Text Size

De onmogelijke zoektocht naar kapitalistische stabiliteit

 We kijken terug op 2016 met enkele ‘longreads’ over de crisis op economisch, sociaal en politiek vlak. Van het lokale tot het internationale terrein gaan we op enkele centrale elementen in. Starten doen we met een tekst geschreven door Peter Taaffe naar aanleiding van een bijeenkomst van de internationale leiding van het CWI begin december. Dit is een uitstekende analyse van de wereldsituatie. Het betreft een tekst die ingekort werd voor het magazine ‘Socialism Today’, de volledige Engelstalige versie van de tekst in resolutievorm is beschikbaar via socialistworld.net

De verkiezing van Donald Trump onder de slogan ‘Amerika eerst’ voegt een nieuw vluchtig ingrediënt toe aan de wereldverhoudingen. Maar Trump zal niet voorbij dezelfde objectieve situatie kunnen als Barack Obama voor hem: een verzwakt VS-imperialisme in een multipolaire wereld, een langdurige periode van stagnatie waardoor mogelijkheden voor een stabiel kapitalistisch bewind ondermijnd worden. Als bijdrage aan de analyse over de wereldperspectieven hieronder enkele uittreksels uit een langere verklaring van het CWI die begin november werd voorbereid door Peter Taaffe.

De crisis van het wereldkapitalisme is diepgaander en de burgerlijke strategen zijn voorzichtiger inzake de vooruitzichten voor hun systeem dan een jaar geleden. Een steeds terugkerend thema is het gebrek aan ‘legitimiteit’ van het kapitalisme: op economisch vlak, inzake wereldverhoudingen, milieu en klimaatverandering en in de sociale en politieke vertalingen hiervan. Er is bovendien een reële angst die vaak onuitgesproken blijft over het feit dat we ‘op de rand van een uitbarsting’ leven, in de burgerlijke retoriek betekent dat massale opstanden en zelfs revolutionaire verandering.

Deze kenmerken van de huidige situatie staan centraal ondanks uitgesproken reactionaire elementen in de onoplosbare crisis in Syrië en het Midden-Oosten met religieus sektarisme, wederzijdse slachtpartijen met onschuldige slachtoffers aan beide kanten, en de gevolgen ervan met een massale exodus van vluchtelingen die veiligheid en een beter leven zoeken. Dit heeft de Middellandse Zee omgevormd tot een massagraf waar tienduizenden het leven lieten. Als de vluchtelingen de ‘veiligheid’ van Europa opzoeken, worden ze meteen onthaald op hekken en afsluitingen die duidelijk maken dat het ‘vrij verkeer van personen’, een zogenaamde hoeksteen van de Europese Unie, een illusie is.

De oorlog en de gevolgen ervan op de buurlanden doen denken aan de Eerste Wereldoorlog, maar op een beperktere schaal. De oorlog duurt al zes jaar en het einde is niet in zicht. De ‘grootmachten’ zijn er allemaal in betrokken – de VS en Rusland in het bijzonder met hun lokale ‘bondgenoten’. Maar noch de grootmachten noch de bloeddorstige jihadisten met hun barbaarse methoden bieden oplossingen op lange termijn. Enkel de arbeidersbeweging en een heropgebouwde arbeidersbeweging in de regio, in samenwerking met de internationale arbeidersbeweging, kan een uitweg uit het bloedige moeras bieden op basis van klasseneenheid en socialistische verandering.

Afname van de Amerikaanse macht

Het falen van de grootmachten om een oplossing op te leggen, is op zich een uitdrukking van de snelle en opmerkelijke veranderingen in de wereldverhoudingen. Vooral de relatieve afname van het VS-imperialisme valt daarbij op. De filosofie van het ‘einde van de geschiedenis’, de dominante visie na de val van het stalinisme, is al lang gediscrediteerd. We zijn ook amper 13 jaar na het begin van de oorlog in Irak, toen het VS-imperialisme de doctrine van de unipolaire wereld naar voor bracht en dit probeerde te versterken met de bijhorende militaire doctrine van ‘full spectrum dominantie.’ Het betekende dat de wereld zou moeten dansen naar de militaire en politieke pijpen van het VS-imperialisme.

Deze doctrine werd gevolgd door de multipolaire doctrine waarin de VS moest samenwerken met Rusland en China. De VS moet de militaire impact van Rusland in het Midden-Oosten erkennen. Deze impact is gebaseerd op olie-inkomsten en grondstoffen, ondanks de economische zwakte van Rusland. Daarnaast is er ook het opkomende China met een grote economische kracht en een groeiende militaire macht die vooral, maar niet alleen, in Azië een impact heeft.

Het veelzijdige Syrische conflict dwong de VS en Rusland, ondanks steun aan verschillende elkaar bekampende marionetten of ‘proxies’, om samen te werken tegen ISIS terwijl ze tegelijk elkaar bestrijden. Het doet wat denken aan gevangenen die aan elkaar geketend zijn. Beperkte militaire confrontaties tussen Rusland en de VS kunnen gezien de toegenomen spanningen niet volledig uitgesloten worden.

Er zijn ook confrontaties in andere regio’s, zoals Oekraïne of nu in de Baltische Staten, waar de VS er terecht van beschuldigd wordt om Rusland te omcirkelen door een uitbreiding van de NAVO. Maar dit is geen terugkeer naar de ‘Koude Oorlog’, een conflict tussen twee verschillende en antagonistische sociale stelsels: een bureaucratisch gedomineerd systeem van een geplande economie versus het kapitalisme.

Het conflict gaat nu tussen twee kapitalistisch-imperialistische staten die beiden zoeken naar meer macht, inkomsten en prestige bovenop militaire en strategische posities. Dit zal niet leiden tot een nieuwe wereldoorlog, zoals voorspeld wordt door bepaalde commentatoren, maar conventionele militaire confrontaties tussen beide kernmachten zijn niet uitgesloten. De VS probeert de Russische macht te ondermijnen en te beperken. Eenzelfde poging wordt in Azië ondernomen tegenover China. Dit zal wellicht vooral de vorm van ‘containment’ aannemen met economische en andere sancties. Er kwamen al sancties tegen Rusland na de oorlog in Oekraïne en de annexatie van de Krim door Rusland.

De aandacht op de regio van de Pacific onder Barack Obama heeft hetzelfde doel van een consolidatie van de Amerikaanse economische macht en militaire invloed tegenover China. Maar de VS kan niet alles hebben. In het conflict met China komt de VS zwakker over dan voorheen. Zelfs de Filipijnen, een voormalige loyale bondgenoot, heeft zich gedistantieerd van de VS. Rodrigo Duterte, een bloeddorstige president die zichzelf met Hitler vergeleek, dreigde ermee zich op China te richten. Het is een poging van Duterte om te manoeuvreren tussen de VS en China om er voordeel uit te halen voor de Filipijnen en zichzelf.

Het is ook een weerspiegeling van de veranderende verhoudingen in de regio tussen de VS en China. Die eerste macht is nog steeds de dominante militaire kracht, maar China haalt de VS snel bij. Er waren bovendien al enkele confrontaties in de Chinese Zuidzee, waar 30% van de wereldhandel passeert. Wellicht zullen de spanningen toenemen naarmate de machtsstrijd in de regio toeneemt.

We zien nu een een ongemakkelijke ‘driemachten dominantie’ over de wereld met de VS, China en Rusland. De VS blijft aan het roer staan inzake economische en militaire macht. Op basis van de huidige trends kan China als dominante wereldmacht opkomen, maar dat is afhankelijk van hoe China economisch, sociaal en politiek ontwikkelt op korte en middellange termijn.

Stagnatie in China?

‘Zal China oud zijn voor het rijk wordt?’, is een pertinente vraag gezien de demografie van het ondertussen opgeheven één-kindbeleid waarmee de bevolkingsgroei werd gestopt. In ruwe economische cijfers kan China de VS voorbijsteken. Maar een economische positie is niet enkel een kwestie van groei van het bruto binnenlands product (BBP), ook de productiviteit en de koopkracht spelen mee. Op die vlakken ligt China ver achterop tegenover de VS, ook al is er een significante groei van de ‘middenklasse.’

Niet in het minst is er ook de onvermijdelijkheid van massale opstanden, zoals de revolte in Wukan reeds aangaf. In de komende periode kunnen dergelijke bewegingen snel ontwikkelen. De groei kent een vertraging en de handel met de rest van de wereld kende een belangrijke krimp. De best geïnformeerde burgerlijke commentatoren kwamen de afgelopen periode tot dezelfde conclusie als wij en ze omschrijven China nu als ‘staatskapitalistisch.’ Het regime van Peking kwam met heel wat resoluties en verklaringen over de openingen voor de markt en de afbouw van de staatssector, maar dit is niet volledig doorgevoerd. Het betekent dat de staat op directe wijze kan tussenkomen, wat niet mogelijk is in het ‘vrijemarktsysteem’ van de VS en Europa.

Zeker na de wereldwijde crisis van 2007-08 kon het regime op nooit geziene schaal krediet in de economie pompen. Het leidde tot een verhouding van schulden tegenover BBP van 270%. Onder een ‘puur’ kapitalistisch regime in het Westen zou dit geleid hebben tot een grote ineenstorting zoals in Griekenland. In het verleden leverde 1 dollar krediet 1 dollar groei op. Nu is er 6 dollar krediet nodig voor hetzelfde resultaat.

De vele kredieten maakten dat China een tijdlang de wetten van de economische zwaartekracht leek te kunnen uitdagen door een blijvende groei te kennen, ook al was dit op een lager ritme dan de turbogroei van het verleden. Dit leidde op zijn beurt tot een groei in die neokoloniale landen waar heel wat grondstoffen ontgonnen worden. Terwijl de groei in China en de neokoloniale landen doorging, kenden Europa en de VS in het bijzonder een neergang als gevolg van de effecten van de crisis van 2007-08.

Dat is nu iets uit het verleden. Los van de opstanden en revolutionaire gebeurtenissen die in China zullen plaatsvinden, leidde de wereldwijde economische stagnatie al tot heel wat vernietigende effecten in de neokoloniale wereld. De zogenaamd nieuw ontdekte ‘stabiliteit’ in de neokoloniale wereld was bovendien een rookgordijn dat de aanhoudende armoede en het lijden van de massa’s moest verdoezelen. Zelfs dit rookgordijn zal de brutaliteit van een kapitalisme in een nieuwe crisis niet overleven.

‘Afrikaans mirakel’ breekt niet door

Er waren in Afrika al heel wat massaprotesten, denk maar aan de revolutionaire gebeurtenissen in de Democratische Republiek Congo waar een succesvolle algemene staking  een ‘gele kaart’ gaf aan het regime van Kabila na een twee jaar durende crisis in het land. Het olieproducerende Nigeria, het Afrikaanse land met de grootste bevolking, kent een diepe crisis als gevolg van de dalende olieprijs en de bijhorende ondermijning van de overheidsinkomsten. President Buhari vatte de snelheid van de crisis in het land samen: “Plots blijkt Nigeria een arm land te zijn.”

Dat is overigens niet alleen het lot van Nigeria, op basis van het kapitalisme en imperialistische dominantie is dit het lot voor het volledige continent. De bevolking van Nigeria is verdubbeld op 30 jaar tijd en er wordt geschat dat het continent zal verdubbelen tot 2,5 miljard inwoners tegen 2050. De helft van de bevolking zal in de steden leven met een groot overwicht van jongeren. Dit zal leiden tot enorme druk en problemen indien er geen nieuwe jobs en infrastructuur komt. Gezien de nieuwe fase van de kapitalistische crisis is het erg onwaarschijnlijk dat die jobs en infrastructuur er komen.

We mogen niet vergeten dat de revolutie in Noord-Afrika – de zogenaamde ‘Arabische Lente’ – volgens sociologen werd aangewakkerd door de erg jonge bevolking die met massale werkloosheid wordt geconfronteerd. De grootschalige aanwezigheid van beide factoren kan niet opgelost worden onder het kapitalisme. Het is bijna een garantie op nieuwe massale opstanden en revoluties. De eerste tekenen hiervan zijn aanwezig in een hele reeks landen. Het feit dat de Nigeriaanse vakbondsleiders er niet in slaagden om een succesvolle staking te organiseren in mei en de opmars van etnische en religieuze conflicten in het land, zijn waarschuwingen van wat er kan gebeuren indien de arbeidersbeweging geen weg vooruit aanbiedt. Dit beperkt zich niet tot Nigeria. In zwart Afrika is er geen enkel stabiel regime.

Zuid-Afrika neemt een centrale positie in binnen Afrika, vooral voor de arbeidersklasse aangezien het het meest geïndustrialiseerde land van het continent is. De eerste overwinningen van het ANC en de aanvankelijke ontwikkeling van onafhankelijke arbeidersorganisaties en vakbonden was een grote stap vooruit. Dit was positief en het bood de Zuid-Afrikaanse massa’s de hoop om het gehate apartheidsregime omver te werpen door het vestigen van socialisme. De nationale vakbondsfederatie Cosatu slaagde er aanvankelijk in om de beweging te verenigen, maar nu is Cosatu naar rechts opgeschoven en gesplitst. De metaalvakbond NUMSA biedt vandaag de beste mogelijkheden om te bouwen aan een onafhankelijke arbeidersbeweging.

De leiding van het ANC begon al naar rechts op te schuiven toen Nelson Mandela nog in de gevangenis zat. Nadien werd er alles aan gedaan om de uitstekende revolutionaire bewegingen in Zuid-Afrika op een zijspoor te zetten. Het bewind van ANC-president Jacob Zuma toont hoe de degeneratie van het ANC heeft geleid tot een ingebakken corruptie met inbegrip van luxepaleizen voor de top, terwijl de massa’s van werkenden en jongeren in armoede leven.

In de lokale verkiezingen van dit jaar verloor het ANC fors en staat het op een dieptepunt sinds het einde van de apartheid. De regering wordt van links belegerd door stakende arbeiders die de stijgende levensduurte in hun loon gecompenseerd willen zien en door studenten die opkomen tegen hogere inschrijvingsgelden en tegen de gebreken aan het onderwijssysteem. De regering wordt echter ook langs recht aangevallen door de overwinning van de Democratische Alliantie – een partij met roots in het apartheidsregime – in Johannesburg en Kaapstad.

De Economic Freedom Fighters (EFF) van de voormalige leider van de jongerenvleugel van het ANC, Julius Malema, zijn op een verwrongen manier een uitdrukking van een bocht naar links onder de bevolking. Het succes van de EFF is deels te wijten aan de weigering van de vakbondsleiders, in het bijzonder bij de NUMSA, om de weg van een nieuwe massale arbeiderspartij op te gaan. Dat is nochtans het perspectief waar de Workers and Socialist Party (WASP) steeds voor gepleit heeft. Eens er een brede arbeiderspartij tot stand komt, wat onvermijdelijk is gezien de aankomende confrontatie tussen de klassen, kan deze heel wat steun die de EFF nu als vaststaand beschouwt naar zich toehalen.

Spanningen tussen India en Pakistan

Een gelijkaardige periode van opstanden en conflict zien we ook in Azië. De recente confrontaties tussen India en Pakistan doen de dreiging van een oorlog tussen beide kernmachten over de betwiste gebieden van Kasjmir herleven. Het perspectief van een confrontatie is altijd ernstig, maar het is onwaarschijnlijk dat het tot een volledige oorlog of zelfs een beperkt rechtstreeks militair conflict komt.

De Indische premier Narendra Modi besloot recent om Pakistan af te doen als de ‘moeder van het terrorisme’. Hij deed dit met één oog op de VS en een ander op de recente ervaringen met terrorisme. Het doel is om materiële steun voor India te bekomen ten koste van Pakistan. Er is een zekere bron van waarheid in de verklaring van Modi: Pakistan en in het bijzonder het leger hebben aanvankelijk de Taliban in Afghanistan gesteund en gebruikt. Zelfs toen de Russen uit Afghanistan verdwenen waren en de Taliban en Al Qaeda zich tegen de VS keerden, ondernamen het Pakistaanse leger en de veiligheidsdiensten ISIS niets tegen hen.

De Taliban was vanuit zijn basis in Afghanistan nuttig en noodzakelijk als buffer tegen een veel sterker India. Het Pakistaanse regime had er evenmin een probleem mee dat fanatische terroristen af en toe een aanslag in India pleegden. Maar nu is het leger begonnen met het bestrijden van delen van de Taliban na een bloedige en brutale aanval op scholen met kinderen van soldaten in Peshawar. Samen met een zekere industrialisering in delen van Pakistan – gefinancierd door China – kan dit ertoe leiden dat de Taliban en zijn neefje ISIS minder ruimte krijgen en door het leger aangepakt worden zodra ze uit de band springen. Er is nu opnieuw meer ruimte voor een onafhankelijke arbeidersbeweging en partij.

Zoals we voorspelden, zijn de economische beloften van Modi toen hij aan de macht kwam niet omgezet in daden. De economische voorwaarden van de massa’s zijn gestagneerd en sommige lagen zijn erop achteruit gegaan. Samen met de aanvallen op de arbeidswetten leidde dit tot de recente algemene staking waaraan 180 miljoen werkenden deelnamen. Deze actie bevestigde het enorme potentieel van de Indische arbeidersklasse, zelfs indien deze gebukt gaat onder de vakbondsleiders. Die hadden er weinig of niets aan gedaan om van de staking een succes te maken en de werkenden voor te bereiden op verdere acties tegen het rotte kapitalisme waarop Modi en zijn regering zich baseren.

Vooruitzichten voor de wereldeconomie

Zoals we eerder opmerkten, erkennen de kapitalistische economen de onvermijdelijkheid van een nieuwe recessie, zelfs indien ze niet volledig begrijpen waarom dit zal gebeuren. Het is moeilijker om te voorspellen wat er op korte termijn zal gebeuren. Er is een diepgaande economische malaise. Dit blijkt uit de krimp van de wereldhandel die op haar hoogtepunt bijna twee keer zo snel groeide als de wereldeconomie zelf. De groei in de omvang van de wereldhandel is nu volgens de OESO gezakt tot 1,7%. De groei is erg mager in vergelijking met de vorige periode. Er is een gebrek aan vraag. Dit wordt nog meer in de verf gezet door de fenomenale groei in ongelijkheid. Er is een explosie van krediet en schulden. De schulden zijn al goed voor drie keer de omvang van het wereldwijde BBP! Tegelijk is er heel veel geld dat niet wordt gebruikt maar in belastingparadijzen wordt verstopt.

Als er na 2007-08 een nieuwe diepe recessie werd vermeden, kwam dit door de relatief succesvolle acties van de centrale banken die het systeem ondersteunden in Europa en de VS. De Europese Centrale Bank heeft ertoe bijgedragen dat de reserves van de banken opnieuw werden opgebouwd om bankencrisissen te vermijden. Maar het kan niet verhinderen dat er gevreesd wordt voor Deutsche Bank en andere banken in Europa, in het bijzonder in Italië.

Economische factoren hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in de machtsverhoudingen tussen verschillende imperialistische blokken. De crisis van 2007-08 heeft een grote impact gehad op het bewustzijn van alle klassen, zelfs op de kapitalisten zelf. Acht jaar geleden dompelde de ineenstorting van Wall Street de hele wereldeconomie in een economische neergang onder. Daarbij gingen triljoenen dollars verloren, in de VS alleen ging het om 22 triljoen dollar op vijf jaar tijd. Er gingen heel wat jobs verloren: 8,8 miljoen in de VS en 1,2 miljoen in Groot-Brittannië.

Burgerlijke politici en regeringen beloofden verandering. Maar zoals de krant The Guardian vaststelt: “Bijna tien jaar later valt het vooral op hoe weinig er veranderd is.” Een algemeen herstel kwam er niet, ondanks de vele noodmaatregelen van regeringen en centrale banken: quantitative easing, nooit geziene lage rentevoeten, interventies door de centrale banken om de bankensector overeind te houden, …

De absolute economische resultaten sluiten terug aan bij het niveau van voor 2008, enkele landen doen het zelfs beter dan voor 2008. Maar dit heeft niet geleid tot het stoppen van de massale werkloosheid. Griekenland en het zuiden van Europa zitten in de greep van een depressie die even erg is als die van de jaren 1930 met een veralgemeende verarming als gevolg. Zelfs in de VS, waar er sinds 2010 15 miljoen nieuwe jobs gecreëerd werden, is er geen stijging van de levensstandaard. De nieuwe jobs zijn immers vooral laagbetaald.

Nieuwe financiële crisis

Wat er na de financiële crisis gebeurde is eveneens erg belangrijk. De instellingen van het wereldkapitalisme – OESO, Unctad, … – waarschuwen dat de wereld op het punt staat van een “derde fase van de financiële crisis.” De kredietcrisis in de VS werd herhaald in de neokoloniale wereld waar miljarden dollars in de ‘opkomende markten’ gepompt werden. Er wordt geschat dat de kredieten in Latijns-Amerika in het bijzonder, maar ook in Azië en Afrika, goed waren voor de helft van de bankleningen en obligaties in de eerste helft van het decennium. Er werd meer dan 7 triljoen dollar in de opkomende markten geïnvesteerd. Het leverde deze landen schulden op die nooit kunnen terugbetaald worden. Dit kan de basis leggen voor een nieuwe beweging om de schulden effectief niet terug te betalen.

Het heeft ook bijgedragen aan de economische ineenstorting in een land als Brazilië dat zijn ergste crisis in decennia kent. De Braziliaanse massa’s worden afhankelijk van rantsoenen met de uitgaven in de publieke sector die gedurende 30 jaar ‘bevroren’ worden. Bovenop de krimp in de economie zal dit leiden tot scherpere klassentegenstellingen. Het leidde reeds tot de terugkeer van de rechterzijde na de afzetting van Dilma Rousseff en de mogelijke vervolging van Lula. Er is een polarisatie binnen de arbeidersklasse met verzet tegen de parlementaire coup. De herinnering aan de militaire regimes zit nog vers in het geheugen.

Latijns-Amerika kent een complexe en moeilijke periode na het falen van de ‘linkse’ regeringen in Venezuela, Bolivia en Ecuador om het kapitalisme effectief aan te pakken. Tegelijk kan het proces van kapitalistisch herstel in Cuba versnellen. De ‘centrumlinkse’ regeringen in Brazilië en andere landen zijn gediscrediteerd en traditionele rechtse partijen konden de verkiezingen winnen. Maar op een bepaald ogenblik zullen de linkerzijde en de klassenstrijd terug naar voor komen.

Nieuwe antikapitalistische sfeer

De sociale onrust als gevolg van dit alles wijst op een nieuwe stemming van verzet tegen de globalisering. Dit is een onderdeel van een groeiende en bredere afkeer tegen de ongelijkheid en het kapitalisme zelf. De burgerij is zich daar bewust van en waarschuwt voor de groeiende vijandigheid tegen het brutale kapitalisme.

De burgerij had gelukt dat de ‘grote recessie’ voorafgegaan werd door de ineenstorting van het stalinisme en de burgerlijke ideologische campagne die daarna volgde tegen ‘socialisme’ en het idee van een samenleving beheerd en georganiseerd door de arbeidersklasse. Fidel Castro vergeleek de val van de Sovjet-Unie met het afsterven van de zon. Met het Oostblok verdween een referentiepunt voor de geplande economie, zelfs indien het gecontroleerd werd door een bureaucratische elite. De val van de Sovjet-Unie en het ideologische offensief hadden een impact op de onafhankelijke massale ‘socialistische’ en ‘communistische’ partijen. De leidingen van deze partijen trokken naar het kamp van de burgerij. De arbeidersklasse was politiek ontwapend en kon geen duidelijke antwoorden bieden. De bewuste marxisten en socialisten stonden geïsoleerd. De arbeiders werden geschokt door de crisis maar trokken op dat ogenblik geen duidelijke conclusies. Er werd nochtans hard gestreden tegen de besparingen: in Griekenland alleen waren er meer dan 40 algemene stakingen.

Een nieuwe economische crisis – de tweede op amper tien jaar tijd – zal veel grotere sociale en politieke gevolgen hebben. De discussie zal zich niet meer beperken tot verzet tegen de besparingen of tegen het kapitalisme, maar er zal gezocht worden naar socialistische en marxistische antwoorden. Discussies over welk socialisme we willen, zullen eens te meer brandend actueel worden voor bredere lagen. Er zullen grotere kansen zijn om sterke organisaties op te zetten en massapartijen die op basis van lessen uit het verleden een referentiepunt worden voor het aantrekken van de beste werkenden en jongeren.

De effecten van de endemische crisis hebben ertoe geleid dat zelfs de kapitalisten hun systeem in vraag stellen. Er worden vaak erg pessimistische conclusies getrokken over de vooruitzichten voor het ‘westen’ of de globalisering. Zelfs The Economist, een onbetwiste kampioen in de verdediging van de globalisering, moet op enkele nadelen wijzen: “Enkel in Londen en het achterland in het Zuidoosten is het reële inkomen per persoon gestegen tot boven het niveau van 2007-08 en de meeste andere rijke landen zitten in hetzelfde bootje. De reële inkomens van twee derden van de gezinnen in 25 ontwikkelde economieën stagneerden of daalden tussen 2005 en 2014, in de 50 voorgaande jaren was er een stijging met 2%. De weinige winst in de slabakkende economie ging naar de top.”

Tegelijk is er een ongehoorde concentratie en centralisatie van kapitaal, een dominantie van de monopolies waarbij 10% van de bedrijven goed zijn voor 80% van de winsten. De grootste Amerikaanse bedrijven, de Fortune 100, zagen hun aandeel in de rijkdom toenemen van 57 naar 63% tijdens de recessie. De hi-tech miljardair Peter Thiel stelde in het bastion van de ‘vrije markt’ openlijk: “Concurrentie is voor losers.”

De evidente tendens naar uitschakeling van het concurrentiële karakter van het vroege kapitalisme, toen concurrentie een belangrijke rol speelde in het toekennen van kapitaal tussen verschillende bedrijven en sectoren, maakt dat het bestaan van het systeem in vraag gesteld wordt. Er wordt openlijk erkend dat het ‘moderne’ kapitalisme niet kan functioneren zonder de ooit zo verfoeide ‘staatsinterventies.’ De Britse premier Theresa May laat de doctrine van Thatcher – “There is no such thing as society” – achterwege en verklaarde dat de overheid moet tussenkomen. In tegenstelling tot de vorige premier Cameron deed ze een oproep naar de ‘arbeidersklasse’ en verzette ze zich tegen besparingen. Voor alle duidelijkheid: ze doet dit in woorden, niet in daden.

Oncontroleerbaar kapitalisme

Enkele burgerlijke commentatoren wezen op het oncontroleerbare karakter van het kapitalisme vandaag. Er zijn vragen of financiële transacties betrouwbaarder zijn op basis van algoritmes in plaats van menselijke controle waarbij er nu heel veel transacties zijn, vaak met kleine bedragen maar wel miljoenen transacties die allemaal heel snel gebeuren. Er is een gebrek aan toezicht op wat er gebeurt en dit geeft aan dat alles buiten de menselijke controle kan geraken met kunstmatige crisissen op basis van ongecontroleerde wiskundige conclusies.

Het wijst op het achterhaalde en parasiterende karakter van het kapitalisme waarin zelfs de kapitalisten of hun managers zelfs de controle verliezen. Het wijst ook op het element van de technologie die de mensheid potentieel kan bevrijden – op voorwaarde dat het onder de controle van de werkenden in een socialistische samenleving wordt gebracht. Als dat niet lukt, leidt nieuwe technologie tot het verdwijnen van jobs en wordt het vooral ingezet voor oorlogsvoering.

De conclusie uit deze analyses moet zijn dat consequent socialistische krachten alle mogelijkheden hebben om substantieel te groeien in de meeste delen van de wereld. Niet alleen economische en sociale thema’s bieden kansen om te groeien. Er zijn ook enorme mogelijkheden rond thema’s als het milieu, Black Lives Matter en de strijd tegen racisme. In de komende periode hebben we met het CWI de ambitie om de belangrijkste trotskistische kracht ter wereld te worden en de basis te leggen voor het vormen van massale formaties.