Text Size

Strijden tegen bezuinigingen en seksisme

Na een lange periode waarin het postfeminisme dominant was, vrouwenstrijd onbestaande en seksisme zogezegd grappig was, zagen we de afgelopen jaren stilaan een kentering. Dit is zeker het geval in landen als India en nu Turkije waar er massabewegingen waren tegen geweld op vrouwen. Acties in Europa waren vaak beperkt qua deelname, maar de discussie in de samenleving begint te veranderen. De verhalen van seksueel misbruik door gekende publieke figuren – onder meer in Groot-Brittannië maar ook in België met het verschrikkelijke misbruik van kinderen door priesters of binnen de katholieke instellingen – en het feit dat deze verhalen zo lang geheim gehouden worden, leidde tot vragen over hoe het staat met emancipatie.

Artikel door Anja Deschoemacker

Dit gebeurt tegen de achtergrond van een socio-economische situatie waarin vrouwen hard geraakt worden door de besparingen van de vorige en de huidige regeringen. En na drie decennia van neoliberaal beleid waarmee de sociale rechten van vrouwen al sterk ondermijnd werden. In de jaren 1980 en 1990 en in deze eeuw waren vrouwen doelwit van de jacht op de werklozen, zo vormden ze de meerderheid van de slachtoffers van de beperkingen van de werkloosheidsuitkering. Vrouwen die samenwonen met een partner die een inkomen heeft, krijgen door de verlaging van de werkloosheidsuitkeringen na een tijdje nog slechts een aalmoes van soms amper 125 euro per maand. Van de schoolverlaters die hun uitkering verliezen wegens de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkering, een maatregel die door de vorige regering werd genomen, zijn er 65% vrouwen.

Een cynicus zou kunnen opmerken dat er ‘verbetering’ is, in de jaren 1990 waren vrouwen goed voor meer dan 90% van de schorsingen. Deze cijfers bevestigen enkel wat we al langer zeggen: als een groep van de werkende bevolking steeds onder vuur wordt genomen, dan heeft dit een impact op alle andere lagen die ook onder vuur worden genomen. Maatregelen die voorheen bijna enkel vrouwen raakten, beginnen nu ook andere groepen te raken. Tijdelijke en deeltijdse werkenden en allerhande vormen van precaire contracten worden nu ook steeds meer aan jonge werkenden opgelegd en de jacht op werklozen wordt uitgebreid tot mensen boven 55 jaar. Maatregelen om de uitkeringen te beperkingen beginnen met groepen werklozen die zogezegd zonder uitkering kunnen rondkomen, zelfs indien dit betekent dat ze volledig afhankelijk worden van hun ouders of partners, zoals het geval is met vrouwen en jongeren.

Het besparingsbeleid in de publieke sector leidt tot heel wat menselijke tragedies aangezien zorg in de breedste zin steeds ondergefinancierd werd en nu heel wat acute tekorten kent. Zo zagen we verschillende gevallen van gezinnen die naar de rechtbank trokken omdat ze soms maanden of zelfs jaren moeten wachten op een beschikbare plaats voor hun kind met een beperking waardoor de gezinnen deze zorg zelf moeten opvangen. In de provincie Antwerpen zijn er slechts acht bedden voor acute residentiële zorg voor hulpbehoevende jongeren, terwijl er wekelijks 30 aanvragen voor dergelijke zorg zijn. Er was de afgelopen maanden zelfs een geesteszieke gevangene die euthanasie vroeg omdat er geen zicht op een degelijke begeleiding was. Geesteszieke gevangenen zijn goed voor tot een tiende van de gevangenen, ze zijn met meer dan 1.000. België werd al meermaals veroordeeld voor het gebrek aan aangepaste opvang.

Het gebrek aan middelen voor deze specifieke sectoren van zorg is slechts een weerspiegeling van de volledige zorgsector. Er zijn overal wachtlijsten, ook voor ‘dringende’ gevallen. De Vlaamse regering is het duidelijkst in zijn verklaring dat er “meer solidariteit” in de samenleving moet zijn, waarmee niet bedoeld wordt dat de overheid zorg moet voorzien met publieke middelen maar wel dat gezinnen en buren voor elkaar moeten zorgen. Er wordt schaamteloos gezegd dat ouders met kinderen die een beperking hebben maar moeten investeren in private zorg. In plaats van de verantwoordelijkheid op te nemen om zorg te organiseren waar en wanneer dit nodig is, wordt de zorg van mensen met een beperking of mensen met een chronische ziekte geïndividualiseerd. Ze krijgen een beperkte uitkering waarmee ze vervolgens kunnen ‘shoppen’ op de ‘zorgmarkt.’

Het tekort aan georganiseerde zorg betekent dat heel wat taken op de kap van gezinnen terechtkomen, wat de dubbele taak van vrouwen nog zwaarder maakt. Terwijl de gevestigde politici steeds meer zorgtaken overlaten aan de gezinnen zelf, vertellen ze vrouwen dat ze voltijds moeten werken om recht te hebben op een degelijk inkomen en pensioen. De meeste vrouwen die deeltijds werken doen dit echter niet vrijwillig. In veel ‘vrouwelijke’ sectoren zoals zorg, supermarkten oàf schoonmaakbedrijven zijn er enkel deeltijdse jobs. Wie ‘vrijwillig’ deeltijds werkt, stelt vaak dat dit nodig is om werk en zorgen voor de kinderen te combineren.

Vanuit welke hoek je het ook bekijkt, het is duidelijk dat de emancipatie van vrouwen zwaar onder druk is komen te staan door de “geleidelijke” besparingen sinds de jaren 1980 en de versnelde besparingsmaatregelen sinds het begin van de economische crisis. Het postfeminisme is hierdoor niet meer geloofwaardig. Het zorgde ervoor dat de christelijke vrouwenbeweging Femma en Vie Féminine een oude vakbondseis terug opnamen nadat deze naar de achtergrond was verdwenen omwille van de defensieve positie waar de vakbonden zich de afgelopen 30 jaar bevonden. Het gaat om de eis van de 30-urenweek zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen. In tegenstelling tot enkele jaren terug zijn de activiteiten niet langer beperkt tot doorwinterde feministes die al jarenlang actief zijn, maar is er een nieuwe groep van jonge vrouwen die kijken naar mogelijkheden om te strijden tegen het besparingsbeleid en tegen seksisme.

Met LSP kijken we actief uit naar deze jonge vrouwen die de strijd willen aangaan. We stellen vast dat er meer vrouwen contact met ons opnemen en dat discussies rond vrouwenstrijd meer aanwezigen aantrekken. Er begint een levendige discussie over de beperkingen van de wettelijke gelijkheid zonder fundamentele maatschappijverandering, over hoe we opnieuw vooruit kunnen gaan met vrouwen en wie onze bondgenoten en wie onze vijanden zijn. Op de meest recente vergadering van de vrouwencommissie van LSP bespraken we elementen van het ‘nieuwe feminisme’ op basis van een kritiek op het nieuwe feminisme in boeken als ‘How to be a woman’ van Caitlin Moran, een van de vele nieuwe oproepen aan vrouwen om strijdbare feministes te worden. We verwelkomen het feit dat deze ‘nieuwe feministen’ de verantwoordelijkheid voor de onderdrukking van vrouwen niet gewoon bij mannen leggen, maar bij de samenleving en het establishment. Tegelijk zijn deze ‘nieuwe feministes’ echter niet zo verschillend van de oude in de strategie die ze naar voor schuiven. Ze zien het verband niet tussen de vrouwenstrijd voor een betere positie in de samenleving en de arbeidersstrijd tegen het besparingsbeleid en voor een verbetering van de levensstandaard. Ze beperken zich meestal tot individuele ‘oplossingen’ voor individuele vrouwen.

Voor 8 maart hebben we geweigerd om in te gaan op een voorstel voor een niet-gemengde vrouwenbetoging – een betoging waarop enkel vrouwen welkom zijn. Dat voorstel kwam van de vrouwen van LCR/SAP. Wij denken dat een dergelijk niet-gemengde betoging contraproductief is voor de strijd voor vrouwenrechten. In alle activiteiten rond vrouwenthema’s – met in de afgelopen vijf jaar onder meer strijd tegen de pogingen van de zogenaamde pro-life beweging die een basis probeert uit te bouwen in België (en andere Europese landen- – waren er mannen aanwezig, zowel syndicalisten als jonge mannen. Een aantal holebigroepen werkte consistent mee aan de organisatie en mobilisatie voor deze acties. Nu zouden we hen moeten zeggen dat hun aanwezigheid niet gewenst is. De slogan “Je hoeft me niet te bevrijden, ik kan dat zelf wel” wordt gebruikt op een ogenblik dat in India en Turkije mannen en vrouwen samen en massaal opkomen tegen geweld op vrouwen, een van de meest gevoelige thema’s.

Wij houden een dag van discussie en debat op 8 maart waarop zowel vrouwen als mannen welkom zijn. De discussies handelen vooral over de twee belangrijkste activiteiten voor ons vrouwenwerk in de komende periode. Er wordt ingegaan op de strijd tegen het besparingsbeleid dat de volledige werkende klasse raakt, maar een des te grotere impact heeft op vrouwen. Daarnaast is er discussie over de strijd tegen seksisme en alle vormen van discriminatie die eigen zijn aan de door crisis gekenmerkte samenleving. Tenslotte willen we de discussie voeren over de eis van een 30-urenweek.