Text Size

Strijd voor de 30-urenweek als het nieuwe voltijds – zonder loonverlies, met aantrekken van nieuw personeel

Het is de organisatie Femma (de vrouwenorganisatie van de christelijke arbeidersbeweging in België) die in 2014 de oude vakbondseis voor een collectieve arbeidsduurvermindering terug van onder het stof haalde. Sindsdien spraken voor- en tegenstanders zich uit en begon in verschillende onderdelen van beide vakbonden de discussie over hoe deze eis terug op de agenda te krijgen.

 

Foto: MediActivista

 

Artikel door Anja Deschoemacker uit de mei-editie van ons Belgische zusterblad ‘De Linkse Socialist’

Deze eis – een logisch gevolg van de toename van de arbeidsproductiviteit – verdween sinds de jaren 1980 naar de achtergrond toen de vakbonden in het defensief werden gedrukt waarin ze zich vandaag nog steeds bevinden. De lonen werden gedrukt via indexsprongen (christendemocratische en liberale coalitie) en later via de gezondheidsindex en de loonwet (christendemocratische en sociaaldemocratische coalitie). De werkdruk werd opgevoerd tot op het punt dat we vandaag volgens experts nog maar het begin zien van een epidemie van burn-outs. En het aantal werklozen bleef stijgen.

Vooral vrouwen betalen de prijs voor de individuele arbeidsduurvermindering met loonverlies

Wat ook bleef stijgen, was de ondertewerkstelling. Het gaat voornamelijk om deeltijdse contracten waarmee vooral vrouwen tewerkgesteld zijn. Deeltijds werken dient vooral de werkgevers in sectoren waar dit de werkorganisatie makkelijker maakt, denk aan de grootwarenhuizen of de horeca. Maar het maakte het voor de vele deeltijds werkende vrouwen ook makkelijker om werk en gezin te combineren. Alleen betaalden ze daar zelf een hoge prijs voor in de vorm van deeltijdse, dus lagere, lonen en lage pensioenen.

Waar dit in het begin nog werd aangemoedigd en ondersteund door o.a. het behoud van een deeltijdse werkloosheidsuitkering en maatregelen in de pensioenen, werden deze sociale maatregelen in de laatste decennia één voor één opgeofferd in opeenvolgende besparingsoperaties. Vrouwen waren het grootste slachtoffer van de oneindige reeks aanvallen op het recht op werkloosheidsuitkeringen. Een samenwonende vrouw die enige tijd werkloos is, valt al snel terug op een aalmoes.

Zo worden grote lagen van vrouwen gedwongen de nieuwe reeks van “kleine jobs” met lage lonen en slechte contracten en statuten te aanvaarden: PWA’s en later dienstencheques, onthaalmoeders, … Vandaag worden ook steeds meer mannen hiermee geconfronteerd, o.a. via interimwerk, artikel 60, Activa-plannen, gelegenheidsmedewerkers in de horeca, … Zoals LSP steeds heeft gewaarschuwd: als een groep arbeiders slechte lonen en condities moet aanvaarden, zullen die zich uitbreiden voor de hele klasse. We moeten ze op alle terreinen bestrijden.

Voor voltijds werkenden betekent de eis voor de 30-urenweek minder uren werken voor hetzelfde loon. Voor bijna de helft van de werkende vrouwen en een groot aantal werkende mannen – zij die deeltijds werken – betekent het loonsverhoging. Zij die nu al vier vijfde jobs hebben, zullen hun uren behouden, maar betaald worden als voltijdse werknemers. Voor zij die minder dan 30 uur werken, moet strijd worden gevoerd voor het opdrijven van die uren. Patroons moeten ontmoedigd worden jobs aan te bieden van minder dan 30 u/week door hogere sociale lasten en hogere uurlonen op te leggen aan onvrijwillig deeltijds werkenden.

Met het behoud van de huidige arbeidstijd en werkdruk profiteren enkel de patroons van de toegenomen productiviteit

Hoewel de stijging van de productiviteit sterk is afgenomen, blijft het zo dat de productiviteit in de laatste 50 jaar van de vorige eeuw met 650% steeg terwijl het jaarlijks aantal werkuren met 33% afnam. De brutolonen van werknemers en zelfstandigen namen in dezelfde periode toe met 250%. Kortom: de productiviteit nam veel harder toe dan de lonen. Dat had ruimte moeten laten voor een arbeidsduurvermindering. Maar we zagen integendeel dat de grote meerderheid van de bevolking sinds midden jaren 1970 steeds opnieuw geraakt wordt door de oneindige reeks aanvallen op de arbeidsvoorwaarden en door de besparingsoperaties. In de periodes van groei konden de werkenden niet terugwinnen wat ze verloren hadden. De toegenomen productiviteit leidde niet tot een arbeidsduurvermindering, maar tot een toename van werkloosheid, ondertewerkstelling… én van de winsten van de 1% rijksten.

Indien het zo verder gaat met het potentieel voor robotisering in de toekomst, wordt technologische vooruitgang een horrorverhaal in plaats dat het vooruitgang voor de mensheid brengt. Technologische vooruitgang komt enkel de hele samenleving ten goede indien de overgebleven arbeidsuren gedeeld worden over alle beschikbare arbeiders en indien de toegenomen rijkdom kan ingezet worden om aan de behoeften van de meerderheid van de bevolking te beantwoorden i.p.v. te verdwijnen in de zakken van de 1%.

 
 

Rosa-campagne: 30-urenweek als noodzakelijke eis voor verdere vrouwenemancipatie

Foto: Jean-Marie Versyp

Het is het tweede programmapunt van de ROSA-campagne: voor een collectieve arbeidsduurvermindering, tegen werkonzekerheid en hyperflexibiliteit. De huidige dubbele dagtaak van vrouwelijke werkenden – waarbij men met combinatie werk en gezin de combinatie van betaald werk en onbetaald “huishoudelijk” werk bedoelt – is een hoofdoorzaak van de huidige epidemie van depressies, een ziekte die vooral vrouwen treft. We multitasken tot we erbij neerstuiken.

Het huidige voltijdse systeem van 38 uur in het kader van steeds flexibeler uurroosters, gecombineerd met een gebrek aan betaalbare zorg en diensten als kinderopvang, een school in je buurt, opvang (aan huis of niet) voor zieken en bejaarden, jeugdzorg, … en zonder oplossingen voor het steeds langer durende woon-werkverkeer, is voor veel vrouwen gewoon niet haalbaar. Dat is vooral zo voor vrouwen met kinderen, maar steeds meer worden we ook geconfronteerd met bijvoorbeeld de zorglast voor bejaarde ouders. De wachtlijsten in de zorg dwingen heel wat vrouwen ertoe een stap terug te zetten uit betaalde tewerkstelling.

De 30-urenweek zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen zou heel wat tijd en energie vrijmaken om ons te engageren in de zorg voor onze naasten, maar het mag geen excuus zijn om in de officiële zorg te besparen. Naast een arbeidsduurvermindering is er voor verdere vrouwenemancipatie ook een ernstige uitbreiding van de openbare diensten en zorg nodig.

Waarom kan het wassen en strijken niet volledig worden geprofessionaliseerd? Dat zou kunnen door was- en strijkateliers waarin de werknemers degelijke voltijdse contracten hebben met degelijke lonen? Waarom zouden scholen en werkplaatsen geen kwaliteitsvolle verse maaltijd kunnen aanbieden aan leerlingen, studenten en personeel door extra keukenpersoneel te voorzien? Waarom zouden scholen de naschoolse opvang niet kunnen inzetten voor meer sport of andere activiteiten door er extra personeel voor in te zetten? Het zou de hele samenleving en vooral vrouwen meer ademruimte geven, en kinderen meer kansen om te ontwikkelen. Het zou eveneens een hoop zinvolle jobs creëren, die mits opleidingen ook de vandaag laaggeschoolde werklozen aan een job kunnen helpen. Het zou ook ecologisch interessanter zijn dan al die zaken individueel te doen;  thuis te koken, wassen en plassen, kinderen rond te rijden voor sportactiviteiten, …

Vrouwen hebben er alle baat bij, maar de strijd voor arbeidsduurvermindering zonder loonverlies is een strijd die de hele werkende klasse samen moet voeren om een kans te hebben om te winnen. Fundamentele verworvenheden kunnen slechts gewonnen worden door algemene strijdbewegingen. ROSA wil zich actief inzetten, ook samen met andere organisaties, om die beweging te helpen opbouwen.

 
Een praktijkstudie: 30-urenweek in de zorg in het Zweedse rusthuis Svartdalen

Tussen 1 februari 2015 en eind december 2016 liep in het rusthuis een experiment om de gevolgen – voor de zorg, voor de gezondheid van het personeel, voor de kostprijs – van de invoering van de 30-urenweek (via een 6-urendag ipv 8,25u) te evalueren. Het initiatief hiertoe kwam van het Göteborgse stadsbestuur (sociaaldemocratie/groen/links).

De extra kost van het in dienst nemen van 14,8 bijkomende VTE’s werd reeds voor de helft teruggewonnen door een toegenomen productiviteit die voortvloeide uit een belangrijke daling van het ziekteverlof en het langdurig ziekteverlof. Dit effect was het sterkst aanwezig bij de personeelsleden van meer dan 50 jaar. Wat de zorg betreft, bleek de kwaliteit gestegen. Er was ook meer ruimte voor extra activiteiten met de bewoners.

De evaluatie was dus positief: voor een minimale extra kostprijs werd een meer kwaliteitsvolle zorg gecombineerd met een betere gezondheid en welbevinden van het personeel verkregen. Wat te zeggen over een systeem dat zich wel kan permitteren om multinationals en superrijken nauwelijks belastingen te laten betalen, maar dan wel zegt die minimale extra kost niet aan te kunnen voor de zorg voor bejaarden? Dat het een systeem is dat de mensheid zich niet kan blijven permitteren!