Text Size

De SP: Revolutie of reformisme

In deze brochure geeft Offensief, een revolutionair socialistische organisatie met gelijknamig blad, haar mening over de actuele standpunten en werkwijze van de SP. Wie ons blad regelmatig leest weet dat wij iedere linkse activist en arbeider in Nederland sterk aanraden de belangrijke ontwikkeling van de SP niet langer te negeren. Op dit moment is de SP het enige levensvatbare alternatief met een forse aanhang voor de volkomen naar rechts gedegenereerde PvdA, die in haar kielzog Groen Links steeds verder met zich meetrekt.

Ook zijn er voldoende mogelijkheden om binnen de SP discussies aan te gaan over de koers van de partij, waarbij wel van ieder lid verwacht mag worden dat een concrete bijdrage aan de opbouw van de partij geleverd wordt. Dit wil niet zeggen dat Offensief bij voorbaat alle standpunten van de SP onderschrijft of dat wij 100% achter de methodes van partijopbouw staan waarvoor de leiding van de SP heeft gekozen. Met alle waardering die wij hebben voor de inzet van alle SP leden en de dingen die bereikt zijn door de partij, willen wij toch ingaan in deze brochure op de gevaren die de partij bedreigen als er op een aantal belangrijke punten geen drastische veranderingen plaatsvinden.

De SP-brochure van Offensief is een vaste waarde in de SP als kritische analyse van de koers van de partij, die verschijnt los van de SP-structuren en sinds 1999 diverse malen is bijgewerkt. Dit is de editie van mei 2005.

Geschiedenis en oorsprong van de Socialistische Partij (SP)

De SP is op dit moment met meer dan 44.000 leden de op twee na grootste partij van het land. Dit is onvoorstelbaar groot voor een radicaal linkse partij in Nederland. Met de groei in leden is er ook een groei in invloed blijkende uit de acht zetels - sinds het vertrek van Ali Lazrak - die inmiddels in de Tweede Kamer worden ingenomen. Vele arbeiders die (nog?) niet op de SP stemmen, respecteren die partij wel al als de enige partij die niet meedoet aan het zakkenvullen - de parlementsleden stoppen hun salarissen en onkostenvergoedingen in de partijkas - en die de taal van de 'man in de straat' spreekt in plaats van het duistere jargon van de gemiddelde politicus. En uiteraard voert de SP continu actie, zowel binnen als buiten het parlement, tegen bezuinigingen op de gezondheidszorg en de sociale zekerheid, tegen milieuvervuiling en voor andere zaken die welvaart, welzijn en zelfs het leven van veel mensen bedreigen. Een aantal concrete voorbeelden hiervan zijn de acties tegen de betrokkenheid van ING en ABN-AMRO bij wapenhandel, de recente campagne tegen de huurliberalisering en de campagne tegen de Europese Grondwet en voor een referendum over die kwestie.

Het is nuttig om te kijken naar de manier waarop de SP groot geworden is. We zullen dan zien welke sterke punten van de SP hierdoor verklaard worden. Het zal ook echter duidelijk worden dat een aantal potentiële problemen zijn wortels al heeft in de ontstaansgeschiedenis van de partij.

Eind zestiger, begin zeventiger jaren ontstonden veel maoïstische partijtjes en organisaties vanuit een afkeer van de situatie in de Sovjet-Unie: overigens bleek Mao net als Stalin een aanhanger van het ‘socialisme in een land’-beginsel en bovendien ook een voorstander van een kleine groep partijleiders die de partijlijn optekenden. De SP is hieruit als één van de weinigen overgebleven. Cruciaal was de actieve betrokkenheid bij strijd van de arbeiders. Veel andere zich revolutionair noemende stromingen hadden de westerse arbeiders geheel afgeschreven en geloofden slechts in guerrilla in de derde wereld of een opstand onder studenten. Zie voor meer achtergrondinformatie over hoe de SP voortkwam uit de maoïstische traditie ook het boek “Het geheim van Oss” van Kees Slager.

De SP werd in de zeventiger jaren opgebouwd door vrij consequente actie aan de basis. Via een aantal artsen in Oss maakte de partij naam met 'gezondheidszorg voor het gewone volk'. De artsen van Ons Medies Centrum waren in loondienst en besteedden (nog steeds trouwens, maar inmiddels onder de naam Ons Medisch Centrum) veel aandacht aan beroepsziekten en preventief onderzoek. Zie hiervoor verder het boek ‘De Rode Remedie. 25 Jaar Ons Medisch Centrum’.

Een ander voorbeeld van directe hulpverlening aan de basis is de Hulpdienst die de SP op dit moment in de meeste grote steden in het land heeft en die gratis eerstelijns juridische hulpverlening verschaft. Onlangs is er nog een zaak gewonnen tegen een bedrijf uit Australië dat door het gebruik van asbest in het verleden voor vele slachtoffers heeft gezorgd: het bedrijf moest uiteindelijk schadevergoeding betalen aan de nabestaanden van de asbestslachtoffers.

Ook op het gebied van milieuactivisme bouwde de SP een goede naam op, met name omdat de SP ook de arbeiders van vervuilende bedrijven benaderde, en erop hamerde niet aan hun brood te willen komen, maar dat door de vervuilende industrie ook hun gezondheid werd bedreigd. Dit terwijl andere 'groene' groeperingen vaak simpelweg de sluiting van een bedrijf eisten, zonder enige gedachte aan de arbeiders die er werkten. Sinds eind jaren ‘90 heeft de SP een eigen MilieuAlarmTeam dat strijdt voor het behoud van natuur en de bescherming van dierenwelzijn.

Ook door een groot aantal plaatselijke acties bouwde de SP een aantal bolwerken op, met name in Noord-Brabant en een aantal andere plaatsen als Nijmegen, Vlaardingen en Zoetermeer. Toch brak de SP tot ver in de tachtiger jaren, ondanks hard werken en vele goede acties, niet echt door. Inmiddels heeft de SP afdelingen in meer dan 130 gemeenten in Nederland, heeft ze raadsleden in circa 60 gemeenten en maakt ze onderdeel uit van het lokale bestuur in 5 gemeenten, te weten Oss, Nijmegen, Boxmeer, Doesburg en Schijndel.

Al bij de oprichting had de SP, niet geheel ten onrechte, geconcludeerd dat de leiding van de PvdA en de vakbeweging niet te vertrouwen was en de arbeiders continu zou verraden. Wat echter volledig ontbrak was het besef dat een grote meerderheid van de arbeiders hun met veel moeite opgebouwde organisaties nooit zomaar in de steek zouden laten. De massale beweging naar links in de PvdA in de zeventiger jaren, die sterk bleef tot in de jaren tachtig, ging volledig aan de SP voorbij. Een nog ernstiger fout was dat de SP zich afkeerde van de feitelijk bestaande vakbeweging, met name de FNV, en probeerde om een klein alternatief bondje met de naam “Arbeidersmacht” op te bouwen. Hiermee sloot de SP zich bijna volledig af voor de grote groep van kritische vakbondsactivisten elders. Tot op de dag van vandaag leeft de partij met de gevolgen van deze (inmiddels verlaten) strategie.

Tegenwoordig begaat de partijleiding echter een andere fout en dat is dat zij steeds minder het verzet van onderop binnen de vakbond probeert op te bouwen, maar samen met de vakbondsleiding het verloop van de strijd probeert te regelen. In de aanloop naar en na afloop van de massale demonstratie op 2 oktober van vorig jaar werd dit duidelijk met de steun die de SP gaf aan de referendumcampagne van de vakbonden om het najaarsakkoord, met enkele kleine verbeteringen, aan een volksstemming te onderwerpen waardoor de geest van verzet weer in de fles werd gedaan. Had de SP samen met het actiecomité “De Maat is Vol” gebouwd aan een strijdbare en democratische oppositiebeweging binnen de vakbond, dan hadden het kabinet Balkenende 2 en de werkgevers zich niet ervan af kunnen maken met de kleine toegevingen die ze nu hebben gedaan.

Hoe dacht de SP-leiding van die tijd eigenlijk een meerderheid voor het socialisme op te bouwen? De ideologie van de partij was nog steeds sterk doordrongen van de ideeën van het maoïsme. De partij zou zich zoveel mogelijk moeten 'onderdompelen' in de bevolking als een 'vis in het water'. Tegelijkertijd werden alle andere denkbare organisaties van de arbeiders of van links in het algemeen verketterd. Dit leidde tot een vreemde mengeling van sektarisme, zoals tegenover de vakbeweging, maar ook van opportunisme, in het volgen van 'het volk', ook waar die in de ban was van (door de burgerlijke media gevoede) vooroordelen.

Een goed voorbeeld was de publicatie van de brochure 'Gastarbeid en Kapitaal' in 1983. Hierin stelde de SP migranten in feite voor de keus: volledig opgaan in de Nederlandse cultuur, of een premie krijgen om zo snel mogelijk het land te verlaten. Hoewel terecht gewezen werd op de noodzaak van integratie tussen Nederlandse en migrantenarbeiders, gebeurde dat op een manier die minimaal suggereerde dat een heleboel problemen in de samenleving werden veroorzaakt door de aanwezigheid van 'teveel' migranten. Ook hierin speelde een ideologisch trekje van de maoïstische variant van het stalinisme een rol: de nadruk op 'nationale' wegen naar het socialisme, het idee van 'socialisme in één land', het verwerpen van het idee van daadwerkelijk internationalisme. Concreet gevolg van dit beleid was en is dat de SP weinig actieve leden onder migranten heeft kunnen werven, hoewel dit nu aan het veranderen is.

Na het wederom missen van een kamerzetel in 1986 besluit de partijleiding de bakens te verzetten. Een proces dat na de ineenstorting van de stalinistische dictaturen in Oost-Europa nog versneld werd, onder leiding van Jan Marijnissen die eind 1987 gekozen werd als partijvoorzitter. Zowel ideologisch als ook organisatorisch voert de partij vernieuwingen door, soms expliciet (in congresstukken, zoals het vervangen van het Centraal Comité door een Partijraad), maar vaker door min of meer sluipenderwijs zaken naar de achtergrond te brengen. Marxistische literatuur wordt niet meer verkocht, de gebruikelijke aanspreektitel 'kameraden' wordt vervangen door 'partijgenoten', scholingsmateriaal over het wetenschappelijk socialisme wordt niet meer bijgedrukt et cetera.

Op het congres van 1987 besluit de partij een 'socialistisch handvest' op te stellen, als een minimum-programma voor een socialistische maatschappij (met slechts een aantal overgangseisen, zoals het in handen van de gemeenschap brengen van banken en grote ondernemingen). Na een grote campagne eind jaren tachtig waarop het ontwerphandvest ter becommentariëring aan de bevolking werd voorgelegd, werd het uiteindelijk als “Handvest 2000” op het congres van 1991 vastgesteld als beginselprogramma. Na de omwentelingen in het Oostblok heeft het echter voornamelijk een papieren functie gekregen. De partijleiding was (en is) van mening, dat het niet opportuun meer was om leden direct op socialistische uitgangspunten te werven.

Op het congres van 1991, na het openlijke failliet van het 'reëel bestaande socialisme' en direct daarna de ideologische aanval van rechts met het gebral over ‘de overwinning van het kapitalisme op het socialisme’ in de media - het ‘socialisme’ waar de SP dan wel niet formeel of organisatorisch maar wel ideologisch mee verbonden was - komt de omvorming van de SP in een stroomversnelling. In 1991 werd iedere verwijzing naar het marxisme-leninisme geschrapt uit de statuten en presenteerde de partij zich voortaan als een radicalere variant van de sociaal-democratie. Het stuk “Theorie en Praktijk” stelde, dat het begrip 'marxisme-leninisme' verwarrend was en dat de partij zich beperkte tot het bijvoeglijk naamwoord 'socialistisch' om de politieke plaatsbepaling van de partij weer te geven.

Dit alles ging niet gepaard met een heldere analyse van wat er fout gegaan was in de Sovjet-Unie of China en wat daar de achtergronden van waren. Maar de verandering kwam op een gunstig tijdstip. De PvdA was beetje bij beetje in diskrediet geraakt door de voortdurende deelname aan bezuinigingen en aanvallen op de sociale zekerheid. De CPN en de PSP hadden zichzelf als concurrent geliquideerd door zich te begraven in een vaag linkse club als Groen Links zonder echte arbeidersbasis of socialistisch programma. Kortom, de SP kon zich met succes presenteren als de enige partij die voor gewone arbeiders opkwam, en die zich niet neerlegde bij de macht van de grote ondernemers.

Mede door het consequenter landelijk optreden en door zich in een succesvolle campagne te presenteren als 'tegenpartij' behaalde de SP in 1994 voor het eerst twee zetels in het parlement. Jan Marijnissen en Remi Poppe ontpopten zich als bekwame parlementariërs die een forse hoeveelheid publiciteit naar zich toe wisten te halen, en de ontevredenheid in de maatschappij een stem gaven. Er werden ook concrete resultaten behaald zoals de oprichting van een fonds voor asbestslachtoffers, en de SP was nadrukkelijk tegen de afbraak van de WAO, waar de PvdA juist haar ware gezicht liet zien als ‘Partij van de Afbraak’. In deze jaren richtte de SP zich meer en meer op het binnenhalen van kiezers die teleurgesteld waren in de PvdA - een uitgebreide 'groeimarkt'! Het is dan ook geen wonder dat in 1998 de verdere opmars in het parlement werd voortgezet met het binnenhalen van vijf zetels en in 2002 de groei verder doorzette naar 9 zetels (bij de tussentijdse verkiezingen in 2003 na de val van Balkenende 1 bleef dit aantal ongewijzigd).

Een belangrijke rol in de groei van de SP speelde ook de verwerping van iedere vorm van zakkenvullerij. De SP is één van de weinige partijen die zich bewust is van bepaalde verlokkingen van het innemen van parlementaire posities. Voorop staat dat de gekozene in onder andere gemeenteraden en parlement zijn of haar vergoeding afstaat en in plaats daarvan ontvangt de vertegenwoordiger een vergoeding van de partij. Dat hiermee soms soepel wordt omgesprongen, bleek in 2004 in de kwestie rond het inmiddels afgescheiden kamerlid Ali Lazrak die gedurende een jaar zowel de vergoeding van de partij kreeg, die na de afdracht wordt toegekend, alsmede de reguliere vergoeding die iedere parlementariër in principe krijgt.

In feite is de afdrachtregeling die bij de SP geldt een variatie op een belangrijk principe van Offensief en het Comité voor een Arbeidersinternationale (CAI, of CWI in het Engels) waarbij Offensief aangesloten is: een arbeiderssalaris voor een arbeidersvertegenwoordiger. Een gekozen kandidaat op de lijst van de SP moet zijn of haar zetel opgeven als er conflicten optreden. Hij of zij zit daar tenslotte niet voor zichzelf, maar voor de partij waarop de mensen hun stem uitgebracht hebben. Opvallend is dan ook dan in de meeste gevallen (zo niet alle!) de gemeenteraads- of Provinciale Statenleden die na een conflict hun zetel bleven bezetten, begonnen met (althans naar de media toe) het uiten van 'linkse' kritiek, maar in alle gevallen bleken deze mensen meer geleid te worden door hun eigen ego dan door het serieus opnemen van hun mandaat als arbeidersvertegenwoordiger. Zo ook het geval met Ali Lazrak, die niet voldoende voorkeurzetels had om op eigen titel te worden gekozen, maar toch zijn zetel heeft gehouden.

Met op dit moment circa 44.000 leden, 2 zetels in het Europees Parlement, acht parlementzetels in de Tweede Kamer, vier senaatszetels en ruim 160 gemeenteraadsleden, plus een behoorlijk aantal deelraadsleden, is de SP in een totaal andere positie dan de vrij kleine groep in de zeventiger jaren. Ongemerkt is de partij echter ook veranderd van een radicale revolutionair-socialistische organisatie in een partij die eerder de geleidelijke verandering via het parlement, aangevuld en ondersteund met wat buitenparlementaire actie, voorstaat. 'Ongemerkt' slaat dan vooral op de mate waarin gewone, hardwerkende SP-kaderleden toentertijd betrokken werden bij deze verandering. Het boek “Tegenstemmen”, waarin Jan Marijnissen (en daarmee de partij) feitelijk afstand neemt van de tot dan toe geldende analyse in “Theorie en Praktijk” van het vijfde congres, is tot stand gekomen zonder dat gewone leden hier iets over te zeggen hebben gehad. Desalniettemin werd dit privé-document van de partijleider rond 1996 naar voren geschoven als leidraad van het politieke gedachtegoed van de SP.

Deze feitelijke verandering is op het congres van 1999, waar het nieuwe beginselprogramma “Heel de Mens” werd vastgesteld, ook geformaliseerd. Onder andere wordt in Heel de Mens de parlementaire democratie als hoogst haalbare geaccepteerd, wordt nationalisatie van de productiemiddelen slechts als eventuele optie (als 'wijzigingen in de eigendomsverhoudingen') opengehouden, en zijn duidelijke en radicale standpunten uit het Handvest, zoals het standpunt dat het maximale inkomen niet meer dan drie maal het laagste mag zijn, geschrapt. Het veranderende karakter van de SP blijkt niet alleen uit de partijdocumenten, maar ook uit het praktische handelen. Bij de campagne tegen NAM-boringen beperkte de SP zich tot kritiek op de mogelijke schade op milieugebied. Juist vanwege de verontwaardiging over de boringen die onder de bevolking leefde, had de partij haar eisen op economisch terrein (het in gemeenschapshanden brengen van de grondstofwinning) naar voren moeten brengen, om het bewustzijn van de bevolking op een hoger plan te brengen. De partijleiding zag hier bewust van af.

Ondertussen is er nog een boek van de hand van de partijleider verschenen, namelijk het boek “Nieuw optimisme” (2003), waarin de proteststem uit het boek “Tegenstemmen” wordt omgezet in een verhaal over wat volgens hem het socialisme van de toekomst is. Uit dit boek en uit het in 2004 verschenen boek “Hoe dan Jan”, dat een verslaglegging is van een interview met Jan Marijnissen blijkt niet alleen het al eerder besproken electoralisme, maar wordt ook het accent op toekomstige coalitievorming met de PvdA en GroenLinks gelegd, twee partijen die geen enkele fundamentele kritiek hebben op het huidige economische systeem met zijn vrije marktwerking. Sappig detail is dat de SP samen met GL en de PvdA in Nijmegen, waar deze drie partijen het college van B&W vormen, besloten hebben het openbaar vervoerbedrijf Novio te privatiseren. Er heeft dus een duidelijke wijziging van strategie plaatsgevonden: van een oppositiepartij ‘pur sang’ naar een in de toekomst ‘betrouwbare’ coalitiepartner, die zelfs niet te beroerd is om neoliberale maatregelen te ondersteunen.

Kortom, de idealen zijn sterk verwaterd. Hoewel het overboord zetten van het maoïsme en de stalinistische tradities door Offensief verwelkomd worden, lijkt het er soms sterk op of met het badwater ook het kind is weggegooid. In de interne discussies binnen de SP is even weinig terug te vinden van een marxistische visie, als in het openbare materiaal van de krant (de “Tribune”) tot en met de diverse verkiezingsprogramma's. Dit roept de vraag op of de SP niet het gevaar loopt in dezelfde val van ‘ingroeien in het systeem’ te lopen, als waardoor de PvdA als instrument voor de arbeiders verloren is gegaan.

Het economisch alternatief - herverdeling van consumptie, of controle over de productie?

Voor socialisten is de groeiende armoede van vele mensen onder het kapitalisme geen verrassing. Ondanks de tot voor kort economische voorspoed in Nederland en de VS, is een aanzienlijk deel van wereldeconomie in recessie of een diepe depressie, waaronder ook sinds meer dan tien jaar de ‘economische grootmacht’ Japan. Ook in de meer ‘welvarende’ delen van de wereld groeien de interne tegenstellingen. Binnen Nederland bleven grote delen van de bevolking (WAO-ers, migranten, ongeschoolde arbeiders, vrouwen, studenten en scholieren, leraren, verzorgend personeel, et cetera, et cetera) buitengesloten van de ‘voorspoed’ van de economische opgang in de jaren ’90 van de vorige eeuw. Tegelijkertijd nam het aantal miljonairs toe en zagen topmanagers hun salaris per jaar met gemiddeld 20 % stijgen (2001), in plaats van een schamele 2, 3 of 4 % (als je geluk hebt), zoals de meeste anderen. De inflatie is nog hoger (4,6 % in 2001)! Met het aantreden van het kabinet Balkenende 1 in 2002 en na de val ervan in 2003 het aantreden van het kabinet Balkenende 2 is de ongelijke verdeling van de welvaart nog verder toegenomen: waar arbeiders in vele sectoren geen enkele loonsverhoging hebben gekregen in 2003 en 2004 zijn de inkomens van de rijke top in Nederland vrolijk gemiddeld met 20% tot 30% gestegen. In de VS leven zijn steeds miljoenen afhankelijk van gaarkeukens, en zijn de reële lonen de afgelopen tien jaar gedaald wat er toe leidt dat veel arbeiders een tweede baan moeten nemen om het hoofd boven water te houden.

Ook is het onze verwachting dat door ons al eerder voorspelde economische neergang voorlopig niet voorbij is. De VS zijn op het moment nog de motor van de wereldeconomie, na de Azië-crisis van 1997, en dit puur op basis van consumentenvertrouwen dat tot meer vraag naar huizen, auto’s en luxe-goederen leidt. Maar na het leeglopen van de zeepbel op de beurzen en de aanslagen van 11 september, kwakkelt de Amerikaanse economie. En aangezien alle bestedingen werden betaald op krediet (de cijfers wat dit betreft zijn nog ongunstiger dan die in de periode vak voor de Beurscrash van 1929), is de Amerikaanse economie zeer kwetsbaar. Dit zien we nu dan ook in de vorm van massaontslagen (Ford die een miljoen auto’s minder gaat produceren, het grootste energiebedrijf ter wereld, Enron, dat failliet ging). De neergang is ook zichtbaar in Duitsland, België en zelfs Nederland (Philips draait verlies, de ABN-Amro ontslaat duizenden werknemers, de KPN ‘slankt af’).

De basistegenstelling onder het kapitalisme is de tegenstrijdigheid dat ieder kapitalistisch land en iedere afzonderlijke kapitalist alleen kan concurreren door de lonen en andere arbeidsvoorwaarden zo laag mogelijk te houden. Tegelijkertijd heeft iedere kapitalist belang bij een koopkrachtige afzetmarkt. Het achterblijven van de lonen bij de groei van de productie leidt steeds weer tot crises van overproductie, werkloosheid etc. Marxistische socialisten hebben altijd betoogd dat de crises van het kapitalisme alleen beëindigd kunnen worden door het in gemeenschapshanden brengen van de grote bedrijven die de economie beheersen en het instellen van een democratisch gecontroleerd en in de bedrijven uitgewerkt centraal socialistisch plan, gericht op de bevrediging van de behoeften van allen en niet op de winst van enkelen.

Hoe zit het met het huidige economische programma van de SP? Stelt dit de noodzaak van afschaffing van het kapitalisme daadwerkelijk aan de orde? En zo niet, kan dit programma dan daadwerkelijk de problemen oplossen? Wie de pagina's van de Tribune leest zal geen eisen voor het in gemeenschapshanden brengen van bedrijven (socialisatie) tegenkomen. Hooguit worden nieuwe privatiseringen bestreden. Wel wordt op een uitstekende manier de groeiende ongelijkheid oftewel tweedeling aan de kaak gesteld. Maar kunnen we hieruit concluderen dat we op basis van het bestaande systeem alleen maar de welvaart hoeven te verdelen?

Je kunt natuurlijk argumenteren dat de Tribune niet het volledige partijprogramma bevat, dat je daarvoor moet kijken naar het verkiezings- en het beginselprogramma. Maar hoe kun je ooit de harde strijd aangaan voor controle over de economie, als je dit niet eens duidelijk maakt aan de eigen leden en aanhangers via het partijblad? Bovendien, als we de teksten van het verkiezingsprogramma en het beginselprogramma Heel de Mens onder de loep nemen zullen we zien dat dit als uitgangspunt heeft dat de kapitalistische economie voorlopig zal blijven bestaan, ook als de SP het voor het zeggen krijgt.

In 1981 probeerde de regering van de rechtse sociaal-democraat Mitterand in Frankrijk het kapitalisme onder controle te krijgen met een programma dat aanzienlijker radicaler was dan het huidige verkiezingsprogramma van de SP. Enkele grote banken werden genationaliseerd en er werden controles over de investeringen aangekondigd. De ondernemers reageerden als een kat die onder de douche wordt gezet. Een volledige investeringsstaking en een massale kapitaalvlucht, gecombineerd met een hetze vanuit de volledige Franse pers dwongen de regering Mitterand om bakzeil te halen. Natuurlijk had Mitterand ook een beroep op de arbeiders kunnen doen om in actie te komen om zo de sabotage door de ondernemers te stoppen. Verdergaande nationalisaties, zonder vergoeding voor de ex-eigenaren (tenzij het voorzien in een sociaal minimum als inkomen) en de introductie van een echte democratische planeconomie hadden de hervormingen kunnen redden. Maar dat paste niet in het straatje van Mitterand die er allesbehalve op uit was om het kapitalisme omver te werpen.

Vandaag de dag hoeft een politicus maar milde kritiek te hebben op de wensen van de ondernemers of hij wordt rücksichtlos vervolgd en ‘kaltgestellt’, zoals de linkse sociaal-democraat Oskar Lafontaine mocht meemaken die uit de Duitse regering van de SPD-er Schröder gegooid werd omdat hij enkele maatregelen wilde nemen tegen de belastingontduiking door grote bedrijven.

De kapitalistische crisis is in wezen een crisis van het winstsysteem. Op een bepaald moment wordt de productie van bepaalde zaken (huizen, auto's, geneesmiddelen...) stopgezet, niet omdat de behoeften volledig vervuld zijn, maar omdat de markt niet winstgevend genoeg meer is. Op dat moment worden massale aanvallen ingezet op de arbeiders, zoals we die vanaf de crisis in de zeventiger jaren zien, om mensen uiteindelijk harder te laten werken voor minder geld en zo de winsten op te krikken. Dat leidt echter op korte termijn tot een verdere verslechtering van de situatie, doordat de koopkracht en dus de markt nog geringer wordt. Echter het verhogen van de belasting op de ondernemers, om de opbrengst aan 'goede doelen' te besteden (hogere inkomsten voor de minima, woningbouw, betere gezondheidszorg..) betekent ook een directe aanval op de winsten en zal leiden tot sabotage van de economie door de ondernemers.

Iedere regering ter wereld die niet gebroken heeft met het kapitalisme is altijd gedwongen geweest om naar de pijpen van de ondernemers te dansen. Hoe realistisch is dan het verkiezingsprogramma van de SP dat talloze verbeteringen voor de arbeiders (loonafhankelijken, met of zonder betaald werk) - kortom de bevolking eist - eisen die door Offensief uiteraard volledig ondersteund worden - terwijl aan de andere kant het programma tegelijkertijd het eigendom, en daarmee de macht, in handen van de ondernemers wil laten?

Er is ook een krasse tegenspraak met het beginselprogramma. Want als wij daadwerkelijk geloven dat wij vele verbeteringen kunnen bereiken, zoals een goede en gratis gezondheidszorg, een fijnmazig en bijna of volledig gratis openbaar vervoernet, een verhoging van alle minimuminkomens, etc. en dat allemaal op basis van het bestaande systeem, waarom zouden we dan nog naar afschaffing van dat systeem streven? Het lijkt er sterk op dat het beginselprogramma bedoeld is om (potentiële) leden ervan te overtuigen dat de SP nog een 'echt socialistische' partij is, in ieder geval op feestdagen als de 1e mei, terwijl het verkiezingsprogramma de kiezers (en de mogelijke coalitiepartners?) moet bewijzen dat de SP 'realistisch' is en bereid zich te beperken tot wat binnen het huidige systeem mogelijk is.

Offensief is van mening dat de SP het streven naar een geplande economie onder democratische arbeiderscontrole tot een integraal onderdeel van al haar propaganda en campagne zou moeten maken. In het verkiezingsprogramma, in de parlementaire debatten, in de Tribune, tijdens acties: consequent zou de eis gesteld moeten worden voor de nationalisatie van de 150 grootste bedrijven die in Nederland de economie beheersen, als basis voor een economisch plan. Ook campagnes en acties zouden niet beperkt moeten blijven tot het aankaarten van misstanden in het hier en nu, maar vooral de mogelijkheid van een alternatief moeten belichten. Uiteraard kan dit niet tot Nederland beperkt blijven.. De strijd moet ook op internationaal vlak verder gevoerd worden.

De staat - kunnen we socialisme bereiken via het parlement?

In de jaren zeventig keken socialisten en sociaal-democraten over de gehele wereld naar de gebeurtenissen in Chili. Hier was via parlementaire weg een regering aan de macht gekomen onder Salvador Allende die in de loop van een paar jaar langs wettelijke weg het socialisme in zou voeren. De lange democratische tradities van Chili, zo werd gedacht, zouden een staatsgreep door het leger zoals in de rest van Latijns-Amerika uitsluiten. Voor deze illusies zou een verschrikkelijke prijs worden betaald. Zodra Allende aan de macht kwam spanden de inheemse Chileense ondernemers en grootgrondbezitters samen met het internationale kapitaal om deze regering goedschiks of kwaadschiks ten val te brengen. De VS zorgden ervoor dat het IMF en de Wereldbank alle kredietverlening aan Chili bevroren. De Chileense ondernemers voerden een totale investeringsstaking door. De CIA coördineerde de voorbereidingen voor een staatsgreep en hielp de economie te saboteren door massale wegblokkades door vrachtwageneigenaars te financieren.

In 1973 liepen de spanningen hoog op. De arbeiders eisten wapens om zich te verdedigen tegen de komende staatsgreep. Maar de leiding van de Socialistische Partij van Chili hield vast aan haar parlementaire en legalistische illusies. Uiteindelijk stonden de arbeiders met blote handen toen op 11 september 1973 de tanks in de straten verschenen. Ruim 40.000 arbeiders werden binnen een jaar vermoord. Honderdduizenden werden gevangen genomen en gemarteld in een land met minder inwoners dan Nederland. Het internationale kapitaal juichte de staatsgreep van Pinochet toe, kredieten vloeiden weer rijkelijk. In Nederland lieten VVD en KVP (voorganger van het CDA) hun ware gezicht zien door een motie in het parlement waarin werd gesteld dat de staatsgreep de schuld was van Allende!

Min of meer dezelfde gebeurtenissen vinden nu plaats in Venezuela waar de regering van de centristische socialistische politicus Chavez, die sinds 2001 regeert, al diverse malen door rechts-conservatieve politieke leiders bijna van haar macht is beroofd door mislukte militaire coups en door een referendum dat onder de Venezolaanse bevolking is gehouden. Telkens slaagt Chavez er echter in om de bevolking te mobiliseren en de revolutionaire kracht van die bevolking te ontketenen, waardoor zijn regering wordt gered, maar als dat is gebeurd, sluit hij weer vrede met de kapitalisten en wordt de revolutionaire geest weer in de fles gestopt. Deze tweeslachtige houding tussen revolutie enerzijds en parlementarisme anderzijds is wat de belemmering is voor de weg naar een socialistische samenleving in Venezuela.

Ontdaan van al zijn franje is de staat een onderdrukkend apparaat. De kern wordt gevormd door leger en politie, met bijbehorende attributen als rechtbanken en gevangenissen, die uiteindelijk als voornaamste taak hebben het in stand houden van de kapitalistische 'orde', de macht van een kleine elite om de grote meerderheid uit te buiten. Maar hoe zit het dat met het parlement, het kiesrecht, de vrijheid van drukpers en al die andere zaken die de indruk moeten wekken dat 'de bevolking' het in Nederland en de 'westerse democratieën' voor het zeggen heeft? Om te beginnen moeten we stellen dat geen enkel democratisch recht door de burgerij cadeau is gedaan. Enorme stakingen, demonstraties en uiteindelijk de dreiging van een revolutie waren (zoals in Nederland in 1918, zie daarvoor onze website) nodig om de nu bestaande democratische rechten af te dwingen.

Offensief staat voor het verdedigen van alle democratische verworvenheden. Maar tegelijkertijd wordt de persvrijheid sterk beïnvloed door het feit dat slechts enkele grote concerns de kranten en de televisiestations beheersen. Voor het uitgeven van een dagblad, of het opzetten van een Tv-station zijn enorme sommen geld nodig, geld dat alleen voor de elite voor het opscheppen ligt. Met de media grotendeels in handen van het kapitaal is het natuurlijk lastig voor linkse partijen om bij verkiezingen door te breken. Wat betekenen dergelijke verkiezingen trouwens als bijvoorbeeld een gekozen gemeenteraad geen enkele zeggenschap heeft over een bedrijf dat zijn fabriek naar een lage lonenland wil verplaatsen, met honderden ontslagen tot gevolg. Onder het kapitalisme strekt de democratie zich niet uit tot het bedrijfsleven, dat immers privé-eigendom is, en hebben de mensen hun eigen leefomstandigheden dus uiteindelijk niet in handen.

Daarbij hebben de ondernemers het parlement en de gemeenteraden en dergelijke op zo'n manier ingekleed dat ze gericht zijn op het corrumperen en omkopen van de 'volksvertegenwoordigers'. De hele atmosfeer van 'beschaafde experts' met 'ervaring in het bedrijfsleven' die riante beloningen krijgen is optimaal afgestemd op het losweken van parlementaire vertegenwoordigers van hun achterban. Geen wonder dat partijen als de PvdA en Groen Links, ooit bedoeld als strijdorganen van arbeiders, volledig omgegaan zijn en vertegenwoordigers van het bestaande systeem zijn geworden.

Juist daarom is het zo belangrijk dat de SP-vertegenwoordigers hun vergoeding afdragen aan de partij en slechts een partijsalaris op (onder-)modaal niveau krijgen als ze naast hun politieke activiteiten geen baan kunnen hebben. Helaas laat ook de SP zich al verleiden tot het spel van 'bezoeken aan de koningin' bij kabinetsformaties en andere ridicule formaliteiten, zoals het doorrekenen van haar verkiezingsprogramma door het CPB. Zeker op gemeentelijk niveau gaat de SP steeds meer mee in de rituele dans die de burgerlijke democratie is, in plaats van consequent de gebreken hiervan aan de kaak te stellen en te strijden voor democratisering van (onder andere) de economie. Het gebrek aan een goede marxistische scholing van raads- en bestuursleden breekt de SP hier op.

Juist een partij die zich niet laat corrumperen zal op een bepaald moment tegen de grenzen van de (burgerlijke) democratie aanlopen. Als het de bourgeoisie uitkomt trekken ze zich toch al niets van hun eigen wetten aan. De oorlog die Nederland in 1999 tegen Joegoslavië (Kosovo) voerde bijvoorbeeld, is niet alleen in strijd met het VN handvest en het NAVO verdrag, maar ook met de Nederlandse grondwet die stelt dat alleen een verenigde vergadering van de Staten-Generaal (dat is van de 1e en 2e kamer samen) een oorlog tegen een ander land mag beginnen. Maar ja, het NAVO-prestige stond op het spel. Een ander voorbeeld is de geregelde massa-arrestatie van demonstranten, nog voor een demonstratie begonnen is, zoals bij de Eurotop in 1997. Het commentaar van Patijn, burgemeester van Amsterdam kon samengevat worden als: 'het was wel onwettig, maar we wilden die demonstranten uit de weg hebben'. Van recenter datum is het losgeslagen politieoptreden tijdens de antikapitalistische demonstraties in Gothenburg en Genua in 2001, waarbij de politie op demonstranten schoot met een dode als gevolg. En wat te denken van de recente oorlogen in Afghanistan en Irak, waarbij de Amerikaanse regering meende te moeten demonstreren dat zij zich aan internationaal recht en de volkerenorganisatie VN niets gelegen hoeft te laten liggen.

Wie de grondwet bestudeert in de illusie dat de ondernemers zich aan hun eigen spelregels zullen houden zal moeten concluderen dat een socialistische verandering van de maatschappij langs wettige weg volstrekt is uitgesloten. Om te beginnen zijn wetten pas geldig na goedkeuring van zowel de 2e als de 1e kamer. Omdat die op heel andere tijden gekozen worden een enorme rem op verandering. Voor echte veranderingen, waarbij de grondwet aangepast moet worden is zelfs een 2/3 meerderheid nodig in de 2e kamer, dan in de 1e kamer, en daarna moeten die wijzigingen na nieuwe verkiezingen nog een keer door beide kamers goedgekeurd worden. Dit is een proces van jaren waarbij de ondernemers die zich bedreigd voelen alle gelegenheid hebben om hun kapitaal het land uit te brengen en economische chaos te veroorzaken door bedrijfssluitingen en dergelijke.

Maar zelfs als deze hele procedure doorlopen is (waarbij we het nog niet hebben gehad over de onwaarschijnlijkheid van medewerking van het ambtelijk apparaat, dat aan de top helemaal is samengesteld onder controle van conservatieve krachten, de vertraging door verplichte adviezen van de voor het leven benoemde rechters van de Hoge Raad etc.) moet uiteindelijk ieder voorstel tot verandering ondertekend worden door het hoofd van de rijkste kapitalistische familie van Nederland: het koninklijk huis. Van Beatrix is bekend dat zij sluiting van vliegveld Ypenburg, en daarmee de bouw van honderden woningen, tegenhoudt omdat het vliegveld wel eens door haar familie gebruikt wordt. Wie denkt dat zij, of haar zoon, een wetsvoorstel zal ondertekenen waardoor hun enorme vermogen in aandelen Shell, om maar iets te noemen, onteigend zal worden heeft een tik van de molen gehad! Integendeel, het staatshoofd zal in zo'n situatie al snel gebruik maken van haar grondwettelijke recht om de regering te ontslaan. Vergezocht? Nog in de zeventiger jaren werd een Australische regering naar huis gestuurd door de vertegenwoordiging van de Britse monarchie omdat die regering het waagde enkele milde sociale hervormingen voor te stellen!

In al het verkiezingsmateriaal van de SP is niets te vinden dat vraagtekens zet bij de mogelijkheid via het parlement fundamentele veranderingen te bereiken. Leden en aanhangers worden meer of minder bewust grootgebracht met het idee dat als de SP maar eenmaal 50% + 1 van de stemmen bereikt heeft het socialisme onder handbereik ligt. In werkelijkheid zouden er niet eens meer verkiezingen gehouden worden als de SP zo'n stemmenaantal zou dreigen te halen! Nog nooit heeft enige heersende groepering vrijwillig afstand gedaan van haar macht en privileges. In 1939 is het dreigende failliet van het kapitalistische systeem voorkomen door het aan de macht komen van fascistische heersers in diverse landen.

Om daadwerkelijk de macht te veroveren dient de partij natuurlijk een meerderheid van de bevolking achter zich te hebben. Die meerderheid kan bijvoorbeeld blijken uit demonstraties, verkiezingen in wijken en steden, maar ook in bedrijven. Indien op een bepaald moment de situatie ontstaat dat de meerderheid van de bevolking duidelijk bereid is de strijd voor verandering minimaal passief te ondersteunen, met een grote minderheid die haar actief wil voeren, dan is de tijd om een alternatieve regering samen te stellen, de belangrijkste bestuurlijke en economische machtscentra te bezetten en door middel van een interventie onder gewone soldaten en politieagenten etc. zeker te stellen dat het bestaande staatsapparaat machteloos zal zijn om hiertegen stand te houden. De ervaringen van mei ’68 in Frankrijk, waar tien miljoen stakende arbeiders de Franse president De Gaulle en zijn leger deden vluchten, vormen het bewijs.

Welk socialisme? De Russische revolutie, Oost-Europa, China en de SP

De SP zegt in haar beginselprogramma Heel de Mens te streven naar een socialistische maatschappij, gebaseerd op “menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit”. Maar door het ontbreken van concrete eisen wordt er in Heel de Mens eigenlijk helemaal niet gesproken over het socialisme als een fundamenteel andere maatschappij, hooguit over de illusie in een ‘menselijker kapitalisme’. Eigenlijk wordt in Heel de Mens het socialisme vooral geformuleerd in termen van afwijzing van de huidige neoliberale kapitalistische maatschappij. Maar onduidelijk blijft hoe het socialisme er nu uit zal zien volgens de SP.

Het is echter wel uitermate belangrijk dat minstens één partij in het parlement zich duidelijk socialistisch noemt. De val van de muur, oftewel de val van het stalinistische Oost-Europese systeem, heeft geen negatieve invloed gehad op de groei van de partij. Wel opmerkelijk is dat een partij, ontstaan vanuit een maoïstische traditie opeens besluit om het marxisme als belangrijke inspiratiebron van de partij te schrappen. Heeft de val van het stalinisme dan toch het failliet van het marxisme aangetoond en hebben neoliberale ideologen als Fukoyama dan toch gelijk met hun voorspelling dat het kapitalisme het einde van de geschiedenis zal vormen? En waarom heeft dat 'marxisme' tijdens de maoïstische periode, waarbij de stenen werden gelegd voor het huidige succes, wel voldaan? Dit zijn zo enkele vragen die bij ons, revolutionair-socialisten van Offensief, opkomen.

Om te begrijpen wat socialisme is moet teruggegrepen worden op de tradities, de lessen en de theoretici van de arbeidersbeweging. Wat Offensief betreft kan daarbij gebruik gemaakt worden van de ideeën van Marx, Engels, Lenin en Trotski. We denken dan aan de marxistische opvatting van de burgerlijke kapitalistische staat, de tactiek van het eenheidsfront, klasse-onafhankelijkheid, de noodzaak van de opbouw van een revolutionaire partij, strijd tegen sectarisme en opportunisme, belang van socialistische democratie... etc.

Socialisten dienen uit te leggen waarom de landen van het Oostblok, en de Sovjetunie na de opkomst van Stalin, niets met socialisme gemeen hadden. Datzelfde geldt voor China en in grote lijnen voor Cuba, Noord-Korea etc. Zonder deze uitleg en een verklaring voor de degeneratie (aftakeling) van de revolutie zal het onmogelijk zijn in de meest ontwikkelde kapitalistische landen een meerderheid van de bevolking te winnen voor een socialistisch programma.

Wat ging er mis in Rusland, China en Oost-Europa? De nationalisatie van de productiemiddelen was voor al deze landen een enorme stap vooruit. Het maakte een planeconomie mogelijk en stelde Rusland in de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw in staat zich te ontworstelen aan de bittere armoede en economische achterlijkheid die niet voor die van India onderdeed. Het mislukken van de Duitse socialistische revolutie in de jaren ‘30 heeft echter ook een rol gespeeld in de teleurgang van het socialistisch bewind in de USSR, omdat het welslagen van de Duitse revolutie de economische groeimogelijkheden van de USSR vele malen zou hebben versterkt. Voor China in de jaren vijftig en zestig geldt hetzelfde.

Deze enorme economische vooruitgang ging echter gepaard met de onderdrukking van elke vorm van arbeidersdemocratie. In Rusland waren in de eerste jaren na de Russische revolutie de arbeiders aan de macht. Via de arbeidersraden oftewel “sovjets” vestigden zij een uniek politiek systeem van arbeidersdemocratie in dat land dat nog steeds een voorbeeld is voor arbeiders over de gehele wereld. Maar het uitblijven van de revolutie in het buitenland en als gevolg daarvan de enorme tekorten die de planeconomie overheersten, waren de oorzaak van de opkomst van een bureaucratie. Trotski vergeleek het met de bakker die 's ochtends brood verkocht: als er genoeg brood was, kon iedereen het zijne krijgen. Maar bij gebrek aan brood ontstaan er rijen voor de bakker. En als die rijen maar lang genoeg zijn, is er een politieagent nodig om de orde in de rij te bewaren. Maar die politieagent staat 's ochtends het eerste klaar om zijn brood te halen. Zo verklaarde Trotski heel in het simpel de opkomst van de bureaucratie in de Sovjet-Unie. De bureaucratie besliste over de verdeling van het tekort, de schaarste.

De opkomende bureaucraten kozen Stalin als hun leider. Maar eenmaal gekozen, hadden ze hem niet meer in bedwang. Hij leunde nu eens op de boeren, dan weer eens op de arbeiders om zijn machtspositie te handhaven. De oppositie van de arbeiders, de aanhangers van Trotski, ieder teken van verzet, werd bruut onderdrukt door de geheime politie. In de beginjaren was de economie nog simpel van aard, en voor de bureaucratie te overzien. Naarmate de economie verder groeide in de jaren vijftig en zestig, werd deze ook steeds gecompliceerder. Een planeconomie heeft de inbreng van arbeiders nodig als zuurstof, anders verstikt deze totaal.

De bureaucratie werd een enorme rem op de verdere ontwikkeling van de Sovjet-Unie. Aangespoord door de bureaucraten zelf, die hun kansen roken om in een kapitalistische maatschappij tot de rijken te gaan behoren, en aangemoedigd door de schijnbaar onstuitbare groei van het kapitalisme in de jaren tachtig, keerde Rusland terug naar het kapitalisme, met diepe verpaupering, een forse daling van de levensverwachting, en de terugkeer van verschijnselen als oorlog en werkloosheid als gevolg.

Rusland kende in de eerste jaren na de revolutie van 1917 nog een democratische fase waarin de arbeiders veel verdergaande rechten hadden dan onder het kapitalisme. Zo hadden ze het recht hun vertegenwoordigers af te zetten. Maar in China kwam de revolutie tot stand door een boerenleger, dat de Communistische Partij tot stand bracht na jaren van guerrillastrijd tegen de Nationalisten (die vochten met steun van de Amerikanen) en de Japanse overheersing. Bij hun verovering van de Chinese steden in 1949 werden de arbeidersorganisaties onderdrukt. De Chinese revolutie heeft helaas nooit een democratische fase gekend. Desondanks betekende de Chinese revolutie voor de Chinese boeren en arbeiders een enorme stap vooruit wat hun situatie betreft. Honger, oorlog, armoede werkloosheid en de uitzichtloze situatie van de Indiase boeren en arbeiders bleef ze bespaard. Maar een zelfde bureaucratie als in Rusland heerste politiek en duldde geen tegenstanders. Ook China behoort tot de stalinistische landen. Toch zien we in China de introductie van kapitalistische fenomenen. Het land is lid geworden van de Wereld Handels Organisatie, de verschillen tussen rijk en arm zijn enorm toegenomen, privé-eigendom is niet langer verboden bij de wet, kapitalisten worden nu aangemoedigd lid te worden van de communistische partij…

Wat zijn de lessen uit de geschiedenis? Ondanks het stalinisme was de planeconomie economisch in eerste instantie een succes, maar door het stalinisme liep deze vast. Het stalinisme in Rusland was vooral een ramp omdat het elke herinnering aan hoe de arbeiders aan de macht waren gekomen systematisch uitwiste. En kapitalisten slaagden er voor jaren in om arbeiders in het Westen te bedreigen met: ‘als je socialisme wilt, is dat wat je krijgt!’ En kapitalisten zeggen dat nog steeds. Daar moeten we heel duidelijk tegenoverstellen: ‘wat er mis was aan Rusland en China was het gebrek aan arbeidersdemocratie en het idee dat socialisme mogelijk zou zijn in een land. En niet de nationalisatie van de productiemiddelen, dat was een enorme stap vooruit.’ Ook heeft de revolutie in Rusland duidelijk gemaakt wat arbeidersdemocratie is en hoe het kan functioneren.

De fundamentele eisen (geformuleerd door Lenin, in zijn briljante boek “Staat en Revolutie”) waren:

· De verkiezing van elke vertegenwoordiger van de arbeiders, op elk niveau

· De onmiddellijke herroepbaarheid van de vertegenwoordigers door de achterban

· Het loon voor de vertegenwoordigers mag niet meer zijn dan dat van de gemiddelde arbeider

· Vertegenwoordigers moeten rouleren, en niet jaren op dezelfde plaats zitten

Deze eisen staan ook na ruim tachtig jaar nog recht overeind en zouden een leidraad voor socialisten vandaag moeten zijn, ook in het praktische werk van SP-bestuurs- en raadsleden.

Partijopbouw - democratie, jongeren en interventie in de vakbeweging

Wat opvalt bij de SP is dat de nadruk sterk ligt op kwantitatieve groei. Groei van het ledental, van de parlementaire vertegenwoordigers en van de invloed. Daar is op zich niets mis mee. Zoals de tekst voor het congres van mei 1999 zegt: "Een grotere partij is nodig om beter te kunnen doen wat gedaan moet worden: fundamentele kritiek leveren op de huidige samenleving en aansprekende alternatieven schetsen. Een groeiende SP kan steeds meer 'de echte oppositie' worden tegen het oprukkende neoliberalisme; steeds beter de verontwaardiging over de gevolgen daarvan mobiliseren en het verzet ertegen organiseren - en daardoor nog krachtiger de noodzaak van een socialistisch alternatief benadrukken."

Maar die groei brengt ook gevaren met zich mee. Het trekt mensen aan die graag invloed willen hebben, ongeacht de ‘geringe’ beloning die een vertegenwoordiger bij de SP ontvangt. Gemeenteraadswerk of werk in het parlement kan snel leiden tot het verlaten van principes en dus tot opportunisme. Bovendien blijft onduidelijk waartoe de groei in de ogen van de partijleiding dient? Moet de SP een soort nieuwe PvdA worden, zoals onder Joop den Uyl? Of een nieuwe linkse formatie à la de oude CPN? Wat ons betreft zou dan ook op z'n minst gekeken moeten worden, waarom die formaties verdwenen zijn, zoals de CPN, of volledig van karakter veranderd, zoals de PvdA. De PvdA van die tijd kon als klassiek reformistische sociaal-democratie leuke dingen doen voor de mensen in een periode van opbouw na de tweede wereldoorlog en van economische hoogconjunctuur. Tegenwoordig is de PvdA echter een uitgesproken pro-kapitalistische partij die enkel het huidige systeem wat socialer wil maken.

Een strijdbare arbeiderspartij zoals Offensief die voor ogen staat richt zich niet in de eerste plaats op het behalen van stemmen. Een strijdbare partij stelt in eerste instantie een groep kaders in staat om zich door voortdurende scholing en discussie immuun te maken voor de vergiftigende en voortdurende propaganda van de pers, de TV, de universitaire 'wetenschap' etc. Deze groep kaders kan vervolgens de strijd aangaan voor de opbouw van een oppositie op ieder terrein tegen de ondernemers en hun handlangers.

Eén van de belangrijkste strijdtonelen wordt gevormd door de vakbeweging. De congresstukken voor het 8ste congres zeggen hierover: "Veel aandacht moeten we besteden aan een intensievere samenwerking met de vakbonden. Het feit dat er vaak diepgaande meningsverschillen bestaan tussen vakbondsleiding en onze partij, moet ons noch de vakbonden ervan weerhouden om waar mogelijk samen te werken in het belang van de mensen en zaken waarvoor we ons beiden zeggen te willen inzetten." En ook: "Wij denken dat het mogelijk is de samenwerking te verbeteren met respect voor ieders eigen verantwoordelijkheid."

Natuurlijk kan het handig zijn om soms op concrete punten samen te werken, of voorstellen voor samenwerking te doen, met de vakbonden als zodanig. De leiding van de vakbonden is echter één van de meest serieuze obstakels voor maatschappelijke verandering. Met huid en haar staat de huidige vakbondstop, evenals de nauw met haar verbonden PvdA-leiding, voor de verdediging van het kapitalistische systeem. Veel vakbondsleiders zien hun positie slechts als een opstapje naar een goedbetaalde directiebaan bij een grote onderneming. Denk aan bijvoorbeeld Industriebondvoorman Schermer die nu als directeur van de SHB in Rotterdam kritische ondernemingsraadsleden ontslaat, of AbvaKabo voorzitter Pont die overliep naar het ministerie van Binnenlandse Zaken om daar de werkgeversonderhandelaar te worden!

In plaats van de ‘eigen verantwoordelijkheid’ van de vakbondsleiding in het verraden van de achterban te ‘respecteren’ zouden de leden van de SP in de vakbeweging het voortouw moeten nemen voor de organisatie van breed gebaseerde en democratisch opgezette oppositiestromingen, zoals die bijvoorbeeld in de Britse en zelfs de Amerikaanse vakbeweging al bestaan. Waar arbeiders in actie willen komen maar tegen gehouden dreigen te worden door de bondsbonzen kan de SP assistentie verlenen bij het opzetten van ad-hoc steun- en actiecomités. Een goed en recent voorbeeld daarvan is het comité “De Maat is Vol” dat is ontstaan rondom de havenstakingen in Amsterdam en Rotterdam in september 2004 en dat een belangrijke rol heeft gespeeld in de strijd die in het najaar van 2004 in Nederland heeft plaatsgevonden. Leidend principe is het streven naar een brede, strijdbare en democratische vakbeweging, waarbij we streven naar zo groot mogelijke arbeiderseenheid. Dat is niet hetzelfde als de vakbeweging de rug toekeren, zoals in het verleden gedaan werd met de alternatieve vakbond Arbeidersmacht. Integendeel de SP moet juist oproepen om niet kwaad of teleurgesteld de bond te verlaten, maar om lid te worden en naast de strijd tegen de bazen de strijd voor een alternatieve bondsleiding aan te gaan.

Daarnaast zal de SP meer moeite moeten doen om een aantal van de meest uitgebuite groepen in deze maatschappij te organiseren. Met name migranten, jongeren en vrouwen. Voor de organisatie van migranten zal het nodig zijn deel te nemen aan alle acties die gevoerd worden tegen racisme en fascisme, en tegen het gebruik van angst voor 'vreemdelingen' door partijen als VVD, CDA, LPF en de brokstukken daarvan…. Helaas was bij de grote demonstraties in de negentiger jaren tegen racisme de SP nergens te bekennen. En toen Bolkestein met zijn 10-punten plan tegen de migratie kwam, om op grond van vooroordelen tegen buitenlanders stemmen te kunnen winnen vertelde SP secretaris Tiny Kox tegen het dagblad Trouw: "Op een vergelijking met Bolkestein zit ik niet te wachten. maar ten behoeve van de duidelijkheid moet toch gemeld worden dat de Socialistische Partij al in 1983 heel nadrukkelijk pleidooi hield voor een verantwoorde aanpassing van allochtonen aan de Nederlandse samenleving... Onze visie werd volslagen ten onrechte vertaald in aanpassen of oprotten. Inmiddels is het tij gekeerd."

Dankzij de rol van de SP in het verdedigen van de uitkeringen en de arbeiders slaagt ze er toch al in veel stemmen van migranten te krijgen: in feite handhaaft de SP hier terecht een klassenstandpunt (het opnemen voor arbeiders in het algemeen). Maar voor een echte doorbraak zal ze toch de suggestie moeten laten vallen dat er iets bestaat als een 'Nederlandse' cultuur (is dat de cultuur van Wassenaar of de cultuur van de Haagse Schilderswijk?) die de voorkeur zou verdienen boven 'de' Turkse of 'de' Surinaamse cultuur. Als socialisten streven we niet naar een Nederlandse of Surinaamse cultuur, ook niet naar een multiculturele samenleving, maar naar een socialistische cultuur die de beste elementen uit iedere cultuur, met name de elementen van solidariteit, verdraagzaamheid, strijdbaarheid etc. oppakt. Ondertussen zal er ook actief geworven moeten worden onder migranten, waarbij pamfletten in de eigen taal behulpzaam kunnen zijn, maar ook politieke duidelijkheid over zaken als de Palestijnse kwestie, de rol van de VS en een eventueel Europees leger in de wereld, ‘Fort Europa’, en andere zaken die grote groepen migranten aangaan.

ROOD, jongeren in de Socialistische Partij

Van cruciaal belang voor de verdere opbouw van de SP is ook het organiseren van jongeren. Met het argument dat jongeren in de partij als geheel serieus genomen worden, en dus zelf ‘geen eigen organisatie willen’, is het in 1999 begonnen ROOD ("jongeren in de SP") niet veel meer dan een commissie. Nadat de voorloper SPJ (SP-jongeren) eerder om onduidelijke redenen was ontbonden, was er gedurende enige jaren geen eigen plek voor jongeren en kwam op initiatief van Jan Marijnissen ROOD tot stand, wat echter geen onafhankelijke organisatie is. ROOD is dan ook lang betutteld door de partijleiding, waarbij het eerste bestuur van ROOD werd ‘aangewezen’. En dat terwijl een enquête onder jongeren in de partij aangaf dat er wel degelijk een wens bestaat voor een eigen organisatie. Het zijn de jongeren die nu ondanks het ontbreken van een eigen organisatie actief zijn, die het minst de behoefte aan een autonome jongerenorganisatie voelen.

In de afgelopen jaren heeft ROOD een behoorlijke groei doorgemaakt. Tegenwoordig heeft ROOD meer dan 1750 leden en afdelingen in meer dan 25 gemeenten, waar ook een SP-afdeling is. Omdat ROOD geen onafhankelijke jongerenorganisatie is, is er tot op dusver nauwelijks van een echte democratische structuur te spreken. Weliswaar is er een gekozen bestuur en worden er algemene ledenvergaderingen gehouden, maar het predikaat ‘afdeling’ wordt niet officieel erkend, alsmede het bestaan van een gekozen bestuur op lokaal niveau.

Om van ROOD daadwerkelijk een effectief wapen in handen van jongeren, die willen vechten tegen het kapitalisme, te maken, zal de organisatie meer lokaal georganiseerd moeten zijn met eigen gekozen vertegenwoordigers en een lokaal bestuur en zal er meer ruimte dienen te zijn voor interne discussie en invloed door de gekozen vertegenwoordigers op het beleid dat nu voornamelijk wordt gemaakt door het bestuur. Officiële zeggenschap van vertegenwoordigers op het beleid is er momenteel niet. Aan de democratische structuur van deze jongerenvereniging van de SP dient dus nog gesleuteld te worden, alsmede aan de invloed van de jongerenorganisatie op het beleid van de SP.

Ook in andere opzichten zal nog veel moeten gebeuren aan de invloed van de gewone leden op de gang van zaken in de partij en aan het probleem dat vaak een kleine groep mensen enorm veel werk verricht, maar ook heel veel posities combineert. Zo is op dit moment de afdelingsvoorzitter automatisch afgevaardigde naar de partijraad en eigenlijk verantwoordelijk voor alles wat in een afdeling gebeurt, en zelfs soms ook nog fractievoorzitter. Dit soort verantwoordelijkheden dient beter gespreid te worden. Niet alleen om de macht te spreiden, maar ook om ervoor te zorgen dat meerdere leden ervaring opdoen met allerlei aspecten van het partijwerk. Het is een absurde situatie dat sommige 'gestaalde kaders' al tientallen jaren op dezelfde post zitten.

De afdelingen zouden zo eens per maand met alle leden bij elkaar moeten komen om een politieke discussie te hebben, maar ook om besluiten te nemen, over wat de gemeenteraad doet, over de standpunten die in de kamer ingenomen worden, over de interventies in de vakbeweging etc. Bovendien is de ruimte voor discussies op de congressen enorm beperkt door de tijd die ingeruimd wordt voor shows en gastsprekers en dergelijke Vaak zijn al voor de eigenlijke interne discussie de geesten rijp gemaakt door een selecte groep leden, zowel op landelijk niveau alsook in de afdelingen. Tekenend voor de gang van zaken tijdens het congres – toch het hoogste orgaan van de partij – is de standaard twee minuten spreektijd per afgevaardigde per spreekronde…

Wat moet er veranderen aan de SP?

PROGRAMMA

Het beginselprogramma (Heel de Mens) zoals het nu is, is veel te vaag en vrijblijvend. Het bevat nauwelijks concrete eisen of doelen, en verwijst eigenlijk niet meer naar de andere, socialistische, maatschappij waar wij voor opkomen.

  • Er zou om te beginnen in ieder geval een eis in het beginselprogramma opgenomen moeten worden dat de grootste 150 bedrijven in Nederland (niet alleen nutsbedrijven, maar ook de grote banken, de grootste industriële fabrieken en andere bedrijven in de sleutelsectoren van de economie) in gemeenschapshanden moeten komen, onder democratische controle. Alleen met deze bedrijven niet langer in privé-eigendom, maar onder democratische controle van de mensen die er werken en de mensen die afhankelijk zijn van haar diensten en producten, in eigendom van de gemeenschap (dus zonder winstprincipe), kan een begin worden gemaakt met een democratisch geplande economie. Zo’n economie zou in het belang van de meerderheid van de mensen zijn (en niet de aandeelhouders), en zorg kunnen dragen voor behoeften van de mensen, in plaats van dat over te laten aan de chaos van de markt, zoals nu.

Voorbeeld: de NS zou weer volledig onder overheidscontrole moeten komen, in plaats van dat het een privé-onderneming is die slechts winst wil maken ten koste van de dienstverlening en de arbeidsvoorwaarden. Het (dagelijkse) bestuur zou niet verzelfstandigd mogen zijn, maar zou moeten bestaan uit gekozen vertegenwoordigers. Eén derde daarvan zou afkomstig moeten zijn uit de overheid (o.a. parlement), de eigenaar. Eén derde zou moeten komen uit het personeelsbestand (machinisten, conducteurs, onderhoudspersoneel, kantoorpersoneel, etc.), om de belangen van de werknemers te garanderen. En éénderde zou moeten komen uit organisaties van gebruikers, die opkomen voor de belangen van de reizigers. Al deze vertegenwoordigers zouden door de leden van hun organisaties (bond, parlement, reizigerscomité, etc.) gekozen moeten zijn, afzetbaar, niet oneindig op de post blijven zitten, en niet meer verdienen dan de mensen die zij vertegenwoordigen.

  • Er zou constant een link gelegd moeten worden tussen wat wij dagelijks doen als partij, en ons beginselprogramma. Het zou dus voor de mensen met wie wij in contact komen duidelijk moeten zijn dat wij niet alleen vechten voor de ‘kleinste’ verbeteringen en het behoud van welvaartsstaat, maar ook voor een fundamenteel andere maatschappij. Een socialistische maatschappij (waartoe bovenstaande eis over de grootste bedrijven in gemeenschapshanden een begin kan maken), waarin al deze verbeteringen en de welvaartsstaat zijn gegarandeerd, omdat die niet langer meer constant bedreigd zouden worden door de vrije markt en de sociale afbraak en het verval die daarbij horen. In ons materiaal zou dus zoveel mogelijk verwezen moeten naar ons beginselprogramma, of delen er van. Zodat mensen altijd zien dat we meer zijn dan alleen de beste actievoerders, maar ook nog durven dromen (en vechten) voor een fundamenteel andere maatschappij.

Voorbeeld: in acties tegen de privatisering van het Amsterdamse Gemeentevervoerbedrijf (GVB) zou er niet alleen kritiek moeten zijn op de gevolgen van de verzelfstandiging en de dreigende privatisering. Er zou ook gesproken moeten worden over hoe alle nutsbedrijven in gemeenschapshanden zouden moeten komen én blijven, met daarbij een verwijzing naar ons beginselprogramma. Zodat het duidelijk is dat het niet stopt bij het GVB alleen.

STRIJDTACTIEK

In de dagelijkse praktijk van de SP nu lijkt het idee te leven dat alle veranderingen bereikt kunnen worden via het parlement of via de gemeenteraad. Maar de SP moet juist weer terug naar haar strijdtactieken van het verleden, en het werk in parlement en raad daaraan dienstbaar maken – niet andersom.

  • De SP moet haar fixatie op leden- en stemmenwinst laten varen, en geen illusies krijgen in de parlementaire democratie als het ‘hoogst haalbare’. Hoe de PvdA zich in de loop van de jaren heeft aangepast van een arbeiderspartij – al was het met een rechtse leiding - tot een volledig ‘geaccepteerde’, rechtse partij; de staatsgreep tegen de democratisch gekozen socialist Allende in ’73 in Chili; alle stakingen die ooit nodig waren om eisen van arbeiders waar dan ook kracht bij te zetten; het feit dat juist onze welvaartsstaat of zelfs de huidige parlementaire democratie er niet zonder strijd zijn gekomen - het bewijst allemaal hoe weinig er eigenlijk bereikt kan worden via het parlement alléén. In alles moeten wij uitdragen dat wij de grootste verdedigers van de huidige democratie zijn, en er het maximale uithalen. Maar we moeten ook aangeven wat de grenzen van deze ‘democratie’ zijn: waar parlement en raad als volksvertegenwoordiging tekort schieten, en wij méér democratie willen.

Voorbeeld: hoe democratisch gekozen een gemeenteraad vandaag de dag ook mag zijn, zij heeft niets te vertellen over een bedrijf in privé-eigendom dat de gemeente dreigt te verlaten uit kostenoverwegingen, en daarbij honderden mensen op straat zet. Wat is dat voor ‘democratie’ waar de mensen waarom het gaat niets te zeggen hebben over hun eigen toekomst, en het geluk van de mensen ondergeschikt is aan de winst voor de aandeelhouders?

  • Onze partij zou dan ook niet de nadruk moeten leggen op groei en verkiezingsresultaten, zoals dat de laatste jaren steeds meer het geval is, maar terugmoeten naar de strijdtactieken uit het verleden. Uiteindelijk zijn de raad en het parlement slechts één van de vele strijdtonelen, en niet noodzakelijkerwijs het belangrijkste. Wij zullen ons desnoods tevreden moeten stellen met minder leden, en minder zetels, als we onze energie dan tenminste richten op het rekruteren van de meest strijdbare buurtactivisten, vakbondsleden, actievoerders… Dát zijn uiteindelijk de mensen die de initiatieven tot verzet tegen rechtse politiek en voor verandering nemen. Wij moeten na het verraad van de PvdA en het verdwijnen van de CPN de ‘politieke motor’ worden in de buurten en de wijken, in de bonden en de bedrijven, op scholen en universiteiten. Door strijdorganen op te bouwen (huurcomité’s bijvoorbeeld), of voor bestaande strijdorganen te vechten (door een linkse oppositie op te bouwen tegen de rechtse vakbondsleiding bijvoorbeeld). We moeten de landelijke centrale zijn voor al de mensen die tegen de uitwassen van de vrije markt-economie - het kapitalisme - in verzet komen, en tegelijkertijd een socialistisch alternatief bieden. Alleen maar oproepen ‘om met paars af te rekenen door SP te stemmen’ is niet voldoende!

Voorbeeld: eind jaren tachtig, toen premier Thatcher onverslaanbaar leek, voerde zij in het Verenigd Koninkrijk een onrechtvaardige belasting in, die de tekorten aan moest vullen die waren ontstaan op gemeentebudgetten door jarenlange bezuinigingen. Deze zogenaamde Poll Tax konden de gewone Britten nauwelijks opbrengen, en een groep van slechts zo’n tienduizend socialisten (op een bevolking van 55 miljoen) van “Militant”, organiseerden een campagne om de belasting niet te betalen. Door van deur tot deur te gaan, en gevangenisstraffen te riskeren (die sommigen van deze socialisten ook uit hebben moeten zitten), en lijnrecht tegen het rechtse mediageweld in, wisten ze solidariteit in de buurten te organiseren, en wisten zo uiteindelijk 18 miljoen Britten te bewegen niet te betalen. Als de deurwaarder kwam om bij een niet-betaler zijn of haar meubilair op te halen, werd deze door de tientallen of honderden buurtbewoners gestopt. De invoering van de Poll Tax mislukte hierdoor, wat Thatcher – die gedurende de jaren tachtig en de mijnwerkersstaking van ‘84-’85 ongenaakbaar leek – kwam te val.

PARTIJOPBOUW

De partij is nu er nu teveel één met papieren leden, en te weinig inbreng voor de leden.

  • Het is belangrijk om leden voor te bereiden op de rol als strijdbare kaders, en daarom moet er veel meer aandacht komen voor scholing, zeker voor politieke scholing (geschiedenis van de arbeidersbeweging, leren van ervaringen uit het verleden om niet dezelfde fouten te herhalen, analyse van de vakbond, etc.). Een gesprek met nieuwe leden vooraf. Het toewijzen van een begeleider (‘mentor’). Dat zal ongetwijfeld een aantal potentiële leden afschrikken, maar lid van de SP is geen hobby. Mensen die al actief zijn, en de SP als een strijdbaar en socialistisch alternatief (gaan) zien, zullen zo’n serieuze houding weten te waarderen. Er moeten meer ledenvergaderingen (geen kerngroepvergaderingen) komen: liefst één per maand, teneinde de leden meer te betrekken. Inspraak voor leden in wie er betaald voor de partij worden aangenomen. Geen stapeling van functies (zoals voorzitter/fractievoorzitter). Een intern discussiebulletin. Alleen zó creëer je de mondige, kritische leden die je nodig hebt om de maatschappij te veranderen. Zo wapen je ze tegen de continue propaganda in de media tegen de ‘maakbaarheid’ van onze wereld. Zo geef je een voorproefje inzake zelfwerkzaamheid en inspraak van de socialistische maatschappij die wij nastreven.

Voorbeeld: hoe kunnen wij verwachten dat leden die wij als een ‘tientjeslid’ a lá Veronica of Greenpeace binnenhalen, de strijd consequent zullen voeren in hun wijk en op hun werk?

Een oproep tot kritische deelname

OVER OFFENSIEF

Wij van de revolutionair-socialistische organisatie Offensief roepen iedereen op om actief lid te worden in de SP. De SP, die ondanks de algemene teruggang in de arbeiders- en jongerenstrijd in de jaren negentig, gelukkig wel aantrekkingskracht uitoefende op diegenen die tegen de tekortkomingen van het kapitalisme in verzet komen, zoals privatiseringen en bezuinigingen. Nu langzamerhand het zelfvertrouwen bij arbeiders en jongeren weer terugkomt en her en der de strijd weer op begint te komen (al is het maar voorzichtig), heeft de SP heeft de potentie om uit te groeien tot een strijdorganisatie die een grote rol kan spelen in de gevechten die nog komen gaan, met de economische teruggang die nu plaatsgrijpt.

Want – zonder te zeggen dat de SP dat nu al is of zou kunnen worden – er is na de teloorgang van het stalinisme en het verraad van de sociaal-democratie als alternatieven voor het kapitalisme behoefte aan een nieuwe, strijdbare arbeiderspartij. De SP speelt tot op zekere hoogte vandaag de dag die rol en dient dan ook opgebouwd te worden. Zonder onze kritiek en onze alternatieven te verbergen, moeten we ons als de beste kaderleden van de SP presenteren.

Het is dan ook belangrijk binnen de SP de illusies in verandering via het parlement te bestrijden, en op te komen voor een strijdbaar alternatief en de noodzaak van een democratisch geplande economie, als basis voor het socialisme! Om dit doel te bereiken, is een revolutionair-socialistische organisatie (in plaats van een alléén op het parlement gerichte partij) van groot belang. En dat is Offensief. Wordt daarom lid van OFffensief, en probeer de revolutionaire krachten binnen de SP op te bouwen, en daarmee de SP te versterken!

Omdat we ons niet af willen zonderen van andere ontwikkelingen buiten de SP, hebben we ook regelmatig eigen openbare bijeenkomsten en activiteiten, zoals rond Reclaim the Game onder voetbal supporters en ons werk in de antikapitalistische en antiracistische beweging (Offensief Tegen Racisme en Bezuinigingen). Ook daar kun je aan mee doen, zelfs als je alleen lid van Offensief en niet van de SP bent. Om onze ideeën zowel binnen als buiten de SP te verspreiden hebben we ook een eigen blad, dat we op vele plekken verkopen.

Om al dit werk ter hand te nemen hebben we gekozen voor het opbouwen van een eigen organisatie (in plaats van bijvoorbeeld ‘op te lossen’ in de SP), met een eigen congres, landelijke en afdelingsvergaderingen (in Amsterdam, Tilburg & Rotterdam) en dus ook een eigen blad. Ook hebben we eigen campagnes, zoals voor de vrijheid van Mumia Abu-Jamal (zwarte Amerikaanse activist/journalist onterecht in dodencel), de “Reclaim the Game”-campagne tegen de voetbalcommercie, onze antiracistische campagne, en de op ons initiatief opgezette “International Socialist Resistance”-campagne (voorheen Internationaal Verzet) tegen de kapitalistische EU!

Meer over Offensief en onze verhouding tot de SP op onze site (www.offensief.nl).

OVER HET COMITÉ VOOR EEN ARBEIDERSINTERNATIONALE (CAI/CWI)

We zijn ook onderdeel van een eigen internationale, het Comité voor Arbeidersinternationale (CAI, of CWI in het Engels), met afdelingen in meer dan dertig landen en op alle continenten, die doorgaans zelfstandig opereren als partijen. Er is een parlementslid verkozen op een revolutionair programma in Ierland (Joe Higgins) en we hebben gemeenteraadsleden in o.a. Engeland, Duitsland, Kazachstan en Zweden. Verder spelen onze kameraden een grote rol in oppositie-stromingen tegen de rechtse vakbondstop in diverse landen, zoals in Engeland & Wales waar onze kameraden een voorstel aangenomen kregen in de ambtenarenbond UNISON om haar traditionele banden met het verrechtste Labour van Blair te heroverwegen. In lokale afdelingen van Zweedse en Australische bonden spelen onze kameraden een grote rol in de linkervleugels van bonden voor meer democratie en strijdbaarheid. In de Noord-Ierse ambtebnarenbond NIPSA heeft zo’n linkervleugel onlangs de meerderheid van de leiding veroverd, waaronder zes kameraden van onze zusterpartij, de Socialist Party.

In veel landen heeft onze internationale een grote rol gespeeld in arbeiders- en jongerenstrijd. Zo hebben we in Engeland in de jaren tachtig via de gemeenteraad en ondersteund door massa-mobilisaties in Liverpool meer sociale huurwoningen en kindercrèches gebouwd dan in de rest van Engeland bij elkaar. Daarmee pakten onze kameraden als enigen de strijd op dit vlak op tegen de bezuinigingen van Thatcher toentertijd, en ontmaskerden de leiding van Labour als handlangers van de conservatieve Tories in deze kwestie. Het is daarmee bewezen dat het mogelijk is dit soort strijd te voeren, ook nu! Ook lag het succes van de door onze Engelse kameraden geleidde anti-Poll Tax-campagne ten grondslag aan de uiteindelijke val van Thatcher.

In de jaren negentig startte onze internationale met het pan-Europese Youth against Racism in Europe (in Nederland Jongeren Tegen Racisme geheten), dat in Brussel 40.000 demonstranten tegen het racisme bijeenbracht. Dezelfde organisatie speelt nog een leidende rol via onze zusterpartij in België in het – nog steeds voortgaande – verzet tegen het Vlaams Blok, nu onder de naam Blokbuster. Onlangs kregen we een vestiging van Aldi in Dublin (een supermarktketen die vakbondsrechten schond) op de knieën door acties van onze secties internationaal. En in de Verenigde Staten ondersteunden onze kameraden op kritische maar constructieve wijze presidentskandidaat Ralph Nader, als anti-establishment kandidaat tegen Republikeinen en Democraten. In Engeland & Wales waren we onderdeel van de brede Socialist Alliances (SA) ten tijde van de verkiezingen, en haalde één van onze kandidaten - ex-parlementariër Dave Nellist - het beste resultaat van de SA-kandidaten bij de Britse verkiezingen.

Recent spelen onze Ierse kameraden een leidende rol in de strijd tegen de huisvuilbelasting, waarbij zij aan zij wordt gestreden met buurtbewoners die de belasting weigeren te betalen. Hierbij zijn diverse kameraden van ons gearresteerd, waaronder een parlementslid en een raadslid die een maand moesten zitten - alleen vanwege hun ‘opruiende oproepen’! De belasting treft natuurlijk weer de hardwerkende mensen in de volkswijken van Dublin het hardst, en terwijl de belasting als een ‘groene’ maatregel wordt gepresenteerd, blijven de werkelijke vervuilers – de fabrikanten – buiten schot.

Ook in de antikapitalistische strijd staan we niet aan de zijlijn. Na al actief te hebben gemobiliseerd voor de Euromarsen in Amsterdam ’97 en Keulen ’99 (beide keren met ruim 500 CAI-leden aanwezig), mobiliseerden wij voor de Battle of Seattle 2.000 studenten, waren wij in Gothenburg één van de grootste organisaties met een blok van 2.000 mensen, organiseerden onze Belgische kameraden met Internationaal Verzet en de Linkse Socialistische Partij op 19 oktober 2001 in Gent 2.500 mensen in een eigen blok, en was het CAI met 1.000 leden het grootste blok op de demonstratie in Brussel op 14 december 2001! Daar is toen ook International Socialist Resistance (ISR) opgericht, om de antikapitalistische strijd internationaal verder te brengen met een socialistisch alternatief. In maart 2005 hebben we in het kader van een jongerenmars deelgenomen aan een grote vakbondsdemonstratie in Brussel, waar 80.000 mensen aan deelnamen: onze organisatie is erin geslaagd 5000 jongeren te mobiliseren voor die demonstratie.

Meer over het CAI op: www.socialistworld.net

CONTACT MET OFFENSIEF

Website: www.offensief.nl

E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Postadres: Postbus 11561

1001 GN Amsterdam