Het lijkt alsof de Duitse economie niet wordt getroffen door de schuldencrisis en de economische neergang. Maar de economische en politieke wolken boven het Duitse mirakel worden groter en dreigender. De Duitse economie is in grote mate afhankelijk van export en kan daardoor geen uitweg uit de crisis vinden. Enkele grote waarschuwingsstakingen toonden het potentieel van de arbeidersklasse, maar zijn nog niet verder ontwikkeld tot een algemene beweging.
Verslag door Michael Koschitzki vanuit Duitsland
De actiedagen van Blockupy Frankfurt waren een belangrijke indicator van de mogelijkheden van strijd. Op politiek vlak is er intussen een diepe crisis bij Die Linke met heel wat debat en polarisatie in de rangen van deze linkse formatie.
Een commentator in de krant Die Welt stelde midden juni dat de Duitse nationale ploeg het EK best niet zou winnen, omdat dit het gevoel van Duitse dominantie over Europa zou versterken. De regering-Merkel is de drijvende kracht achter het fiscaal verdrag en het bezuinigingsbeleid in Europa. De commentator van Die Welt vreesde dat dit stilaan tot een tegenreactie zal leiden. Maar het verzet tegen het opleggen van een bezuinigingsbeleid is niet afhankelijk van succes bij de voetbal. De Franse president Hollande gaat een beetje in tegen het beleid, vooral omdat er van onderuit een groot ongenoegen is tegenover de bezuinigingen.
Politieke instabiliteit
In eigen land wordt de federale regering geconfronteerd met een groeiende instabiliteit. Deze regering telt het grootste aantal ontslagen van ministers en dat vanwege verschillende schandalen. De steun voor de kleine regeringspartner FDP (liberale partij) is zo goed als volledig in elkaar gestort. Tegelijk scoort de nieuwe Piratenpartij tot 15% in de peilingen. Deze partij wordt gezien als een verzet tegen het establishment. De politieke onstabiliteit stelt de vraag of de regering-Merkel het zal volhouden tot de geplande federale verkiezingen van 2013.
De regionale parlementsverkiezingen van dit jaar gaven een beeld van de politieke situatie. De christendemocraten van Merkel verloren heel wat stemmen, die afdelingen van de liberale partij die zich van het federale beleid distantieerden hielden stand. Het zorgde even voor wat stabiliteit en de burgerij kantte zich meteen tegen het idee van vervroegde federale verkiezingen. Maar intussen is het centrale element er toch een van onstabiliteit en verdeeldheid.
Het is niet duidelijk of het fiscaal verdrag er vlotjes zal door geraken. Daarvoor zijn oppositiestemmen vereist om tot een twee derde meerderheid te komen. De instabiliteit is in zekere zin een uitdrukking van een ongenoegen dat onderhuids aan het toenemen is.
Economische groei, onzekerheden en onderhandelingsrondes
De Duitse economie is in tegenstelling tot de meeste andere terug groter dan voor de crisis. Maar de investeringen zijn nog steeds beperkt en lager dan het niveau van 2009. De situatie verschilt naargelang de sector en naargelang het bedrijf. Zo maakt VW enorme winsten, terwijl Opel dreigt om de fabriek in Bochum te sluiten omwille van de crisis binnen GM. De werkloosheid is nog relatief beperkt, maar de meeste nieuwe banen zijn van tijdelijke en onzekere aard. Het aantal banen dat bij onderaannemers zit, neemt steeds verder toe.
De werkenden eisen hun deel van de economische groei. Ze deden dit in de jaarlijkse onderhandelingen voor collectieve akkoorden. De vakbondsleiding werd onder druk gezet om een loonsverhoging van 6,5% te eisen. In de publieke sector was er de eis van een minimale loonsverhoging met 200 euro voor de laagste lonen. Er was een bereidheid om te strijden, dat bleek uit de waarschuwingsstakingen. In de metaalsector alleen gingen 830.000 arbeiders uit 3.300 bedrijven in actie. De dienstenbonden wonnen er 23.000 nieuwe leden bij tijdens de waarschuwingsstaking in de sector.
Ondanks de strijdbare sfeer deed de vakbondsleiding er wel alles aan om een harde confrontatie te vermijden. De werkgevers deden enkele toegevingen en gaven beperkte loonsverhogingen die werden aanvaard door de vakbondsleiding. Er kwam echter geen vaste verhoging voor de laagste inkomens. Dat leidde tot enig ongenoegen onder syndicalisten.
De Duitse economie is nog niet getroffen door de recessie, maar het kan de gevolgen van de problemen in de wereldeconomie en de schuldencrisis in de Eurozone niet zomaar ontlopen. De export is van groot belang voor de industrie en is in grote mate afhankelijk van de vraag vanuit de Eurozone, de VS en China. De export zal niet blijven groeien. Een op de zeven jobs in Duitsland is afhankelijk van de automobielindustrie die te kampen heeft met overproductie en een krimp van de afname. Omwille van hun betrokkenheid bij de aankoop van obligaties, werd de kredietwaardigheid van zeven Duitse banken recent verminderd door Moody’s. Een opbreken van de euro wordt algemeen als het grootste gevaar voor de economie gezien, Duitsland haalde immers heel veel voordeel uit de euro.
Het ongenoegen uiten
Er is nog geen algemene beweging of strijd in Duitsland, maar er is wel heel wat ongenoegen. Veel mensen stemden tegen de regeringsvoorstellen in verschillende recente lokale referenda. Zo werd tegen de uitbreiding van de luchthaven van München gestemd. Er waren protestacties tegen ACTA waarbij in februari meer dan 100.000 jongeren in heel het land op straat kwamen. De strijd tegen het prestigeproject Stuttgart 21 gaat onverminderd voort. Er zijn regelmatig protestacties met een goede aanwezigheid, zelfs nadat een nederlaag werd geleden in een referendum dat in heel de deelstaat werd gehouden.
In de winter van 2011 werd een lid van de kleine ondergrondse neo-nazigroep NSU opgepakt, andere leden van de groep hadden zichzelf neergeschoten. Het werd bekend dat ze in staat waren om ondergronds te leven en intussen negen migranten en een politievrouw te vermoorden omdat de politie hen niets in de weg legde en intussen probeerde om de moorden op de migranten af te doen als afrekeningen binnen het ‘milieu’. Momenteel is er een nieuwe toename van extreemrechtse acties en daarmee gepaard ook van antifascistische activiteiten waarbij er betogingen en blokkades zijn.
Blockupy Frankfurt
De belangrijkste actie het afgelopen jaar was deze in Frankfurt van 16 tot en met 19 mei. De actie Blockupy Frankfurt was gericht tegen het bezuinigingsbeleid van de trojka en van de Duitse federale regering. De actie werd georganiseerd door een front van linkse organisaties, Die Linke, Attac en NGO’s. Er was niet echt een benadering naar de werkenden en de vakbonden. Maar toch besloten de lerarenvakbond en de jongerenvleugel van de vakbond van de openbare diensten om op te roepen en deel te nemen aan het protest. Leden van onze Duitse zustergroep, de SAV, namen heel actief deel aan het protest. We kwamen tussen met slogans, affiches en delegaties. We verdedigden op bijeenkomsten van Die Linke en van de vakbonden resoluties die tegenover de crisis van het kapitalisme de noodzaak van een socialistisch Europa stelden. Deze resoluties kregen heel wat steun van verschillende afdelingen van Die Linke.
De actiedagen waren er op gericht om het financiële district en de Europese Centrale Bank in Frankfurt lam te leggen. Er was een bezetting gepland met een grote betoging op de laatste dag. Er was harde repressie tegen deze plannen. Alle protestacties werden verboden en dat verbod werd afgedwongen met 5.000 agenten. Enkel de slotbetoging kreeg toelating. Het beperken van de vrijheid van actievoeren is een overheidsoptreden dat sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog niet meer voorkwam.
Toch waren er duizenden activisten in Frankfurt. Op de laatste dag waren er meer dan 30.000 betogers uit heel het land en ook uit andere landen. Mogelijk wordt deze actiedag gevolgd door een nieuwe protestdag op 29 september.
Strijd binnen Die Linke
De linkse partij Die Linke kent de grootste crisis uit haar nog jonge geschiedenis. De partij zakte in de peilingen tot 5% waardoor het niet zeker is dat ze in het parlement zal blijven. Die Linke raakte niet opnieuw verkozen in de regionale parlementen van Nordrhein-Westfalen en Schleswig-Holstein. Daar verloor de partij stemmen aan de SPD en in mindere mate aan de Piratenpartij. Die partij wordt ten onrechte gezien als een oppositie tegen het establishment. Het probleem is dat Die Linke niet wordt gezien als een partij die fundamenteel anders is en de belangen van de arbeiders, jongeren en werklozen verdedigt. In plaats daarvan ligt de nadruk van Die Linke op parlementair werk om druk te zetten op de sociaaldemocraten en om de SPD naar links te duwen.
De nederlaag in Nordrhein-Westfalen, een bastion van de linkerzijde binnen de partij, werd door de rechterzijde aangegrepen om haar positie te versterken. De rechterzijde staat vooral sterk in Oost-Duitsland. De bekendste vertegenwoordiger van deze vleugel, Dietmar Bartsch, is voorstander van regeringsdeelname zonder enige voorwaarden daaraan te verbinden. Bartsch was kandidaat voor het voorzitterschap op de conferentie van de partij in juni. Met hem zou de partij nog veel meer naar rechts ontwikkelen en zou de verdere toekomst van de partij in het gedrang komen. Discussies binnen de partij en de strijd tussen de linker- en de rechtervleugel concentreerden zich rond de vraag wie de nieuwe voorzitter zou worden. Het voorzitterschap bestaat uit twee personen, een man en een vrouw.
Op de partijconferentie werd vermeden dat Bartsch de nieuwe voorzitter zou worden. Maar dat betekent nog niet dat de partij naar links is opgeschoven. De rechterzijde haalde de posities van algemene beheerder en van financieel verantwoordelijke binnen. Katja Kipping, die bekend staat als activiste van de sociale bewegingen maar tegelijk eerder aan de rechterzijde van de partij staat, werd tot voorzitster van de partij verkozen. De linkerzijde voerde succesvol campagne voor Bernd Riexinger, een linkse syndicalist en voorzitter van de vakbond Ver.di in Stuttgart.
De discussies rond de partijconferentie vormen een nieuwe situatie in de partij. De verschillen tussen de rechtervleugel en de linkerzijde zijn nu veel duidelijker en worden openlijk besproken. Er is meer discussie en er zijn verschillende bewegingen binnen de partij. De linkse socialisten werken met anderen samen in de alliantie ‘anti-kapitalistische linkerzijde’ (AKL).
We willen actief campagne voeren tegen het fiscaal verdrag en tegen het bezuinigingsbeleid van de regering-Merkel. Tegelijk willen we de strijd van de werkenden, werklozen en jongeren in het land versterken. De perspectieven voor Die Linke zijn nog open. Veel zal afhangen van de rol die de partij zal spelen in de strijd die ongetwijfeld zal ontwikkelen in de komende periode.
|