Text Size

Tunesië. Aanvallen op vrouwenrechten worden toegedekt

demo tunesiëWe publiceren een artikel door een sympathisante van het CWI in Tunesië over de situatie van vrouwenrechten in het land tegen de specifieke achtergrond van revolutie en contrarevolutie. De strijd voor vrouwenrechten is integraal verbonden met die van de arbeidersbeweging en de jongeren voor de verdere ontwikkeling van de revolutie. Dat vereist het einde van de huidige machthebbers, de fundamentalistische medestanders en het kapitaal dat de machthebbers ondersteunt.

Artikel door Aïda (Tunesië)

Tunesië en de regering onder leiding van Ennahda zetten de deuren open voor de imams en Wahhabistische sjeiks. De Egyptische predikant Wajdi Ghonim, een voorstander van vrouwenbesnijdenis, sprak op meerdere conferenties in verschillende regio’s van Tunesië. Andere imams en Wahhabistische predikanten (zoals Amr Khaled, Safwet Hejazy of recent nog Nabil Al Aouadhi) kwamen recent ook naar Tunesië om hun boodschap te verkondigen. De minister van Vrouwenzaken en Gezin, Sihem Badi (van de partij CPR die Ennahda ondersteunt in de regering), kreeg een vraag over de ontvangst van Nabil Al Aouadhi in Zarzis waar jonge meisjes allemaal met een Hijab aan de predikant verwelkomden. De minister verklaarde: “In plaats van hem het land uit te wijzen, moeten we een botsing van ideeën toelaten. Dat is de essentie van de democratie die we aan het vestigen zijn. De uitnodiging van de predikant uit Koeweit moet in dat kader gezien worden.”

 

Over het feit dat meisjes van 4 tot 7 jaar werden gebruikt, antwoordde de minister niet. De islamistische site Zitouna Tv had het over de “prinsessen van Zarziz”. Deze site staat onder controle van Oussama Ben Salem, de zoon van Moncef Ben Salem die minister van Hoger Onderwijs is en deel uitmaakt van de leiding van Ennahdha. Het maakt meteen duidelijk dat er nauwe banden zijn tussen Ennahdha en het Wahhabisme, een ultrareactionaire versie van de soennitische islam en de ideologische basis voor het theocratische en kapitalistische Saoedische regime.

Preken en Wahhabistische propaganda

De regering van Ennahda weigert een inreisvisum te verlenen aan bepaalde linkse militanten en personaliteiten, maar heeft geen probleem met Wahhabistische predikanten die het land bezoeken om in moskeeën en culturele ruimtes te prediken en daar een religieus extremisme naar voor te brengen. Het regime maakt gebruik van deze predikanten die eigenlijk woordvoerders zijn van vijanden van de revolutie, met name de superrijken uit de Golf. De erg gemediatiseerde ‘tournee’ van de predikant Béchir Ben Hassen, die ook warm werd onthaald door leiders van Ennahda, wijst op de noodzaak om het verzet tegen de reactionaire predikanten te organiseren.

Jonge meisjes naar Syrië gestuurd

De minister van Vrouwenzaken blijft ook bijzonder stil over het nieuwe fenomeen van ‘Jihad door Nikahu’: een twintigtal, misschien meer, jonge meisjes trekken naar Syrië om er te voldoen aan de seksuele behoeften van de jihad-strijders die vechten tegen het regime van Bachar Al Assad. Veel ouders en familieleden waren geschokt door het verdwijnen van hun jonge dochters. Bij de minister vingen ze bot, die riep op tot familiale begeleiding en haalde uit naar een gebrek aan religieuze opvoeding.

Golf van verkrachtingenEr is een groeiend aantal nooit geziene gevallen van geweld en verkrachtingen in verschillende regio’s van het land. In februari werd een zwangere vrouw die begeleid werd door haar man verkracht in Ben Arous. Dat gebeurde door twee criminelen, de man kon er niets tegen inbrengen. Op 23 maart werd een jong meisje van 11 jaar met een handicap verkracht in Boumhel, een voorstad van Tunis. Op 26 maart werden twee jonge meisjes van 14 jaar verkracht toen ze het huis van een leraar in Kef verlieten. In Béjà, in het noordwesten van het land, werd een meisje van 20 jaar met een handicap ontvoerd en onderworpen aan een groepsverkrachting waarop het slachtoffer zwanger was. In Kairouan werd een vrouw verkracht door een politie-agent. Dit zijn slechts enkele van de geregistreerde gevallen die de media haalden. Er zijn echter tal van pogingen tot verkrachting en fysieke aanvallen en verkrachtingen die niet worden aangegeven.

De verkrachting van een kind van drie jaar in een kindertuin in Marsa zette het land in rep en roer. De mediastorm rond deze zaak heeft geleid tot een nieuwe bereidheid tot strijd voor de rechten en vrijheden van de Tunesische bevolking. Er was al heel wat woede naar aanleiding van de verkrachting van een 27-jarige vrouw door drie agenten in september 2012. Bij de rechtszaak werd het slachtoffer zelf beschuldigd. Dat past in de pogingen om verkrachtingen te minimaliseren of te banaliseren zoals dit onder het kapitalisme vaak gebeurt.

Schandalige reacties van minister geen toeval

De vertegenwoordigers van de autoriteiten en van de Tunesische regering hebben een specifieke methode om te antwoorden op de verontwaardiging over de misdaden en het lijden van de slachtoffers en hun families, of nog op de strijd en de eisen van de oppositie en van feministische militanten. Khaled Tarrouche, woordvoerder van de minister van Binnenlandse Zaken, verklaarde bij de verkrachting van een jonge vrouw door drie agenten in september 2012 dat het toch “niet goed ging tussen de vrouw en haar geliefde”. Sihem Badi nam impliciet de verdediging op van de verkrachter van een meisje van drie jaar door te verklaren dat de verkrachter familie was van het slachtoffer, alsof dat iets afdoet van de ernst van het misdrijf. En ook de verantwoordelijken voor de kindertuin waar de verkrachting plaatsvond, werden niet aangepakt. Nochtans hadden ze net als duizenden andere clandestiene kindertuinen in Tunesië geen licentie.

De zwangere vrouw die in het bijzijn van haar man werd verkracht, kon op eenzelfde onverschilligheid rekenen en genoot geen enkele bescherming. Meer nog, de familie van haar man had het koppel onderdak geboden maar zette hen het huis uit na het ‘schandaal’ dat de affaire had veroorzaakt.
Terwijl de regering niet optreedt tegen verkrachtingen, is ze wel vol lof over zichzelf. Op 9 februari trok minister Sihem Badi triomfantelijk naar de betoging ter ondersteuning van de regering. Die betoging was bedoeld als krachtmeting tegenover de bevolking en de acties op straat, met onder meer een algemene staking van de UGTT en een massale betoging bij de begrafenis van Chokri Belaïd op 8 februari. Toen betoogden er miljoenen mensen. (zie ons artikel "Strijd voor vrouwenrechten meer dan ooit nodig")

De minister van Vrouwenzaken is slechts een goede leerling van de clan-Nadhaoui die telkens maar één reactie kan geven: “ik neem geen ontslag”. Met een duidelijk contrarevolutionair en kapitalistisch regime, is de ongerustheid over de positie van vrouwen in Tunesië terecht en neemt deze ook toe.
Er worden heel wat stappen achteruit gezet op het vlak van verworvenheden uit het verleden. Onder Ben Ali werd strijd gevoerd tegen het feit dat enorm veel middelen werden gestolen om vrouwenorganisaties van het systeem te financieren. Het ging om organisaties van de RCD, de partij van Ben Ali, waaronder de vrouw van de president zelf. Er werd toen gestreden rond fundamentele kwesties zoals gelijkheid binnen het erfrecht of het recht om te trouwen met een niet-moslim zonder dat die van religie moest veranderen. Nu gaan we naar een stadium waarbij we moeten strijden om de verworven rechten te verdedigen en om de fysieke integriteit van vrouwen te beschermen.

Zolang de positie van vrouwen op het platteland, in de industrie of van huisvrouwen onzeker blijft en de fundamentalistische verkozenen onder meer in de Grondwetgevende Vergadering debatteren over de terugkeer van polygamie en een grondwet op basis van de Sharia-wetgeving, zolang zal er verzet noodzakelijk blijven. Er wordt vandaag geen vooruitgang geboekt voor de positie van vrouwen in de samenleving, vrouwen blijven ondergeschikt aan de mannen met onder meer ongelijkheid inzake de lonen en de dubbele dagtaak die door vrouwen wordt uitgeoefend. Vandaag komen de huishoudelijke taken en de opvoeding van de kinderen vooral bij de vrouwen terecht. Daar allemaal moet een collectief antwoord op komen met eisen die onderdeel vormen van de strijd van de arbeidersbeweging en de jongerenbeweging voor de verdediging en verderzetting van de revolutie. Het is in die strijd dat een einde kan gemaakt worden aan de huidige machthebbers met hun reactionaire standpunten en het kapitaal dat hen ondersteunt. Onze eisen moeten onder meer ingaan op de noodzaak van degelijke jobs met goede lonen zonder enige discriminatie op basis van sekse – gelijk loon voor gelijk werk; degelijke openbare diensten met onder meer gratis publieke kinderopvang met voldoende plaatsen en degelijk opgeleid personeel; publieke financiering van centra voor vrouwen die het slachtoffer werden van misbruik, verkrachting,…