Text Size

Voor vrije toegang tot abortus in gratis en publieke gezondheidszorg

Abortus opnieuw strafbaar in Spanje, een aanslag op vrijheid, gezondheid en leven van vrouwen

Op 20 december gaf de Spaanse regering om groen licht voor een nieuwe abortuswet. Het wordt meteen een van de meest restrictieve wetten in Europa. Minister van Justitie Alberto Ruiz-Gallardón werpt Spanje 30 jaar terug in de tijd met een systeem dat nog restrictiever is dan het stelsel dat van 1985 tot 2010 van toepassing was.

Artikel door Marisa, Brussel

De minister toonde zijn ware ideologische opstelling toen hij de nieuwe wet verdedigde met het argument dat “de vrijheid van zwangerschap aan vrouwen toebehoort en hetgeen is dat hen tot vrouw maakt.” Het gaat om een achterhaalde en seksistische ideologie die vrouwen enkel ziet als instrumenten voor de voortplanting. Voor hem zijn vrouwen niet in staat om beslissingen te nemen over het eigen lichaam en dus werpt de overheid zich op als rechter voor deze beslissingen. De beperking van het recht op abortus betekent vooral dat vrouwen naar het buitenland zullen moeten trekken voor abortus of zullen overgaan tot illegale abortussen, wat rampzalige gevolgen voor de gezondheid van vrouwen kan hebben.

Bureaucratie en intimidatie

De nieuwe wet maakt een einde aan het recht van vrouwen om vrij te beslissen over het voortzetten van hun zwangerschap of het plegen van abortus in de eerste 14 weken zwangerschap. Van dat systeem, dat bekend stond als de wet van het uitstel, gaan we naar een ander stelsel waarbij abortus enkel is toegelaten in twee gevallen: bij verkrachting (tot 12 weken zwangerschap) en in het geval van “ernstige bedreiging voor het leven of de fysieke of mentale gezondheid van de zwangere vrouw” (tot 22 weken). Hierdoor zullen meer dan 90% van de gevallen waarin nu abortus wordt gepleegd in Spanje niet langer mogelijk zijn.

In het geval van verkrachting moeten de vrouwen daar bewijs van leveren en in het geval van een gezondheidsrisico moeten twee dokters hun mening geven om aan te tonen dat de gezondheid van de vrouw echt in gevaar is. Er worden gevangenisstraffen opgelegd aan dokters die op een andere manier abortus toepassen. De wet biedt ook extra mogelijkheden voor dokters en personeelsleden om op morele basis hun medewerking te weigeren.

De hervorming bestraft abortus vanwege misvormingen van de foetus, het kan alleen indien de misvorming inhoudt dat “de foetus niet levensvatbaar” is of indien het een fysiek risico voor de vrouw inhoudt. Om te bewijzen dat een van die voorwaarden aanwezig is, moet de vrouw twee medische rapporten voorleggen, een rapport over de gezondheid van de vrouw en een ander rapport over dat van de foetus. Een vrouw kan slechts tot de 22ste week van de zwangerschap een fysiek risico inroepen. Dit model laat geen enkele opening voor foetussen met afwijkingen waarbij de foetus wel levensvatbaar is, ook al kunnen er bijzonder zware en ongeneeslijke afwijkingen zijn.

Om het helemaal af te maken, wordt opgelegd dat minderjarigen de uitdrukkelijke toelating moeten hebben van hun ouders vooraleer abortus mogelijk is. Als de ouders of voogden geen toelating geven, moet een rechter oordelen. En uiteraard gelden ook hier de sterke beperkingen die hierboven werden aangehaald. Vrouwen die aan alle voorwaarden voldoen, moeten eerst een hele reeks argumenten over het recht op leven van de niet-geborenen aanhoren alvorens er een abortus kan gepleegd worden. Vrouwenorganisaties wezen er al op dat deze taak mogelijk kan toegewezen worden aan private organisaties zoals religieuze groeperingen of anti-abortusgroepen.

Hypocrisie en het recht op leven

Het nieuwe wetsvoorstel ligt volledig in de lijn van de andere “hervormingen” of beperkingen van rechten die door de regering van Rajoy werden doorgevoerd sinds hij aan de macht kwam. Zo moet voortaan betaald worden om toegang te hebben tot fundamentele rechten zoals gezondheidsdiensten of voor toegang tot het gerecht of tot geneesmiddelen.

Sinds augustus is de terugbetaling van contraceptieven van de eerste generatie gestopt. Een groeiend aantal contraceptieven moeten voortaan betaald worden, waardoor ze minder toegankelijk zijn voor vrouwen die het niet breed hebben. Op dezelfde manier toonde de regering zijn hypocrisie door het recht op het leven van mensen met een beperking als argument voor de strengere abortuswet te gebruiken. Dit is dezelfde regering die forse besparingen doorvoert op de begeleiding van mensen met een beperking.

Die besparingen zorgen er volgens recente rapporten voor dat er elke tien minuten een rechthebbende zonder begeleiding komt te vallen en dat er elk half uur een job in deze sector verloren gaat. De meeste werkenden in deze sector zijn overigens vrouwen. Zelfs indien het aantal rechthebbenden afneemt (velen hebben al enige leeftijd), dan nog blijft de wachtlijst erg groot omdat bestaande diensten worden afgebouwd.

De crisis raakt vrouwen extra hard omdat zij in grote mate moeten opdraaien voor taken die door de regering worden weg bespaard. Vrouwen hebben de neiging om uiteindelijk de zorg op te nemen van mensen met een beperking in de familie en dit in afwachting van economische hulp of sociale bijstand. Dergelijke zorgverstrekking is vaak onverenigbaar met een job. Tegelijk zijn er sectoren die ondanks de crisis grote winsten maken, onder meer de private gezondheidsbedrijven en een deel van de geprivatiseerde openbare diensten zorgen ervoor dat een handvol mensen erg rijk wordt.

Een kwestie van geslacht en klasse

Tot in 1985 was abortus volledig verboden in Spanje. Het was enkel tijdens de tweede Republiek van 1936 tot 1938, in volle burgeroorlog, dat abortus in Catalonië was toegelaten. In 1985 kwam er een wet over de zwangerschapsonderbreking. Deze wet werd door de ‘socialistische’ regering ingevoerd om abortus uit het strafrecht te halen in drie gevallen: bij risico voor de gezondheid van vrouwen, bij verkrachting (tot 12 weken) en bij misvorming van de foetus (tot 22 weken). De regering van Zapatero voerde in 2010 een nieuwe wet in waardoor abortus vrij mogelijk werd in de eerste 14 weken en vervolgens tot aan 22 weken bij een gezondheidsrisico of indien de foetus misvormd was. Indien de foetus niet levensvatbaar was, kon op elk ogenblik een abortus worden gedaan.

De PSOE (sociaaldemocratische partij) probeert de kwestie van abortus te beperken tot een genderproblematiek en beloofde dat het, indien het terug aan de macht komt, zal terugkeren naar de vorige wetgeving. We kunnen echter niet op de volgende verkiezingen wachten om de strijd tegen deze wet aan te gaan, we hebben ook geen vertrouwen in het ‘mindere kwaad’ van de sociaaldemocratie. De regering van Zapatero heeft voor 15 miljard euro bespaard in de openbare diensten. In 2012 werd 13% bespaard op de middelen voor gezondheidszorg en 21% op de middelen voor onderwijs. Dergelijke besparingen treffen vrouwen dubbel zo hard. Enerzijds omdat een deel van het werk op de kap van de vrouw terugkomt, anderzijds omdat de meeste jobs verloren gaan in sectoren waar veel vrouwen werken.

In het verleden werden een aantal feministische eisen gerealiseerd, maar de huidige situatie maakt duidelijk dat dit niet volstaat. We kunnen ons geen dergelijke ideologische aanval op de vrouwen veroorloven. Maar we kunnen ook niet toelaten dat vrouwen zich tot een abortus verplicht zien omwille van financiële redenen of omdat ze niet in staat zijn om de zwangerschap te combineren met hun baan. Om een echte keuze te hebben, eisen wij:

  • Vrije, gratis, publieke en risicoloze abortus;
  • Gratis toegang tot contraceptieven doorheen een publiek gezondheidsstelsel;
  • Volledige vrijheid voor vrouwen om te beslissen of en wanneer ze een kind hebben, als ze dat al willen;
  • Strijd tegen die partijen en groepen die pleiten voor een verbod op abortus, ook de vakbonden moeten in deze strijd een rol spelen;
  • Stop de besparingen op gezondheidszorg, onderwijs, begeleiding van mensen met een beperking, werkloosheidsuitkeringen, kinderopvang,… ;
  • Massale investeringen in alle diensten die toelaten om het persoonlijke en het professionele leven te combineren;
  • Kinderbijslag die de reële kosten van een geboorte en het onderwijs van een kind dekt;
  • Stabiele inkomens om een waardig leven te kunnen leiden;
  • Nationalisatie van de banken en sleutelsectoren van de economie, zoals de sectoren van energie en transport, om over voldoende middelen te beschikken om de investeringen te doen die nodig zijn.