. Ze eisten democratie en een beter leven. Het besef dat hervormingen van de top nodig waren om een revolutie van onderuit te vermijden, gaf aanleiding tot de aanstelling van Gorbatsjov als algemeen secretaris van de Communistische Partij in 1985 en als staatshoofd in 1988. Hij oefende die functie uit tot aan de val van het stalinisme in 1991. Het beleid van glasnost (openheid) en perestrojka (herstructureren) vergrootte enkel de roep van de massa’s naar meer democratische rechten en een  betere levensstandaard.

In de jaren 1930 had Trotski voorspeld dat ofwel de arbeidersklasse de bureaucratie zou omverwerpen en de macht zou nemen ofwel dat het kapitalisme een einde zou maken aan de geplande economie. Elementen van beide mogelijkheden waren aanwezig in de situatie van eind jaren 1980 en begin jaren 1990. De massabewegingen van werkenden in heel Rusland en Oost-Europa en hun potentieel om tot oprecht socialisme te komen, leidde tot angst onder de bureaucratie in de Sovjet-Unie maar ook onder de kapitalistische machten in het westen. De afwezigheid van een revolutionair socialistisch alternatief zorgde er echter voor dat deze strijdbewegingen tot het einde van het stalinisme leidden, maar ook tot de herinvoering van de kapitalistische markteconomie.

De arbeiders in de Sovjet-Unie en Oost-Europa betaalden een hoge prijs hiervoor. Ze ondergingen de horror van het kapitalisme: massale werkloosheid, teloorgaan van volledige industriële sectoren, grootschalige privatiseringen, ineenstorting van de levensstandaard en dalende levensverwachting, oorlogen en conflicten, een opmars van nationalisme en etnische haat, de opkomst van oligarchen en een groteske ongelijkheid. De val van de Sovjet-Unie bood de verdedigers een gouden kans om in het offensief te gaan tegen de ideeën van het ‘communisme’, marxisme en socialisme.

25 Jaar later is de belofte van vrede en welvaart onder het kapitalisme niet waargemaakt voor de overgrote meerderheid van de bevolking. De economische crisis van het kapitalisme en het besparingsbeleid leiden tot meer antikapitalistische gevoelens. Jongeren zoeken steeds meer naar socialistische ideeën. Het blijkt in de VS met de campagne van de ‘democratische socialist’ Sanders of de Britse jongeren die steun geven aan de socialistische voorzitter van Labour, Corbyn.

De arbeidersklasse, jongeren en onderdrukten hebben zoals in 1917 hun eigen onafhankelijke massa-organisaties nodig waarmee ze ingaan tegen het kapitalisme en opkomen voor een socialistische samenleving. Op deze manier zullen ze ontdekken dat de objectieve voorwaarden voor echt socialisme – niet de stalinistische karikatuur ervan – vandaag veel sterker aanwezig zijn dan in Rusland in 1917. De enorme ontwikkeling van de productiekrachten op wereldvlak en de moderne communicatiemogelijkheden bieden de basis voor een wereldwijde systeemverandering en de ontwikkeling van een socialistische samenleving beheerd door en voor de arbeidersklasse.